McMillions

HBO

Hoe groot is de kans dat meerdere familieleden los van elkaar een prijs van een miljoen dollar winnen bij één en dezelfde loterij, een variant op Monopoly, georganiseerd door de Amerikaanse fastfoodketen McDonald’s? Dat is de startvraag van de lekker kekke docuserie McMillions (344 min.), waarin het onderzoek naar deze sappige affaire uit de jaren negentig met de hoofdrolspelers, en een dramatisering van hun lotgevallen, wordt gereconstrueerd.

De regisseurs James Lee Hernandez en Brian Lazarte slaan daarbij een luchtige toon aan, alsof het een levensechte Tarantino-productie is. Ze bouwen rond de meesterzwendel een doldwaze ‘heist movie’, die met veel schwung, humor en een volvette seventies funk-soundtrack wordt uitgeserveerd. Een tone of voice, die eerder al was te ontwaren in de Netflix-docu The Legend Of Cocaine Island – bij beide producties staat overigens ene Theo Love op de aftiteling.

Van gewone stervelingen worden zo volbloed filmpersonages gemaakt, die linea recta op hun doel, het oplossen of juist in stand houden van dit mysterie, afgaan en zichzelf, en de rest van de wereld, tóch niet al te serieus nemen. ‘Zo was mijn broer niet’, zegt de broer van één van de verdachten, telg van de beruchte Italiaanse Colombo-familie, bijvoorbeeld nadat hem enkele gewelddadige scènes uit maffiaklassiekers zijn voorgeschoteld. ‘Maar deed hij zulke dingen? Absoluut. Hij deed het alleen met humor.’

In een betere wereld had diezelfde Jerry Colombo vast een prachtrol in The Sopranos bemachtigd. In déze wereld gedroeg hij zich echter ook gewoon als een stereotiepe handlanger van maffiabaas Tony Soprano, die niet terugdeinst voor een schimmige deal meer of minder. Hij werpt zich zo op als één van de sleutelfiguren in dit door blufferige FBI-agenten, tweederangs boeven, gangsterliefjes en kleine krabbelaars bevolkte schelmenverhaal, dat behoorlijk uit de hand loopt. 

Hernandez en Lazarte sturen de kijker intussen regelmatig met zichtbaar plezier het bos in. Die gewiekste opbouw, gevoegd bij de bizarre ontwikkelingen en volvette grappen en grollen, maken van McMillions een bijzonder smakelijke – zie je de woordspeling al aankomen? – fastfooddocu. Liefst in één ruk te verorberen. Al had het tamelijk zoete toetje wel wat sneller mogen worden opgediend.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story

Queen Productions LTD / NTR

Hoe kun je als wereldberoemde band verder zonder je zanger, frontman en blikvanger? Kan dat überhaupt? En: mág het eigenlijk wel?

Na het overlijden van Freddie Mercury in 1991 beet menige topvocalist zich stuk op Queens breed uitwaaierende repertoire en het imposante stembereik van die geboren frontman. Zijn band leek dood en begraven. Of veroordeeld tot een stille dood in het golden oldies-circuit. Deze zanger, voor wie elk superlatief (blijkbaar) tekort schiet, was écht niet te vervangen.

‘Er zijn veel Freddie-na-apers, met een plaksnor en geel jackje aan’, zegt drummer Roger Taylor in deze gelikte tv-docu van Christopher Bird en Simon Lupton. ‘Nou, veel succes ermee. Op het cruiseschip.’ Het bleef echter kriebelen bij de overgebleven Queen-leden. Zou er dan tóch een opvolger zijn, iemand die Freddies vocale spierballenvertoon kon interpreteren in plaats van kopiëren? Het antwoord laat zich raden: jawel, American Idol-runner up Adam Lambert.

The Show Must Go On: The Queen + Adam Lambert Story (86 min.) toont de lange weg die gitarist Brian May en drummer Roger Taylor moesten afleggen om, na de nodige bokkensprongen en zijstappen, met Lambert een volwaardige nieuwe incarnatie van hun band uit de grond te stampen. Queen 8.0, of zoiets. Die ontwikkeling wordt van commentaar voorzien door bekendheden als het wereldberoemde jurylid Simon Cowell, Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins en Rami Malek, de acteur die Freddie Mercury speelde in de gelijknamige biopic uit 2018.

