Underland

Oscilloscope Laboratories

In een kooilift daalt Mariangela Lisanti af naar het binnenste van de aarde. Op twee kilometer diepte houdt de natuurkundige pas halt. Ze is gearriveerd op haar werkplek, de SNOLAB Underground Reseach Facility. In het Canadese laboratorium doet ze wetenschappelijk onderzoek naar zogeheten ‘dark matter’. Lisanti’s grootmoeder noemde haar als kind al gekscherend ‘McWhy’ – omdat ze altijd overal vragen over had.

En dat lijkt ze gemeen te hebben met de andere twee hoofdpersonen van Underland (79 min.), de zinnenprikkelende documentaire die Rob Petit maakte aan de hand van het gelijknamige boek van Robert Macfarlane. Op het Mexicaanse schiereiland Yucatán laat de archeologe Fátima Tec Pool zich bijvoorbeeld naar beneden glijden voor een expeditie door een verraderlijke grot, die vroeger ook met een brandende toorts door haar Maya-voorouders werd bezocht. Het inheemse Mexicaanse volk beschouwde grotten als ‘Xibalba’, ingangen naar de onderwereld.

En in Las Vegas heeft urban explorer/schrijver Bradley Garrett zich toegang verschaft tot een ondergronds afwateringssysteem, waar ie sporen vindt van de levens van mensen die zich daar hebben verschanst. Armoede zinkt, constateert hij. Dat is alleen niet ongevaarlijk. Als het in deze ‘storm drain’ begint te regenen, loopt ie gevaarlijk snel vol. ‘In case of rain stop reading’, staat er niet voor niets op de muur gekalkt. Tegelijk ervaart Garrett, die ook al Londense tunnels, Koude Oorlog-bunkers en Parijse catacomben bezocht, juist in zo’n omgeving een gevoel van ultieme vrijheid.

‘We need to go’, zegt Garrett later ineens met de nodige urgentie tegen Petit. ‘Right now.’ Ze vervolgen hun exploratie elders, in een verlaten mijn op een onbekende locatie. Die lijkt dienst te doen als dumpplek. Dingen die mensen proberen te vergeten, aldus de schrijver, in deze filmische reis door het onderland, waarvoor verhalen uit de diepste diepten worden gehaald. Elk hoofdstuk daarvan wordt poëtisch ingeleid door verteller Sandra Hüller en krijgt daarna vorm met prachtig (drone- of onderwater-)camerawerk, verbluffende special effects en een prikkelende soundtrack.

Underland is behalve een film over het rondstruinen in de buik van het beest aarde ook een contemplatieve film over menszijn. Over de onbedwingbare behoefte om het onbekende te exploreren en te begrijpen. Al die inspanningen komen zonder garantie, realiseert Mariangela Lisanti zich terdege in haar ondergrondse laboratorium. Wat als de antwoorden op al haar vragen uitblijven? Zou het ook allemaal voor niets kunnen zijn?

The White House Effect

Netflix

Mensen die zich druk maken over het broeikaseffect, zegt de Amerikaanse vicepresident en Republikeinse presidentskandidaat George H. Bush tijdens de hittegolf van 1988, vergeten The White House Effect (97 min.). Als president wil Bush namelijk korte metten maken met de opwarming van de aarde, die voor extreem hoge temperaturen en aanhoudende droogte zorgt.

In 1977 is één van zijn voorgangers, de Democraat Jimmy Carter, in een memorandum al gewaarschuwd voor ‘een catastrofale klimaatverandering’ en dringend opgeroepen om over te schakelen naar non-fossiele brandstoffen. Carter houdt een alarmerende speech en neemt concrete initiatieven om de situatie te verbeteren, bijvoorbeeld op het gebied van zonne-energie. ‘Energiebesparing moet een manier van leven worden.’

Niet veel later staan er echter lange rijen bij Amerikaanse tankstations. En die worden Carter aangewreven. Bij de presidentsverkiezingen van 1980 wordt hij verslagen door Ronald Reagan en zijn vicepresident Bush, een echte ‘oilman’ uit Texas. Zij nemen zich voor om bedrijven weer veel meer armslag te geven. Indachtig Reagans fameuze oneliner: Government is not the solution to our problem. Government is the problem.’

