Raquel Van Haver – De Vrouwen Van Mijn Land

NTR

‘De vrouwen van mijn land zijn zo mooi als een bloem’, zingt een vrouw in bezwerend Spaans in de openingsscène. ‘Ze zijn moedig en vastberaden. Ze verdienen, altijd, onze bewondering.’

Zulke Colombiaanse vrouwen kijken recht in de camera van kunstenares Raquel van Haver, die hen portretteert als moderne varianten op Maria. Deze foto’s gebruikt ze weer als basismateriaal voor haar in alle opzichten grote schilderijen, die zullen worden geëxposeerd in het Bonnefanten Museum in Maastricht.

Van Haver is zelf ook zo’n sterke Colombiaanse vrouw. Opgegroeid in Nederland, dat wel. Geadopteerd. Toen ze jong was, zegt ze in Raquel Van Haver – De Vrouwen Van Mijn Land (50 min.), moest ze zich gedragen als een blond meisje met blauwe ogen. In haar geboorteland zoekt ze weer verbinding met haar oorsprong. Zodat Van Haver (ook) weer Velasco kan worden.

De vanuit Amsterdam opererende kunstenares bezoekt bijvoorbeeld het weeshuis Fana Bogotá en komt daar oog in oog te staan met een foto van het driejarige kind dat ze ooit was. ‘Kunst heeft mijn leven gered’, vertelt ze aan de jongens en meisjes die nu in het tehuis verblijven.’ Ik hoop te laten zien, vooral aan de kinderen, dat kunst en muziek en dans zo belangrijk zijn, en goed voor je.’

Die kunst heeft haar volgens een ronkende recensie uit NRC Handelsblad, waarmee deze fraaie documentaire van Bibi Fadlalla start, inmiddels gemaakt tot een cultuurfenomeen dat je niet mag missen ‘als je midden in de maatschappij’ wilt staan. De film toont vervolgens gedetailleerd hoe Van Havers werk tot stand komt, inclusief de wereld die ze daarmee toegankelijk wil maken.

Die behelst op het eerste oog vooral ‘exotische’, onmiskenbaar Latijnse taferelen, maar verraadt tegelijkertijd ontegenzeggelijk Europese invloeden, vervat in de Madonna-achtige beelden die als koloniale erfenis in Zuid-Amerika zijn achtergebleven. Van Haver brengt deze elementen in haar kunst gloedvol tezamen. Zoals ze ook in haar persoon en achtergrond samen zijn gekomen.

Deze documentaire is tegelijkertijd een psychologisch portret van een belangwekkende nieuwe stem en een grondige introductie in haar intieme werk(wijze) als een exploratie van een uiteindelijk grenzeloze wereld. Aan het eind van de film zien we niet voor niets een krachtige Colombiaanse in haar eigen habitat: Raquel van Haver zelf, voor een flatgebouw in Amsterdam Zuidoost.

‘De vrouwen van mijn land zijn ze mooi als een bloem’, klinkt het helemaal tot besluit, in bezwerend gezang. ‘Ze zijn moedig en vastberaden. Ze verdienen, altijd, onze bewondering. Wees gegroet, Heer Koningin en Moeder. Moeder van genade.’

Father Figure

’Op een gegeven moment merkte ik wel gewoon van: oké, ik heb geen gevoelens naar vrouwen’, vertelt Guilliano Pinas, de hoofdpersoon van Father Figure (24 min.). ‘En toen, uiteindelijk, bestempelde ik mezelf ook gewoon als homo.’ Hij kijkt erbij alsof-ie zich er nog steeds een beetje voor schaamt. Regisseur Bibi Fadlalla laat het shot nét iets te lang staan, waardoor het ongemak goed binnenkomt: zelfs dit prominente lid van de vaderlandse ballroom-scene, een gekende thuishaven voor de LGBT-gemeenschap, worstelt soms nog altijd met zijn geaardheid.

Guilliano’s bestiert als zijn alter ego Typhoon de Rotterdamse dansgroep Kiki House Of Angels die zich bezighoudt met Voguing, de ravissante stijlvorm die ooit door Madonna naar de mainstream werd gebracht. De bijbehorende ballroom-scene bestaat voor een groot deel uit jonge zwarte homoseksuelen. Het is een beschermde omgeving waarbinnen ze zich even helemaal kunnen uitleven. Dat is ook nodig. ‘Being black and gay’, constateert Guilliano, ‘zijn eigenlijk al twee streepjes waar je dan mee achterligt.’

De extravagante ballroom-scene werd eerder geportretteerd in de klassieker Paris Is Burning uit 1990 en Mother’s Balls, een recente film van de Nederlandse maakster Catherine van Campen. Father Figure borduurt thematisch voort op die films en behandelt, enigszins vluchtig, ervaringen van Guilliano en andere dansers met homofobie en racisme. Wat dat betreft biedt de korte documentaire geen nieuwe inzichten. Regisseur Fadlalla heeft het geheel wel voorzien van een visuele flair, die uitstekend aansluit bij de flamboyante scene waarbinnen deze film zich grotendeels afspeelt.