Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements

HBO

Toen Beethoven doof begon te worden, componeerde hij de Moonlight Sonate. Juist die stemmige compositie wil de elfjarige Jonas nu instuderen voor een uitvoering. Hij verloor als kleuter ook zijn gehoor, kon toen een tijd helemaal niets horen en heeft daarna met een cochleair implantaat geluid, muziek in het bijzonder, opnieuw een plek gegeven in zijn leven.

Regisseur Irene Taylor Brodsky vertelt in Moonlight Sonata: Deafness In Three Movements (90 min.) zowel het verhaal van haar zoon als dat van haar ouders. Die zijn eveneens doof en werden in 2007 al door hun dochter geportretteerd in de aangrijpende film Hear And Now. Zij hebben sinds enkele jaren eveneens een implantaat, maar daaraan zijn ze nooit helemaal gewend.

Waren ze zonder gehoor niet gewoon beter af? vragen ze zich inmiddels af. Als opa overprikkeld dreigt te raken, zet hij bijvoorbeeld gewoon zijn gehoorimplantaat uit. Dat is wel zo rustig. Zeker omdat zijn brein serieuze slijtage begint te vertonen. Ook hun kleinzoon wil zich soms afsluiten van de horende wereld, bijvoorbeeld tijdens het oefenen van Beethovens meesterstuk.

Taylor Brodsky begeleidt de ontwikkelingen in haar familie met een persoonlijke voice-over en trekt parallellen met de laatste levensfase van Ludwig van Beethoven, verbeeld met fraaie animaties, die steeds meer in zijn eigen hoofd ging leven. Het resultaat is een intieme film, die toewerkt naar een vanzelfsprekend slotakkoord: Jonas’ interpretatie van de wereldberoemde pianosonate nr. 14.

Doof Kind

 

‘Ik heb de horende wereld niet nodig’, zegt Tobias de Ronde en voegt er, half grappend, aan toe: ‘Deaf Power!’ Via zijn broer Joachim en vader Alex, die de documentaire Doof Kind (71 min.) over hem maakte, is en blijft Tobias natuurlijk wel degelijk verbonden met de wereld van de horenden. Maar of hij er ook (nog) thuis hoort? Twintiger Tobias voelt zich inmiddels helemaal op zijn plek te midden van louter doven, bijvoorbeeld op de enige dovenuniversiteit van de wereld in Washington. ‘Het is mijn cultuur, mijn identiteit.’

Die zogenaamde dovenidentiteit is een terugkerend aspect in deze persoonlijke film van Alex de Ronde, waarmee hij zowel op het IDFA in Amsterdam als op het Belgische festival Docville de publieksprijs won. In hoeverre wordt die identiteit bedreigd door de komst van implantaten? Kinderen die nu met een gebrekkig gehoor worden geboren, krijgen direct een Cochleair Implantaat (CI). Als gevolg daarvan zou de gebarentaal, waarin Tobias floreert en die hem ook is gaan definiëren, wel eens helemaal verloren kunnen gaan. Dat gaat hem zichtbaar aan het hart.

En dan te bedenken dat het voor diezelfde Tobias en zijn familie ooit een onmogelijke keuze leek: een ‘normale’ middelbare school in Amsterdam of toch die speciale dovenschool in het verre Groningen? Hij koos uiteindelijk voor het hoge Noorden en bewees daar, ook aan zichzelf, dat doofheid niet per definitie een handicap hoeft te zijn. Soms heb je er zelfs uitgesproken voordeel van, vertelt hij op de hem kenmerkende lichtvoetige wijze. Bijvoorbeeld als je geen zin hebt om de tram te betalen. Je reist als dove overigens sowieso met korting.

Die nuchtere toon is kenmerkend voor de geboren verhalenverteller Tobias en deze ontroerende film over zijn leven. Terwijl er in de familie De Ronde toch ook voldoende drama is geweest: beestjes in mama’s borst bijvoorbeeld, ooit nog ongewild onderwerp van gesprek in de talkshow van Catherine Keyl. Vader en debuterend filmmaker Alex, in het dagelijks leven directeur van het Amsterdamse filmtheater Het Ketelhuis, kiest er echter voor om deze familietragedie niet te benadrukken en simpelweg zijn onvermijdelijke plek te geven in het leven van zijn opgroeiende zoon.

In Doof Kind versnijdt hij activiteiten van en interviews (in gebarentaal) met de inmiddels volwassen Tobias, zoals een nieuwe liefde en de daarmee gepaard gaande toekomstplannen, met oude familiefilmpjes, waarmee de weg naar zijn huidige, ogenschijnlijk tamelijk zorgenvrije bestaan in beeld wordt gebracht. Intussen komen actuele dilemma’s voor Tobias aan bod. Of hij bijvoorbeeld zelf een doof of horend kind wil? Het officiële antwoord is dat het niet uitmaakt, stelt hij onomwonden. Maar: ‘een olifant wil toch ook niet liever een tijgerwelpje?’