The Truth Vs. Alex Jones

HBO Max

Er moet toch een speciaal plekje in de hel zijn gereserveerd voor iemand die een gruwelijke ‘school shooting’ misbruikt voor eigen gewin. Nadat een twintigjarige man op vrijdag 14 december 2012 twintig zes- of zevenjarige kinderen en zes van hun begeleiders dood heeft geschoten op de Sandy Hook-basisschool in Newtown, noemt Alex Jones het nauwelijks te bevatten drama binnen twee uur een ‘false flag’-operatie. De schietpartij zou, volgens een volledig uit de lucht gegrepen complottheorie, een voorwendsel zijn om de wapens van gewone Amerikanen af te kunnen pakken.

Als Robbie Parker, de vader van één van de slachtoffertjes, een dag later een persconferentie geeft om iets over zijn dochter Emilie te vertellen, ziet Jones zijn kans schoon in z’n programma Infowars: hij beschuldigt de rouwende vader ervan dat hij in werkelijkheid een acteur is. De hele schietpartij is volgens hem in scène gezet. Vanaf dat moment zijn Emilie’s vader en moeder en de andere Sandy Hook-ouders vogelvrij verklaard. Terwijl internettrollen hen blijven bestoken met laster en bedreigingen, maken ‘verslaggevers’ van Jones ondertussen het plaatsje Newtown zelf onveilig.

Negeren, ontkennen of bestrijden, niets lijkt te helpen. De verhalen over de ‘hoax’ Sandy Hook blijken niet onschadelijk te maken, ook omdat Jones zelf ze maar blijft aanjagen. Andere complotdenkers die in The Truth Vs. Alex Jones (118 min.) aan het woord komen, blijven ook jaren na dato nog altijd volharden in hun eigen waarheden, ten koste van de nabestaanden. Het is niet moeilijk om parallellen te zien met de Nederlandse complotten rond de moord op Marianne Vaatstra, het vermeende netwerk van pedoseksuele satanisten in Bodegraven en de Deventer Moordzaak.

De gevolgen van Jones’ leugens zijn soms nauwelijks te bevatten. Iemand schrijft bijvoorbeeld een brief aan de ouders van Daniel Barden dat hij zojuist over zijn graf heeft staan plassen. Een ander waarschuwt hen dat hij Daniels graf gaat openen, om te bewijzen dat er helemaal geen lijk in ligt. Met zulke voorbeelden laat filmmaker Dan Reed (Leaving Neverland) zien dat de leugenachtige wereld en het achterliggende verdienmodel van Alex Jones echt geen ondergrens kent. Daarna sluit hij aan bij de rechtszaak die enkele Sandy Hook-ouders tegen de lekker binnenlopende ‘bullshitter’ aanspannen.

Wat het doel daarvan is? vraagt Reed aan één van de betrokken ouders. ‘De totale destructie van Alex Jones’, antwoordt Nicole Hockley, de moeder van de zesjarige Dylan. Vooralsnog probeert de verdachte de rechtszaal echter nog te gebruiken voor zijn eigen theaterstukjes, compleet met infomercials. Tussendoor blijft hij ook in zijn eigen show leugens, laster en samenzweringstheorieën verspreiden. Als hij daar onder ede over wordt bevraagd, levert dat ongenadig vuurwerk op – en de constatering dat Jones ook dan, meineed of niet, rustig een loopje met de waarheid blijft nemen.

Tegenover hem staan ouders die door de hel zijn gegaan en daar jarenlang steeds opnieuw naar moeten terugkeren als Jones weer kwaadaardige onzin over hen of hun vermoorde kinderen de wereld in heeft geslingerd. In de rechtbank botst hun menselijkheid en waardigheid op het cynisme van een man die letterlijk over lijken gaat en ’t dan ook nog bestaat om af en toe een pathetisch kuchje te laten horen – in een opzichtige poging om zelf medelijden op te wekken. Dat kan en mag niemand koud laten. Jones belichaamt de schaduwzijde van het recht op vrijheid van meningsuiting.

