Downfall: The Case Against Boeing

Netflix

Al snel kwam ‘the blame game’ op gang. De 189 slachtoffers van de vliegramp met de Indonesische vlucht 610 op 29 oktober 2018 waren nog niet geborgen of het zwartepieten begon. Het zou wel aan luchtvaartmaatschappij Lion Air liggen, een Indonesische prijsvechter. Aan de luchthaven, Soekarno-Hatta in Jakarta. Of anders aan de gezagvoerder, de Indiase piloot Bhavye Suneja. Over één ding waren deskundigen het in elk geval eens: het kon niet liggen aan de Amerikaanse fabrikant van de gloednieuwe Boeing 737 Max. En toen, negentien weken later, viel er op 10 maart 2019 ineens nóg zo’n kist, vlucht 302 van Ethiopian Arlines, uit de lucht in Addis Abeba. Ruim honderdvijftig inzittenden lieten het leven.

En daarmee kwam Boeing, een bedrijf waar Amerika trots op was, een onderneming die zichzelf in de markt zette met de slogan ‘If it ain’t Boeing, I ain’t going’, ineens tóch serieus onder vuur te liggen. Rory Kennedy ontleedt in Downfall: The Case Against Boeing (90 min.) nauwgezet hoe de luchtvaartgigant zichzelf in de voorgaande jaren uiterst effectief in de nesten had gewerkt. Ze herleidt alle problemen tot één specifiek moment: Boeings fusie met McDonnell Douglas in 1997. Daarna was het gedaan met de aandacht voor kwaliteit bij de betrouwbare vliegtuigfabrikant, werd winst maken het enige parool en bezuinigen de voornaamste bedrijfsstrategie. Intussen verhuisde het hoofdkantoor naar Chicago, weg van de vaste thuisbasis Seattle.

De nieuwe focus op snel en goedkoop moest wel tot problemen leiden, stellen oud-medewerkers onomwonden in deze film. En als ze daarover hun zorg probeerden uit te spreken, werden ze direct de mond gesnoerd en linea recta naar de uitgang gedirigeerd. Zoals het echte klokkenluiders betaamt. Een gegeven dat Boeing na de ongelukken in Jakarta en Addis Abeba, toen het bedrijf druk doende was om de schuld op anderen af te schuiven, natuurlijk bepaald niet meer goed uitkwam. De Amerikaanse vliegtuigbouwer nam dus zijn toevlucht tot wat multinationals nu eenmaal doen in dit soort kwesties (en wat ook al in talloze documentaires aan de kaak is gesteld): ze huren de ‘allerbeste’ juristen in. Die mogen hun positie gaan beschermen, waarbij veel, zo niet gewoon alles, is geoorloofd.

En de rekening komt dan bij het gewone publiek te liggen. In dit specifieke geval: bij de crew van de twee gecrashte Boeings, hun passagiers én de nabestaanden daarvan. Zij brengen de grote, soms ook technische verwikkelingen in deze oerdegelijke documentaire terug tot menselijke proporties. ‘Boeings totale onvermogen om alles op alles te zetten om het tweede ongeluk te voorkomen heeft ons leven compleet verpest’, zegt Michael Stumo, die zijn dochter Samya verloor bij de crash in Ethiopië. ‘En dat geldt niet alleen voor ons gezin. Dat geldt voor iedereen die stierf met deze vliegtuigen.’

Generation Columbine

Hoewel er zeker eerder schietpartijen zijn geweest op Amerikaanse scholen – in 1966 bij de Universiteit van Texas bijvoorbeeld, opnieuw opgeroepen in de bloedstollende, deels geanimeerde documentaire Tower – geldt het bloedbad dat Eric Harris en Dylan Klebold in 1999 aanrichtten in de Columbine High School als de officieuze start van een eindeloze stroom ‘school shootings’ in de Verenigde Staten.

Behalve Columbine zijn ook plaatsnamen zoals Red Lake, Newtown en Parkland daarbij ernstig besmet geraakt. In Generation Columbine (89 min.) laat Matt McDonough overlevenden, nabestaanden en direct betrokkenen van deze school shootings aan het woord. Waarbij het meteen de vraag is of de leerlingen van de Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, die in 2018 het doelwit werden van een ontspoorde schutter en daarna nadrukkelijk het politieke debat probeerden te beïnvloeden, de ommekeer kunnen bewerkstelligen die zelfs na de twintig vermoorde basisschoolkinderen van ‘Sandy Hook’ in 2012 uitbleef?

Aan al die afzonderlijke ‘school shootings’ zijn zo ongeveer documentaires gewijd. Michael Moores Bowling For Columbine, natuurlijk. Het zielstriemende Newtown. Of Us Kids, over de Parkland-jongeren die hun gezamenlijke trauma omzetten in actie, met de succesvolle March Of Our Lives als voorlopig hoogtepunt. Verder belicht een film als Raising A School Shooter het vuurwapengeweld vanuit het perspectief van de ouders van daders en schetst Bulletproof op kille wijze de bizarre industrie die is ontstaan rond school shootings.

