Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

The Swedish Theory Of Love

Cinema Delicatessen

Hoe kan het dat in Zweden, één van de welvarendste landen van de wereld, de helft van de bevolking alleen leeft en een kwart zelfs alleen sterft? De Italiaans-Deense filmer Erik Gandini denkt in The Swedish Theory Of love (76 min.) een antwoord te hebben gevonden in een breed omarmd manifest over ‘de familie van de toekomst’ uit 1972. Het idee was toentertijd dat vrouwen zich los zouden maken van hun mannen en jongeren werden bevrijd van hun ouders. Traditionele familiestructuren moesten wijken voor volledige (economische) onafhankelijkheid.

In deze patchwork-achtige documentaire uit 2015 probeert Gandini vat te krijgen op het doorgeslagen individualisme dat daaruit volgens hem is voortgevloeid. ‘Iedereen gaat zijn eigen weg’, constateert een vrouw bijvoorbeeld somber, terwijl ze rondkijkt in de woonkamer van een man die een einde aan zijn leven heeft gemaakt. ‘Er is geen cement tussen ons.’ De vrouw heeft een beroep gekozen dat past bij zo’n samenleving: als een soort postume sociaal werker moet ze op zoek naar verwanten van mensen die (soms al enige tijd geleden) moederziel alleen zijn gestorven. De ‘onafhankelijke samenleving’, kortom, als een wereld waarin iedereen het zelf (moet) uitzoeken.

Gandini portretteert bijvoorbeeld mensen die in hun vrije tijd meedoen aan zoekacties naar verdwenen landgenoten en volgt vrouwen die zichzelf insemineren met sperma dat door een gespecialiseerd bedrijf netjes thuis wordt bezorgd. Je kunt het nog nét niet tot twee weken na ontvangst terugsturen, met daarbij de garantie dat je je geld terugkrijgt. Veel mensen denken dat geluk een leven zonder problemen inhoudt, stelt de hoogbejaarde Poolse socioloog Zygmunt Bauman niet voor niets. Echt geluk vereist volgens hem echter het overwinnen van tegenslag. ‘En dat gaat verloren als het comfort groeit.’ Zonder zulke uitdagingen is de individuele mens in Baumans ogen verloren. ‘Aan het eind van onafhankelijkheid wacht geen geluk’, stelt hij met gevoel voor drama aan het eind van deze docu. ‘Maar leegheid, zinloosheid en totale verveling.’

Het is geen opwekkende conclusie voor een film, die desondanks lekker vlot is gemonteerd, een gezonde dosis koddige muziekjes bevat en in het algemeen gewoon erg vermakelijk is. Tegenover de verweesde individuen in het hedendaagse Zweden (lees ook gerust: Nederland) plaatst Gandini bovendien, enigszins simplistisch, de Zweedse chirurg Erik Erichsen, die is verkast naar Ethiopië, daar het eenvoudige leven heeft (terug)gevonden en met zeer primitieve middelen zijn vak uitoefent, te midden van de mensen waarvoor hij werkt. Alsof een dergelijke manier van leven een oplossing zou bieden voor de ondraaglijke leegte van het onafhankelijke bestaan. Het lijkt me een even naïeve als aanlokkelijke gedachte.

Diezelfde Erik Erichsen is tevens de hoofdpersoon van Erik Gandini’s volgende documentaire. In The Rebel Surgeon uit 2017 wordt de arts geportretteerd tijdens zijn werk in Ethiopië. Hij helpt bijvoorbeeld een plaatselijk meisje met een afschuwelijk abces in haar mond, een aandoening die je na afloop van de film nog dagenlang blijft achtervolgen.