Surviving The Death Committee

Nimafilm

De Iraanse gast wordt op 9 november 2019 op het vliegveld van Stockholm opgewacht door enkele landgenoten. Hamid Noury heeft er geen idee van dat hij bij aankomst zal worden gearresteerd. Hij is in de val gelokt door mannen die ooit gevangen zaten in de Iraanse Gohardasht-gevangenis, waar hij destijds de lakens uitdeelde. Noury wordt ervan beschuldigd dat hij ook heeft geparticipeerd in de massa-executie van politieke gevangenen in de zomer van 1988 en zal in Zweden voor de rechter worden gebracht.

Samen met de schrijver Iraj Mesdaghi, die tien jaar in de Gohardasht-gevangenis zat en daarna politiek asiel kreeg in Zweden, is regisseur Nima Sarvestani één van de drijvende krachten achter dit proces. Hij heeft met eigen ogen gezien welke schade het Iraanse regime heeft aangericht. Zijn jongere broer Rostam, die in juli 1982 was gearresteerd omdat hij een communist zou zijn, behoort ook tot de slachtoffers. Hij werd ‘slechts’ eenmaal geëxecuteerd, stelt Sarvestani scherp. Hun ouders sindsdien echter talloze keren.

Hun gast oogt in Surviving The Death Committee (85 min.) als een gedistingeerde heer. Niet als de verpersoonlijking van het kwaad. Sterker: als we Noury moeten geloven, had hij het beste voor met de gedetineerden. Hij stond hen als een hulpvaardige gastheer terzijde. ‘Ze vroegen me: mag ik eerst naar het toilet?’, vertelt hij bijvoorbeeld doodgemoedereerd tijdens de rechtszaak. ‘Ja, mijn lieveling, reageerde ik dan. Ik mag je graag. Ga maar naar het toilet.’ Noury laat geroutineerd een stilte vallen. ‘Daarna bracht ik hen dan naar hun cel.’

De getuigen à charge kunnen naderhand alleen lachen om deze ‘standup-comedy’. Iedereen heeft nu eenmaal recht op een eerlijk proces, stelt Göran Hjalmarson, die de slachtoffers en nabestaanden van de Iraanse ‘doodscommissie’ bijstaat. Ook onverbeterlijke schurken. ‘Hamid Noury krijgt zijn negentig dagen met twee advocaten aan zijn zijde’, constateert de Zweedse mensenrechtenadvocaat tegelijkertijd. ‘Mijn cliënten hadden drie minuten, zonder advocaat, voordat ze hoorden of ze werden geëxecuteerd.’

De ter dood gebrachten verdwenen daarna veelal in anonieme graven, hun families kregen dus nooit de gelegenheid om afscheid te nemen. Een half leven later getuigen ze daar nu over in een Zweedse rechtbank, tegenover een man die het bloedbad van 1988 en alle andere mensenrechtenschendingen door het Iraanse bewind glashard blijft ontkennen. Hun verhalen, die door Sarvestani worden afgewisseld met getuigenissen en bewijsmateriaal dat hij eerder verzamelde in hun geboorteland, vormen samen een verpletterende aanklacht.

Het kan niet anders of Hamid Noury wordt, als vertegenwoordiger van het verdorven Iraanse regime, tot een lange gevangenisstraf veroordeeld. Maar of hij die ooit zal uitzitten?

The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Videoland

Andere gasten van het Indiase restaurant Mumutaz in Kirkwall denken in eerste instantie dat hij simpelweg eten komt afhalen. Totdat ze zien dat de onbekende man een zwarte bivakmuts draagt. Vastberaden loopt hij op donderdagavond 2 juni 1994 op zijn doel af: de 26-jarige ober Shamsuddin Mahmood, afkomstig uit Bangladesh. Die schiet ie met een pistool door het hoofd. Het is de eerste moord in 25 jaar op de afgelegen Orkney Islands, die doorgaans vredig ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Is het een koel uitgevoerde liquidatie? Een uit de hand gelopen ruzie? Of toch een racistische moord, op één van de weinige moslims in Orkney? Het schokkende misdrijf zorgt voor onrust. Zowel bij de plaatselijke bevolking, die verdwaasd en getraumatiseerd achterblijft, als bij de Aziatische gemeenschap, die het leeuwendeel van de Indiase restaurants in Schotland runt. Kunnen zij nog veilig over straat of hun werk doen? Als er een verdachte in beeld komt, wordt de ontzetting alleen maar groter. De zaak is daarmee ook bepaald nog niet afgehandeld. Dat zal nog jaaaren kosten.

In de tweedelige documentaire The Orkney Assassin: Murder In The Isles (91 min.) laat Matt Pinder zien hoe Eddy Ross, de vuurwapenexpert van de lokale politie, een sleutelrol speelt in deze tragische kwestie, die de gemeenschap van Orkney ruim dertig jaar later nog altijd tot op het bot verdeelt. De oud-militair gaat met de 9mm-kogelhulzen die bij Mumutaz zijn gevonden op zoek naar het moordwapen en de man die de trekker heeft overgehaald. Al snel blijkt dat Ross zelf aan z’n tijd bij het Black Watch-regiment ook kogels van de Indiase munitieproducent Kirkee Arsenal heeft overgehouden.

