Poorten Van Europa

VPRO / Scenery

Grensmanagement én mensenrechten. Als de Nederlander Hans Leijtens in 2023 wordt benoemd tot uitvoerend directeur van het Europese grens- en kustwachtagentschap Frontex moet hij beide uitersten zien te verenigen: het samen met de kustwacht en grenspolitie van de individuele lidstaten bewaken van de Europese grenzen, zonder daarmee de mensenrechten te schenden van de migranten die het continent proberen te bereiken.

Het lijkt een onmogelijke balanceeract, die Frontex ook op veel kritiek is komen te staan, met name dat de organisatie ‘pushbacks’, het terugduwen van asielzoekers en migranten over de grens, heeft uitgevoerd of oogluikend heeft toegestaan. Aan Leijtens de taak om schoon schip te maken. Hij kiest daarbij onder andere voor ‘radicale transparantie’ en geeft Tomas Kaan, Els van Driel en Eefje Blankevoort voor deze vierdelige documentaireserie ogenschijnlijk ruimhartig toegang tot zijn organisatie.

Daarmee wordt deze ambitieuze productie een logisch vervolg op Shadow Game (2021), de documentaire over minderjarige vluchtelingen die door Europa zwerven op zoek naar een nieuw thuis, waarmee Van Driel en Blankevoort diverse (inter)nationale prijzen wonnen en die ook meerdere spin-offs opleverde. Poorten Van Europa (186 min.) verbindt de dagelijkse praktijk aan de grens, in safehouses, op zee en aan de kust met de werkelijkheid van het Frontex-hoofdkantoor in Warschau en het Europees Parlement.

De ervaringen van de vrijwilligers van Grupa Granica, die mensen helpen die door Poolse grenswachters dreigen te worden teruggeduwd naar Wit-Rusland, en de Noor Tommy Olsen, die met Aegean Boat Report rapporteert over incidenten op de Middellandse Zee tussen Turkije en Griekenland, staan regelmatig haaks op de boodschap die Leijtens en de betrokken Frontex-woordvoerders Reza Ahmari en Chris Borowski uitdragen. Zij worden soms met de nek aangekeken omdat ze voor de Europese grenswacht werken.

Bij de opleiding van nieuwe medewerkers vestigt Leijtens nadrukkelijk de aandacht op ethisch gedrag. Een fout mag, stelt hij. Maar wie doelbewust over de grens gaat, ligt eruit. ‘For sure.’ Tegelijk houdt de kritiek op zijn organisatie aan. Durft Leijtens wel een vuist te maken naar landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten? vraagt Europarlementariër Tineke Strik (PRO) zich bijvoorbeeld af. Maakt hij zich zo niet medeplichtig aan de ogenschijnlijke straffeloosheid aan de Europese grenzen?

Incidenten genoeg. Van burgergrenscontroles in Nederland tot de intimiderende Libische kustwacht. Deze miniserie poogt het totale speelveld waarbinnen Frontex opereert – en op de huid wordt gezeten door kritische volgers zoals journalist Romy van Baarsen en de belangenorganisatie Refugees In Libya – in kaart te brengen. Zolang ze afhankelijk blijven van individuele landen, lijken Kaan, Van Driel en Blankevoort te betogen, is het de vraag of de Europese grenswacht niet een verloren wedstrijd speelt.

Deep Water: The Golden Globe Race

The Weinstein Company

Aan het begin van 1968 is het nog niet meer dan een stoutmoedig plan: een zeilrace rond de hele wereld. Vanuit Zuid-Engeland via Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika langs Australië en Nieuw-Zeeland, richting Kaap Hoorn te Chili en van daaruit weer, ten oosten van Zuid-Amerika, naar huis. Geen mens heeft dit al eens gedaan. Kan de boot ’t wel aan? En is een mens überhaupt in staat om zeker tien maanden helemaal alleen te zijn?

Bij echte durfals hebben zulke elementaire vragen geen enkele afschrikwekkende werking. Don Crowhurst, een 36-jarige Britse ingenieur met vier jonge kinderen, wil de uitdaging bijvoorbeeld graag aangaan. Hij weet een sponsor, de zakenman Stanley Best, te strikken en zet zijn eigen huis in als onderpand. Als hij voor de start van de Sunday Times Round The World Race alsnog afhaakt, dan is het gezin Crowhurst dus alles kwijt.

De voortekenen zijn vanaf het begin slecht: zijn boot vertoont nogal wat mankementen. De feestelijk bedoelde champagnefles om die te dopen bij de tewaterlating wil maar niet kapot. En Crowhurst is eigenlijk ook helemaal niet zo’n ervaren zeiler. Op de allerlaatste startdag, eind oktober 1968, zet hij alsnog koers richting Kaap de Goede Hoop. Daarmee kan ook de documentaire Deep Water: The Golden Globe Race (93 min.) definitief van start.

