Siren: The Voices Of Shelley Beattie

HBO Max

Als tweejarige peuter weet ze, tot grote schrik van haar moeder Laura, stiekem een potje met aspirines te bemachtigen. Shelley Beattie (1967-2008) vreet dit helemaal leeg. In het ziekenhuis constateren ze dat het meisje een dodelijke dosis van het medicijn heeft ingenomen. De kleine Shelley verliest in de navolgende dagen echter niet eenmaal haar bewustzijn.

Het was een ongelooflijk krachtig en hyperactief kind, vertellen haar moeder Laura, zus Teresa en broers Matt en Jim Beattie bijna zestig jaar later in de documentaire Siren: The Voices Of Shelley Beattie (102 min.). Soms heel blij, dan ineens heel erg boos. En dat zorgt regelmatig voor onbegrip. Shelley negeert anderen, reageert niet op grapjes en past zich niet aan in groepen.

Het duurt veel te lang voordat haar omgeving ontdekt dat ze haar gehoor aan het verliezen is. Als anderen door krijgen dat Shelley Beattie slechthorend is, zit ze al flink in de problemen. Moeder Laura laat haar uit huis plaatsen. Een traumatische ervaring. Via sport vindt de getroebleerde tiener zichzelf terug. Ze begint als een gek te trainen. Eerst op de atletiekbaan, daarna in de sportschool.

Documentairemaakster Irene Taylor groeide zelf op met dove ouders en heeft ook een dove zoon, Jonas. Daarover maakte ze de persoonlijke films Hear And Now (2007) en Moonlight Sonata: A Deafness In Three Movements (2019). Voor dit aangrijpende portret van de dove bodybuildster Shelley Beattie roept ze de hulp in van een absoluut icoon van de Amerikaanse dovengemeenschap.

De actrice Marlee Matlin (Children Of A Lesser God) had, bekent ze aan het begin van de film, nog nooit van Shelley gehoord – hoewel zij, net als zij, is opgegroeid in een horende familie en eveneens furore heeft gemaakt in Hollywood. Matlin probeert, in woord en gebaar, te communiceren wat er in Shelley omgaat. ‘Ik was de enige die echt in mij geloofde’, zegt ze bijvoorbeeld namens haar.

Beattie vertrekt begin jaren negentig naar Venice Beach in Californië en begint in Gold’s Gym met coach John Romano te trainen voor de jaarlijkse Ms. Olympia-wedstrijd. Shelley kan zich volgens hem enorm focussen, óók omdat ze soms gewoon haar gehoorapparaat uitzet. Dan belandt ze in haar eigen cocon. De twee krijgen een relatie – al is het de vraag of zij die in werkelijkheid wel wil.

Want achter de façade van de succesvolle bodybuilder, die landelijk bekend zal worden door het realityprogramma American Gladiators, schuilt een beschadigde vrouw, die koste wat kost haar ware gevoelens probeert te verbergen. Daarin raakt ze steeds verder verstrikt, met zelfmedicatie als vanzelfsprekend vervolg. Totdat ze volledig vastloopt en zichzelf letterlijk begint te beschadigen.

Dit zielstriemende verhaal, over een vrouw die uit de hoek komt waar de klappen vallen, wordt door Taylor omlijst met fraaie geanimeerde scènes, aan de hand van Beatties dagboeken en tekeningen. Alles overziend – haar hele leven, inclusief alle jeugdwonden – is het in feite volstrekt logisch dat juist zij de bodybuildster Shelley Beattie, een vrouw waar mannen bang van konden worden, is geworden.

Deaf President Now!

Tim, Bridgetta, Greg en Jerry (vlnr) / Apple TV+

Harvey Corson en I. King Jordan mogen de Gallaudet University in Washington D.C. niet gaan leiden. Het universiteitsbestuur geeft in de lente van 1988 de voorkeur aan een vrouw: Elisabeth Zinser. Niet veel later slaat de vlam in de pan. De studenten ervaren de keuze als een persoonlijke belediging en bezetten de campus. Niet omdat Zinser een vrouw is, maar omdat zij kan horen. De toonaangevende dovenuniversiteit moet nu eindelijk eens worden geleid door één van hen.

