Inside The Uffizi

Magnet Film / vrijdag 25 september, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

De Galleria degli Uffizi is ‘een oneindige Ark van Noach’, stelt Claudio di Benedetto, de filosofisch ingestelde bibliothecaris van het museum in Florence. De imposante kunstcollectie van de ooit zo machtige De’ Medici-familie, die grofweg van de veertiende tot en met de achttiende eeuw alomtegenwoordig was in het huidige Italië, wordt in het hier en nu beschikbaar gemaakt voor een groot publiek. Belangrijker nog, vindt Di Benedetto, is dat de klassieke kunstwerken van onder anderen Leonardo Da Vinci, Michelangelo en Caravaggio ook worden gepreserveerd voor de toekomst.

Voor deze verzorgde documentaire gaan Corinna Belz en Enrique Sánchez Lansch letterlijk Inside The Uffizi (96 min.). Hun camera schrijdt door het museum en geeft onze ogen goed de kost, begeleid door ijle klassieke muziek. Kijken, écht kijken, is het parool. Dat is tegenwoordig geen overbodige luxe, stelt huismeester Fabio Sostegni. Sommige bezoekers zijn zo druk met fotograferen dat ze vergeten om echt te kijken. Je hebt eigenlijk zeker vier dagen nodig om alles goed in je op te nemen, vindt hij. ‘Luister, zelfs iemand zoals ik, die hier praktisch woont, ontdekt na al die jaren nog nieuwe details en vraagt zich af waarom die schilders hebben gedaan wat ze hebben gedaan.’

In dat kijken zit ook de voornaamste kracht van deze film, die geen dwingende verhaallijn heeft. Kijken. Naar Uffizi’s Duitse directeur Eike Schmidt die, afwisselend in vloeiend Italiaans, Engels en Duits, alles in goede banen probeert te leiden – ook als er verschil van mening ontstaat met de Britse kunstenaar Antony Gormley over de plaatsing van één van diens sculpturen. Naar de begeesterde rondleidster die een groep kinderen op de grond laat liggen, zodat ze de plafondschilderingen extra goed kunnen zien. En naar de precieze herstelwerkzaamheden aan een schilderij dat in 1993 ernstig beschadigd is geraakt bij een autobom. Tijdens de restauratie wordt ’t als het ware herboren.

Uit al die los-vast met elkaar verbonden verhaalelementen spreekt een diepe eerbied voor de kunst en de makers daarvan. En dat komt allemaal samen in de krop in de keel van die ene suppoost, die vertelt hoe dankbaar ie is dat hij dagelijks in contact staat met zulke bijzondere kunstwerken. ‘En dat dit mag in zo’n belangrijk museum als het Uffizi maakt het extra speciaal.’

Jimmy & The Demons

Magnet Film / VPRO

Op een gegeven moment begint Jimmy Grashow zelf een beetje te lijken op de Christusfiguur, met een heuse kathedraal op zijn rug, waaraan hij nu al drie jaar vol overgave werkt. De Amerikaanse kunstenaar, illustrator en beeldhouwer mag de tachtig dan al zijn gepasseerd, maar hij legt nog steeds ziel en zaligheid in zijn werk. En net als zijn uit hout gesneden Christus wordt hij daarbij omringd door zijn eigen duivels en demonen. In zekere zin is een kunstwerk nu eenmaal een zelfportret.

In de liefdevolle documentaire Jimmy & The Demons (94 min.) volgt Cindy Meehl de ontwapenende kunstenaar en zijn vrouw Guzzy, met wie hij al ruim een halve eeuw getrouwd is, tijdens het werken aan het groots opgezette houtsnijkunstwerk dat hij zelf beschouwt als zijn ‘grande finale’. Grashow is een warme en begeesterde man, met wie het gemakkelijk meeleven is – ook omdat hij op geen enkele manier blasé lijkt. Hij gáát ervoor, met alles wat ie heeft, en pleegt zo meteen roofbouw op zichzelf.

Zijn echtgenote ziet het soms met lede ogen aan. Op ‘Guzzy’s worry ladder’ geeft ze haar voornaamste zorgen van dat moment een plek. ‘Health’ staat nu op één, met ‘Jimmy’ daar net achter. Via het onafscheidelijke duo dringt Meehl door tot het wezen van het kunstenaarschap – zonder dat haar film al te serieus of zwaar wordt. Want voor Jimmy mag zijn werk dan een toevluchtsoord zijn, in een wereld vol chaos en ellende, hij houdt oog voor zijn omgeving en blijft dankbaar voor al wat die hem te bieden heeft.

