Surviving R. Kelly

Lifetime

‘Age ain’t nothing but a number’, zong de vijftienjarige zangeres Aaliyah in 1994. ‘Take my hand and come with me. Let me show you to ecstacy. Boy be brave, don’t be afraid. Cause tonight we’re gonna go all the way.’ De hitsingle Age Ain’t Nothing But A Number werd geschreven door de twaalf jaar oudere Robert Sylvester Kelly, oftewel R&B-superster R. Kelly, met wie ze later dat jaar, zogenaamd als achttienjarige, kortstondig in het huwelijk zou treden. De affaire werd een flinke mediahype, die voor de man in kwestie verder geen serieuze consequenties had.

Een voorliefde voor jonge meisjes hoeft geen onoverkomelijke kwestie te zijn voor popsterren of rock & rollers. ‘I’ll do anything for my sweet sixteen, zong Billy Idol niet voor niets. Jerry Lee Lewis zag er ook geen kwaad in en trouwde zijn dertienjarige nichtje. ‘I can see that you’re fifteen years old’, sneerde Mick Jagger enige tijd later in de Rolling Stones-evergreen Stray Cat Blues. ‘No, I don’t want your ID.’ Zijn bandmaatje Bill Wyman, tegen de vijftig inmiddels, zou later de daad bij het woord voegen en werd verliefd op de dertienjarige Mandy Smith. Toen ze achttien was, konden ze trouwen. Net voordat het huwelijk stuk liep, trouwde Wymans oudste zoon nog met Smiths moeder.

Het tienersterretje Aaliyah is inmiddels al achttien jaar dood, in 2001 gestorven tijdens een vliegtuigongeluk. Haar voormalige echtgenoot R. Kelly kan zich zo langzamerhand gaan opmaken voor een bestaan als Robert K. De man, toepasselijke ‘survivor’-tattoo op de onderarm, waant zich al decennia onaantastbaar, maar het net begint zich nu toch echt te sluiten rond de glibber die een miljoenenpubliek wijs heeft gemaakt dat hij kan vliegen. De zesdelige televisiedocu Surviving R. Kelly (297 min.), waarvan Kelly uitzending heeft proberen te voorkomen, is een nieuwe nagel aan de doodskist van het seksuele roofdier, dat zich tot dusver door niets of niemand heeft laten kooien.

Sinds hij begin jaren negentig carrière begon te maken als zanger en songschrijver wordt R. Kelly omgeven door hardnekkige geruchten over seksueel misbruik. Volgens diverse getuigen in deze vet aangezette serie, volgepompt met slicke shots en dreigende muziekjes, hing hij als twintiger al geregeld rond op middelbare scholen, hongerig naar nieuw tienervlees. Sindsdien heeft Kelly zijn modus operandi alleen maar geprofessionaliseerd. Als een volledig oversekste rattenvanger van Hamelen, een imago dat hem ook als artiest wel past, is hij altijd op zoek gebleven naar ambitieuze zangeresjes, die goedschiks dan wel kwaadschiks hun carrière een zetje in de goede richting willen geven.

Ook z’n fans zijn niet veilig voor R. Kelly. Jerhonda Pace bijvoorbeeld is veertien als ze haar held in 2008 ontmoet bij de rechtbank, waar hij zich moet verdedigen vanwege het bezit van kinderporno, in het bijzonder een videotape waarop hij seks zou hebben met een minderjarig meisje. Jerhonda wordt bij hem thuis uitgenodigd. Ze is nog maagd. ‘Dat komt goed uit’, zou Kelly hebben gezegd. ‘Dan kan ik je zelf trainen en van je maagdelijkheid verlossen.’ Als het zover komt, is de zanger nog in de veronderstelling dat ze meerderjarig is. Hij laat zich echter niet ontmoedigen door haar identiteitsbewijs. ‘Blijf tegen iedereen zeggen dat je achttien ben’, zou hij haar hebben geadviseerd. ‘En gedraag je als 21.’

Alle getuigenissen in deze serie tezamen – van familieleden, medewerkers, journalisten, deskundigen, familieleden en talloze misbruikte meisjes, waaronder zijn ex-vrouw Andrea – schetsen een onthutsend beeld van R. Kelly als een ongelooflijke machtswellusteling, die jarenlang vrijelijk zijn gang mocht gaan en zijn eigen sekssekte kon stichten. Omdat zijn hele entourage, die wel degelijk op de hoogte was van Kellys lopende band met véél te jonge meisjes en de gretige afname daarvan door ‘daddy’ zelf, besloot om niet in te grijpen, de lippen stijf op elkaar te houden en eventuele geruchten erover de kop in te drukken. Ook toen er geweld, videocamera’s en gevangenschap aan te pas kwamen.

