Rafa

Netflix

Terwijl de Spaanse toptennisser Rafael Nadal in 2024 nog eenmaal terug probeert te komen aan de top, zodat hij voor de vijftiende keer kan deelnemen aan zijn favoriete toernooi Roland Garros, blikt hij in de vierdelige serie Rafa (226 min.) van Zach Heinzerling terug op een lange carrière die hem 22 Grand Slam-titels heeft bezorgd. Als einddertiger oogt hij fragieler dan ooit. Nadal lijkt nauwelijks meer op de krijger van weleer, een Samson-achtige figuur met een ‘morgen bestaat niet’-attitude. De zweetband is gebleven, maar zijn haar is tegenwoordig een stuk korter en begint uit te dunnen. En Rafa draagt ook geen shirts zonder mouwen of ‘piratenbroeken’ meer.

Hij begon ooit met een achterstand, blijkt uit de eerste aflevering. Rafael Nadal werd al jong gediagnosticeerd met de Ziekte van Müller-Weiss. Hij is de enige topsporter met deze chronische voetaandoening, die waarschijnlijk is verergerd doordat hij al op zeer jonge leeftijd intensief begon te sporten en die hem al zijn hele loopbaan parten speelt. Een orthopedische inlegzool vermindert de pijn, maar kan die nooit helemaal weghalen. Die voeten blijven zijn achilleshiel als topsporter – al lijkt ie anno 2024 van de ene in het andere kwetsuur te belanden. Kan Nadal accepteren dat zijn topsportleven er (bijna) opzit en de rest van zijn bestaan, met vrouw en kinderen, nu echt gaat beginnen?

In deel twee van Rafa kijkt hij terug op zijn rivaliteit met de Zwitser Roger Federer, die heeft geresulteerd in talloze heroïsche tweekampen, op Wimbledon in het bijzonder, en die hen allebei naar grootse hoogten heeft opgestuwd. De laatste twee afleveringen van deze miniserie belichten respectievelijk zijn periode als nummer één van de wereld die krijgt te maken met nóg een ‘tennisgod’, Novak Djokovic, en zijn remonte aan de zijde van een nieuwe coach, z’n grote voorbeeld Carlos Moya. Intussen blijft hij in zijn laatste tennisjaar verwoede pogingen doen om waardig afscheid te nemen en nog eenmaal te schitteren op Roland Garros, het graveltoernooi dat hij veertien (!) maal won.

Met impressies van zijn grootste finales, fraaie jeugdfilmpjes en kwetsbare achter de schermen-scènes van z’n comeback, ondersteund door gesprekken met de tenniscrack zelf en zijn persoonlijke en professionele entourage, toont Heinzerling de achterkant van een groot kampioen, die ook maar een gewoon mens blijkt te zijn. Met z’n eigen twijfels en angsten, zorg over het gewoeker met zijn gezondheid en een permanent ongemak rond roem. Een man van grootse daden, maar zeker niet van grote woorden. En toch behept – of daarmee opgezadeld door de bikkelharde coach die hem van jongs af aan begeleidde, zijn eigen oom Toni – met de onstuitbare drang om te (blijven) winnen.

Een man die doorgaat tot het écht niet meer gaat. Ook daarom is deze impressie van het laatste jaar van zijn tenniscarrière interessanter dan het afscheid van zijn grote rivaal (en dierbare vriend) Roger Federer, dat is vervat in de tamelijk beperkte en bleke film Federer: Twelve Final Days (2024). Die match heeft Rafael Nadal tot nader order – het definitieve Federer portret volgt vast nog – in elk geval gewonnen.

A King Like Me

Netflix

Net als voor alle andere inwoners van New Orleans is er voor de leden van de Zulu Social Aid & Pleasure Club een vóór en ná Katrina.

Een kleine honderd jaar vóórdat de orkaan Katrina de Afro-Caribische stad in de Amerikaanse staat Louisana bijna vernietigt, in het jaar 1909, richten enkele zwarte mannen hun eigen club op, een sociaal netwerk dat inspringt als de nood aan de man is en de eigen familie ’t even niet aankan, zoals bij een uitvaart. In diezelfde tijd wordt ook de racistische speelfilm The Birth Of A Nation uitgebracht, waarna de verderfelijke Ku Klux Klan een comeback maakt. Het ressentiment dat zo opnieuw opsteekt in het Amerikaanse zuiden, verdient een reactie, vindt de Zulu-club.

Met kleurrijke kostuums, versierde kokosnoten en swingende praalwagens steelt de zwarte ‘krewe’ sindsdien de show tijdens Mardi Gras, de plaatselijke variant op Carnaval. Het feit dat ze daarbij gebruik maken van (en ook de draak steken met) ‘blackface’, de controversiële make up waarmee Afro-Amerikanen worden geportretteerd door witte Amerikanen, is bepaald niet onomstreden. Jazzlegende Louis Armstrong is er bijvoorbeeld ooit flink door in de problemen gekomen. De discussie of blackface nu wel of niet gepast is wordt bij Zulu nog altijd regelmatig gevoerd.

In het groepsportret A King Like Me (89 min.), smakelijk aangelengd met jazz- en dixielandmuziek, zoomt Matthew Henderson in op deze zwarte herenclub en al z’n gebruiken en tradities. Zulu is in wezen een Afro-Amerikaanse variant op de Nederlandse verenigingen die toewerken naar Carnaval of een bloemencorso. En zij kiezen ook hun eigen variant op Prins Carnaval, King Zulu. Dat is een prestigieuze functie, in menig geval zelfs de vervulling van een jeugddroom. Deze sfeervolle film tekent deze wereld van binnenuit op en vangt en passant het gevoel van zwart zijn in Amerika.

