Nuestra Tierra

Imagine

De aanleiding is de gewelddadige dood van Javier Chocobar. In oktober 2009 wordt de vertegenwoordiger van de Chuschagasta-gemeenschap in de Argentijnse provincie Tucumán doodgeschoten tijdens een dispuut over het land waarop zijn volk sinds jaar en dag leeft. Van wie is Nuestra Tierra (Engelse titel: Our Land, 123 min.)?

De fatale kogel wordt afgevuurd door de lokale landeigenaar Darío Amín en twee voormalige politieagenten die hem terzijde staan. Met een eigendomsbewijs en wapen in de hand proberen zij de inheemse leider Chocobar en zijn medestanders van dat land te verdrijven. Het tragische tafereel is op video vastgelegd en dient als uitgangspunt voor een politiereconstructie, waarbij de direct betrokkenen hun lezing van de feiten geven.

Deze beelden – de rauwe registratie van Chocobars dood en het gesoebat over wat er precies heeft plaatsgevonden – vormen het startpunt van deze film, waaraan Lucrecia Martel veertien jaar werkte. Want het proces tegen Amín en zijn getrouwen heeft, ondanks eindeloze protesten, liefst negen jaar op zich laten wachten. De ambtelijke molens draaien ook in Argentinië extra langzaam als het om inheemse inwoners gaat.

Die rechtszaak fungeert als geraamte voor een film die het betwiste land als een eigen entiteit behandelt, vervat in epische totaal- en droneshots en begeleid door een bespiegelende voice-over, en die diep in Argentinië’s koloniale erfenis duikt. Volkeren zoals de Chuschagasta’s krijgen niets voor niets in de strijd om hun voortbestaan. Keer op keer trekken ze aan het kortste eind of worden ze gewoon regelrecht bedonderd.

‘Als de tegenpartij wil praten, is dat niet goed voor de gemeenschap’, zegt Demetrio Balderrama, door schade en schande wijs geworden, over hoe ze stelselmatig, ook door de kerk, worden behandeld als tweederangs burgers. ‘Communicatie is natuurlijk belangrijk, maar werkt nooit in ons voordeel. Want als wij instemmen met een gesprek, betekent dit in de praktijk altijd dat we iets verliezen.’ Land, om precies te zijn. Hún land.

Met foto’s en de bijbehorende verhalen brengt Nuestra Tierra tevens de natuurlijke bewoners van dat oogstrelende land en hun geschiedenis in kaart. Zo dringt Martel diep door in een gemeenschap die heeft geleerd wat het betekent om te verliezen. En dat geeft te denken als het vonnis in de rechtszaak rond de dood van Javier Chocobar, het vanzelfsprekende eindstation van deze schrijnende film, eindelijk in zicht  komt.

Name Me Lawand

BFI

In Koerdistan in Noord-Irak stellen zijn ouders jarenlang alles in het werk om hem te laten praten. Ze willen niet dat Lawand anders is dan andere kinderen. Bij zijn leeftijdgenoten vindt hij echter nooit aansluiting. Omdat hij niet kan horen, valt het jongetje er helemaal buiten. Lawand Hamad Amin wordt gepest. Tot verdriet van zijn vader en moeder leeft hij een geïsoleerd bestaan. Al te veel zelfvertrouwen heeft ie natuurlijk niet: Lawand denkt in die tijd zelf dat hij ‘Bad’ heet.

Als hij vijf is, besluiten zijn ouders om Irak te verlaten, op zoek naar een beter leven voor hun kind. Na een maandenlange reis, waarbij hun leven regelmatig aan een zijden draadje hangt, stuiten ze in een vluchtelingenkamp te Frankrijk op een dove vrijwilliger die het Koerdische jochie in contact brengt met gebarentaal. Hij effent ook het pad voor hem naar The Royal School for the Deaf Derby. In 2016 komt Lawand, met zijn ouders en oudere broer Rawa, terecht in Groot-Brittannië.

Daar hoort de Britse documentairemaker Edward Lovelace, die in 2014 met The Possibilities Are Endless al een immersieve film maakte over het herstelproces van zanger Edwyn Collins na een beroerte, over het Koerdische kind dat samen met zijn familie, met wie hij eigenlijk nauwelijks kan communiceren, naar Engeland is gekomen. Lovelace leert zelf gebarentaal, stelt een deels dove crew samen en begint de zevenjarige jongen en zijn familie te volgen en spreken.

