
Boontje komt om z’n loontje. ‘Het zijn beroerde schakers’, zei schaaklegende Bobby Fischer ooit, geringschattend lachend, over schaaksters. ‘Ze zijn gewoon niet zo slim.’
De jongste grootmeester aller tijden kan dan nog niet bevroeden dat hij door een vrouw zal worden onttroond. Beter: door een meisje van vijftien jaar en vier maanden. In 1991 wint Judit Polgár, die op haar twaalfde al de beste vrouwelijke speelster ter wereld is geworden, het Hongaarse kampioenschap en wordt zo automatisch grootmeester. De Queen Of Chess (94 min.) is twee maanden jonger dan Fischer. En daarna ligt de weg voor haar open naar een tweekamp met de ongenaakbare wereldkampioen, Garry Kasprov.
Judit is samen met haar zussen Susan en Sofia van jongs af aan klaargestoomd om schaakkampioen te worden. Hun vader László zorgt ervoor dat ze elke dag urenlang schaaktraining krijgen. Al snel maken de Polgárs naam in de schaakwereld. Het communistische regime van Hongarije geeft hen alleen geen toestemming om in het buitenland te spelen. De zussen mogen het Oostblok niet verlaten. Totdat ze uiteindelijk toch naar het westen mogen, om zich met de rest van de wereld te meten – en met mannen.
Met de familie Polgár, schaakinsiders en andere topspelers reconstrueert de Amerikaanse documentairemaakster Rory Kennedy hoe Judit zich toegang probeert te verschaffen tot de herenclub van het internationale schaken. Ze wordt daarbij continu geconfronteerd met seksisme en vooroordelen. En die blijken zeer hardnekkig. ‘Een typische zwakheid van vrouwelijke spelers is dat ze onder druk in paniek raken’, zegt de Russische oud-kampioen Garry Kasparov, die allang beter zou moeten weten, wederom met droge ogen.
Gaandeweg richt Kennedy zich in deze vlotte, toegankelijke en met lekker dwarse rockmuziek opgepepte film steeds meer op de tweestrijd tussen Polgár en Kasparov, de beste schaker van haar tijd. Die moet het definitieve bewijs leveren dat vrouwelijke spelers niet onder hoeven te doen voor hun mannelijke concurrenten. Van schaken maakt ze intussen ook voor leken een heel aardig schouwspel, waarbij aartsrivalen elkaar met durf, intellect en psychologische oorlogsvoering van het bord proberen te spelen.
Ondanks Judit Polgárs prestaties geldt schaken overigens nog altijd als een echte mannensport. Totdat, ooit, het nieuws komt dat de koning dood is. Waarna dan volgt: lang leve de koningin.