The Truth Vs. Alex Jones is daarmee een essentiële film van en over deze tijd. Over hoe kwetsbaar de waarheid is – bijna een kwart van de Amerikanen denkt nog altijd dat Sandy Hook een hoax is. Over het aanwakkeren van angst, woede en complotten als verdienmodel. En over de hardste schreeuwers daarachter, voor wie er écht geen ‘bad publicity’ bestaat – alleen maar aandacht en de daarmee verbonden inkomsten. Voor hen is er waarschijnlijk inderdaad dat ene speciale plekje gereserveerd – al blijft Alex Jones vooralsnog gewoon zijn eigen, bijzonder lucratieve, informatieoorlogen uitvechten.

Alex’s War (2022) is een portret van Alex Jones, waarin Amerika’s meest beruchte complotdenker wordt gevolgd in de aanloop naar de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 en intussen zijn levensverhaal wordt verteld. Filmmaker Alex Lee Moyer laat de beelden daarbij voor zich spreken en plaatst geen kritische kanttekeningen.

Larry Flynt For President

WW Entertainment

De felste kritiek op de Republikeinse president Ronald Reagan komt in 1983 niet van zijn Democratische tegenstanders, maar van de flamboyante uitgever van het seksblad Hustler, Larry Flynt. Hij stelt zich zelfs kandidaat voor het presidentschap. Flynts campagne wordt zowel een satire op als rebellie tegen Reagans conservatieve visie op Amerika en doet heel wat stof opwaaien. Totdat de boel ook weer publiekelijk implodeert. Het beeldmateriaal dat in deze periode is gemaakt bleef jaren op de plank liggen, maar vormt nu de basis voor Larry Flynt For President (89 min.).

Flynt heeft bij de start van de campagne enkele jaren van complete inertie achter de rug. In 1978 is de vuil gebekte pleitbezorger van het vrije woord, die al menige controverse heeft veroorzaakt in puriteins Amerika, verlamd geraakt bij een moordaanslag. In de navolgende jaren lijdt hij onder helse pijnen, die alleen met zware medicatie zijn te onderdrukken en die hem volledig lam slaan. Terwijl zijn vrouw Althea Leasure wegzinkt in een ernstige drugsverslaving, weet Flynt de pijn echter langzamerhand de baas te worden. Daardoor kan hij zich weer gaan richten op wat hij het allerliefste lijkt te doen: het ontregelen van alles en iedereen, Brave Hendriken in het bijzonder.

‘Het leven moet één groot orgasme zijn’, declameert hij dus als presidentskandidaat, die zegt ‘onwetendheid en geslachtsziekten’ te willen uitbannen. En daarvoor moeten ze volgens hem ook de ‘massieve en repressieve hand van de regering weghalen uit het kruis van de Amerikaanse bevolking’. Flynts T-shirts vormen intussen een verhaal op zich. ‘Fuck The Olympics’, schreeuwt er eentje over de Olympische Spelen die een jaar later in Los Angeles moeten worden gehouden. Of, als de rechters hem niet goed gezind blijken: ‘Fuck this court’. En, erg gewaagd: ‘Give Hinckley a second chance’, een onverhulde verwijzing naar John Hinckley, de man die in 1981 een aanslag op Ronald Reagan pleegde.

Regisseur Nadia Szold gebruikt Flynts campagne, die wordt ingekaderd door allerlei lieden die er toentertijd op de één of andere manier bij betrokken waren of raakten, om zijn complete leven en missie over het voetlicht te brengen. Met de wijsheid van nu lijkt Larry Flynt een soort Donald Trump avant la lettre. Hij veroorzaakte net zo vaak en gemakkelijk ophef en liet zich eveneens in met dubieuze figuren en complottheorieën. Waar Trump echter de rechterkant van het politieke spectrum opzoekt en een kongsi is aangegaan met christelijk Amerika, zette de ongelovige Larry zich daar juist met zichtbaar plezier tegen af. Virtuoos en lomp, zoals alles waarmee hij zich bezighield.