Terwijl de voltooiing van zijn werk in zicht komt en Grashow nog te maken krijgt met de verplichte crisis die elke grote prestatie lijkt te vergezellen, vertelt deze fijne film ook het verhaal van zijn leven en werk. Hoe een onzeker Joods jongetje ontdekt dat hij een talent heeft en daarmee begint te ‘spelen’, een gevoel dat hij zijn leven lang vast weet te houden. Daarmee kan Jimmy ook zijn altijd weer opspelende angst voor de dood, de realisatie dat wij allen maar al te sterfelijk zijn, hanteerbaar houden.

Zo stevent hij ook zelf af op de grande finale. Dankbaar voor het leven dat hij heeft geleid, als kunstenaar en als familieman. En overmand door melancholie dat het einde nu echt in zicht is. Deze film toont hem als een man om van te houden, met ook werk waarvan het hart moeiteloos open bloeit.

Jean-Paul Goude: Breaking The Frame

AVROTROS

De man en zijn kunst zijn niet veranderd, betoogt de centrale verteller bij de start van Jean-Paul Goude: Breaking The Frame (52 min.). Maar de wereld wel.

Het werk van de Franse illustrator, regisseur, fotograaf, beeldhouwer, modeontwerper, reclamemaker en designer, zo lijkt de implicatie, moet dus vooral in z’n context worden gezien. In Goudes werk is een permanente fascinatie voor het menselijk lichaam, liefst van kleur, terug te zien. En bij zijn pogingen om barricaden tussen verschillende culturen te halen heeft hij zich regelmatig – andere tijd! – verlaten op exotische stereotypen. Daarmee is hij ook opgegroeid. Sla er Kuifje in Afrika bijvoorbeeld maar eens op na. Is een koloniale blik, ondanks al zijn goede bedoelingen, dan niet logisch?

In de jaren zeventig verwerft Jean-Paul Goude, laat Michel Guerrin zien in dit gedegen portret, de bijnaam ‘The French Correction’: met alle mogelijke middelen probeert hij – in het pre-Photoshop tijdperk, als ook plastische chirurgie nog niet wijdverbreid is – met slimme trucs en aanpassingen het uiterlijk van zijn modellen te verbeteren. Deze missie vervolmaakt hij met de supermodellen Radiah Frye, Farida Khelfa en Grace Jones (voor wie hij bijvoorbeeld haar kenmerkende kubistische kapsel bedacht). Goude maakt talloze iconische beelden van/met deze kleurrijke vrouwen.

Met hedendaagse ogen bekeken kunnen sommige Goude-creaties, constateren nieuwe generaties vrouwen, ook in deze film, helemaal niet door de beugel. Dit verrast Farida Khelfa. Zij heeft zich als model altijd laten voorstaan op haar Arabische roots. ‘Ik ben verbaasd dat mensen het niet gewoon als kunst kunnen zien.’ Jean-Paul Goude vindt de ophef rond sommige beelden die hij heeft gecreëerd zelfs ‘pure hypocrisie’. Bits: ‘Ze zien tegenwoordig overal racisme in.’ Tegelijkertijd zou hij sommige beelden, van een vrijwel naakte Grace Jones in een kooi bijvoorbeeld, liever niet hebben gemaakt.

Goude heeft nooit een statement willen maken, stelt hij met de wijsheid van nu. Hij is vooral op zoek geweest naar schoonheid.

Notre-Dame: Resurrection

AVROTROS

De restauratie is een kunstwerk op zich. Nadat een verwoestende brand op 15 april 2019 heeft huisgehouden in de Notre Dame, spreekt de Franse president Emmanuel Macron een ferme ambitie uit: de beeldbepalende Parijse kathedraal moet binnen vijf jaar in oude luister worden hersteld – en liefst nog meer stralen dan ooit. In het najaar van 2024 kan het resultaat van die grootscheepse operatie voor het eerst worden aanschouwd.

Een multidisciplinair team onder leiding van hoofdarchitect Philippe Villeneuve, bestaande uit meer dan tweeduizend deskundigen, restaurateurs en ambachtslieden, is na de uitslaande brand begonnen aan een ontzagwekkende klus in de rooms-katholieke kathedraal. Zij moeten zeer weloverwogen te werk gaan. Anders is er het gevaar dat een deel van de Notre Dame alsnog ineenstort. Het houten geraamte van de kathedraal stamt uit de dertiende eeuw en is sindsdien nooit meer gerestaureerd.

