Veerkracht: Gevecht Tegen Corona

Videoland

‘Ik ben ervan overtuigd dat u dat Coronavirus hebt en dat uw longen daar heel veel last van hebben’, zegt intensivist Mark van der Kuil tegen Annie Claassen, een oudere patiënte met een zuurstofmasker die uitgeteld op een ziekenhuisbed ligt. De arts stelt voor om haar te verplaatsen naar de Intensive Care. De vrouw uit het Brabantse dorp Odiliapeel moet daarvoor afscheid nemen van haar familie.

Want voor de beademing die ze nodig heeft moet Annie onder narcose. En dat kan wel enkele weken duren. Haar man Willie, die naast zijn vrouw zit en haar hand vasthoudt, schiet ineens helemaal vol. ‘Kumt goed, meid’, zegt hij, niet alleen tegen haar. ‘Ik kan er niet over jokken’, benadrukt Van der Kuil nog maar eens de ernst van de situatie. ‘De kans dat u het niet redt, en dat u het niet overleeft, bestaat wel.’

Terwijl de arts de transfer van Annie Claassen naar de IC regelt, staat haar man verweesd op de gang. Ziet hij zijn vrouw ooit nog levend terug? In het Bernhoven Ziekenhuis in Uden, dat dit voorjaar plotseling in de frontlinie van de Coronacrisis belandde, zijn zulke pijnlijke vragen ineens aan de orde van de dag. Om nog maar te zwijgen over het onmogelijke dilemma dat zich daarna zou kunnen aandienen: wie helpen we wel en wie niet?

De driedelige documentaireserie Veerkracht: Gevecht Tegen Corona (108 min.) volgt van heel dichtbij hoe ziekenhuisdirecteur Geert van den Enden en z’n artsen en verpleegkundigen de zorg op een aanvaardbaar peil proberen te houden terwijl ze geconfronteerd worden met een soort oorlogssituatie. Even knuffelen is er echter niet bij, want ook voor deze zorghelden geldt de anderhalve meternorm.

Regisseur Marc Pos kadert de dramatische gebeurtenissen uit die eerste COVID-19 golf in met terugblik-interviews met enkele kernfiguren uit het ziekenhuis. Die gesprekken geven de ontwikkelingen weliswaar context, maar doorbreken ook een beetje de hectiek van het moment, als nog volstrekt onduidelijk is hoe die pandemie zich gaat ontwikkelen en of de ziekenhuiscapaciteit wel toereikend zal zijn.

En dan wordt dokter Van der Kuil zelf positief getest…

Lenox Hill

Netflix

’Kevin is 28. Hij werkt in een restaurant in Brooklyn’, stelt neurochirurg David Langer de patiënt voor aan zijn collega’s. De jongen heeft een tumor in zijn hoofd en kan elk moment geopereerd worden. ‘Zijn prognose is het best als we alles weghalen.’ Na tien seconden stilte gaat het team aan de slag.

Weinig omgevingen vormen een vruchtbaarder decor voor documentaires dan een ziekenhuis. In elke kamer liggen de verhalen voor het oprapen. Van mensen die ziek, gewond of zwanger zijn en nodig geholpen moeten worden. Door artsen en verpleegkundigen die onder voortdurende hoogspanning werk van levensbelang doen. Waarbij de ‘uitslag’ op voorhand vaak nauwelijks is te voorspellen. Intussen moeten ze bovendien oog zien te houden voor de mens: de patiënt, hun collega’s én zichzelf. In zulke hachelijke omstandigheden laten mensen zien, of ze dat nu willen of niet, uit welk hout ze zijn gesneden.