Wat heeft het traditioneel opgezette Generation Columbine daar nog aan toe te voegen? Wellicht oog voor de effecten op lange termijn voor mensen die waren betrokken bij een schietpartij, zoals bijvoorbeeld verslavingsproblematiek en zelfdoding. Verder schenkt de documentaire ook aandacht aan initiatieven om het leven van overlevenden draaglijk te maken en het wapenbezit in de Verenigde Staten, ondanks de bezwaren van The National Rifle Association, eindelijk – nu echt! – aan banden te leggen.

Intussen zijn de school shooters voorlopig nog niet te stoppen: gemiddeld eenmaal per twaalf dagen loopt er iemand gewapend een nietsvermoedende school binnen. De gevolgen daarvan worden treffend zichtbaar gemaakt in de lange en tragische slotsequentie van deze degelijke film.

Trumbull Land

De sciencefiction-klassiekers 2001: A Space Odyssey, Close Encounters Of The Third Kind en Blade Runner worden toegeschreven aan respectievelijk Stanley Kubrick, Steven Spielberg en Ridley Scott. Deze filmgrootheden hadden hun huzarenstukjes echter nooit kunnen uithalen zonder die ene special effectsman: Douglas Trumbull. Hij zorgde ervoor dat hun opzienbarende visie op de toekomst kon worden verwerkelijkt. En dan heeft hij Star Wars nog laten schieten.

In zijn eigen Trumbull Land (49 min.) te Berkshire, waar hij met zijn team werkt aan de nieuwe film Light Ship, blikt de gedreven Amerikaan terug op zijn carrière. Zo vertelt hij bijvoorbeeld over een screening van Blade Runner voor de schrijver ervan, Philip K. Dick. ‘Hij was helemaal overdonderd dat het ons was gelukt om in zijn hoofd te komen en dat wij het precies zo op film hadden gekregen als hij ‘t voor zich had gezien’, vertelt Trumbull aan een collega die op bezoek is, Gene Kozicki. ‘En dat is het grootste compliment dat je kunt krijgen.’

Toch voelde Douglas Trumbull zich niet altijd begrepen in Hollywood, vertelt hij in deze sfeervolle film van Grégory Wallet uit 2018. Hij was niet alleen ‘die special effects-man’, maar regisseerde zelf ook films (Silent Running) en probeerde met technische vondsten bovendien het medium film grondig te vernieuwen. En dan was er nog Trumbulls grootste trauma: zijn tweede speelfilm Brainstorm, die na een tragisch bootongeluk zonder hoofdrolspeelster Natalie Wood moest worden afgerond.

Deze film wordt zo een passend eerbetoon aan een ‘unsung hero’ van de sciencefictionfilm, die met zijn werk een essentiële rol heeft gespeeld in hoe wij – letterlijk! – naar de toekomst kijken.

One Day In September

The games must go on.’ De woorden van IOC-voorzitter Avery Brundage hangen nog altijd als een slagschaduw over de Olympische Spelen van München in 1972. Ondanks een terroristische aanslag op het Israëlische team, waarbij diverse atleten op brute wijze werden geslachtofferd, ging het toernooi door. Sporters, zoals de Nederlandse judoka Wim Ruska, die na ‘het bloedbad van München’ een medaille wonnen, zouden zich daarvoor tot in lengte der dagen moeten verantwoorden.

De Oscar-winnende documentaire One Day In September (93 min.) van Kevin Macdonald uit 1999 volgt met overlevenden, nabestaanden, politieagenten, onderhandelaars, politici, journalisten én Jamal Al-Gashey, de enige aanvaller van Black September die de actie zou overleven, de aanloop naar en gebeurtenissen op die fatale vijfde september van 1972. De Palestijnse terreurgroep eiste dat meer dan tweehonderd medestanders werden vrijgelaten uit gevangenissen in de gehele wereld, in Israël in het bijzonder. De geplande gijzeling zou he-le-maal uit de hand lopen.

Illustratief is het relaas van de Nederlandse vrouw Ankie Spitzer. Voor de Olympische Spelen zette ze haar echtgenoot, de Israëlische schermcoach André Spitzer, nietsvermoedend op de trein. Ze zou hem nooit meer terugzien. Behalve dan in het televisienieuws, toen hij met een geweer in zijn rug door de gijzelnemers naar voren werd geschoven, om vanuit een raam met de verzamelde media te praten. Ankie, die later correspondent in Israël zal worden voor Nieuwsuur en de VRT, zag het met afgrijzen aan. Ze zou nog ruim veertig jaar moeten ijveren voor een herdenking van ‘München’.

Filmmaker Macdonald laat de verbijsterende gebeurtenissen in het Olympische dorp echt herleven met deze straffe reconstructie. De Schotse filmmaker maakt bijzonder effectief gebruik van graphics om de stormachtige ontwikkelingen te verduidelijken en zet de naargeestige sfeer bovendien vet aan met muziek. Ook acteur Michael Douglas is een belangrijke troef. Als verteller geeft hij het drama echt urgentie. Zo slaagt Macdonald erin om de hectiek van het moment te vangen: de gewelddadige actie van Black September en het navolgende geblunder van de West-Duitse autoriteiten, dat de situatie nog veel erger maakte.

