Woodstock, 3 Days Of Peace & Music

Warner Bros

In 1969 bestaat er nog niet zoiets als een festivalseizoen, met een ruim van tevoren vastgelegde evenementenkalender. De organisatoren van Woodstock, het festival dat de geschiedenis zal ingaan als de hoogmis van het hippietijdperk, betreden nog grotendeels onontgonnen terrein. Hun geesteskind veroorzaakt gigantische verkeersopstoppingen, bezorgt de lokale middenstand zowel een topomzet als kopzorgen en levert gevaren op voor de volksgezondheid, in de vorm van slechte LSD.

Ruim 400.000 ‘freaks’, véél meer dan verwacht, strijken van 15 tot en met 18 augustus neer op een weiland van de melkveehouder Max Yasgur in de Amerikaanse staat New York voor Woodstock, 3 Days Of Peace & Music (224 min.). Deze klassieke festivalfilm van Michael Wadleigh, die Martin Scorsese naar verluidt geen ‘credit’ als coregisseur gunde, ruimt natuurlijk alle ruimte in voor de line-up waarvoor zij naar dit Boomertown avant la lettre zijn getrokken: Richie Havens, The Who, Joan Baez, Ten Years After, Crosby, Stills & Nash, Santana, Jefferson Airplane, Canned Heat, Janis Joplin, Sha-Na-Na en Sly & The Family Stone.

Het levert onvergetelijke concertimpressies op, veelal in zeer effectief split screen uitgeserveerd: Joe Cockers carrière-definiërende uitvoering van With A Little Help From My Friends bijvoorbeeld. De anti-Vietnamoorlog-meezinger The “Fish” Cheer/I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die Rag van Country Joe & The Fish (‘Whoopee, we’re all gonna die!’). Of Jimi Hendrixs feedbackversie van het Amerikaanse volkslied. Tussendoor toont Wadleigh het leven in deze ad hoc geformeerde hippiemaatschappij, waar joints van hand tot hand gaan, naakt wordt gezwommen en tijdens onweer spontaan een regendans en modderglijpartijen ontstaan.

‘Ik kan met trots zeggen dat de inwoners van dit land trots kunnen zijn op deze kinderen’, laat de plaatselijke korpschef zowaar monter optekenen. En hoewel sommige omwonenden in Bethel, New York, wel degelijk mopperen, gaat het er doorgaans best beschaafd aan toe in Woodstock. ‘Dokter Jack Maitland, alstublieft, neem al uw hechtmaterialen mee, want u bent hier nodig’, meldt de festivalomroeper bijvoorbeeld. ‘U moet een bevalling doen.’ Luttele minuten later volgt een nieuwe oproep: ‘City McGee, kom onmiddellijk naar de rechterachterkant van het podium. Ik heb begrepen dat je vrouw aan het bevallen is. Gefeliciteerd.’

Het ultieme sixties-festival, een ongegeneerde viering van de tegencultuur, blijkt vaak een kwestie van improviseren. Geen draaiboek te bekennen. Er is te weinig water, nooit genoeg eten en nauwelijks een plek om te ontlasten. En toch blijven de ‘blommenkinderen’, waarvan er ook nog een paar aan het woord komen, alles van de positieve kant bekijken. Woodstock is en blijft daardoor te allen tijde ‘groovy’ – en daarmee ook een ongekend tijdsdocument. Van een periode waarin vrede en (vrije) liefde de wereld leken te gaan veroveren – totdat de ‘squares’, en hun onvermijdelijke ‘pigs’, hem toch weer in hun macht kregen.

Vol Gas Door De Modder

BNNVARA / Kleine Storm Media

‘Dat wordt emotioneel als we hier weg zouden moeten’, zegt Tony Verhorevoort, een Brabantse zeventiger met een markante snor die al sinds jaar en dag voorzitter is van M.A.C. De Helm in Helmond, terwijl hij zijn emotie probeert weg te slikken. ‘En dat komt ervan, dat weten we.’ Het circuit van zijn motorcrossvereniging lijkt na 42 jaar te moeten verdwijnen.

En dat zou een kleine ramp zijn voor de Helmondse familie Verhorevoort. Tony’s vrouw Ria werkt niet alleen in hun eigen meubelzaak maar is tevens penningmeester bij de motorcrossclub. Hun zoon Jarno was ooit een nationale topper en is nog altijd bloedfanatiek. Zijn zestienjarige zoon Seth staat inmiddels ook z’n mannetje in de modder en wordt daarbij flink op z’n huid gezeten door vaderlief. En Tony’s kleindochter Kelsey verleent regelmatig hand- en spandiensten bij de vereniging en stapt soms zelf ook op de motor.

