The Rolling Stones: Crossfire Hurricane

Na het succes van The Beatles werden ze door manager Andrew Loog Oldham doelbewust gemodelleerd tot anti-Beatles. Elk goed verhaal heeft immers helden en antihelden nodig. Goeieriken en slechteriken. En The Rolling Stones waren begin jaren zestig best bereid om zich het imago van ‘bad boys’ aan te meten en eens lekker rotzooi te gaan trappen.

In de audio-interviews die documentairemaker Brett Morgen, ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van de band in 2012, had met alle groepsleden, inclusief voormalig gitarist Mick Taylor en oud-bassist Bill Wyman, halen ze met liefde en plezier herinneringen op aan hoe concerten steevast uit de hand liepen, tienermeisjes daarbij soms van opwinding in hun broek plasten en ze zelf na afloop regelmatig moesten rennen voor hun leven. Intussen gaven met name Mick Jagger en Keith Richards hun ogen goed de kost bij (zwarte) Amerikaanse vakbroeders, zodat ze al snel artistiek geheel op eigen benen konden staan. De basis voor een lange, lánge, carrière was daarmee gelegd.

Ruim een halve eeuw later laat The Rolling Stones: Crossfire Hurricane (111 min.) de permanente beroering van die beginjaren herleven – terwijl ook meteen helder wordt dat The Stones nooit een serieuze bedreiging voor de gevestigde orde zijn geweest. Deze film, waarvoor Brett Morgen de beschikking kreeg over een enorme collectie (nog niet eerder opgediept) archiefmateriaal, concentreert zich volledig op de eerste twintig jaar uit de bandhistorie, waarbij ijkpunten zoals hun steeds terugkerende problemen met het gezag vanwege drugsbezit, de tragische dood van oprichter Brian Jones en het gigantische debacle van Altamont natuurlijk niet mogen ontbreken. Die brengen de band ook langzaam maar zeker naar de rand van de afgrond.

Totdat, zo wil in elk geval het verhaal, nieuwe gitarist Ron Wood halverwege de jaren zeventig de boel revitaliseert en Richards, jarenlang op nummer 1 in rock’s dodenlijst, zijn inname van dope besluit in te perken. Dan begint de machine weer op volle kracht te draaien. ‘The Stones waren van de meest gehate band de meest geliefde band geworden’, zegt Mick Jagger over de remonte die zijn groep heeft doorgemaakt. ‘Van onacceptabel tot totaal acceptabel.’ Voor ‘the greatest rock n’ roll band on earth’ is zo’n constatering eigenlijk de dood in de pot. Gelukkig heeft Brett Morgen tegen die tijd – met fraai en straf gemonteerd concertmateriaal, waaronder klassiekers als Jumpin’ Jack Flash, Sympathy For The Devil en het onvermijdelijke (I Can’t Get No) Satisfaction – allang de daadkracht, energie en opwinding van de band in z’n absolute hoogtijdagen weten te vangen.

Navalny

Dogwoof

Ze geven elkaar een ‘high five’, Aleksej Navalny en Christo Grozev. Samen hebben ze zojuist het complot om Navalny te vermoorden ontrafeld. Grozev, een Bulgaarse nerd die actief is voor het onderzoekscollectief Bellingcat, heeft eerst allerlei datasets gecombineerd en zo ontdekt wie er verantwoordelijk waren voor de vergiftiging van de Russische oppositieleider. En Navalny zelf heeft de Russische geheimagenten vervolgens vanaf zijn hersteladres in Duitsland onder een valse naam gebeld en voor de camera verleid om details van het complot aan hem prijs te geven. De gesprekken zullen in zijn eigen veelbekeken YouTube-show belanden.

Het is een fascinerende scène: de man die op 20 augustus 2020 ternauwernood een moordaanslag – met het favoriete gif van de Russische geheime dienst FSB: Novitsjok – heeft overleefd luist de professionele killers er nu ijskoud in en haalt zich daarmee wederom de woede op de hals van president Vladimir Poetin, die al enige tijd consequent weigert om zijn naam uit te spreken. Aleksej Navalny is een man met stalen ballen, zo blijkt opnieuw als hij korte tijd later terugkeert naar Rusland. Op het vliegveld van Moskou loopt hij begin 2021, vastberaden, recht in de armen van een arrestatieteam.

De contouren van Navalny’s epische clash met de dictator die zijn land al sinds 2000 in een ijzeren greep houdt en de voorlopige afloop daarvan mogen dan al bekend zijn, in Navalny (99 min.) krijgen ze extra diepte en impact. Regisseur Daniel Roher dringt echt door tot Poetins grote opponent en enkele van zijn getrouwen, waaronder z’n vrouw Yulia en kinderen Dasha en Zakhar. Vanuit die positie aan de binnenkant kan hij vereeuwigen hoe zij de spanningen van het moment proberen te dragen en verdrijven. Tegelijkertijd blijven ze dapper de confrontatie met het Poetin-regime zoeken. Want Navalny en de zijnen weigeren om zich monddood te laten maken – of gewoon dood.

In het centrale interview confronteert de filmmaker zijn hoofdpersoon ook met twijfelachtige episoden uit zijn politieke verleden. Dat wordt hem niet in dank afgenomen door Navalny’s medewerker Maria Pevchikh. De charismatische politicus zelf geeft geen krimp en beantwoordt alle vragen. En als Aleksej Navalny van Roher de camera krijgt om het Russische volk toe te spreken, voor het geval er iets met hem zou gebeuren, houdt hij in deze urgente en enerverende documentaire een vertrouwd klinkend pleidooi voor verzet: ‘Het enige wat het kwaad nodig heeft om te overwinnen is dat goede mensen aan de kant blijven staan.’

Hoewel Aleksej Navalny zelf, als persoon en politicus, in de afgelopen jaren bepaald niet aan de zijlijn is blijven staan, lijkt het nettoresultaat van al die moed en dat doorzettingsvermogen op dit moment uiterst teleurstellend. Want uiteindelijk eindigt deze film, die treffend het verstikkende klimaat in Poetins Rusland blootlegt, gewoon in mineur: met een held die voor onbepaalde tijd achter de tralies is beland. Intussen grossiert zijn opponent in moord en doodslag.