Vanzelfsprekend valt er geen onvertogen woord in deze lofzang op alles wat met Queen te maken heeft – niemand wil zich tenslotte bezondigen aan heiligschennis – die helemaal is dicht gesmeerd met uitbundige live-versies van de hits van de superband. En van bovenaf zag Freddie – dat is tenminste de stellige overtuiging van zijn oude bandmakkers – dat het goed was…

Who Killed Jam Master Jay?

Netflix

’Je heb de dader vast al geknuffeld’, zegt Curtis Scoon, die zelf wordt verdacht van de moord op Jam Master Jay, tijdens de begrafenis tegen diens zus Bonita. Over dat gegeven zijn ze het eens: de dader komt ongetwijfeld uit de directe omgeving van de vermaarde deejay van Run-DMC. Maar wie heeft de trekker overgehaald en bovendien het beveiligingssysteem in Jays studio uitgeschakeld?

Ruim vijftien jaar later is er nog altijd geen klaarheid gebracht in de zaak rond Jam Master Jay alias Jason Mizell. Volgens diverse betrokkenen kon het de politie ook geen zier schelen. Gewoon een nieuw (zwart) slachtoffer in de continue hiphop-oorlog, die eerder grootheden als Tupac Shakur en Biggie Smalls al het leven kostte. Zoals KRS-One ooit rapte: ‘You want to get away with murder? Kill a rapper.’

In Who Killed Jam Master Jay? (59 min.) blaast regisseur Brian Oakes samen met Mizells moeder, broer en zus, medebandlid Daryll ‘DMC’ McDaniels, diverse jeugdvrienden en Def Jam-platenbaas Russell Simons het stof van de mysterieuze dood van deze hiphop-wegbereider, die samen met zijn maatjes als eerste de cross-over met rockmuziek maakte in de wereldhit Walk This Way. Je ziet ze zo weer staan: met die zwarte gleufhoeden, gouden kettingen en witte Adidas-sneakers. Rap, toegankelijk gemaakt voor een wit publiek.

Hoewel Oakes in deze stevige televisiedocu diverse scenario’s ontvouwt over wat er op die fatale dertigste oktober in 2002 kan zijn gebeurd met Jam Master Jay, lijkt één ding als een paal boven water te staan: het antwoord is te vinden in de vriendengroep waarmee hij opgroeide in de New Yorkse wijk Hollis, Queens. Alle ‘brothers’ waren al die tijd – tussen de gevangenisstraffen door, zou ik bijna zeggen – in Jays periferie blijven hangen. Ook toen hij, nadat Run-DMC toch echt over zijn top leek, minder goed in de slappe was kwam te zitten.

Evil Genius: The True Story Of America’s Most Diabolical Bank Heist

Netflix

Het is een angstaanjagend tafereel: op een parkeerplaats zit een man met een bom om zijn nek. Hij heeft zojuist een bank overvallen. Agenten en experts van het explosievenopruimingsdienst houden hem omsingeld. Opeens begint het ding te piepen. Het zal toch niet? En dan gaat de bom af…

Werd pizzabezorger Brian Wells uit Erie, Pennsylvania slachtoffer van een sinister complot? Of was hij op die gruwelijke 28e augustus in 2003 betrokken bij een bezopen plan, dat helemaal verkeerd liep? Dat is de beginvraag van de documentaireserie Evil Genius: The True Story Of America’s Most Diabolical Bank Heist (192 min.), die The Pizzabomber Mystery als uitgangspunt neemt en al snel op de verknipte Marjorie Diehl-Armstrong en haar entourage van ‘deplorables’ stuit.