In de documentaire Notre Dame: Resurrection (52 min.) blikken de metselaars, schilders, timmerlui, beeldhouwers en dakdekkers terug op hoe ze te werk zijn gegaan. Uitgangspunt daarbij is om alles in originele staat te brengen. Als het schip en het koor moeten worden hersteld, wordt het eikenhout bijvoorbeeld gevierkant met een ouderwetse bijl. Dat vereist tijdloze vakkennis van de timmerlieden. Dit is nooit eerder zo gedaan bij de restauratie van een historisch monument, stelt Villeneuve trots.

Regisseur Xavier Lefebvre heeft de imposante operatie, met behulp van bijvoorbeeld droneshots en time lapse-beelden, fraai vereeuwigd in deze aardige reconstructie van de ambitieuze operatie, die een soort eerbetoon wordt aan de menselijke vindingrijkheid, z’n historische besef én diens vermogen tot samenwerken. De restauratie van de Notre Dame, een monument waarvan blijkbaar iedereen in Frankrijk de waarde inziet, toont waartoe mensen in staat zijn als ze de handen ineen slaan.

Dan wordt de som daadwerkelijk meer dan de delen. Dat heeft overigens ook zo zijn grenzen. ‘Onze grootste vrees is dat de architecten hebben gedacht dat dit een normale deadline was’, vertelt één van de restaurateurs van de glas in lood-ramen bijvoorbeeld glimlachend. ‘Want we zouden dit nooit meer moeten doen. Het is ons gelukt om alles op tijd en goed te doen, maar dat was eenmalig.’

Nelson Carrilho: Ik Ben Een Zwarte Beeldhouwer

Talent United

Hij legt de nadruk op elk afzonderlijk woord in de zin: Ik. Ben. Een. Zwarte. Beeldhouwer. Alsof hij ook zichzelf daarvan soms nog moet overtuigen. Dat is niet zo vreemd. Nelson Carrilho werd grootgebracht op Curaçao. Daar mocht hij als zwarte jongen geen Papiamento spreken. De connectie met zijn oorsprong in Afrika moest hij echt zelf gaan zoeken. En dat had vanzelfsprekend z’n weerslag op zijn kunst. Daarin is hij op zoek naar nieuwe beelden om te gedenken. Voorbij de gebruikelijke beelden van geketende slaven of een geheven zwarte vuist.

Monumenten die de zwarte gemeenschap van het slachtofferschap kunnen bevrijden, zoals hij het zelf formuleert. Toen Nelson Carrilho werd gevraagd om een monument te maken voor Kerwin Duinmeijer, die in 1983 vanwege zijn donkere huidskleur werd doodgestoken, fabriceerde hij bijvoorbeeld niet het gevraagde portret van het slachtoffer. In plaats daarvan maakte Carrilho Ma Baranka, een moederbeeld dat nog altijd de kracht van zwarte vrouwen representeert in het Amsterdamse Vondelpark.

In de documentaire die buurman en vriend Robin van Erven Dorens over de kunstenaar maakte speelt ook Carrilho’s familiegeschiedenis een belangrijke rol. Hij verhaalt bijvoorbeeld over zijn overgrootmoeder, die als koelie van India naar Suriname is gehaald en vervolgens werd geronseld voor de wereldtentoonstelling van 1883 in Amsterdam, waar ze als onderdeel van een ‘human zoo’ geacht werd om haar eigen leven na te spelen. Het is een beeld dat ook in de 21e eeuw nog pijn doet: van exoten die als een soort kermisattractie worden tentoongesteld.

Nelson Carrilho: Ik Ben Een Zwarte Beeldhouwer (51 min.) portretteert de kunstenaar in zijn atelier in de Jordaan, volgt hem naar de olieraffinaderij van Shell nabij zijn geboortegrond en gaat met hem naar een Italiaans kustplaatsje, waar in 1972 de zogenaamde Bronzen van Riace, beelden van Griekse strijders die dateren van 450 jaar voor Christus, werden aangetroffen in zee. Carillho wil daar nu een monument maken voor vluchtelingen die er vanuit Afrika, het continent waar ook zijn eigen wortels liggen, aanmeren voor een verblijf in het veilige Europa.

Van Erven Dorens raakt intussen allerlei interessante kwesties aan, maar pakt eigenlijk nergens door en brengt ook niet altijd samenhang aan. Hoewel Nelson Carrilho een interessant personage is, dit portret enkele hele fraaie scènes bevat en ook de sprankelende Afrikaanse soundtrack tot de verbeelding spreekt, heeft deze film daardoor soms toch moeite om de aandacht vast te houden.