Name Me Lawand (90 min.) is de zinnenprikkelende weerslag van een zeer delicaat proces: stukje bij beetje ontdekt Lawand dat er meer mensen zijn zoals hij en dat doofheid op zich niet iets is om je voor te schamen. Tegelijkertijd moet hij dealen met zijn verleden, vervat in plotseling vanuit zijn onderbewuste de kop opstekende flashbacks. ‘Ik dacht dat er in de hele wereld niemand was zoals ik’, vertelt de jongen daar later over. ‘Ik raakte eraan gewend dat ik alleen was.’

Zijn docente, ‘gespeeld’ overigens door de bekende dove actrice Sophie Stone, probeert hem uit zijn schulp te krijgen. Taal, weet zij als geen ander, betekent vrijheid. Zij groeide zelf op met een sprekende ouder en kent de eenzaamheid, het isolement. Terwijl Lawand stilaan zijn reserves laat varen, tot bloei komt op school én vriendjes krijgt, hangt er nog een zwaard van Damocles boven het hoofd van de Koerdische familie. Want het is bepaald niet zeker dat ze een verblijfsvergunning krijgen.

Edward Lovelace verwerkt de interactie van de dove jongen met zijn inspirerende docent, klasgenoten en directe verwanten in gestileerde beelden, waaronder veel fraaie droneshots, en besteedt vanzelfsprekend ook veel aandacht aan het geluid. Soms is het gewoon helemaal stil in de film, terwijl er, in British Sign Language (BSL), toch druk wordt gecommuniceerd. En de geluiden die hij wél laat horen klinken vaak gedempt. Zo geeft hij de kijker toegang tot het hoofd van Lawand.

Rawa en Lawands ouders voorzien de gebeurtenissen intussen, buiten beeld, van context. Communicatie tussen de dove jongen en de rest van het gezin blijft intussen lastig: de anderen zijn de taal waarin Lawand zichzelf heeft gevonden nog altijd niet machtig. Met gebarentaal wint hij een wereld, maar dreigt hij ook zijn familie achter zich te moeten laten.

Flee

De reis begon in Kaboel en zou eindigen in Kopenhagen. Tussendoor zag Amin – als dat zijn echte naam is, tenminste – allerlei uithoeken van de wereld. Het begon allemaal met de verdwijning van zijn vader, die eind jaren tachtig werd opgepakt door de Moedjahedien. De tijd van vliegeren, popmuziek luisteren en volleyballen met zijn broer was toen voorbij voor de Afghaanse jongen. Samen met zijn moeder, broers en zussen sloeg hij op de vlucht. Tijdens zijn tocht zou Amin worden geconfronteerd met mensensmokkelaars, corrupte Russische politieagenten en filmende passagiers van een cruiseschip.

Flee (90 min.) is zijn persoonlijke vluchtverhaal en meteen een universele vertelling over vluchten in het algemeen. Amin – althans een fraaie geanimeerde versie van hem – vertrouwt zijn persoonlijke verhaal toe aan Jonas Poher Rasmussen. Met horten en stoten. In meerdere etappes. Soms gewoon zittend. Andere keren ook liggend, met gesloten ogen in het verleden verdwijnend. De twee zijn vertrouwd met elkaar: ze leerden elkaar in Denemarken op school kennen en zijn inmiddels al 25 jaar bevriend.

Gedurende die periode begon bij Rasmussen het idee te groeien om Amins levensverhaal te verfilmen. Daarvoor moest hij het alleen wel willen én kunnen vertellen. Dat bleek al moeilijk genoeg. Van meet af aan was ook duidelijk dat zijn Afghaanse vriend dit niet in beeld wilde doen. Hij wil anoniem blijven. Deze documentaire moest dus voor een groot deel uit geanimeerde scènes bestaan, aangevuld met archiefmateriaal uit de landen waar Amin onderweg tijdelijk onderdak had gevonden.