Het geluid van motoren klinkt de Verhorevoorts en andere crossliefhebbers als muziek in de oren. Dat geldt zeker niet voor iedereen in ons land. Steeds vaker krijgen clubs, circuits en wedstrijden te maken met strikte geluidsnormen en milieumaatregelen. Dat is ook de uitgangspositie van de vierdelige docuserie Vol Gas Door De Modder (147 min.), waarin regisseur Bas Voorwinde de bedreigde subcultuur, door critici vaak weggezet als ‘herriesport’, op een toepasselijke manier, rechttoe rechtaan en zonder poespas dus, optekent.

Hij kijkt verder mee bij een wedstrijd van de Cross Club Cuijk, laat zich bijpraten door commentator Kees De Omroeper, luistert naar de elektrische crossmotor van oudgediende Johan uit Hummelo en sluit aan bij de 22-jarige Kaylee van Dam die zich als Nederlands kampioen bij de amateurs wil meten met de professionals. Want motorsport mag dan het imago van een mannensport hebben, er stappen ook steeds meer vrouwen op de motor – al is er voor sommige mannelijke coureurs nog altijd niets erger dan verliezen van een meisje.

Op weg naar de finishlijn bezoekt Voorwinde, begeleid door een noeste voice-over van de Overijsselse zanger/acteur Hendrik Jan Bökkers, trainingen en races en vergezelt hij de rijders ook naar huis, waar de olie die door hun aderen vloeit kan worden ververst en hun motoren en lijven weer worden opgelapt. Zodat ze straks opnieuw – cliché-waarschuwing! – oerend hart van start kunnen.

Sanatorium

MetFilm / VPRO

Ondanks de oorlog blijven er gasten komen. Ooit, in de hoogtijdagen van het Sovjet-regime, kwamen er jaarlijks duizenden bezoekers naar het wellnesscentrum Kuyalnyk om een behandeling met de befaamde modder te krijgen, eens lekker uit te buiken of te herstellen van leed, gebreken of verwondingen. Tegenwoordig moet het Sanatorium (90 min.) in Odessa, aan de zuidkust van Oekraïne, tevreden zijn met een fractie daarvan. Ze proberen gewoon te overleven – niet in het minst omdat het luchtalarm nogal eens afgaat.

Als het zomerseizoen begint, staat het team van vaste medewerkers reeds klaar om ‘t de nieuwe gasten naar de zin te maken. Ze werken vaak al hun halve leven bij Kuyalnyk en zijn volledig vergroeid geraakt met hun job. Medisch Directeur Olena heeft bijvoorbeeld voor elk probleem een luisterend oor. Haar activiteitenleidster en naamgenoot organiseert na 35 jaar nog altijd enthousiast een tafeltennistoernooi, karaokeavond of disco. En Dimitriy, de brombeer aan het hoofd van de technische dienst, scheldt zijn medewerkers steevast aan het werk en maakt daarna weer net zo gemakkelijk een dolletje met hen.

De clientèle die zij ontvangen is al even kleurrijk. Een jonge choreografe bijvoorbeeld, die nu eindelijk eens zwanger hoopt te worden. Een gepensioneerde mijnwerker met psoriasis en veel vrije tijd. Een moeder en haar volwassen zoon die welhaast een Oekraïense variant op de Van Kooten & De Bie-typetjes Carla en Frank van Putten lijken. Een veteraan die herstelt van zijn tijd aan de frontlinie. En een oorlogsweduwe met de vraag hoe ze op haar leeftijd nog alleen verder kan. De Ierse documentairemaker Gar O’Rourke beziet hen in zijn tragikomische debuutfilm stuk voor stuk met een mengeling van compassie en ironie.

Via modderbaden, allerlei andere behandelingen en tijdloos vertier proberen zijn hoofdpersonen in het reine te komen met zichzelf, een nieuwe wending te geven aan hun leven of simpelweg geluk te vinden – al is troost soms ook meer dan genoeg. Dit resulteert in treffende scènes. Onverholen flirtende oudjes. Een bezonken schuifeldans op Careless Whisper. Of een gezamenlijk patriottisch lied op Onafhankelijkheidsdag. Het hersteloord uit lang vervlogen tijden, in al z’n lelijkheid heel fraai vereeuwigd, blijkt nog altijd een geschikte plek om mensen te helen en in tijden van nood een gevoel van saamhorigheid te kweken.