Enter Lenox Hill (400 min.), een hospitaal in de New Yorkse Upper East Side, waar de filmmakers Ruthie Shatz en Adi Barash op de afdelingen Neurochirurgie, Spoedeisende Hulp en Verloskunde ruim anderhalf jaar lang vier artsen volgen, ook in hun privéleven. Dat levert indringende verhalen op, zoals de steeds terugkerende behandeling van de 41-jarige politieagente Mitzie uit Tennessee. Zij heeft al tien jaar een zeer gecompliceerde tumor, waaraan geen chirurg zijn vingers meer durft te branden. David Langer, hoofd van de afdeling neurochirurgie in Lenox Hill, en zijn collega’s gaan toch proberen om het probleem te verhelpen, via een reeks ingenieuze en riskante operaties. Het wordt een aangrijpende tocht langs hoop en wanhoop, waarvan de eindbestemming bepaald niet vaststaat.

Te midden van de vaak dramatische ontwikkelingen rond hun patiënten krijgen de artsen zelf ook het nodige te verstouwen. Zo treden er bij de prille zwangerschap van verloskundearts Amanda Little-Richardson complicaties op en is het nog maar de vraag of bij Mirtha Macri, haar hoogzwangere collega van Spoedeisende Hulp, een keizersnede kan worden voorkomen. Een directe collega van David Langer en zijn vakbroeder John Boockvar wordt intussen gediagnosticeerd met hoofd- en nekkanker. Kunnen de twee gedreven neurochirurgen hem helpen of zelfs redden? En dan is er ook nog zoiets banaals als ziekenhuispolitiek: waar gaat het geld naartoe en – typisch Amerikaans – kan Lenox Hill de concurrentie met andere ziekenhuizen aan?

Shatz en Barash exploreren de persoonlijke drijfveren van de artsen, zitten hen voortdurend dicht op de huid en dringen zo diep door in de parallelle wereld van het ziekenhuis, waar alle dagelijkse beslommeringen wegvallen en het echt op leven en dood aankomt. Ze laten daarbij alles zien, waarbij ook de operatiekamer niet wordt geschuwd. Dit resulteert in zéér expliciete, bloedige en persoonlijke scènes – op het ongemakkelijke af. Hoewel sommige passages daardoor het best met afgewend gezicht kunnen worden bekeken, laat deze serie vooral zien hoe de artsen werkelijk alles in het werk stellen om hun patiënten optimaal bij te staan. Lenox Hill ontwikkelt zich zo tot een bijzonder indringend pleidooi voor menselijke gezondheidszorg, dat uiteindelijk diepe sporen achterlaat bij de kijker.

In 2023 verscheen een soort opvolger van Lenox Hill: Emergency NYC.

5B

Ryot

Het was duidelijk dat honderd procent van de ziektegevallen zou sterven, aldus één van de toenmalige artsen. Toch wilden lang niet alle doktoren en verpleegkundigen deze patiënten behandelen. ‘Ik raak hem met geen vinger aan’, zou een arts tegen een uitgemergelde jongeman hebben gezegd. Natuurlijk, sommige medewerkers van het San Francisco General Hospital waren gewoon bang, maar anderen vonden ook dat die mannen het er zelf naar hadden gemaakt. ‘Homokanker’ kreeg je immers niet zomaar.

En dus moest er begin jaren tachtig een speciale afdeling komen voor AIDS-patiënten. Met artsen en verplegers van 5B (95 min.), waar het gebruikelijke ‘cure’ al snel werd losgelaten ten faveure van ‘care’, blikken Dan Krauss en Paul Haggis terug op de AIDS-uitbraak in de Amerikaanse gaystad bij uitstek, San Francisco. Van professionele distantie kon in elk geen geval sprake zijn, zoveel was hen al snel duidelijk. Deze mannen gingen een wisse dood tegemoet. Hoe kon je hun lijden verlichten en hen op een menswaardige manier naar hun einde begeleiden?

De beelden daarvan zijn bijna veertig jaar later nog altijd hartverscheurend. Toch waren de meningen in de buitenwereld niet mals: homoseksualiteit was bepaald nog niet algemeen geaccepteerd, van het (vermeende) bijbehorende promiscue gedrag werd zelfs schande gesproken. Werd daar op die speciale afdeling soms de homoseksuele levensstijl gepropageerd? En in hoeverre liepen ‘gewone’ Amerikanen gevaar? Die laatste vraag werd nog eens extra pregnant toen één van de verpleegkundigen zich prikte aan een injectienaald en vervolgens HIV-positief bleek.