Deaf President Now! (100 min.) eisen zij. Volgens Jane Bassett Spilman, de voorzitter van Gallaudets Raad van Toezicht, is er echter geen enkele kans dat het besluit wordt teruggedraaid. Deze kruising van Nancy Reagan en Margaret Thatcher toont zich sowieso behoorlijk toondoof. Zij bestaat het bijvoorbeeld om te zeggen dat dove mensen er nog niet klaar voor zijn om te functioneren in een horende wereld. ‘Ach, dat mens!’ reageert Gerald ‘Jerry’ Lee Covell, die zich opwerpt als één van de leiders van de protestactie, bijna veertig jaar later nog altijd als door een adder gebeten. De IJzeren Heinige opstelling van Spilman heeft hun verzet alleen maar gesterkt.

Deze documentaire van Davis Guggenheim en Nyle DiMarco beslaat slechts één enkele week in de lente van 1988. Met de vier sleutelfiguren uit het studentenprotest blikken ze terug op de turbulente dagen, waarop zij de horende wereld tot de orde hebben geroepen. Voorbij is de tijd dat doven niet meetellen of worden gezien als mensen die moeten worden gerepareerd. Een nieuw zelfbewustzijn vat post in hen. Als het schoolbestuur bijvoorbeeld stelt dat het pas weer in gesprek wil als de studenten hun bezetting van de campus opgeven, reageert Jerry op een manier waarvoor geen kennis van gebarentaal nodig is: twee ferm opgestoken middelvingers.

De vier activisten communiceren ook in deze film louter in gebarentaal, elk op hun eigen manier. Ze hebben daarnaast ook ieder een stem gekregen. Covell, een ‘little demon from hell’ die zich beslist niet zo gedwee wilde opstellen als zijn eveneens dove vader, oogt en klinkt bijvoorbeeld als een punker, terwijl de gekozen studentenleider Greg Hlibok nog altijd overkomt als een klassieke diplomaat. De voormalige cheerleader Bridgetta Bourne-Firl, die letterlijk ritme in de gebarenprotesten bracht, communiceert met de vastberadenheid van een zelfbewuste en strijdbare vrouw. En ook de expressieve activist Tim Rarus maakt op z’n geheel eigen manier een zeer geestdriftige indruk.

Gezamenlijk hebben zij eind jaren tachtig de voorhoede gevormd van een emancipatiebeweging, die gaandeweg steeds meer aan kracht wint en daarmee een essentiële rol speelt in de (zelf)acceptatie van doven. De slogan ‘Deaf president now!’ staat daarbij voor de eis om nu eindelijk eens gehoord te worden. En daarmee lijkt deze aangrijpende documentaire zowat een zusterfilm van het gelauwerde Crip Camp: A Disability Revolution (2020), waarin een al even essentieel hoofdstuk van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging wordt belicht. Zij effenen voor dove Amerikanen het pad naar volwaardige deelname aan de samenleving.

The Tuba Thieves

SFFILM

Hoe ’t is om slechthorend (of doof) te zijn? De Amerikaanse kunstenares Alison O’Daniel wil de ervaring delen. Hoe geluid alomtegenwoordig kan zijn – of niet. En hoe het samensmelt met beelden, er juist keihard tegenaan botst of gedachteloos langs dendert. In haar eerste film The Tuba Thieves (90 min.), een hybride van docu en drama, zoekt O’Daniel die zintuiglijke, wonderlijke en soms ook vervreemdende ervaring doelbewust op, zodat die ook voor horenden beter invoelbaar wordt.

Ze dwingt haar kijkers om voortdurend af te stemmen: waar kijk/luister ik naar, hoe moet ik dit interpreteren en waar moet ik ’t plaatsen in de rest van de vertelling? De diefstal van tuba’s van middelbare scholen in Los Angeles, in de periode 2011-2013, fungeert daarbij als startpunt. Maar wat dit nu betekent? Jonge muzikanten en hun orkesten die beroofd worden van hun meest dominante en voelbare instrument? De daders worden aan het eind in elk geval niet in de kraag gevat. Daar gaat ’t duidelijk niet om.

The Tuba Thieves is een exploratie van de (niet-)horende wereld. Waar laag over LA heen scherende vliegtuigen en helikopters elk gesprek onmogelijk maken – tenzij het met gebarentaal wordt gevoerd, natuurlijk – en de wereld regelmatig even stilleggen. Waar bezoekers van het laatste concert in The Deaf Club – of een re-enactment daarvan – tijdens het optreden gewoon rustig kunnen bijpraten of discussiëren. En waar Prince tijdens de Purple Rain-tour van 1984 een gratis concert geeft op de dovenschool Gallaudet College.