Dat blijkt vragen om problemen, laat deze archieffilm van Bonni Cohen, Pedro Kos en Jon Shenk nog eens fijntjes zien. ‘We kunnen óf proberen om onze samenleving aan te passen aan het leven op een warmere planeet’, constateren onderzoekers van oliegigant Exxon al in 1984 in een intern rapport, ‘óf, om dat probleem te voorkomen, het gebruik van fossiele brandstoffen sterk inperken.’ Maar regulering wil Exxon niet.

Hoewel hij volgens zijn Democratische opponent Michael Dukakis behoort tot de ‘milieusloopploeg’, wil George Bush in 1988 wél werk gaan maken van het milieu. Als president geeft hij de natuurbeschermer William K. Reilly een toppositie in zijn regering. Die wordt direct geconfronteerd met een gigantische milieuramp als de olietanker Exxon Valdez op Bligh Reef botst en tientallen miljoenen liters olie in de zee begint te lekken.

Binnen de regering Bush klinken er, via chefstaf John Sununu, alleen ook tegengeluiden. De fossiele industrie fluistert hem in dat hun belangen moeten worden beschermd. In de slotverklaring van de internationale klimaatconferentie in Noordwijk van 1989, geïnitieerd door de Nederlandse milieuminister Ed Nijpels, wordt 2000 als streefjaar voor de reductie van CO2-uitstoot dus geschrapt – en economische groei toegevoegd.

Het blijkt een scharnierpunt in het Amerikaanse klimaatbeleid. De fossiele industrie is zich dan ook in het publieke debat gaan mengen. Tegenover vooraanstaande wetenschappers zoals Stephen Schneider plaatsen zij de klimaatsceptici Richard Lindzen, Patrick Michaels, Fred Singer en Sherwood Idso. Over ‘false balance’ gesproken: échte deskundigen versus door de business betaalde charlatans.

Met bestaand archiefmateriaal en interne documenten vanuit het Witte Huis en de fossiele industrie, aangevuld met onrustbarende statistieken, toont deze docu ondubbelzinnig aan dat die desinformatiecampagne werkt. De wetenschappelijke consensus over de oorzaken van het broeikaseffect is in twijfel getrokken. En intussen is er ook een valse tegenstelling gecreëerd tussen ‘het milieu’ en ‘de economie’.

The White House Effect zet de hele flikkerse boel nog eens op een rijtje. Over hoe door ontzettende kortzichtigheid, ingegeven door financiële, sociale en electorale belangen, elk zicht op de lange termijn wordt ontnomen. Want ook president George H. Bush verkoopt, na lang twijfelen, zijn ziel weer en gooit z’n klimaattsaar Reilly tijdens de zogeheten ‘Earth Summit’ van Rio de Janeiro in 1992 rücksichtslos voor de bus.

De ironie wil overigens dat Bush’ opvolger Bill Clinton, met het uiterst groene congreslid Al Gore als zijn vicepresident, er intern een duidelijk uitgangspunt voor de campagne op nahoudt: it’s the economy, stupid. Uitroepteken.

The Coriolis Effect

Zindoc

Met een aantal mensen gaan ze het strand opruimen. Verpakkingen, lege waterflessen en aangespoelde visnetten. Zodat zojuist geboren schildpadden niet vast komen te zitten in de troep en, liefst zelfstandig, weer de zee kunnen bereiken. Met vereende kracht lukt het uiteindelijk om alles naar een zelf aangelegde dumpplaats te sjouwen. Niets staat de zeeschildpadjes nu meer in de weg.

De zeeschildpad vormt een terugkerend element in de associatieve documentaire The Coriolis Effect (110 min.) van Petr Lom en Corinne van Egeraat. De schildpad is kind aan huis in Kaapverdië, één van de grootste broedplaatsen ter wereld, en symboliseert de gecompliceerde relatie waarin mens en dier daar terecht zijn gekomen. Want op de eilandengroep voor de kust van West-Afrika worden de gevolgen van onze achteloze houding tegenover de aarde zichtbaar: de zee rukt op, net als vervuiling. Tegelijkertijd is er sprake van aanhoudende droogte. Het heeft er al jarenlang niet meer geregend.

