Bassie & Adriaan – Een Schat Aan Herinneringen

AVROTROS

Adriaan is acrobaat. En Bassie zit vol kattenkwaad. Tenminste, zo zitten ze in het collectieve geheugen van (eeuwige) kinderen opgeslagen: Bassie & Adriaan.

De Vlaardingse broers Bas en Aad van Toor, beiden inmiddels dik in de tachtig, begonnen echter allebei als acrobaat. Onder de naam The Crocksons traden ze van 1955 tot 1980 op als duo. En op dat acrobatenwerk zijn ze misschien nog wel het meest trots, stelt Aad. Ze hadden echt internationaal succes. ‘Wat de gein is: je komt op als de grote onbekende’, vult zijn oudere broer aan. ‘En na vijf minuten hebben die mensen door dat je wat presteert… Jóh, zie je dat? Dat is natuurlijk fantastisch!’

In Bassie & Adriaan – Een Schat Aan Herinneringen (45 min.) gaan de twee er eens lekker voor zitten om herinneringen op te halen. Want toen ze te oud werden voor het acrobatenleven, vonden de gebroeders Van Toor zichzelf opnieuw uit als komisch duo. Hele generaties Nederlanders zijn opgegroeid met B&A en door hen verzonnen creaties zoals De Plaaggeest (een schurk waarvan kinderen echt wakker lagen), De Baron, Robin de robot, Vlugge Japie en de boeven B2 en B100.

De verhalen van Bas en Aad zijn natuurlijk gelardeerd met hoogtepunten uit hun oeuvre en worden aangevuld door oud-medewerkers zoals acteur Hans Beijer (B100) en archivaris Martijn Passchier. De bekende Bassie & Adriaan-liefhebbers Paul de Leeuw, Gert Verhulst, Danny Verbiest en Mart Hoogkamer dragen eveneens hun steentje bij aan deze ongegeneerde lofzang op de kindervrienden, waarbij de ruzies tussen de twee, breed uitgemeten in de roddelpers, maar achterwege zijn gelaten.

Want wat er ook gebeurt in het Bassie & Adriaan-universum, altijd blijven lachen….

Martin H.

Videoland

Hij geldt als de Nederlandse verpersoonlijking van de ‘dirty cop’. In opdracht van de zogenaamde Joego-maffia zou Martin H. (82 min.) op 27 juni 1991 Klaas Bruinsma, de drugsbaron die de vaderlandse onderwereld definitief professionaliseerde, voor de deur van het Amsterdamse Hilton Hotel hebben omgelegd. Enkele maanden na de liquidatie van ‘De Dominee’ zou Martin Hoogland bovendien zijn voormalige beste vriend Tonny Hijzelendoorn, die zich eveneens met allerlei schimmige zaakjes bezighield, koud hebben gemaakt. Zelf ontkende hij elke betrokkenheid.

De neergang van Hoogland is volgens vrienden en oud-collega’s te herleiden naar zijn stationering als agent bij het politiebureau aan de Warmoesstraat, gepopulariseerd door de De Cock-boeken van Baantjer, in de beruchte Rosse buurt van Amsterdam. Hij komt dan terecht in een ogenschijnlijk grenzeloze omgeving en is veel te jong en onervaren om de enorme verleidingen daarvan te weerstaan. Waar anderen wel eens een oogje dichtknijpen, stapt Martin gaandeweg steeds vaker over de grens tussen goed en kwaad. Totdat zijn collega’s hem een ultimatum geven.

Aan de zijde van Tonny Hijzelendoorn, en onder invloed van cocaïne, glijdt Martin steeds verder af. De kogels die hij op Bruinsma en zijn voormalige ‘bloedgabber’ zou hebben afgevuurd en de navolgende veroordeling vormen de logische (anti)climax van een op drift geraakt leven. Dat smeuïge verhaal wordt in deze driedelige true crime-serie van Nick Hoedeman, gebaseerd op het gelijknamige boek van misdaadauteur Vico Olling, uit de doeken gedaan door politieagenten, penozefiguren, z’n advocaat Jan Boone, Tonny Hijzelendoorns broer Peter, Hooglands ex-vriendin én zijn zoon Jeoffrey.

Met een smakelijke combinatie van krasse anekdotes en fraai archiefmateriaal, opgeleukt met een kekke seventies- en eighties-soundtrack, wordt zo een scharnierpunt in de ontwikkeling van de Nederlandse misdaad opgeroepen, waarbij verteller Ton Kas alle verwikkelingen lekker los aan elkaar mag praten. ‘Vergeleken met nu was het een bananenrepubliek‘, constateert hij in plat Amsterdams. Daarvan is geen woord gelogen. Al kijken ze in de scene zelf niet op een leugentje meer of minder. Als Hoogland in de cel zit meldt een Joegoslaaf zich bijvoorbeeld doodleuk als de échte killer van Bruinsma.

De persoon Martin Hoogland blijft ondertussen een enigma. Vereeuwigd in talloze sterke en schrijnende verhalen, op een handvol foto’s en met enkele bewegende beelden, door insider/misdaadjournalist Bas van Hout met een verborgen camera gemaakt tijdens de rechtszaak. Van hem komen ook de audiocassettes waarop de platte agent opnieuw zijn straatje schoon probeert te vegen rond de liquidatie van Klaas Bruinsma. In 2004 zal Hoogland zelf ook tegen een kogelregen aanlopen. Zoals vrijwel al zijn vakbroeders achter de tralies en/of onder de zoden zijn beland.