De benarde positie van zwarte Amerikanen komt nog eens pijnlijk in beeld als de Orkaan Katrina in augustus 2005 New Orleans overspoelt. Ná die ramp speelt de Zulu-club naar verluidt een essentiële rol in de  wederopstanding van de stad, met een geladen parade tijdens de eerstvolgende editie van Mardi Gras.  ‘Iedereen in New Orleans moet komen en gewoon van Mardi Gras genieten’, herinnert Larry Hammond, de Zulu-koning van dat jaar, zich geëmotioneerd de woorden die hij toen uitsprak. ‘Er gaat niets boven kijken naar een Zulu-parade. En het publiek vergaapte zich eraan. Oh….!’

En dan, weer vijftien jaar later, slaat COVID-19 toe. Henderson is dan al aan het filmen voor deze film. New Orleans wordt opnieuw ernstig getroffen. De stad heeft zo’n beetje het hoogste sterftecijfer van het land. Zou Mardi Gras, dat elk voorjaar plaatsvindt, nog een rol hebben gespeeld in de verspreiding van het virus? Feit is dat ook de Zulu-club hard wordt geraakt en afscheid moet nemen van enkele prominente en geliefde leden. Ook dan biedt de cultuur, die ze in ruim een eeuw samen hebben opgebouwd, houvast voor de toekomst. Ze omarmen wie ze zijn en gaan door.

En deze film, meer sfeertekening dan narratief, toont hen voor wie ze (willen) zijn: zwarte mannen die trots zijn op wie ze waren, zijn en blijven.

De Stand Van Het Gras

SNG Film

Aan de andere kant van de schutting is het gras altijd groener. Op weg naar een perfect gazon zet menige Nederlander zijn beste beentje voor: knippen, harken, bemesten, sproeien, verticuteren en maaien natuurlijk. Handmatig, elektrisch of – als ie het doet – met een robot. En als het gewenste resultaat uitblijft, wordt er gewoon een compleet nieuwe grasmat gelegd.

De korte documentaire De Stand Van Het Gras (23 min.) toont allerlei gewone burgers – vanuit het perspectief van pieren, egels, mollen, eksters en slakken – terwijl ze dat eigen kleine stukje natuur onbekommerd hun wil opleggen. Regisseur Rashel van der Schaaf plaatst de camera regelmatig bijna op grondhoogte of juist in de lucht en vangt van daaruit de werkzaamheden in het groen en flarden van de gesprekjes die intussen worden gevoerd.

Het is Nederland in een notendop. Terwijl ze er voor waken dat het gras twee kontjes hoog wordt, harken al die tuiniers tevens hun eigen levens aan. Waarbij liefst niets aan het toeval wordt overgelaten. Dat is best een aardig gezicht. Herkenbaar. Lekker kneuterig ook. Al is het na dik twintig minuten – zonder duidelijke hoofdpersonen, helder narratief of heel bijzondere scènes – ook echt wel klaar.

Makala

De camera kijkt over de schouder van Kabwita Kasongo mee als hij op de boom afloopt. Terwijl hij zijn bijl pakt, verlaat de lens hem en zwerft rustig over de takken de lucht in. Totdat de Congolese boer op de stam begint in te hakken. Steeds weer laat hij zijn gereedschap op het hout neerdalen. Nogmaals. Nog eens. En nog eens. Er lijkt geen einde aan te komen. Stukje bij beetje splijt hij de boom. Het is een kwestie van tijd en noeste arbeid voordat deze, uiteindelijk, breekt.

De tergend langzame openingsscène, waarin elke bijlslag er letterlijk inhakt, is exemplarisch voor de documentaire Makala (96 min.) van de Franse regisseur Emmanuel Gras én het leven van de hoofdpersoon van die film. Met beperkte middelen probeert Kabwita de wereld naar zijn hand te zetten. Hij heeft een idee. Die boom wil hij verwerken tot houtskool, dat in de stad moet worden verkocht. Zodat hij straks een huis kan bouwen voor zijn vrouw en kind.

Dan moet de jonge vader nog wel eerst in die stad aankomen. Vol goede moed – of de moed der wanhoop – laadt Kabwita zijn aftandse fiets he-le-maal vol met plastic zakken houtskool en begint in zijn dorp Walemba aan een voettocht van vijftig kilometer die hem uiteindelijk een behoorlijke som geld moet opleveren. Onderweg passeert hij anderen met een vergelijkbare lading en wordt hij zelf op zijn beurt ingehaald door brommers en motoren. Als de spreekwoordelijke boer ploegt hij voort, met de blik op oneindig.

Gras kijkt intussen met hem mee, leeft met hem mee. Hij grijpt niet in. Steekt geen helpende hand toe bij tegenslag. Kalm legt hij de ontberingen vast die zijn hoofdpersoon moet doorstaan. Elk shot lijkt te lang te staan, zodat de kijker gaandeweg begint te voelen wat de jonge Kabwita zichzelf heeft opgelegd en moet doormaken. Elke kilometer bestaat letterlijk uit duizend meter, elke meter uit honderd centimeter, elke centimeter uit tien millimeter. En die moeten allemaal worden overbrugd.

Intussen is elk geluid hoorbaar: het piepen van de fiets, de dwingende eisen van zelfbenoemde tollenaars en het wild opstuivende zand. Op gepaste moment kleurt Gras de gebeurtenissen in met gedragen muziek. Makala is daardoor bijna een zintuiglijke ervaring geworden, die ons, westerlingen, dwingt om de ganzenpas waarmee we doorgaans door het leven marcheren voor even vaarwel te zeggen voor een trage sleepgang door het armoedige en op de één of andere manier toch hoopvolle bestaan van een gewone Afrikaan.