Alle elementen voor een bingehit in de trant van Making A Murderer, Netflix’s true crime-sensatie uit 2015, lijken aanwezig: een lijk in een vrieskist, volledig vervuilde hoardershuizen, een geplande vadermoord en een cast met bizarre personages. Toch zal Evil Genius vermoedelijk niet zo’n hype worden als de serie rond de (ten onrechte?) voor moord veroordeelde Stephen Avery, waarvan dit jaar zowel vervolgafleveringen als een tegenhanger (Convicting A Murderer, verteld vanuit het perspectief van de aanklagers) wordt verwacht.

Regisseur Barbara Schroeder heeft Evil Genius – een weinig subtiele titel overigens voor een film die handelt over een vrouw die in werkelijkheid kampt met serieuze psychische problematiek, een bipolaire stoornis – gestructureerd als een Hollywood-thrillerserie, met slim opgebouwde spanning, onaangekondigde verrassingen die het verhaal op zijn kop zetten en cliffhangers waarmee de aandacht vervolgens moet worden vastgehouden. Dat werkt: het opzienbarende verhaal laat zich hap-slik-weg verorberen.

Schroeder worstelt alleen een beetje met de rol van co-regisseur Trey Borzillieri, die de zaak blijkbaar al jaren onderzoekt en intussen een verwrongen vriendschap met Diehl-Armstrong heeft opgebouwd. In ruil voor een interview voor de camera regelt hij bijvoorbeeld een advocaat voor de vrouw, die nog altijd voor haar recht vecht en daarvoor ook ‘zijn film’ gebruikt. Hij neemt op zijn beurt elk gesprek met haar (stiekem?) op en benadert achter haar rug andere getuigen, die haar lezing van het verhaal tegenspreken.

Zijn handelswijze roept zo nu en dan ethische vragen op. Borzillieri fungeert daarnaast als verteller, maar verdwijnt soms ook hele perioden uit het verhaal en moet er dan weer tamelijk gekunsteld ingefietst worden. Aan het eind neemt hij de kijker nadrukkelijk bij de hand als de serie aanstuurt op een stevige climax, die je uiteindelijk toch wat onbevredigd achterlaat. Want zowel in de zaak zelf als in Diehl-Armstrongs intrigerende achtergrond zijn nog wel wat losse eindjes blijven liggen.

Nobody Speak: Trials Of The Free Press

Netflix

Een sextape van all star wrestling-held Hulk Hogan. Die kostte de Amerikaanse website Gawker uiteindelijk de kop. Want na het publiceren van die smoezelige beelden spande de Hulkster een rechtszaak aan en werden Gawker en enkele betrokken journalisten veroordeeld tot het betalen van de lieve som van 140 miljoen dollar.

Dat is het kleine verhaal van de fascinerende documentaire Nobody Speak (95 min.): sleazy website werkt zichzelf in de nesten met onsmakelijke click bait. Maar, zoals de ondertitel van Brian Knappenbergers film (‘Trials Of The Free Press’) al verraadt, is er ook een groter verhaal.

Want achter Hogan, die eigenlijk Terry Bollea heet en Hulk beschouwt als een personage (waarachter hij zich soms lekker kan verschuilen), gaat ene Peter Thiel schuil. Een Amerikaanse entrepeneur uit Silicon Valley, die medeoprichter was van Paypal, als een van de eersten investeerde in Facebook én Hulk Hogans rechtszaak financierde.

De gefortuneerde Thiel is een van die mensen (nee: mannen) die er geen been in zien om hun geld te gebruiken om onwelgevallige media de mond te snoeren. Zoals zijn favoriete politicus Donald Trump de pers al tot ‘vijand van het volk’ verklaarde.

Deze pamflettistische film brengt die gevaarlijke ontwikkeling glashelder in kaart. Gawker, dat journalistieke scoops paarde aan sleazy berichtjes, blijft alleen een wat ongemakkelijk voertuig. Alsof je Gordon, die ooit onder vuur lag vanwege Chinezengrapjes, gebruikt om de maatschappelijke rol van humor te onderstrepen.

 

Wat Nobody Speak echter glashelder maakt, is dat het principe uiteindelijk de spelers overstijgt en dat Gawker, Hogan en Thiel slechts pionnen zijn in een veel groter spel, waarbij het draait om niets minder dan de vrijheid van meningsuiting.