De hele film is ondertiteld. Fout: de geluiden of muziek zijn via teksten in beeld beschreven. Dat betekent iets wezenlijk anders: een helikopter scheert bijvoorbeeld over de snelweg tussen de bergen door. Het beeld lijkt op z’n kop. En intussen kun je [BEATING HELICOPTER BLADES] horen of lezen. De camera houdt daarna halt bij enkele middelbare scholen, begeleid door [TUBA NOTES…]. Bij de John C. Fremont School, ‘Home of the Pathfinders’, bezweert een elektronisch bord vervolgens: ‘All is not lost’.

[ONE TUBA NOTE PLAYED FOR THIS LONG…] staat er vervolgens bij het exterieur van de South Gate High School, terwijl er vanuit dat gebouw een monotone tuba klinkt. En dan is het, inderdaad, precies op tijd stil. Al die beelden en (uitgeschreven) geluiden, het is een onwerkelijke ervaring. Het is ook moeilijk om vat te krijgen op wat McDaniel er precies mee wil. Behalve een zintuiglijke ervaring bewerkstelligen en nieuwe verbanden in het brein leggen tussen kijken en horen, op het snijvlak tussen fictie en non-fictie bovendien.

Een geënsceneerd verhaal over de dove Afro-Amerikaanse vrouw Nyke, met een voorliefde voor drummen, en haar eveneens dove vader en geliefde Nature Boy vormt het hart van de film. Waarbij het de vraag blijft of de dove acteurs (een versie van) zichzelf spelen. Helder is dat ook niet/slecht horende mensen zich moeten verhouden tot geluid. Zoals ook géén geluid geluid is. Een idee dat is vervat in 4’33”, het ‘silent piece’ van John Cage. Ruim vier minuten gecomponeerde stilte, nu gereconstrueerd.

Met al die los-vast verbonden verhaalelementen en de voortdurende afwisseling van geluid, stilte, lawaai en muziek groeit The Tuba Thieves uit tot een even intrigerend als ongrijpbaar pleidooi voor inclusiviteit.

Audible

Netflix

‘Als ze je treiteren, ga er dan niet op in’, houdt de footballcoach zijn pupil Amaree voor tijdens de wedstrijd. ‘Hou je kalm.’ In de strijd om het high school-kampioenschap van de Amerikaanse staat Maryland heeft hij de onstuimige jongeling de hele wedstrijd nodig. Het gaat er stevig aan toe. Alles voor de winst. En dan gaan Amaree en zijn team tóch de bietenbrug op. Voor de eerste keer in heel lange tijd. Ze zijn verslagen. Letterlijk.

De setting in deze korte docu is typisch Amerikaans: het gepassioneerde gevecht om de overwinning, ondersteund door enthousiaste cheerleaders en gade geslagen door bewonderaars op de tribune. Een klassieke sportfilm, over jeugdig talent dat zich naar boven probeert te vechten en zo belangrijke levenslessen leert. Lekker dramatisch getoonzet ook. Alleen de titel, Audible (38 min.), verraadt dat Amaree en zijn teamgenoten een bijzondere middelbare school vertegenwoordigen: de Maryland School For The Deaf.

De zeventienjarige Amaree is de enige dove in zijn familie. Hij voelt zich daardoor soms alleen. Heeft zijn vader het gezin misschien verlaten vanwege hem? vraagt de zwarte tiener zich af, terwijl hij voorzichtig de band met die onbekende ouder probeert te herstellen. En dan is er nog Teddy, een vriend die naar een gewone school ging. Het is niet goed met hem afgelopen. Die dramatische gebeurtenis is een sleutelmoment geworden in de jonge levens van Amaree en zijn vrienden. Zo kan het dus gaan in de buitenwereld, waarnaar ze zelf ook al een heel eind op weg zijn.

Met deze krachtige film slaagt regisseur Matt Ogens erin om de belevingswereld van dove jongeren van binnenuit te belichten. In grote delen van de film wordt alleen gebarentaal gesproken. Geluid speelt desondanks een belangrijke rol. Als al dan niet bedoeld communicatiemiddel. Als iets wat je niet hoort, maar wel ervaart. En als een wereld waarvan je deel uitmaakt, zonder er ooit bij te horen. Ogens smeert de boel bovendien, soms nét iets te nadrukkelijk, dicht met tamelijk bombastische muziek. Om kijkers die de gebarentaal niet machtig zijn een oorverdovende stilte te besparen.

Audible wordt zo een immersieve beleving, een onderdompeling in de dovencultuur. Waarin tieners gewone tienerdingen doen – dansen, flirten en praten over het leven – en toch op buitengewone wijze in de wereld staan.