Skin: A History Of Nudity In The Movies

Plausible Film

Al vanaf de geboorte van de Amerikaanse film aan het eind van de negentiende eeuw zoeken makers de grenzen van hun tijd op met naaktscènes. In 2020, als #metoo Hollywood net op zijn grondvesten heeft doen schudden en de intimiteitscoördinator zijn entree heeft gemaakt op de filmset, maakt Danny Wolf in de documentaire Skin: A History Of Nudity In The Movies (130 min.) de balans op van ruim 130 jaar bloot in films.

Gedurende die jaren lijken periodes van vrijheid en preutsheid elkaar voortdurend af te wisselen. Nét voordat in 1934 de zogeheten Production Code wordt ingevoerd, die twintig jaar lang zal bepalen welke films wel en niet in productie kunnen worden genomen, zien bijvoorbeeld nog het baanbrekende Ecstacy (1933), met een naakte Hedy Lamarr en een heuse seksscène, en Tarzan And His Mate (1934), waarin de ster Maureen O’Sullivan tijdens een naaktzwemscène zowaar wordt vervangen door een ‘body double’, het licht.

Hollywood realiseert zich intussen terdege dat ‘sex sells’. Met de vraag ‘What are the two great reasons to see Jane Russell in The Outlaw?’ en een sexy afbeelding van de hoofdrolspeelster wordt in 1943 bijvoorbeeld de Howard Hughes en Hawks-western letterlijk aan de man gebracht. Later fungeren ‘seksbommen’ zoals Brigitte Bardot, Marilyn Monroe en Jayne Mansfield als verleidelijk uithangbord voor nieuwe films. De tijd dat naaktscènes of -foto’s een actrice haar carrière kunnen kosten lijkt dan definitief voorbij.

Behalve op filmjournalisten en -historici verlaat Wolf zich in deze chronologisch opgebouwde film ook op regisseurs zoals Peter Bogdanovich (The Last Great Picture Show), Amy Heckerling (Fast Times At Ridgemont High) en Kevin Smith (Zack And Miri Make A Porno). Hij laat verder actrices aan het woord die spraakmakende blootscènes speelden, waaronder Mamie van Doren (High School Confidential), Pam Grier (Foxy Brown), Mariel Hemingway (Personal Best), Sean Young (No Way Out) en Shannon Elizabeth (American Pie).

Ook aan mannelijk naakt – en het taboe daarop in bepaalde tijdsgewrichten – besteedt Skin volop aandacht, met bijdragen van Malcolm McDowell, die de hoofdrol vertolkte in de klassiekers A Clockwork Orange en Caligula, en Ken Davitian, de zwaarlijvige acteur die een grotesk naaktgevecht leverde in de comedy Borat. ‘Full frontal’-naaktscènes maken sowieso altijd de tongen los, getuige de spraakmakende verhoorscène in Basic Instinct van Paul Verhoeven, die met Showgirls nog een andere zéér omstreden naaktfilm maakte.

Danny Wolf wikkelt de hele historie netjes af, met natuurlijk ook verwijzingen naar de illustere filmmakers Ed Wood, Russ Meyer en Roger Corman, geruchtmakende films zoals Blow-Up, Last Tango In Paris, The Crying Game en Fifty Shades Of Grey en de rol van de alomtegenwoordige filmkeuring, maar hij gaat nooit echt de diepte in. Deze documentaire voelt daardoor, ondanks talloze saillante voorbeelden en de bijbehorende filmfragmenten, eerder als een interessante geschiedenisles dan als een geslaagde vertelling.

Kumaré

Kino Lorber

Ze kunnen nooit zeggen dat hij ‘t hen niet heeft verteld. ‘Dit alles is niets meer dan een show, begrijpen jullie?’ zegt Kumaré (84 min.) tegen zijn allereerste volgelingen. ‘Dit, een kerel in een jurk. Niets dan show!’ De Indiase goeroe is in werkelijkheid Vikram Gandhi, een Indiase Amerikaan die zich zo ergert aan de New Age-beweging, waarin Oosterse wijsheden volgens hem schaamteloos worden misbruikt, dat hij een gewaagd experiment optuigt. Hij laat zijn haar en baard groeien, zoekt een spannend ogende staf uit, begint met het accent te spreken dat hij van zijn oma kent en verzint daar allerlei onzinnige rituelen omheen. Het duurt niet lang voordat hij wordt omringd door een groepje leerlingen.

Deze film uit 2011 – een soort combinatie van Borat en Die Welle, de film waarin een leraar in zijn middelbare schoolklas een pijnlijk realistische dictatuur creëert – is de weerslag van Gandhi’s gewaagde onderneming als geestelijk leider. Samen met zijn assistentes vestigt hij zich in een yogastudio te Phoenix, Arizona, en begint spirituele sessies te leiden. Zijn eerste leerlingen delen meteen hun diepste zielenroerselen met hem: Toby bijvoorbeeld, een advocate die ter dood veroordeelden bijstaat. De alleenstaande moeder Kimberly, die kampt met het lege nestsyndroom. Of Emily, een jonge vrouw die vastzit in haar huwelijk en direct met de orakelende ‘guruji’ begint te flirten.

