Travis Barker: Louder Than Fear

Disney+

Travis Barker heeft zijn eigen kledingmerk, rent marathons en is getrouwd met een Kardashian, Kourtney. Eerst en vooral is hij echter drummer. Barker speelt alles wat los en vast zit. Als een bezetene. Bij de punkbands Blink-182, Transplants en Box Car Racer bijvoorbeeld, zijn natuurlijke habitat. Maar ook rappers zoals Eminem, Lil Wayne en Trippie Redd voorziet hij van een drive en fundament.

Bij de start van de documentaire Travis Barker: Louder Than Fear (100 min.), in de loop van negen jaar gefilmd (2017-2026) gefilmd door Michael Dwyer en Justin Krook, krijgt ie dan ook uitgebreid lof toegezwaaid door zijn vakbroeders Stewart Copeland (The Police), Lars Ulrich (Metallica), Questlove? (The Roots), Tommy Lee (Mötley Crüe), Sheila E. (Prince) en wijlen Taylor Hawkins (Foo Fighters).

De filmmakers portretteren hem als een authentiek drumbeest, een vleesgeworden variant op de Muppets-drummer Animal (die op zijn beurt weer een pastiche van Keith Moon van The Who is). Zijn moeder Gloria, veel te jong overleden, spoorde Barker aan om drummer te worden. Op z’n vijftiende nam hij er meteen enkele goed zichtbare tatoeages bij. Zodat ie nooit kan terugvallen op een reguliere baan.

Drummen is ook zijn therapie. Voor een rottige jeugd, de aanhoudende worsteling met verslaving en dat ene vliegtuigongeluk, in september 2008, waarbij hij enkele vrienden en collega’s verloor. Zelf kwam Travis Barker in kritieke toestand in een brandwondencentrum terecht, liefst 65 procent van zijn lichaam was verbrand. Er wachtten 27 operaties op hem – en, natuurlijk, survivor’s guild.

Sindsdien weigert hij te vliegen. Als er weer een wereldtournee voor de deur staat, reist hij per boot. Per cruiseschip, waar gewoon geoefend moet worden. Die crash, verwerkt in een zeer vurige drumsolo, heeft hem als mens getekend en fungeert ook als vliegwiel voor dit portret van een maniakale muzikant, dat gaandeweg, als al zijn andere activiteiten ook nog kort moeten worden belicht, wel wat wegloopt.

Travis Barker, zoveel is dan allang duidelijk, is er een treffend voorbeeld van dat ook drummers een apart slag volk zijn. Apart slagvolk.

Portrait Of A Confused Father

UpNorth Film / DR Sales

Als de Noorse documentairemaker doet Gunnar Hall Jensen wat natuurlijk voelt als hij vader wordt: hij begint z’n zoon Jonathan in 2002 direct vanaf z’n geboorte te filmen. En zichzelf, in de ouderrol die onwennig blijft voelen. Zo wil hij in contact blijven met zijn kind. Inmiddels is ie daarmee opgehouden. Noodgedwongen. Jonathan is dood, verklapt Jensen aan het begin van Portrait Of A Confused Father (93 min.).

En dan begint die film over hun gezamenlijke leven. De documentairemaker loodst ons, als argeloze kijkers, erdoorheen met een reflectieve voice-over. Hij weet wat ie doet: Jensen maakte al diverse egodocu’s. Zijn naasten zijn er inmiddels ook min of meer aan gewend dat er altijd wel een camera meekijkt terwijl ze hun leven leven – al heeft Gunnars vrouw Jonna ervoor gekozen om zoveel mogelijk buiten beeld te blijven.

Jonathan is die luxe niet vergund. Waar zijn vader is, is een camera. Tijdens persoonlijke gesprekken, in de auto en op reis. Als ze samen gaan kamperen in de sneeuw bijvoorbeeld. Dat idee is dan weer geïnspireerd door zijn grote held Roald Amundsen. Deze Noorse ontdekkingsreiziger ondernam aan het begin van de twintigste eeuw allerlei ambitieuze poolexpedities. Hij is al sinds jaar en dag Gunnar Hall Jensens rolmodel.

Want zijn eigen vader, kapitein op cruiseschepen, heeft hij slechts één keer ontmoet, op z’n dertigste. En na diens overlijden heeft hij zichzelf met hem gefilmd, natuurlijk. Dat filmen – en het doen van dingen voor de camera – krijgt al snel iets exhibitionistisch. En wat is nog waar van wat er wordt vastgelegd? Vader en zoon dansend op een balkon, met zicht op de hemelsblauwe zee? Spontane actie? Of toch vooral een act?

En als Jensen Jonathan naar een militair boot camp stuurt, om de discipline aan te halen, is het ook de vraag: hard nodig, of ook wel goed voor ‘hun’ film? Feit is dat zijn zoon gaandeweg toch uit het zicht verdwijnt. Als Jonathan Jensen op z’n achttiende samen met een vriend een huisje in de bergen betrekt, ontglipt hij zijn vader en diens alziende oog. Dan ontwikkelt dit zelfgemaakte dubbelportret zich tot een zoektocht.

De jongen is terechtgekomen in een voor zijn vader volstrekt onbekende ‘manosfere’ en daarmee helemaal buiten het bereik van Gunnar geraakt. Stukje bij beetje weet die, de camera altijd paraat, toch bij elkaar te puzzelen waarin zijn zoon – en zoveel andere jongens van zijn generatie – verzeild is geraakt en welke rolmodellen hem op dat pad naar roem en snel geld hebben gezet. Met uiteindelijk bijzonder tragische gevolgen.

Portrait Of A Confused Father wordt daarmee een actuele en urgente film – al is het ook een grillige vertelling, met losse flodders en eindjes. Over een rusteloze en op zichzelf betrokken man, die zijn kind uiteindelijk niet kan behoeden voor de hedendaagse gevaren waarvoor mensen zoals zij zo gevoelig zijn. Bij het laatste afscheid ontbreekt natuurlijk ook de camera niet: Gunnar Hall Jensen filmt er ook zijn eigen tranen mee.