Die attitude is in zekere zin nog altijd in Surviving R. Kelly te herkennen. Waar in vrijwel elke muziekdocu een hele trits popsterren zijn licht over de hoofdpersoon laat schijnen, telt deze er welgeteld één: John Legend. Anderen wilden (of durfden) blijkbaar hun vingers nog altijd niet te branden aan de dirty old man van de zwarte Amerikaanse muziek, die een volledig verknipte relatie met seksualiteit lijkt te hebben (gekregen). Het gevolg is een #metoo-kwestie in het kwadraat, waarvoor deze gelikte en erg lange documentaireserie, inclusief bevrijdingsactie met verborgen camera, een enorme berg bewijsmateriaal overlegt aan het grote publiek, dat nu voor ‘judge’ en ‘jury’ mag fungeren.

Robert K. ontkent, natuurlijk, alles. Ook in Surviving R. Kelly Part II: The Reckoning.

Jonestown: Terror In The Jungle

Sundance

Of de grote leider nu David Koresh, Charles Manson of in dit geval Jim Jones heet, het patroon bij (religieuze) sektes is altijd hetzelfde: de man die zich ooit, wellicht met nobele motieven, heeft opgeworpen als bevlogen spreker en voorganger, gaat gaandeweg zozeer in zichzelf geloven dat het gevaarlijk wordt voor de buitenwereld en zijn eigen volgelingen.

Veertig jaar geleden, op 18 november 1978, kwam er zo in Guyana een dramatisch einde aan The Peoples Temple. Dominee Jim Jones overreedde, of verplichtte, zijn parochianen om een einde aan hun leven te maken. Ruim 900 mensen stierven in de nederzetting Jonestown door het drinken van fruitsap met het vergif cyanide erin – of, als ze niet wilden, verwurging of een dodelijk schot. Na een schietpartij, waarbij onder anderen een Amerikaans congreslid was gestorven, was de grond Jones te heet onder de voeten geworden.

De gedegen vierdelige documentaireserie Jonestown: Terror In The Jungle (170 min.), waarin regisseur Shan Nicholson archiefmateriaal combineert met gedramatiseerde scènes, reconstrueert met voormalige kerkleden, deskundigen én twee kinderen van Jones de opkomst van The Peoples Temple als een multiraciale kerk met een socialistische inslag en de onvermijdelijke neergang die daarna volgt, met een gruwelijke apotheose in de Guyaanse jungle tot gevolg.

Jim Jones verwordt in die periode van een gepassioneerde voorganger tot een maniakale machtswellusteling, die steeds meer toewijding vraagt van zijn familie en daarvoor alle mogelijke middelen inzet; van diverse vormen van emotionele chantage tot regelrechte oplichting, zoals de gefingeerde healings waarmee hij z’n gemeenschap van zijn directe lijn met God probeert te overtuigen. Of het nu om kanker of gewoon een gebroken been gaat, Jones beweert het te kunnen genezen.

Intussen grossiert de leider in paranoïde complottheorieën, een slimme manier om de buitenwereld op afstand te houden. De man raakt gaandeweg bovendien verslingerd aan drugs, een verslaving die moet worden gemaskeerd met een donkere zonnebril, en eigent zich natuurlijk ook de vrouwen van de sekte toe. Terwijl gewone kerkleden zich ver moeten houden van seks – die energie kan immers véél beter worden benut – gaat Jones zelf lekker zijn gang. 

Het is een klassiek sekteverhaal van een man die zichzelf boven de wet heeft gesteld, dat hier en daar doet denken aan het relaas van de Bhagwan-beweging, eerder dit jaar succesvol vervat in de documentaireserie Wild Wild Country. Jonestown: Terror In The Jungle concentreert zich echter minder op de conflicten van de sekte met de buitenwereld, maar probeert de innerlijke psychologie van de gemeenschap, en daarmee ook van Jim Jones zelf, te vatten.

‘Welk goed werk de kerk ook verrichtte’, zegt zijn zoon Stephan in de serie. ‘Mijn vader was vooral bezig met het bouwen van zijn eigen koninkrijk.’ Hij vocht volgens hem altijd met die stem van binnen, die zei dat hij niet goed genoeg was en hem uitmaakte voor fraudeur. Het inwendige gat dat Jones met geen mogelijkheid kreeg gedicht werd talloze anderen uiteindelijk fataal, zowel de sekteleden die sneuvelden in de jungle als anderen die de macabere dans met de dood ternauwernood wisten te ontspringen.

Over het tragische lot van Jonestown werden in de afgelopen jaren al diverse films gemaakt. Van speelfilms zoals Guyana Tragedy: The Jim Jones Story, met een angstaanjagende Powers Boothe als de getormenteerde sekteleider, tot Jonestown: The Life And Death Of Peoples Temple, die allebei in zijn geheel op YouTube zijn te bekijken.