Carmen Meets Borat

‘Ik ben Borat’, zegt het gelijknamige typetje van de Britse komiek Sacha Baron Cohen tot grote hilariteit van de verzamelde dorpsbewoners in het gemeenschapshuis van het Roemeense zigeunerdorp Glod. Ze kijken welwillend toe hoe hij op het krakkemikkige televisietje door hun eigen dorp loopt: ‘Dit is mijn land Kazachstan.’ De opmerking leidt tot commotie in het zaaltje. ‘Kazachstan? Dat is geen Kazachstan. Eikels!’

‘Kijk, Oana is op tv!’ constateren ze niettemin gierend, als Borat ‘Orkin, de dorpsverkrachter’ heeft voorgesteld. Niet veel later introduceert hij ene Muktar Sahanov ‘de dorpsmecanicien en -aborteur’. Langzaam maar zeker begint het de dorpsbewoners te dagen: die Amerikaanse filmcrew heeft hen voor de gek gehouden. Ze kwamen helemaal geen documentaire opnemen. ‘Borat heeft ons helemaal verkeerd gefilmd! Hij zet het hele dorp voor lul.’

Roemeense cameraploegen die vervolgens verhaal komen halen in Glod krijgen de wind van voren. Ook de Nederlandse filmmaakster Mercedes Stalenhoef en haar crew, die al een hele tijd filmen in het dorp, kunnen op weerwerk rekenen. Uiteindelijk wil ‘aborteur’ Spiri het nog wel één keer uitleggen: ‘Ze stonden daar te filmen en vroegen of ik vonken wou maken’, zegt hij, terwijl hij met een laskap op staat te lassen en verdwijnt in zijn eigen rookwolk. ‘Ze zeggen dat ik gynaecoloog ben en dat ik abortussen doe.’

Het bezoek van Borat – en de dolkomische afwikkeling daarvan – heeft ook Stalenhoef overvallen. Zij was wel degelijk een documentaire aan het maken over het desolate leven van de Roemeense zigeuners, waar de drank nogal eens in de man en de wijsheid dus in de kan is. In dat kader volgde ze Spiri’s zeventienjarige kleindochter Ionela – zelf geeft ze de voorkeur aan de naam Carmen – die Glod nog liever vandaag dan morgen zou verlaten. Zij droomt van een bestaan in het Spanje, dat ze kent van soapseries.

Wat waarschijnlijk een stemmig portret van een ongedurige tiener in een stuk achtergesteld Europa had moeten worden, is in 2008 uitgemond in Carmen Meets Borat (60 min.), een heerlijke tragikomische film waarin niet alleen de bespotte ‘Glodiatoren’ een slaatje proberen te slaan uit het bezoek van Borat. Intussen zit Carmen nog altijd vast in dat godvergeten dorp, waar ze allang een echtgenoot in spe had moeten strikken.

Carmen Meets Borat is hier te bekijken.

King Of The Cruise

Halal Amsterdam

‘Ik heb mensen die naar me toekomen en zeggen: jij bent de interessantste persoon die ik ooit heb ontmoet’, vertelt Ronald Reisinger, alsof het niets voorstelt. ‘En dat is inclusief Hillary Clinton.’ Reisinger, die in werkelijkheid een hele trits officiële namen heeft, is niets minder dan de King Of The Cruise (73 min.), de figuur waarmee iedereen op het kolossale cruiseschip een praatje wil maken.

Zóóóó’n interessante man, vinden de Russische dames aan boord. Een baron. Uit Schotland. Vandaar die kilt. Met zijn eigen kasteel, ook. Ascog Castle. Uit de dertiende eeuw. Het jaar 1250, om precies te zijn. Afstammeling bovendien van de familie die Budweiser-bier maakte. Volgens eigen zeggen werd hij niet met een zilveren lepel in zijn mond geboren. Maar met een gouden.

Baron Ronald Busch Reisinger van Inneryne. Is hij echt van adel of gewoon een fantastische fabulant? En wat moeten al zijn sterke verhalen verhullen? De zwaarlijvige Schot schuifelt over het schip, langs het massa-entertainment dat daarop wordt geboden aan welgestelden, en schiet her en der mensen aan, die hij probeert te verrassen met smeuïge verhalen en smakelijke anekdotes.

Regisseur Sophie Dros maakt van Reisinger een tragikomische figuur, de gedroomde hoofdpersoon voor een weldadige film over de schijn van het zijn. Die vervat ze verder in grootse beelden van het luxueuze schip, de oneindige zee en het wezenloze vermaak dat alle passagiers de dag door helpt. Aalgladde we-wachten-op-verbinding-met-Wimbledon muzak maakt de zaak helemaal af.

Trefzeker schetst Dros een volledig geplastificeerde wereld, waarin decadentie en leegte elkaar perfect in evenwicht houden en figuren als Ronnie Reisinger nét voldoende houvast vinden.