Deze smakelijke film is een prima introductie in het tumultueuze leven van de geboren provocateur, over wie ook eerder ook al de heerlijke speelfilm The People Vs. Larry Flynt (1996) is gemaakt. Als geen ander slaagde Flynt erin om steeds weer, met veel lef en humor, de grenzen van de goede/slechte smaak op te rekken en zo The Right To Be Left Alone, tevens de titel van een andere documentaire over hem, op de kaart te zetten. Want voor Larry Flynt was vrijheid uiteindelijk het allerbelangrijkste. Om altijd en overal te kunnen zijn wie je wilde. Ook al was dat een eenvoudige pornoboer.

Cyberbunker: The Criminal Underworld

Netflix

De setting spreekt natuurlijk tot de verbeelding: een voormalige NATO-bunker, op een heuvel nabij het Duitse plaatsje Traben-Trarbach. Daar heeft een stel vrijbuiters zich verschanst. Ze runnen een uitstekend afgeschermd datacentrum. Als de groep er in 2013 neerstrijkt, hoopt de plaatselijke gemeenschap nog dat ze een Europese variant op Silicon Valley zullen starten. In plaats daarvan beginnen ze echter hun eigen onafhankelijke staat: Cyberbunker: The Criminal Underworld (102 min.).

De Nederlandse darknet-goeroe Herman Xennt fungeert er als koning, zijn libertaire landgenoot Sven Olaf Kamphuis als prins. Hij zou betrokken zijn geweest bij enkele geruchtmakende cyberaanvallen en staat in woord en daad een volledig vrij web voor. Zonder enige vorm van beperking. ‘Er is niets wat ik niet zou hosten’, zegt hij in deze documentaire van Max Rainer en Kilian Lieb. Dat hun Cyberbunker de grens heeft gelegd bij kinderporno en alles wat met terrorisme heeft te maken is volgens Kamphuis alleen toe te schrijven aan Xennt. Die had er overigens dan weer geen problemen mee om in zee te gaan met de beruchte Ierse crimineel George Mitchell, alias The Penguin. En de Nederlander zou zich ook hebben ingelaten met drugshandel.

Geen wonder dat de Duitse politie zint op tegenmaatregelen. Enkele rechercheurs vertellen hoe ze de bunkerbewoners proberen af te luisteren en pogingen wagen om te infiltreren in de hermetisch afgesloten bunker. Het politieonderzoek, dat in deze interessante film met behulp van gereconstrueerde bewakingsopnames wordt ontleed, zal uiteindelijk vijf jaar in beslag nemen en in elk geval tot de arrestatie van de hoofdverdachte leiden. Aan het slot van de docu, verrijkt met de verplichte dystopische sciencefiction-beelden en elektronische muziek, laat Herman Xennt zich in de gevangenis van Trier ‘interviewen’.

Dan ligt er nog één vraag nadrukkelijk op tafel: hoe gaat het verder met zijn ‘dark prince’ Sven Olaf Kamphuis? De bunkerbewoner stelt uitdrukkelijk dat hij niet buiten, maar zelfs helemaal naast de Duitse wet staat. Hij is immers ingezetene, minister zelfs, van een buurstaatje. Afgaande op de reactie van de Duitse politiemannen kunnen zij die redenering toch niet helemaal volgen en moet Kamphuis vooral niet denken dat hij boven de, hún, wet staat. Dit verhaal krijgt dus ongetwijfeld nog een staartje. Binnen en buiten de bunker.

Bad Press

https://badpress.film/

Aan documentaires over ernstige inperkingen van de persvrijheid is er in de laatste jaren helaas geen gebrek. Zonder al te veel fantasie zijn de bijbehorende landen erbij te bedenken: Rusland (F@ck This Job), Brazilië (Amigo Secreto), India (While We Watched), de Filipijnen (A Thousand Cuts) en Afghanistan (The Etilaat Roz). Hier is er weer één: Bad Press (98 min.), gesitueerd in de Muscogee Creek Nation. En die soevereine staat, waarmee een indianenreservaat in Oklahoma wordt bestuurd, ligt toch echt in de Verenigde Staten.