Wild Wild Country

Netflix

Ooit heette het dorp in Oregon Antelope. Het lag in ‘the middle of nowhere’, in het afgelegen Noordwesten van de Verenigde Staten, en herbergde zo’n vijftig inwoners, veelal oude van dagen. Conservatieve Amerikanen, die het goed hadden met elkaar. Totdat de Bhagwan-beweging uit India in 1981 even verderop met veel bombarie een eigen stad bouwt. Niet veel later is Antelope helemaal onder de voet gelopen en omgedoopt tot Rajneeshpuram, ofwel City Of Rajneesh.

Die nieuwe stad moet het centrum worden van de wereldwijde beweging van Bhagwan Sri Rajneesh, die over de hele wereld zijn eigen communes heeft opgericht, waaronder ook in Amsterdam. Duizenden ‘sannyasins’, in die karakteristieke roze, paars en bordeauxrode kleding, prediken in naam van de enigmatische goeroe gemeenschapszin, meditatie en vrije liefde. De oorspronkelijke bewoners van Antelope zien de komst van ‘de sekte’  met lede ogen aan. Een confrontatie is onvermijdelijk.

De zesdelige serie Wild Wild Country (400 min.) van de broers Chapman Way en Maclain Way reconstrueert met enkele hoofdrolspelers, onder wie Bhagwans roestvrijstalen rechterhand Ma Anand Sheela, kopstukken van de beweging en dorpsbewoners, de clash tussen de commune en Antelopers, die zowel met wapens als in de rechtszaal wordt uitgevochten. Bhagwan zelf, ook wel Osho genaamd, houdt zich veelal afzijdig en laat Sheela, die al snel als een bordeauxrode lap op een stier werkt bij de dorpelingen, de kastanjes uit het vuur halen. Dat doet ze met overtuiging, binnen en buiten de wet.

Het verhaal van het escalerende conflict tussen de Rasjneeshees en hun directe omgeving alterneert in deze wel erg lang uitgevallen serie met het grotere verhaal van de Bhagwan-beweging, die z’n vleugels uitslaat naar Hollywood en steeds meer op een traditionele sekte begint te lijken. Dat verhaal wordt met een karrenvracht prachtig archiefmateriaal tot leven gebracht. Intussen vertoont Osho, die zelfs voor zijn meest vertrouwde medewerkers een raadsel blijft, steeds irrationeler gedrag en komt hij ook nog eens lijnrecht tegenover Sheela te staan.

Wild Wild Country doet geen serieuze poging om de onbenaderbare spirituele leider te duiden en concentreert zich ook niet op het dagelijks leven binnen de Bhagwan-gemeenschap. Deze intrigerende serie richt zich vooral op de machinaties rond, en uiteindelijk ook binnen, de beweging. De ideale samenleving, die de Rajneeshees dachten te hebben opgezet, blijkt natuurlijk net zo onvolmaakt als willekeurig welke andere maatschappijvorm waarin één enkele man – en dan ook nog het prototype Indiase goeroe, met een groot vermogen tot zelfpersiflage – ‘t volledig voor het zeggen heeft. Met alle problemen, excessen en conflicten van dien.

Maroesja Perizonius maakte in 2004 een film over haar ervaringen als Nederlands kind in de Bhagwan-beweging. In de egodocumentaire Communekind confronteert ze haar moeder met de keuzes die zij maakte en die ervoor zorgden dat Maroesja een tijd, gescheiden van haar moeder, moest leven in een kindercommune in Engeland. Ze schreef er ook een boek over, De Droom Van Mijn Moeder.

In 2025 laat Perizonius daar Children Of The Cult, een pijnlijke exercitie over seksueel geweld tegen véél te jonge meisjes binnen de Bhagwan-beweging, op volgen.

Jonestown


Bij een idee dat zo gruwelijk eindigt, kun je je nauwelijks voorstellen dat het ooit best mooi begon. De Amerikaanse dominee Jim Jones startte The Peoples Temple eind jaren vijftig als een christelijke gemeenschap, waarin zowel blank als zwart welkom was.

Ruim twintig later leidde hij zijn volgelingen met harde hand naar een onvermijdelijk geworden ondergang. Het idealistische idee was toen allang ondergesneeuwd geraakt. Gaandeweg werd Jones gewoon de archetypische sekteleider zoals we die uit talloze boeken en films kennen, met alle voor de hand liggende excessen.

De documentaire Jonestown: The Life And Death Of Peoples Temple (84 min.) schetst op aangrijpende wijze de helletocht die Jones aan zijn gevolg oplegt en die uiteindelijk culmineert in de dramatische daad waarmee hij zichzelf met bloedrode letters in de geschiedenisboeken heeft geschreven.