Die ongemakkelijke constatering blijkt niet meer dan de opmaat naar een bijzonder moeizaam moordonderzoek, dat nog heel wat onverwachte wendingen zal nemen en commotie blijft veroorzaken bij de Schotse eilanders. Pinder serveert deze ontwikkelingen met diverse direct betrokkenen, waaronder Eddy Ross en zijn vrouw Moira, trefzeker en toch zonder al te veel effectbejag uit. De moord in Kirkwall, zo wordt al snel duidelijk, gaat niet alleen om de zoektocht naar de dader, maar draait net zo goed om de onmogelijke positie van familieleden, vrienden en ooggetuigen.

Door alle verwikkelingen op Orkney blijft het slachtoffer, een Bengalese man die ook maar gewoon zijn werk deed, ondertussen vrijwel buiten beeld – ook omdat hij in feite slechts een mineure rol lijkt te spelen in wat er zich heeft afgespeeld.

Trailer The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Meisjes Van De Goede Herder

VPRO

‘Lang, mager meisje’, leest oud-pupil Lies Vissers in haar eigen dossier. ‘Infantiel’. En: ‘probleemkind.’ Toen Lies twaalf was, overleed haar vader. Moeder kon de opvoeding alleen niet aan. En dus werd de oudere vrouw halverwege de jaren zestig als tiener naar één van de vijf Nederlandse kloosters van de Zusters van de Goede Herder-congregatie gebracht. Daar werd ze volgens eigen zeggen ‘gedepersonaliseerd’ en voor het leven beschadigd.

Joke de Smit was één van de 20.000 andere ‘gevallen meisjes’ die als tiener bij de katholieke kloosterorde werden ondergebracht. Ze kregen er werk in naaiateliers en wasserettes toebedeeld en werden flink afgeknepen door de aldaar werkzame nonnen. Joke ervoer het als een bijzonder liefdeloze omgeving, een soort jeugdgevangenis. ‘Vanaf dat moment ben ik heel rebels geworden.’ Samen met Lies, met wie ze een lekker no-nonsense duo vormt, en zeventien andere beschadigde vrouwen heeft zij nu advocaat Liesbeth Zegveld in de arm genomen om de Goede Herder voor de rechter te dagen.

Documentairemaakster Britta Hosman sluit voor de vierdelige serie Meisjes Van De Goede Herder (208 min.) drie jaar lang bij hen aan, maar laat ook de gedaagden aan het woord: de huidige directeur van de congregatie, Hubert Janssen, en de laatste nog levende en inmiddels behoorlijk fragiele Zusters. Zij geven een gezicht aan het repressieve systeem dat ook internationaal steeds meer onder vuur is komen te liggen. In Ierland bijvoorbeeld, waar wantoestanden bij de zogenaamde Magdalene Laundries voor veel ophef en aangrijpende slachtofferverhalen hebben gezorgd. 

Waar de verhalen over de Zusters van de Goede Herder – geïllustreerd met fraaie zwart-wit beelden uit een verloren tijd, die zich nochtans tot dik in de jaren negentig heeft uitgestrekt – ook vandaan komen, ze bevatten steeds dezelfde elementen: vernedering, tucht en dwangarbeid. Ook in Nederland, waar de meisjes aan het werk werden gezet voor het koninklijk huis en bedrijven als C&A en Vroom en Dreesman. De kloosterorde stak de opbrengst daarvan in eigen zak. Het is één van de onderwerpen die worden opgebracht tijdens de rechtszaak tegen de katholieke congregatie.

Met een bespiegelende voice-over, waarmee ze op z’n Schuldigs of Stuks ook in het hoofd van haar personages probeert te kruipen, kadert Hosman alle ontwikkelingen in. Ze schuwt ook confronterende vragen aan de huidige leiding van de Herder niet. Directeur Janssen stelt zich dan tot taak om de zaken nog zoveel mogelijk in een positief daglicht te plaatsen. Hij loopt daarbij alleen gedurig achter de feiten aan. Het ene verwijt is nog niet (min of meer) gecounterd of de volgende kwestie dient zich alweer aan. Anonieme graven op het Goede Herder-terrein in Almelo bijvoorbeeld.

Welk verhalen zijn daarin verdwenen en kunnen alsnog worden opgediept? In hoeverre laat een verleden dat zo gebrekkig is gedocumenteerd zich sowieso nog volledig reconstrueren en mag je daarover met hedendaagse ogen oordelen? En (hoe) kunnen misstanden met terugwerkende kracht worden gerepareerd? Is erkenning dan genoeg? Deze delicate en doortimmerde miniserie, die kritisch en toch afgewogen bericht over een nog altijd zeer gevoelige kwestie, kadert het terrein zorgvuldig in en brengt tevens nieuwe zaken aan het licht over een verleden dat pas kan afgesloten als er rekenschap over is afgelegd.