Deze gewone Amerikanen, gefilmd op hun meest kwetsbare momenten voor wat een satire zou worden, blijken uiterst gevoelig voor de ‘Blue Light’-meditatie van hun nieuwe spirituele leider. Deze goeroe heeft louter goede bedoelingen met zijn volgelingen, aast niet op hun geld of lichaam en permitteert zich hooguit enkele gewaagde grappen. Hij doet verder aan ‘truthin’. Ik ben de grootste faker die ik ken, zegt Kumaré bijvoorbeeld. Ik fake zoveel dat ik soms vergeet wie ik ben. Of: Je hebt geen goeroe nodig om gelukkig te zijn. En als het tijd wordt voor – het blijft tenslotte een Amerikaanse film – de moraal van zijn verhaal: de goeroe die je zoekt zit in jezelf.

Voor Vikram Gandhi is Kumaré een spiegel waarin hij hen naar zichzelf laat kijken, zegt hij in de voice-over waarmee hij de film stuurt. Gaandeweg begint hij alleen zelf ook in de lessen van zijn personage te geloven en wordt het idee dat hij z’n bedrog moet onthullen steeds ongemakkelijker. De meester wijst zijn leerlingen daarom op elkaar, op hoe sterk ze samen zijn. ‘Want na morgen ben ik er niet meer.’ Intussen blijft hij het moment van De Onthulling voor zich uitschuiven. Zit er werkelijk twijfel? Of is die ook goed voor de film? Het uitstellen van de climax, die al in de openingsscène is aangekondigd, houdt de spanning er in elk geval in en is dus verduiveld effectief.

Uiteindelijk zal Gandhi hen onder ogen moeten komen. Niet meer als de alwetende goeroe, maar volledig als zichzelf: een gewone sterveling, net als zij. En een filmmaker, dat ook. Die weet wat een geslaagde vertelling nodig heeft: aansprekende personages, een spannende verhaallijn, enkele komische scènes en liefst ook een happy end. En dat laatste is bepaald niet vanzelfsprekend wanneer je mensen als een soort opperwezen, en voor een draaiende camera, in het ootje hebt genomen. Hoe ontvangen zij de boodschapper, als hij zijn haren en baard heeft gekortwiekt, dat gewaad heeft uitgedaan en zelfs zijn staf heeft weggelegd? En staan zij dan nog open voor wat hij heeft te zeggen?

Carmen Meets Borat

‘Ik ben Borat’, zegt het gelijknamige typetje van de Britse komiek Sacha Baron Cohen tot grote hilariteit van de verzamelde dorpsbewoners in het gemeenschapshuis van het Roemeense zigeunerdorp Glod. Ze kijken welwillend toe hoe hij op het krakkemikkige televisietje door hun eigen dorp loopt: ‘Dit is mijn land Kazachstan.’ De opmerking leidt tot commotie in het zaaltje. ‘Kazachstan? Dat is geen Kazachstan. Eikels!’

‘Kijk, Oana is op tv!’ constateren ze niettemin gierend, als Borat ‘Orkin, de dorpsverkrachter’ heeft voorgesteld. Niet veel later introduceert hij ene Muktar Sahanov ‘de dorpsmecanicien en -aborteur’. Langzaam maar zeker begint het de dorpsbewoners te dagen: die Amerikaanse filmcrew heeft hen voor de gek gehouden. Ze kwamen helemaal geen documentaire opnemen. ‘Borat heeft ons helemaal verkeerd gefilmd! Hij zet het hele dorp voor lul.’

Roemeense cameraploegen die vervolgens verhaal komen halen in Glod krijgen de wind van voren. Ook de Nederlandse filmmaakster Mercedes Stalenhoef en haar crew, die al een hele tijd filmen in het dorp, kunnen op weerwerk rekenen. Uiteindelijk wil ‘aborteur’ Spiri het nog wel één keer uitleggen: ‘Ze stonden daar te filmen en vroegen of ik vonken wou maken’, zegt hij, terwijl hij met een laskap op staat te lassen en verdwijnt in zijn eigen rookwolk. ‘Ze zeggen dat ik gynaecoloog ben en dat ik abortussen doe.’

Het bezoek van Borat – en de dolkomische afwikkeling daarvan – heeft ook Stalenhoef overvallen. Zij was wel degelijk een documentaire aan het maken over het desolate leven van de Roemeense zigeuners, waar de drank nogal eens in de man en de wijsheid dus in de kan is. In dat kader volgde ze Spiri’s zeventienjarige kleindochter Ionela – zelf geeft ze de voorkeur aan de naam Carmen – die Glod nog liever vandaag dan morgen zou verlaten. Zij droomt van een bestaan in het Spanje, dat ze kent van soapseries.

Wat waarschijnlijk een stemmig portret van een ongedurige tiener in een stuk achtergesteld Europa had moeten worden, is in 2008 uitgemond in Carmen Meets Borat (60 min.), een heerlijke tragikomische film waarin niet alleen de bespotte ‘Glodiatoren’ een slaatje proberen te slaan uit het bezoek van Borat. Intussen zit Carmen nog altijd vast in dat godvergeten dorp, waar ze allang een echtgenoot in spe had moeten strikken.

Carmen Meets Borat is hier te bekijken.