Van de 574 Amerikaanse stammen hebben er maar vijf de persvrijheid gegarandeerd. Herstel: slechts vier. Want op 8 november 2018 schrapt de National Council van Muscogee met een meerderheid van zeven tegen zes stemmen de onderliggende wet. De beslissende stem komt van Speaker Lucian Tiger III, die niet lang daarvoor in opspraak is geraakt door in de pers breed uitgemeten beschuldigingen van seksueel geweld. Hij wordt in de rug gedekt door de Principal Chief van de natie, James Floyd. Tiger lijkt zijn beoogde opvolger, als machtigste man op het reservaat.

Verslaggever Angel Ellis en de andere journalisten van de onafhankelijke nieuwsorganisatie Mvskoke Media moeten voortaan verantwoordelijkheid afleggen aan Eli McIntosh, Secretary of the Nation And Commerce. Hij stelt onmiddellijk een nieuwe hoofdredacteur aan: Rita Courtwright. Zij heeft drie hele weken ervaring op een nieuwsredactie en moet het met een gedecimeerd medewerkersbestand gaan doen. Want tien van de zestien werknemers hebben hun ontslag genomen. En Secretary McIntosh schroomt ook niet om zo nu en dan inhoudelijke suggesties te doen.

Terwijl de overgebleven medewerkers van Mvskoke Media hun redactionele vrijheid proberen terug te krijgen, komen in deze documentaire van Rebecca Landsberry-Baker (zelf Muscogee Creek) en Joe Peeler tevens de verkiezingen voor een nieuwe Principal Chief op gang. Daarbij wordt uiteindelijk zelfs de hulp van The Carter Center ingeroepen, dat regelmatig in het buitenland als neutrale observator optreedt bij kwetsbare verkiezingen. Op de officiële lijst van de non-profit van oud-president Jimmy Carter staat Muscogee Nation tussen Mozambique en Myanmar.

De vraag of het land van deze ‘Native Americans’ – één van de minst zichtbare bevolkingsgroepen in de Verenigde Staten en dus wel gebaat bij een stevige pers, zou je zeggen – onder de dictaturen moet worden geschaard of toch mag worden gerekend tot de democratieën, wordt echter pas enkele jaren later bepaald. Als de inwoners van Muscogee in 2021 zelf mogen stemmen over een amendement bij de grondwet, waarmee de persvrijheid alsnog wordt gegarandeerd. Dat is het logische – en voor de betrokkenen zenuwslopende – eindstation van deze ferme film.

Ruben Oppenheimer – Gevangen In Een Tekening

NTR

Zijn eigen moeder wil best participeren in deze documentaire van Carin Goeijers, maar liever niet herkenbaar in beeld. Zij is zich maar al te bewust van de risico’s die haar zoon neemt. Ruben Oppenheimer zoekt met zijn messcherpe politieke cartoons voor onder meer het AD en NRC nadrukkelijk het maatschappelijke debat op, schopt daarbij ongenadig tegen heilige huisjes aan en voelt ook niet de behoefte om politiek correct over te komen.

Daaraan zit een stevige prijs, getuige het urgente portret Ruben Oppenheimer – Gevangen In Een Tekening (55 min.). De cartoonist heeft zelf het gevoel dat hij steeds minder vanzelfsprekend zijn werk kan doen en verkopen. ‘De bagger die ik ervoor terugkrijg draag ik alleen’, zegt hij somber. Verwensingen en bedreigingen zijn bijna aan de orde van de dag. Goeijers vangt de impact daarvan door haatteksten letterlijk op zijn gezicht te projecteren.

Het geïsoleerde bestaan dat Ruben Oppenheimer noodgedwongen leidt wordt door de filmmaakster nog eens benadrukt met een combinatie van observatiebeelden – vaak van bovenaf gemaakt, zodat hij extra kwetsbaar lijkt. De suggestie is dat haar hoofdpersoon en zijn hond Lulu permanent in de gaten worden gehouden. Deze ‘beveiligingscamerabeelden’ maken het bedreigende klimaat voelbaar, waarbinnen de cartoonist zijn ambt, het samplen van beelden, moet uitoefenen. 