Niet iedereen bewaart overigens slechte herinneringen aan het ‘Munich Massacre’. De actie heeft zijn doel bereikt, constateert Al-Gashey, die niet wil zeggen of hij persoonlijk Israëli’s heeft gedood of niet, ruim 25 jaar na dato in One Day In September: ‘Ik ben trots op wat ik heb gedaan in München omdat dit De Palestijnse Zaak enorm heeft geholpen. Vóór München had de wereld geen idee van onze strijd.’

Apollo 11

Neon

Als de vlucht van Apollo 11 naar de maan niet daadwerkelijk had plaatsgevonden – en dat wordt door complotdenkers inderdaad wel eens betwijfeld – dan had de ruimtereis ook afkomstig kunnen zijn uit een weldoordacht filmscript. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de historische missie van Neil Armstrong, Edwin ‘Buzz’ Aldrin en de derde astronaut, die nog wel eens wordt vergeten omdat hij toevallig achterbleef in het ruimtevaartuig Columbia en dus niet op de maan mocht lopen, een halve eeuw na dato heeft geresulteerd in zowel een geweldige speelfilm (First Man, 2018) als een ijzersterke documentaire: Apollo 11 (93 min.).

Sommige onderdelen van deze majestueuze ruimteonderneming uit 1969, die hier op ongelooflijk knappe wijze wordt gereconstrueerd door regisseur Todd Douglas Miller, zouden zomaar kunnen zijn bedacht door een begenadigde science fiction-schrijver. ‘One small step for man’, zegt Neil Armstrong bijvoorbeeld zodra hij als eerste mens een stap op de maan zet. ‘One giant leap for mankind.’ Die uitspraak is zonder enige twijfel gescript. Bedoeld voor de eeuwigheid, waarin-ie ook daadwerkelijk een plek heeft veroverd. Zonder souffleur met gevoel voor drama had Armstrong wellicht blijmoedig naar zijn vrouw en kinderen gezwaaid, een duim in de lucht gestoken en een tekst als ‘hoi, papa loopt nu dus op de maan!’ in de geschiedenisboeken achtergelaten.

De Amerikaanse president Richard Nixon was zich er ook van bewust dat de hele wereld meekeek toen hij met de bemanning van de Apollo 11 belde en sprak over ‘the most historic telephone call ever made’. Waarna hij zijn grondig voorbereide speech begon af te steken. ‘As you talk to us from the Sea of Tranquility, it inspires us to redouble our efforts to bring peace and tranquility to Earth’, oreerde de man die in de navolgende jaren zowel Vietnam als Cambodja he-le-maal plat zou bombarderen. Hij was nog niet eens klaar: ‘For one priceless moment in the whole history of man, all the people on this Earth are truly one: one in their pride in what you have done, and one in our prayers that you will return safely to Earth.’

En op de één of andere vreemde manier – de uitkomst mag immers bekend worden verondersteld – is die behouden thuiskomst ook de drijvende kracht voor deze enerverende documentaire. Met nooit eerder vertoonde en digitaal gerestaureerde beelden, meeslepende audiofragmenten en subtiele eigen toevoegingen als split screen, graphics en titels reconstrueert Miller minutieus de NASA-ruimtemissie. Alsof die zich op dit eigenste ogenblik, voorzien van een passend imposante soundtrack, voor onze ogen voltrekt. Ook met een 21e eeuwse blik blijft het ontzagwekkende karakter van de hele onderneming voelbaar: hier reiken drie mensen – ondersteund door een enorm team in het Mission Control Center en gade geslagen door kamperende toeschouwers op de grond en miljoenen televisiekijkers in de hele wereld – naar een ooit onbereikbaar geachte stip op de horizon. En dan moeten ze ook nog gewoon terug naar planeet aarde, liefst heelhuids.

‘Dit was veel meer dan drie mannen op een expeditie naar de maan’, stelt Buzz Aldrin op de gedragen toon die inmiddels vertrouwd voelt als het megalomane project, de culminatie van een duizelingwekkende ruimterace tussen de Verenigde Staten en aartsvijand de Sovjet-Unie, veilig is afgerond. ‘Wij denken dat dit een symbool kan zijn voor de oneindige nieuwsgierigheid van de mensheid om het onbekende te ontdekken.’ Waarna hij wel eens – daarover biedt Apollo 11, dat overigens een speciale juryprijs voor montage won op het Sundance Film Festival, helaas geen uitsluitsel – een veelbetekenende blik op Neil en ‘die andere’ kan hebben geworpen en met een zucht van verlichting zou kunnen hebben gezegd: ‘En nu gaat deze jongen eens een weekje op z’n rug liggen, met moeder de vrouw erbij en een kistje bier.’