Alex Roeka – Engel & Beest

NTR

Je moet tegen zijn broze stem kunnen. Tegen zijn boterzachte G. En tegen zijn bloeddoorlopen songteksten. Dan behoort zanger en songschrijver Alex Roeka zonder enige twijfel tot de groten van de Nederlands(talig)e popmuziek. Hij leverde onvervalste klassiekers af, zoals Noem ‘t Geen Liefde, Kermis In Ravenstein en Dit Kleine Hart Van Mij, die nochtans slechts bij een select publiek bekend zijn. Dat zo’n man nog steeds aanbevelingen nodig heeft van vakbroeders als Huub van der Lubbe en Youp van ‘t Hek is eigenlijk een gotspe.

Of de tv-docu Alex Roeka – Engel & Beest (57 min.) van Arno Kranenborg het tij alsnog kan keren? Daarvoor is de voormalige misdienaar, kostschooljongen en schuinsmarcheerder uit het Brabantse vestingstadje Ravenstein vermoedelijk al te zeer uitgehard als artiest. Hij kan niet zomaar door een handige marketingafdeling tot een geslaagde eenheidsworst voor het grote publiek worden gekneed. Niet dat hij daar zelf ook maar een seconde serieus over na zou denken als het hem zou worden voorgesteld. Of dat zou kunnen. De laatbloeier Roeka, die pas op zijn vijftigste debuteerde, is daarvoor veel te eigenzinnig, authentiek en – vermoedelijk ook – lastig.

‘Ik heb soms het verlangen – en dat klinkt misschien gek – om mezelf dood te zingen’, bekent hij tijdens een bezoek aan de kapel van één van de kostscholen waar hij als jongen verbleef. ‘Je gaat op het podium staan en je geeft alles zodat je dood neervalt. Als een soort bestraffing, zo lijkt het wel.’ Zo wordt deze trip nostalgia door leven en werk van Alex Roeka, het zwarte schaap van de notarisfamilie Van Mourik, nooit al te gemoedelijk. Daarvoor is de man toch te hoekig en draagt hij ook nog te veel deuken uit het verleden met zich mee. Om met zijn zwaarmoedige collega Hans Dorrestijn te spreken: de tijd heelt alle wonden, maar slaat er nog veel meer.

Alex Roeka’s liedjes zijn daarvan de gloedvolle weerslag en slaan juist daarom zo ongenadig toe: hier is een man aan het woord die het klappen van de zweep kent, op allerlei plekken butsen en striemen heeft achtergelaten en zelf ook enkele harde slagen heeft moeten opvangen. En het was veelal nog zijn eigen schuld ook. Dit portret weet dat gevoel van romantiek, wrevel en weemoed heel aardig te vangen en geeft bovendien volop ruimte aan Roeka’s gedachtespinsels en hoe die worden vervat in tekst en muziek. Waar zijn hoofd niet over uit kan, loopt zijn hart van over. En het onze. Althans, van de tere zielen die gevoelig zijn voor deze dwarse bard.

Alex Roeka – Engel & Beest is hier te bekijken.

Demarrage

KRO-NCRV

Jonge honden in veel te oude lichamen, constateert de bijna tachtigjarige Janus over het groepje maten waarmee hij driemaal per week op de fiets klimt. De Brabantse vrinden waren ooit met tien, maar hartproblemen en een beroerte later resteren er nog maar acht mannen in een wielertricot.

In Demarrage volgt Arno Kranenborg een van de vele groepjes oudere mannen die dagelijks, in weer en wind, het land doorkruisen. Intussen keuvelen ze over zichzelf, elkaar en het vrouwelijk schoon (‘lekker spek’) dat ze passeren en verbijten de pijntjes die komen met de jaren.

Zo nu en dan houden ze even halt voor een natje en een droogje of gaan ze op ziekenbezoek bij een oude fietsvriend. En als Jan het niet meer kan bijbenen, houdt een ander even halt en loodst hem weer richting peloton. Gewoon doodgewone mannen op de fiets dus, die we stiekem mogen bekijken en (vooral) beluisteren.

Veel meer heeft de alleraardigste documentaire eigenlijk niet om het lijf. Toch werkt ’t. Ook door de weelderige muziek waarmee die fietsavonturen zijn aangekleed. Alleen de regelmatig terugkerende bespiegelingen van verteller Janus voelen soms wat gekunsteld.

Demarrage (55 min.) is een ode aan mannenvriendschappen. Die hebben bij deze wielerclub ogenschijnlijk weinig om het lijf, maar samen kletsend, lachend en pedalerend houden de oudgedienden het onvermijdelijke einde nog even op afstand. ’Als je blijft fietsen’,  concludeert Toontje. ‘Dan ga je niet dood.’