Krauss en Haggis zoomen in op enkele persoonlijke verhalen van 5B en plaatsen de gebeurtenissen op de speciale ziekenhuisafdeling binnen het politieke klimaat van die veelbewogen jaren. De bekroonde (en homoseksuele) verslaggever Hank Plante herinnert zich bijvoorbeeld nog goed hoe de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan in 1987 voor de allereerste keer het woord ‘AIDS’ in de mond nam. ‘De epidemie was toen al zes jaar gaande’, zegt hij verbeten. ‘Op het moment dat hij dat woord voor het eerst uitsprak waren er al 21.000 Amerikanen gestorven.’

Die onverschilligheid contrasteert enorm met de onbaatzuchtigheid van de 5B-medewerkers, die in hachelijke tijden de menselijke waardigheid van ‘hun’ patiënten waarborgden en tevens het grote hart vormen van deze aangrijpende film, die in 2019 op het Filmfestival van Cannes de Grand Prix Award won.

For Sama

Het is een scène die je nooit meer vergeet. Een gewonde vrouw wordt binnengebracht in een noodhospitaal in Aleppo. Ze is hoogzwanger. Het is onduidelijk of de aanstaande moeder kan overleven. De artsen besluiten tot een spoedkeizersnede. Het grijze jongetje dat zo ter wereld wordt gebracht oogt levenloos.

Ze beginnen het kind te reanimeren, schudden hem door elkaar en wrijven zijn ruggetje warm. Wat ze ook doen, het jongetje wil de geest maar niet krijgen. Burgerjournalist Waad al-Kateab staat er met haar camera bovenop en vangt zo een sleutelscène voor haar film: nieuw leven in het hart van de oorlog. Heeft het een kans?

In de persoonlijke film For Sama (95 min.), die de ene na de andere filmprijs wint en op het IDFA nog werd gekozen tot dé publieksfavoriet, richt de jonge Syrische filmmaakster zich in haar verbindende voice-over tot het kind dat in haar eigen buik tot volle wasdom is gekomen. Ze vertelt Sama haar levensverhaal en toont het werk van haar activistische echtgenoot Hamza, die als arts in het hospitaal werkt.

Intussen probeert al-Kateab, samen met co-regisseur Edward Watts, bewijsmateriaal te verzamelen van de vernietigende burgeroorlog in Syrië, die ook haar prille gezin steeds verder in het nauw brengt. Ze stelt zichzelf daarbij pijnlijke vragen: heeft een kind een kans op een normaal leven als rondom haar een bloedige burgeroorlog woedt? En: ben je een egoïst of zelfs een lafaard als je in die omstandigheden je huis ontvlucht?

Het zijn de elementaire dilemma’s die oorlog losmaakt in gewone mensen en die ook al in talloze andere documentaires over Syrië aan de orde zijn gesteld. Het decor voelt ook vertrouwd: een belegerde en inmiddels volkomen kapot geschoten stad, die van alle kanten wordt aangevallen. Totdat er écht geen leven meer inzit. Toch went de bijbehorende mengeling van (wan)hoop, paniek en galgenhumor nooit.

Zeker niet als de bijbehorende mensen echt tot leven komen en hun relaas van binnenuit wordt verteld. Zoals in het verpletterende For Sama, een documentaire die – naast Last Men In Aleppo, City Of Ghosts en The Cave – een plek verwerft in het rijtje essentiële Syrië-films, dat eigenlijk verplicht moet worden gesteld voor iedereen met een gemakkelijke mening over oorlogsslachtoffers en vluchtelingen.

Muhi – Generally Temporary


Al zolang hij leeft, zit de dood Muhammad, liefkozend Muhi genoemd, op de hielen. Het vierjarige jongetje heeft een auto-immuunziekte die hem zomaar fataal zou kunnen worden. Deze aandoening heeft Muhi al zijn handen en voeten gekost. Om zijn prille leven te redden moesten die worden geamputeerd.