Als rode draad fungeert een spraakmakende cartoon uit 2017, waarin Oppenheimer suggereerde dat de Turkse president Erdogan twitter ‘neemt’. Die tekening veroorzaakte een storm van verontwaardiging. Slechts één Turkse Nederlander – Burak, die zich inmiddels zijn vriend mag noemen – heeft ’t in het openbaar voor hem opgenomen. Niet veel later is die een tijdje vastgehouden in Turkije, vanwege het steunen van iemand die de president beledigt.

In zo’n vijandig klimaat past geen naïviteit, vindt Oppenheimer. Slechts een week voor zijn dood, constateert hij bitter, meende Theo van Gogh nog: ik ben de nar, niemand doet mij wat. Inmiddels weten we wel beter. En dus stapt de voorvechter van het vrije woord naar de rechter om maatregelen af te dwingen tegen een vrouw die hem in het openbaar heeft bedreigd. Het is de climax van een film die inzichtelijk maakt hoezeer satire en de persvrijheid onder druk staan.

Slechts een enkeling haalt het in zijn hoofd om te tekenen wat hij wil.

F@ck This Job

Het beeldscherm is verdeeld in vier vlakken. In elk vlak is een Russische zender te zien. Drie ervan hebben vastgehouden aan hun gebruikelijke programmering: een dramaserie, reality-tv en een comedy of iets dergelijks. Business as usual. Linksonder is echter een live-verslag van een (zelfmoord)aanslag op het Domodedovo-vliegveld in Moskou te zien. Het is 24 januari 2011, de dag waarop de onafhankelijke televisiezender Dozhd Vladimir Poetin tegen de haren instrijkt.

Dat juist Dozhd de almachtige Russische leider zou tarten, hadden waarschijnlijk slechts weinigen voorspeld. Het station begon als een speeltje van Natasha Sindeeva, een flamboyante dame met een rijke vent, de bankier Sasha Vinokurov, die zich had voorgenomen om een ‘optimistic channel’ te beginnen. Ze rolde zelfs nog eens de rode loper uit voor Poetins aaibare opvolger/voorganger Dmitri Medvedev. Totdat het journalistieke bloed toch begon te kruipen waar het niet gaan mocht.

En dan verandert de documentaire F@ck This Job (102 min.) van Vera Krichevskaya, die zelf als lekker luchtige verteller fungeert, ook langzaam maar zeker van toon. Waar de filmmaakster eerst uitgebreid stilstaat bij Natasha’s roze Porsche, haar droomhuwelijk in ‘het Russische Versailles’ en de flair waarmee ze Dozhd opstuwt in de vaart der volkeren, komt de nadruk gaandeweg steeds meer te liggen op hoe diezelfde losbol zich ontwikkelt tot een voorvechtster van het vrije woord.

Deze film is dan allang een naargeestige impressie geworden van het hedendaagse Rusland, waar de vrijheid van meningsuiting rigoureus de kop wordt ingedrukt en het op helden tegen wil en dank zoals Natasha Sindeeva en de journalisten van Dozhd begint aan te komen. Ook voor hen gaat dat echter niet vanzelf. Terwijl haar medewerkers zich van alle kanten bedreigd beginnen te voelen, krijgt hun wilskrachtige leidsvrouwe het, mede door gezondheidsproblemen, steeds lastiger.

Krichevskaya probeert de persoonlijke malheur van haar protagonist te verbinden met de deplorabele staat van het land waarin zij allebei leven. Die twee komen niet altijd even soepel samen. Dit neemt echter niet weg dat F@ck This Job een film is, waarbij het lachen, om de vermakelijke capriolen van een nouveau riche-type, je gaandeweg vergaat als je ziet hoe zij, juist zij, met gevaar voor eigen lijf en leden de strijd met de nietsontziende Russische leider blijft aangaan.