Daarbij is dan het originele audio te horen van de gesprekken tussen de filmmaker en zijn subject. Ook over diens homoseksualiteit. In Afghanistan bestaat dat niet. Ze hebben er niet eens een woord voor. Amin wel. Beter: een naam. Jean-Claude Van Damme. De stoere actieheld maakte heftige gevoelens los bij het jongetje, dat tevens een poster van Chuck Norris aan de muur had hangen. Hij kon toen nog niet weten wat diezelfde gevoelens in de wereld om hem heen te weeg zouden brengen.

Inmiddels is Amin een geslaagd man – een gearriveerde academicus, meer laat hij daar niet over los – en heeft hij bovendien al enige tijd een vaste relatie. Dat hedendaagse leven, en de strubbelingen die de Afghaan daarbij ondervindt, verweeft Rasmussen ingenieus met diens vluchtverhaal. Zoals ook de fraaie animaties soepel samenvloeien met ‘echte’ beelden van een vredig Kaboel, het grimmige Rusland dat na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ontstond en een desolate vluchtelingengevangenis in Estland.

Tezamen vormen al die elementen een aangrijpend vluchtelingenverhaal, dat uiteindelijk overigens wezenlijk afwijkt van wat Amin bij binnenkomst in Denemarken aan douanebeambten heeft verteld. Ook daar zit de schaamte – en wellicht ook nog de angst. Die geven deze razendknappe film, al op diverse plekken in de prijzen gevallen, alleen nog maar méér lading.

General Idi Amin Dada: A Self Portrait


Donald Trump heeft er inmiddels een goed gebruik van gemaakt om z’n kabinetsleden op te dragen om hem in het openbaar op te vrijen (waarbij vicepresident Mike Pence zich intussen heeft laten kennen als de ultieme ‘right hand man’). Zou Trump dat hebben afgekeken van een andere megalomane leider, die in de jaren zeventig voortdurend opzichtig naar liefde en aandacht hunkerde? Enter Idi Amin.

De Oegandese dictator gebruikt de camera van regisseur Barbet Schroeder in de documentaire General Idi Amin Dada: A Self-Portrait (90 min.) uit 1974 welbewust om zijn eigen positie te bestendigen. In een legendarische scène veegt hij bijvoorbeeld zijn ministers de mantel uit en laat hen de meest banale bevelen (‘you must teach the people to love their leader’) opschrijven als ware het diepere levenswijsheden.

Niet veel later wordt een van hen aangetroffen in de Nijl. Zover had het overigens niet hoeven te komen. Voor hetzelfde geld was hij ‘gewoon’ opgegeten door krokodillen, een veel beproefde methode van Amin om politieke tegenstanders – of gewoon lastige mensen, mensen die hem ooit tegenspraken of mensen die hem even vreemd aankeken – uit de weg te ruimen.

‘De Slachter van Afrika’ is ook niet vies van een provocerende uitspraak. Of hij werkelijk ooit heeft gezegd dat Hitler tijdens de oorlog te weinig Joden heeft gedood?, wil Barbet Schroeder weten. Idi Amin begint onbedaarlijk te lachen. ‘Waarom vraag je me naar Hitler? Hitlers probleem is dat hij nu verleden tijd is.’ Waarna hij doodgemoedereerd een U-bocht maakt naar een wazig betoog over toekomstige generaties van zijn land.

De voormalige Oegandese opperbaas maakt een opgeruimde, bijna jolige indruk in deze boeiende, maar voor hedendaagse ogen soms ook wat trage film. Altijd in voor een gebbetje. Met een warm woord voor de vele wilde dieren in Oeganda: olifanten, leeuwen, nijlpaarden en die ene logge, valse beer, genaamd Idi. En: moeiteloos luchtige deuntjes uit zijn mouw schuddend. Op zijn accordeon componeerde hij zelfs hoogstpersoonlijk de soundtrack voor dit bepaald niet altijd vleiende portret.

Als je niet beter zou weten – en de berg lijken, zo’n 300.000, die hij na zijn gedwongen retraite achterliet even probeert te vergeten – zou je hem bijna verslijten voor een Afrikaanse variant op de onomstreden leider van De Tegenpartij, waarbij alles altijd net iets rottiger uit zijn mond komt dan hij het eigenlijk bedoelt. Een gevoel dat je ook bij Trump kan bekruipen. Totdat je nog eens goed kijkt…