De Witte Man

Omroep Zwart / vanaf vrijdag 28 augustus, om 21.15 uur, op NPO3

Ze heeft een tiental Nederlandse mannen verzameld in haar ‘reservaat’, dat verdacht veel lijkt op een Hollandse kroeg. Ze heten, bepaald niet toevallig, allemaal Jan. Samen vormen Afvaljan, Geschiedenisjan, Reclamejan, Boerjan en hun naamgenoten een aardige afspiegeling van De Witte Man (93 min.). Want daarover wil Qian van Binsbergen haar licht eens laten schijnen. Ze gaat die spreekwoordelijke man in pak ook observeren: in zijn eigen territorium, op een rots in een dierentuin, kan hij ongegeneerd worden aangegaapt, bewonderd en verafschuwd.

Deze driedelige serie is stilistisch een logisch vervolg op De Afhaalchinees, de docuserie waarmee ze in de afgelopen jaren de ene na de andere prijs won. Van Binsbergens signatuur als maker is direct herkenbaar: ze is zelf nadrukkelijk aanwezig, legt dwarse dwarsverbanden (tussen mannen en wolven, vogels en vissen bijvoorbeeld), verbeeldt haar thematiek met theatrale mise-en-scènes, maakt historische uitstapjes, veroorlooft zich best eens een grapje, klutst er vlotte hits doorheen en gaat tussendoor ook nog met Jan en alleman in gesprek. More is more, zogezegd.

Met zowel deskundigen als cultureel antropoloog Gloria Wekker, criminoloog Marieke Liem, sociaal psycholoog Elena Bacchini en politicoloog Sarah de Lange als de mannetjes Tim Hofman (BOOS), Abel van Gijlswijk en Nout Kooij (Hang Youth), Tibor Wouda (fitfluencer) en acteur Michiel Romeyn (de man achter de Jiskefet-personages Oboema ‘de witte neger’, en de lullo, jawel, Van Binsbergen) akkert de filmmaakster actuele thema’s als cancelcultuur, femicide, wit privilege, positieve discriminatie, seksisme, de manosfeer en anti-AZC protesten door.

Met haar geprononceerde voice-over verbindt Qian van Binsbergen al die mensen en onderwerpen losjes met elkaar. Ze zigzagt tussen verhaalelementen, houdt het tempo erin en snijdt daarbij ook wel eens een bochtje af. Want het blijft te allen tijde ook duidelijk waar zij zelf staat: aan de kant van alle niet-witte mannen die van mening zijn dat dat ene roofdier nu maar eens pas op de plaats moet maken, op z’n nummer gezet mag worden of op zijn minst goed in de spiegel dient te kijken. Daarbij vraagt ze zich meteen af of die witte man wel kan zien hoe wit hij is.

Waarbij de wedervraag natuurlijk zou kunnen zijn: ziet zij in elke witte man werkelijk dezelfde witte man? Geen Jan lijkt immers hetzelfde.

Love-22-Love

Periscoop

Toen hij enkele jaren geleden aan deze zeer persoonlijke film begon, had videokunstenaar Jeroen Kooijmans lange, zware jaren achter de rug. Met Love-22-Love (84 min.) wilde hij zich weer concentreren op het licht dat al die tijd op hem was blijven schijnen: zijn geliefde Elspeth Diederix. Kooijmans besloot haar een liefdesbrief te sturen. Die is uiteindelijk heel anders uitgepakt dan ie oorspronkelijk had bedacht.

Zijn film gaat terug naar 1992 als ze allebei op de Rietveld Academie zitten. Hoewel hij zich had voorgenomen om dat nooit te laten gebeuren, begint Kooijmans een relatie met zijn medestudent. Samen zullen ze in de navolgende jaren de halve wereld zien en grote successen boeken. Hij krijgt in 1998 bijvoorbeeld de NPS Cultuur Prijs uitgereikt door Oboema, zij wint enkele jaren later met haar fotografie de prestigieuze Prix de Rome.

In zijn hoofd rommelt ’t dan al enige tijd. Dat is overigens al vanaf het begin duidelijk. Deze egodocu start met een indringende video waarin Jeroen Kooijmans zichzelf filmt als hij in 2002 is opgenomen in het ‘gekkenhuis’. Zulke selfies avant la lettre, waarin hij soms ook tegen de camera spreekt, keren steeds terug in Love-22-Love. Kooijmans laat ermee in zijn hoofd kijken en ordent het bijbehorende leven vervolgens met een persoonlijke voice-over.

Hij maakt z’n gevoelsleven tevens zichtbaar met brieven die zijn pessimistische zelf in die jaren, in het Engels, aan zijn optimistische zelf heeft geschreven. Deze dagboekteksten werken tevens als structurerend element. Als hij spreekt over ‘overthinking’, ‘losing my mind’ of ‘nothing in life makes sense’, reageert zijn alter ego bijvoorbeeld met het advies om het denken over te laten aan de denkers. Tegen zichzelf: ‘I’m actually doing really well.’ 

‘s Mans onbehagen sijpelt natuurlijk ook door in zijn videokunst en homevideo’s, het hart van deze associatieve film. Die beeldenstroom laveert voortdurend tussen artistieke uitspattingen – als jager met geweer achtervolgt hij zijn geliefde, in een Roodkapje-rood jurkje, bijvoorbeeld in het bos – en voor de camera beleefde inzinkingen. Zoals een onvergetelijke naakte dans voor het open raam, terwijl hij de schaar in zijn haren zet.

Dat werk lijkt alomtegenwoordig in zijn leven. Het zorgt voor inspiratie, levert druk op en staat soms ook al het andere in de weg – inclusief de relatie met Elspeth. ‘Ik moet stoppen met kunst’, constateert Jeroen Kooijmans onderweg, in een grillig persoonlijk relaas dat ruim dertig jaar leven samenbalt in nog geen anderhalf uur. ‘Dat is de enige oplossing.’ Een leven als echtgenoot en vader van drie dochters wacht. Maar het bloed kruipt toch…

Zou hij zijn demonen, de depressies en psychoses, misschien kunnen verfilmen? En is dat dan verstandig? Wat zou Zij ervan vinden? Moet ze er überhaupt van weten? De vragen stellen…