Taxi To The Dark Side

THINKfilm

Hij is maar een gewone taxichauffeur. Toch behoort Dilawar blijkbaar tot ‘the worst of the worst’. Hij wordt op 1 december 2002 in elk geval door een Afghaanse krijgsheer overgedragen aan het Amerikaanse leger. Dilawar zou betrokken zijn geweest bij de voorbereidingen voor een raketaanval. Op 5 december leveren de militairen hem af bij de Bagram-gevangenis, een voormalige Sovjet-basis die wordt gebruikt door de Verenigde Staten. Binnen enkele dagen is hij dood.

Het overlijden van de Afghaanse taxichauffeur is door de patholoog van dienst officieel gekwalificeerd als ‘moord’, ontdekt de vanuit Kaboel opererende New York Times-journalist Carlotta Gall. Zij informeert Dilawars familie dat hij bovendien ernstig is mishandeld. De Amerikaanse bewaarders bleven hem net zo lang slaan en schoppen, totdat ze hoorden dat hij luidkeels om Allah riep. Als Dilawar alle ontberingen zou hebben overleefd, hadden zijn benen sowieso geamputeerd moeten worden. De zaak is in de welbekende doofpot gestopt.

In de gevangenissen die de Verenigde Staten, in het kader van hun militaire reactie op de terroristische aanslagen van 11 september 2001, hebben geopend in Afghanistan en Irak, zijn zeker honderd dodelijke slachtoffers gevallen, betoogt Alex Gibney in Taxi To The Dark Side (106 min.), de messcherpe documentaire waarvoor hij in 2007 een Oscar won. Dilawars dood is het logische gevolg van de keuze van de Amerikaanse president George W. Bush om het spel niet langer volgens de regels te spelen en de Conventies van Genève terzijde te schuiven.

De gewone soldaten, die van martelpraktijken worden beschuldigd, die zijn weggezet als ‘rotte appels’ en die hem nu te woord staan, zijn dus niet Gibneys voornaamste mikpunt in deze uitstekend gedocumenteerde film. Hij richt zich op de beslissers. Zij zijn moreel verantwoordelijk. Óók voor de ernstige misstanden in de Abu Ghraib-gevangenis in Irak en op Guantanamo Bay, de Amerikaanse gevangenis op Cuba waar kopstukken van Osama bin Ladens terreurorganisatie Al-Qaeda en andere PUCs (Persons under US Custody) worden vastgehouden.

Zij worden daar overvallen met kiezelharde muziek, bedreigd door agressieve honden, in stressposities geplaatst, gedwongen om zich uit te kleden, ongezond lang van hun slaap beroofd, seksueel vernederd… Vanuit de gedachte dat ze beschikken over wezenlijke informatie, waarmee de Amerikanen hun ‘war on terror’ kunnen winnen. Terwijl elke deskundige hen kan vertellen – en de gelegenheid in deze docu ook te baat neemt – dat gemartelde mensen vertellen wat ze denken dat de ander wil horen. De aldus verkregen informatie is volstrekt onbetrouwbaar.

Die dringt nochtans vrijwel ongefilterd door tot de hoogste regionen van de Amerikaanse overheid en beïnvloedt de beslissingen over leven en dood die daar worden genomen. Met oorlogsmisdaden, maakt Alex Gibney zonneklaar in dit pijnlijke schotschrift tegen marteling, als onvermijdelijk gevolg.

Missing: Dead Or Alive

Netflix

In het meest optimistische scenario eindigt hun zoektocht met een teken van leven. Rechercheur Vicki Rains en haar collega’s van de Missing Persons Unit van de politie van Richland County vrezen echter dat Lorraine Garcia niet meer in leven is. En haar volwassen zoon Tony zou daarvoor dan wel eens verantwoordelijk kunnen zijn. De Irak-veteraan heeft op zijn minst wat uit te leggen: waarom heeft hij niet gemeld dat ze al twee maanden wordt vermist, ruikt haar hele huis naar bleekmiddel en blijkt die woning ook nog eens zomaar verkocht?

Het is aan Vicki en haar collega-agenten om vast te stellen: Missing: Dead Or Alive (192 min.)? In deze vierdelige serie volgt Alexander Irvine-Cox (Beneath The Surface), ogenschijnlijk in real time, het onderzoek van de speciale eenheid uit South Carolina. Na de casus van de verdwenen moeder, die uiteindelijk heel anders uitpakt dan verwacht, volgt bijvoorbeeld de vermissing van de tienjarige Amirah Watson, die na haar allereerste weekendbezoek niet is teruggebracht naar haar wettige voogd, vader Mansoor. Want moeder Tynesha Brooks is ervan overtuigd dat hij zijn dochter mishandelt. En dan is er nog een vermiste oudere man. Zijn truck wordt langs de kant van de snelweg aangetroffen. Hij was op weg om een winnend kraslot, goed voor 10.000 dollar, te gaan verzilveren.

Voor een buitenstaander blijft het verbazingwekkend dat elementaire onderdelen van het politieonderzoek, zoals een huiszoeking, het benaderen (en vermanend toespreken) van getuigen en de verhoren van mogelijke verdachten, zomaar kan worden gefilmd en dat de direct betrokkenen daarmee blijkbaar – tenminste, daar gaan we vanuit – akkoord zijn gegaan. Dit pakt soms enerverend en dramatisch uit (waarbij het wel de vraag is of de waarheid zo nu en dan misschien een handje is geholpen) en op andere momenten juist erg cheesy en Amerikaans (want de betrokken politiemensen zijn zich er duidelijk van bewust dat ze worden gefilmd, weten wat er van hen wordt verwacht en hebben zich daarbij ongetwijfeld ook nog flink laten regisseren).

Het zit in de aard van dit soort politiewerk dat niet elke verhaallijn, waarvan de ontknoping doorgaans overigens wordt uitgesteld tot de volgende aflevering, een bevredigende afloop heeft. Tussendoor portretteert Irvine-Cox de verschillende teamleden, die ingaan op waarom ze dit vak uitoefenen, welke zaken het meeste indruk op hen hebben gemaakt en hoe (en óf) ze het volhouden. Want de race tegen de klok in emotioneel belastende zaken drukt soms zwaar op hun gemoed in deze miniserie, die zo nu en dan een beetje ‘too good to be true’ lijkt te zijn.