Monet Et Les Nymphéas L’Éternité Retrouvée

Arte / maandag 26 oktober, om 22.45 uur, op NPO2

In de zomer van 1899 is het hem eindelijk gelukt. De Franse impressionistische schilder Claude Monet heeft meerdere pogingen nodig gehad om enkele grote vijvers aan te leggen in zijn tuin, waarin daadwerkelijk waterlelies tot bloei kunnen komen. Vanaf een speciaal aangelegde Japanse brug kan hij ze nu goed bekijken en het water, de lichtinval en kleuren observeren. Hij begint obsessief waterlelies te schilderen. Tot aan zijn dood in 1926, een periode waarin zijn zicht terugloopt, zal hij ze nooit meer loslaten.

‘Artistieke zelfmoord’, aldus critici. Na Monets overlijden raken ‘De Waterlelies’, ook door de Tweede Wereldoorlog, in de vergetelheid. Totdat de Amerikaanse kunstenaar Ellsworth Kelly de vergeten schilderijen in 1952 ontdekt in Monets voormalige woonplaats Giverny in Normandië. Hij relateert ze direct aan het immersieve werk van moderne kunstenaars zoals Jackson Pollock en Mark Rothko, mannen die dan de kunstwereld domineren. Claude Monet is zijn tijd duidelijk vooruit geweest.

Zijn abstracte werk zal echter nog lang in de schaduw blijven staan van de impressionistische schilderijen waarmee hij in de negentiende furore eeuw maakte, toont Anne-Cécile Genre in de documentaire Monet Et Les Nymphéas: L’Éternité Retrouvée (52 min.). Intussen zijn ook Monets huis, tuin en vijvers in verval geraakt. Met het revitaliseren daarvan, door een tuinman genaamd Gilbert Vahé, komt ook de herwaardering van zijn late werk op gang.

Vahé zwaait nog altijd de scepter over het kleine paradijs van Claude Monet, dat in 1980 is opengesteld voor het publiek en tegenwoordig jaarlijks aanzienlijke aantallen bezoekers trekt. Hij laat in deze verzorgde film zien hoe honderd jaar na Monets dood ook zijn waterlelies (weer) als vanouds bloeien. Net als de serie schilderijen waarmee de Franse kunstenaar, die dit jaar uitbundig zal worden herdacht, de schoonheid, diepte en vergankelijkheid van de wereld heeft onderzocht.

En De Naam Is: Heeresma

Oogland Filmproducties

‘Kijk, mijn vader heeft een brandscherm voor zijn leven neergetrokken’, zegt Heere Heeresma’s zoon Heere Jr. bij het graf van zijn vader, niet zonder humor, tegen diens biograaf Anton de Goede. ‘En ik ben er niet om dat brandscherm omhoog te halen. Maar wat ik je wel kan zeggen is dat hier eigenlijk alleen zijn uniform begraven ligt.’

En daar kan, of moet, De Goede ’t maar mee doen. In de laatste, niet afgemaakte brief van Heere Heeresma (1932-2011) heeft hij nochtans wel degelijk een aansporing gevonden. ‘Het wordt tijd dat een biograaf zich in mijn bestaan gaat verdiepen.’ Daarmee kan de journalist, en deze schrijnende film van John Albert Jansen over zijn zoektocht naar de Nederlandse dichter/schrijver, wel even vooruit. ‘Vind ik de sleutel van de doorgang in dat brandscherm om Heeresma’s privébestaan?’

De beide kinderen van de zelfverklaarde eigenheimer, zoon Heere Jr. en dochter Marijne, zijn hem daarbij op geheel eigen wijze van dienst. Terwijl Marijne spreekt van ‘s mans kwaadaardigheid, oeverloze gezuip en verschrikkelijke agressie en pas na zijn dood iets van waardering voor hem heeft gevonden, lijkt Junior al zijn hele leven met diezelfde vader te dwepen. Hij wentelt zich maar al te graag in het ‘spel van schijn en werkelijkheid’ dat Senior als geen ander kon spelen.

‘Ik heb hier heel mooie herinneringen aan, hoor, Anton’, vertelt hij bijvoorbeeld tegen De Goede als ze in de stromende regen (‘heerlijk Heeresma-weer’) door De Bijlmer lopen, waar het gezin een tijdje op de allerhoogste etage van een flat woonde. ‘Daar sprong nog iemand van het balkon af’, herinnert hij zich. ‘En ook daar is iemand van het balkon gesprongen.’ Zijn vader beschreef in een verhaal hoe dat klonk op het grindpad: als een volle zak nat wasgoed. ‘Dat is schrijven, hè?’ zegt zijn zoon. ‘Dat is schrijven.’

‘Doordat ik zelf een gigantisch ego heb, is de weg van de nederigheid begaan voor mij extra zwaar’, zegt de grote schrijver zelf, elders in En De Naam Is: Heeresma (85 min.). ‘Begrijpt u dat?’ Om de man, met al zijn (on)hebbelijkheden, werkelijk te kunnen vatten, moet deze film echter voorbij zijn woorden gaan, die blijkbaar broodnodige distantie proberen te scheppen, en de beladen familiehistorie opzoeken, die hem als klein jongetje, en de (tweede) generatie na hem, moet hebben getekend.

Dat er iets scheef zat in het leven van Heere Heeresma en de manier waarop hij omging met de werkelijkheid wordt door Jansen benadrukt met, letterlijk, scheve shots en het op gezette tijden kantelen van de wereld waarvan hij deel uitmaakte. Terwijl Heere Jr., als het evenbeeld van zijn geliefde vader, intussen bijna tot het eind de draak blijft steken met alles wat er via archiefbeelden en verfilmingen van Heeresma’s boeken bovenkomt, houdt zijn zus genoeg afstand om te komen tot (zelf)reflectie.

Gezamenlijk – maar niet samen – schetsen ze met Anton de Goede, die jarenlang correspondeerde met hun vader, een intrigerend portret van de man die met een ‘Atlantikwal’ (Heere) zijn privéleven afschermde en waarbij al die jolijt ‘een ‘berg met verdriet’ (Marijne) verborg.