Het leven heeft Muhi nóg een beroerde kaart gegeven; hij is Palestijns en verblijft in een Israëlisch ziekenhuis. Vanwege veiligheidsoverwegingen mag hij het gebouw niet verlaten. Hij heeft zijn moeder, die is achtergebleven in Gaza, dus al enkele jaren niet gezien. Alleen zijn grootvader Abu Naim, een familieman met een groot hart, bivakkeert al vier jaar aan zijn zijde.

Als Muhi’s moeder voor 48 uur een visum krijgt om de vijfde verjaardag van haar zoon bij te wonen, is ze verrast dat hij haar überhaupt nog herkent. Ze ziet ook voor het eerst hoe hij tóch heeft leren lopen. Tegelijkertijd ontdekt ze dat Muhi langzaam maar zeker vervreemd raakt van zijn roots. Hij telt nog steeds in het Arabisch, maar zingt Joodse liedjes.

De observerende documentaire Muhi – Generally Temporary (87 min.) van Rina Castelnuevo-Hollander en Tamir Elterman laat zien hoe het schattige jongetje gedijt in zijn eigen kleine wereldje waarin tegenstellingen verdampen, terwijl zijn opa en de rest van de familie steeds weer worden opgeslokt door het Palestijns-Israëlische conflict en de praktische complicaties die dat met zich meebrengt. Zeker als het noodlot weer ongenadig toeslaat…

Hypnose Op Recept

28mei_patiënte_Samantha_onder_hypnose

 

Als je het woord ‘psychisch’ in de mond neemt bij ouders en patiënten heb je verloren, meent professor Marc Benninga van het Academisch Medisch Centrum. Omdat ze zich dan niet serieus genomen voelen en het gevoel krijgen: die dokter denkt dat ik gek ben. ‘En dat is absoluut niet het geval.’ Hij zegt het er voor de zekerheid even bij.

Talloze Nederlanders kampen met onverklaarde pijnklachten. Daarop kun je allerlei etiketten plakken: het Chronisch Vermoeidheidssyndroomfibromyalgie of het Prikkelbare Darm Syndroom. Die pijn zit, behalve in hun lijf, ook tussen de oren, maar die conclusie mag je eigenlijk niet hardop uitspreken. In reguliere ziekenhuizen wordt niettemin steeds vaker gebruik gemaakt van hypnotherapie, een behandeling die tot voor kort echt in het alternatieve circuit thuishoorde. Je moet er wel in geloven, vertelt Benninga erbij aan geïnteresseerden.

De journalistieke documentaire Hypnose Op Recept (55 min.) van Nieuwsuur-verslaggever Mirjam Bartelsman volgt enkele artsen die kinderen en volwassenen met onverklaarde pijnklachten behandelen. Hypnose is volgens hen veel effectiever gebleken dan de reguliere behandeling van een kinderarts. Het is zowel voor de doktoren als de patiënten (en hun ouders) wennen. ‘Daar wordt niet in aangeraakt?’ wil de moeder van de tiener Samantha, die al jaren met buikpijn kampt, vooraf graag weten. ‘Dat jij aan haar zit, zeg maar?’ Benninga: ‘Hoe bedoelt u?’ Nou ja, dat als jij die hypno doet, dat je met strelingen enne…’

De gehypnotiseerden worden niet aangeraakt, hooguit door een aangename stem, maar ze lijken getuige deze degelijke film wel te varen bij de therapie. De met weelderige droomsequenties geïllustreerde behandelingen zorgen eerst voor ontlading en daarna voor verlichting. Er komt van alles los; tussen oren en in lijven. Bij mensen, dat vooral.

Motherland


Aan de naamkeuze zijn soms heuse brainstormsessies vooraf gegaan, de inrichting van de kinderkamer heeft waarschijnlijk tot menige echtelijke crisis geleid en het geboortekaartje moet getuigen van evenveel levenswijsheid als goede smaak. In Nederland kan het krijgen van een kind uitgroeien tot een zogenaamd ‘life changing event’, waarbij liefst niets aan het toeval wordt overgelaten.

