Swipe Right On The Devil

Disney+

De verdwijning van Sydney Loofe op 16 november 2017 zet een keten van gebeurtenissen in gang. De politie van Lincoln, Nebraska, moet op zoek naar de mysterieuze jonge vrouw Audrey, ‘sexy as fuuuuuuck’, met wie Sydney op een Tinder-date is gegaan. Audrey blijkt al snel een schuilnaam van Bailey Boswell (23). Samen met haar ‘sugar daddy’, de antiekhandelaar Aubrey Trail (51), verzamelt zij via Tinder kwetsbare meisjes voor een eigentijdse heksenkring. Als ze daarvan deel willen uitmaken, moeten de nieuwe leden overigens wel een moord plegen. Uitroepteken.

Terwijl enkele jonge vrouwen vertellen hoe zij via een date met de verleidelijke Bailey, die inspeelt op hun (soms nog verhulde) seksuele geaardheid, de sekte zijn ingelokt, reconstrueert Brian Biegel in Swipe Right On The Devil (179 min.) hoe Sydneys omgeving probeert te achterhalen wat er met haar is gebeurd. ‘Naarmate de dagen verstrijken word je banger en banger’, vertelt Sydneys oudere broer Levi, als de 24-jarige vrouw twee weken spoorloos is. ‘Emotioneel kon ik mezelf er niet toe brengen om ze te leren kennen’, bekent rechercheur Matt Franken over Sydneys familie. ‘De angst om te falen was gigantisch.’

Op haar rechterbovenarm heeft Sydney Loofe, die soms verzinkt in sombere buien, een citaat uit de rocksong Wonderful van de Amerikaanse band Everclear laten tatoeëren: ‘everything will be wonderful someday’. Die tattoo zal nog een naargeestige rol spelen in het blootleggen van wat er zich in de kleine kring rond het diabolische duo Bailey en Aubrey heeft afgespeeld. De duistere achtergronden en afwikkeling daarvan staan centraal in de slotaflevering van deze stevig aangezette driedelige serie. Daaruit rijst het beeld van twee beschadigde figuren die niet anders lijken te kunnen dan anderen beschadigen.

Dit roept onwillekeurig de vraag op in hoeverre ook true crime een rol heeft gespeeld. Zou, los van alle BDSM-experimenten, het geraaskal over hekserij en zwarte magie en de dramatische gebaren in de rechtszaal, ook het idee om ooit en plein public als verpersoonlijking van Het Kwaad te worden opgevoerd een motivatie kunnen zijn geworden? Om iets van betekenis, hoe verknipt ook, uit een desolaat bestaan te halen? Een verwrongen licht in de duisternis, waaraan anderen zich kunnen verlustigen.

The Other F Word


Met dat ene F-woord hadden ze nooit al te veel moeite. Fuck the world. The Police. Of gewoon: You! Arrogante smoel opzetten, middelvinger erbij en klaar was kees. Dat andere F-woord kost de ouder wordende punkers in deze kostelijke documentaire aanmerkelijk meer kruim: father.

The Other F Word (99 min.) uit 2011 is een film die de groeipijnen in beeld brengt van eeuwige pubers, die ondanks zichzelf hebben gekozen voor het vaderschap. ‘You can do any fucked up thing you want to and say “I’m punk”’, zegt Fat Mike, de zanger van de Amerikaanse pretpunkband NOFX, over zijn jonge jaren. Nu maakt hij ‘s ochtends – in een badjas met zebraprint, dat wel – een ontbijt voor zijn dochtertje. Hij moet haar nog wel een keer uitleggen wat die twee SM-meesteressen op zijn linkerbovenarm betekenen.

Hoe zijn we van rebelleren tegen onze eigen ouders in Godsnaam zelf in de ouderrol terecht gekomen? vraagt Pennywise-zanger Jim Lindberg, de hoofdpersoon van deze film van Andrea Blaugrund Nevins, zich in een contemplatieve bui af. Na twintig jaar trouwe dienst overweegt hij om de band, en het bijbehorende bestaan ‘on the road’, te verlaten ten faveure van zijn gezin en een reguliere baan. Daarmee moet hij tevens afstand nemen van de gemeenschap waarin hij als misfit opgroeide en zijn oude strijdmakkers in de steek laten. Met een eventueel vertrek draait Lindberg ook hun punkrockdroom de nek om, zo realiseert hij zich.

Binnen de punkscene is het lastig volwassen worden, ook omdat een groot deel van de mensen om je heen dat ten enenmale weigert én omdat dit natuurlijk ook niet past bij het imago van een obstinate punker. Treffend is in dat verband een scène met Red Hot Chili Peppers-bassist Flea en zijn tienerdochter. Nadat ze samen een stukje op de piano hebben gespeeld, is het vader die zijn middelvinger meent te moeten opsteken naar de camera. Zijn dochter staat er, licht gegeneerd, bij te lachen. Hoe kun je je tegen zo’n ouder afzetten?

Als de relatie ouder-kind, en de rolverwarring die daarmee gepaard kan gaan bij deze mannen, ter sprake wordt gebracht, komt The Other F Word tot de kern: veel van de geportretteerde punkers onderhouden nog altijd een bijzondere moeizame relatie met hun eigen ouders. De boosheid daarover moest – en kwam – eruit via furieuze muziek. Als ze nu worden bevraagd over hun getroebleerde jeugd blijken onverwoestbare iconen als Flea, Rancid-brulboei Lars Frederiksen en Art Alexakis (Everclear) ineens heel kwetsbare jongetjes. Met felkleurd haar, ‘fuck authority’ T-shirts en een overdaad aan tatoeages, dat wel.

Over dat andere F-woord, Fuck, werd in 2005 trouwens ook al een documentaire gemaakt. Op het web is echter nauwelijks meer iets te vinden over het (als ik ’t me goed herinner) vermakelijke F*ck.