Deze film van Louise Osmond en Jerry Rothwell uit 2006 reconstrueert met Donald Crowhursts vrouw, zoon en beste vriend, concurrent Robin Knox-Johnston en enkele journalisten die destijds verslag deden hoe de race daarna verloopt. Na een typische ‘slow start’ begint Crowhursts boot recordsnelheden te ontwikkelen. Hij wordt ineens beschouwd als een potentiële winnaar van de 5000 pond die beschikbaar zijn gesteld voor de snelste boot.

In werkelijkheid ligt de situatie totaal anders. De Brit wordt aan boord vergezeld door een 16 mm-camera en taperecorder. Als die draaien speelt Don Crowhurst vol overtuiging de vaardige lange afstandszeiler. Uit zijn persoonlijke logboek, voor deze film ingelezen door de acteur Simon Russell-Beale, komt echter een heel ander beeld: van een man in nood, die geen reddingsboei meer ziet. Aan het eind wacht de dood of een totaal bankroet.

Tijdens de race haken een aantal van de negen deelnemers snel af. Uiteindelijk zijn er nog maar een handvol over voor de prijzen: de Britse zeilers Nigel Tetley en Robin Knox-Johnston, de Fransman Bernard Moitessier (die een zeildagboek bijhoudt, waaruit Osmond en Rothwell ook regelmatig putten) én Don Crowhurst. Zelf weet hij wel beter. De desperate zeiler beseft dat hij zich in te Deep Water heeft begeven. Er is geen weg meer terug.

Deze meermaals bekroonde documentaire, waarin de Britse actrice Tilda Swinton als verteller fungeert, maakt de tocht die hij is aangegaan, zowel fysiek als mentaal, invoelbaar. Wat begint als een onbezonnen onderneming groeit door een leugentje om bestwil uit tot een menselijk drama. Niet alleen voor de eenzame zeiler Donald Crowhurst.

Wattstax

Stax Films

‘Ik ben iemand’, laat Jesse Jackson zijn gehoor scanderen, nadat hij alle aanwezigen heeft gevraagd om een gebalde vuist in de lucht te steken. ‘Ik mag dan arm zijn, maar ik ben iemand. Ik mag dan een uitkering hebben, maar ik ben iemand. Ik mag dan ongeschoold zijn, maar ik ben iemand. Ik ben zwart, mooi en trots en moet gerespecteerd worden.’

De vlammende voordracht van het gedicht I Am Somebody door de Amerikaanse burgerrechtenleider illustreert dat Wattstax (99 min.), het benefietconcert dat op 20 augustus 1972 plaatsvindt in het Los Angeles Memorial Coliseum, meer is dan zomaar een popfestival. Zeven jaar na de rellen in de zwarte wijk Watts in 1965 wordt het festival een ongegeneerde viering van de Afro-Amerikaanse cultuur, waarbij ook voortdurend oog is voor de emancipatiestrijd van de gemeenschap en de tol die deze inmiddels op alle mogelijke manier heeft geëist.

In dat opzicht doet deze film denken aan een andere documentaire over een festival dat met het predicaat Black Woodstock is opgezadeld: Summer Of Soul (2021), Questlove’s film over het Harlem Cultural Festival in 1969 die een kleine halve eeuw later een Oscar zal winnen. Regisseur Mel Stuart alterneert tussen performances van artiesten uit de stal van het vermaarde soullabel Stax Records uit Memphis, waaraan al de documentaires Respect Yourself: The Stax Records Story en Stax: Soulsville U.S.A. werden gewijd, en gesprekken met gewone Afro-Amerikanen uit Watts over hun/het leven. 

Tussen alle onbekende Amerikanen die hun hart luchten of gewoon lekker babbelen, waarbij het de vraag is of die gesprekjes geënsceneerd zijn, is ook Ted Lange. De acteur zal later furore maken als barman Isaac in de suikerzoete tv-serie Love Boat. Hij vertelt bijvoorbeeld over zijn broer die een lichtere huid heeft. ‘Hij zei tegen me dat ik een nikker was’, vertelt Ted. ‘Ik wist helemaal niet wat dat was.’ Toen ging Lange’s broer naar hun moeder en zei dat hij een witte jongen was en Ted een zwarte nikker. ‘Waarop mijn moeder zei: dan kan ik niet je moeder zijn. Want al mijn kinderen zijn nikkers.’

De comedian Richard Pryor houdt Wattstax bij elkaar met een verzameling scherpe en grappige monologen. Het hart van de film wordt evenwel gevormd door zinderende performances van Stax-acts als Kim Weston, The Staple Singers, Carla Thomas, Albert King, The Bar-Kays, Luther Ingram en Rufus Thomas, die er een ongekend swingfestijn van maakt met zijn Do The Funky Chicken. Het slotakkoord is voor de übercoole Isaac Hayes, nadrukkelijk gepromoot als ‘Black Moses’, die lekker de blits kan maken met zijn titelsong voor de blaxploitation-hitfilm Shaft.

Gezamenlijk zetten deze soul brothers en -sisters ‘The Black Experience’ van begin jaren zeventig nog eens goed in de verf. In een film waarin naar hedendaagse maatstaven misschien tamelijk weinig (verhaal)lijn is te ontdekken, maar die wel een geweldig tijdsbeeld schetst.