Niet op de Filipijnen. Daar worden kinderen gewoon geboren. Punt. Amechtig kermend komen ze ter wereld, net als bij ons. Maar dat is dan ook vrijwel de enige gelijkenis. Het Dr. Jose Farella Memorial Hospital heeft geen goed geoutilleerde verloskamers, waarin privacy en comfort optimaal zijn gegarandeerd. Moeder en kind leren met elkaar leven op een enorme, zwaar overbevolkte kraamzaal. Het is zelfs maar de vraag of er voor iedereen een eigen bed is.

Aan geboorteplanning doen ze ook nauwelijks in de straatarme sloppenwijken van Manilla, zo blijkt uit deze trefzekere documentaire, die dit jaar op het Sundance Film Festival werd bekroond met de World Cinema Documentary Special Jury Award. Op de afdeling verloskunde worden dagelijks zo’n honderd kinderen geboren. En daar zijn ze op geen enkele manier op berekend. Net als de prille ouders overigens, die het ook maar lijkt te overkomen.

Motherland (94 min.) is desondanks geen sombere film. Regisseur Ramona S. Diaz heeft oog voor de humor binnen ‘De Baby Fabriek’ en laat ook de kameraadschap tussen de (veelal letterlijk) jonge moeders en vaders zien. Bijvoorbeeld als één van de vrouwen haar kind kwijt is en te midden van al die andere baby’s op zoek moet. Binnen deze opmerkelijke omgeving voltrekt zich intussen, met de regelmaat van de klok, het wonder van nieuw leven. Als de normaalste zaak van de wereld.

Pilotenmasker

EO

Owen blaast op zijn oranje fluit. Hij wil die tunnel niet in. En papa en mama vinden dat hij er wel in moet. Alleen even een foto maken. Ze beloven een kadootje. Owen gaat uiteindelijk overstag. Hij houdt zijn knuffel stevig vast. Op de achtergrond klinkt Kinderen Voor Kinderen. Raar Maar Waar.

De openingsscène van Simonka de Jongs aangrijpende film Pilotenmasker (94 min.) is een voorbode van wat de kijker nog te wachten staat: kleuters met ‘gemene celletjes’ in hun lichaam, die noodgedwongen worden blootgesteld aan ingrijpende medische onderzoeken en behandelingen. Normale kinderen die verzeild zijn geraakt in volstrekt abnormale situaties.

In de allerbeste ‘direct cinema’-traditie, zonder interviews en met een camera die intiem de (rauwe) werkelijkheid registreert, worden de gebeurtenissen op de afdeling kinderoncologie van het Prinses Máxima Centrum in Utrecht vereeuwigd. De focus ligt daarbij volledig op de kinderen. Ouders, verpleegkundigen en doktoren blijven vaak helemaal buiten beeld of figureren aan de rand van het frame.

Simonka de Jong, kleindochter van de bekende historicus Loe (over wie ze ook een film maakte), verplaatst zich af en toe ook letterlijk in het perspectief van de kinderen en geeft hen een camera in de hand, zodat ze hun eigen belevingswereld kunnen vastleggen. Onderwijl blijven de medici voor hen vechten met hun ziekte.

Laat Het Los, zingt een schattig meisje tegen het einde van Pilotenmasker hartstochtelijk mee met Elsa van de Disney-film Frozen, die ze voor zich ziet op een mobiele telefoon. ‘Laat het gahaaan!’ En haar directe omgeving heeft het even te kwaad.

Het is de opmaat naar de indrukwekkende slotscène van deze afwisselend pijnlijke, vertederende en hartverscheurende film, die terecht kans maakt om te worden uitgeroepen tot beste Nederlandse documentaire tijdens het IDFA.

Pilotenmasker is hier te bekijken. In 2023 maakte Simonka de Jong een soort vervolg op Pilotenmasker. In Stil Water legt ze echter de focus op de ouders, broertjes en zusjes van een kind met kanker.