In Kaapverdië doet het zogenaamde corioliseffect zich gelden: doordat de aarde ronddraait krijgt elke beweging er een afwijking. De archipel wordt daarom regelmatig gegeseld door wind en heeft het imago gekregen van een ‘land van wind’, een plek waar orkanen worden geboren. Lom en Van Egeraat proberen deze mythische wereld in al z’n diversiteit, complexiteit én schoonheid te vatten in een non-lineaire vertelling, zonder echte hoofdpersonen, over de verstoorde verhouding tussen mens en natuur, waarin alle verschillende elementen op de één of andere manier met elkaar verbonden lijken te zijn.

The Coriolis Effect vangt dit universum met lange en fraaie scènes, die, ogenschijnlijk intuïtief, met elkaar zijn verknoopt. Een visser geeft zijn boot bijvoorbeeld de naam van z’n overleden vriend Dery en sleept die vervolgens met vrienden de zee in. Een eenzame vis is onder water verstrikt geraakt in een vissersnet. Een krab doet zich tegoed aan een dode aangespoelde vis en maakt zich dan uit de voeten. Vogels proberen via de dop een druppel mee te pikken van aangevoerde flessen water. En een man maakt liefdevol met een tandenborstel en een bakje water de poten van een verminkt vogeltje schoon.

Dat mens en dier niet tegenover elkaar hoeven te staan in tijden van klimaatverandering en milieuvervuiling is tevens treffend vervat in een andere schildpadscène. Enkele jonge Kaapverdianen treffen een dood dier aan, dat gedesoriënteerd is geraakt en vervolgens uitgedroogd. ’s Nachts proberen zij een andere schildpad richting zee te sturen. En als dat maar niet wil lukken, tillen ze hem gewoon op en dragen het tegenspartelende dier naar het strand. Al snel neemt de natuur ’t over. Het dier ruikt de zee en kruipt het water in, om daar vrijwel direct uit het zicht te verdwijnen. Het is een hoopvol tafereel.

Madu

Disney+

‘Bedankt dat je me trots maakt’, zegt Ifeoma tegen haar elfjarige zoon Anthony Mmesoma Madu, als die op het punt staat om naar Engeland te vertrekken. En: ‘vergeet niet waar je vandaan komt.’ De Nigeriaanse jongen, die viral ging met een balletsessie in de regen, krijgt aan de andere kant van de wereld een professionele dansopleiding, die in totaal zo’n zeven jaar in beslag zal nemen. ‘De belofte die ik mijn moeder en mijn familie maak’, zegt hij bij vertrek plechtig, ‘is dat ik hen nooit zal teleurstellen.’

En dan kan het avontuur – en deze film daarover, Madu (100 min.) – echt beginnen. Terwijl Anthony nog aan het acclimatiseren is op de Elmhurst Ballet School in Birmingham, wordt de Afrikaanse tiener in deze gestileerde documentaire van Matthew Ogens en Joel ‘Kachi Benson geconfronteerd met een fysieke beperking die zijn danscarrière in gevaar zou kunnen brengen. Anthony heeft die altijd goed verborgen weten te houden.

De docu volgt de jongen tijdens zijn eerste schooljaar als hij z’n positie zoekt te midden van de Britse danstalenten, voor het eerst verliefd wordt en onderzoeken krijgt om te ontdekken wat er precies met hem aan de hand is. Ogens en Benson brengen alle verwikkelingen met zeer fraaie shots in beeld, geven ze een emotionele onderlaag met een erg sturende soundtrack en verlevendigen het geheel nog met enkele magisch-realistische danssequenties.

Het resultaat is een oogstrelende, gemakkelijk behapbare en tamelijk gladde film. Een typische – ga ik het zeggen? – Disney-docu.