Rauw / Rauwer

NCRV

‘Heb je wel eens pannenkoeken gegeten?’ wil een jongetje weten van zijn vriendje, dat naast hem op de trampoline ligt.

‘Nee, nog nooit’, antwoordt de tienjarige Tom.

‘Erwtjes?’ vraagt zijn kameraadje door.

‘Nee, ook niet.’

‘En, pizza, heb je dat ooit gegeten?’

‘Nee.’ Tom moet ook bekennen dat frietjes en tosti’s onbekend terrein zijn voor hem. Hij eet namelijk Rauw (25 min.), in elk geval geen voedsel dat is gekookt of gebakken. Daarmee schijnt Tom het enige kind in Nederland te zijn. Hij leeft alleen op groente, fruit en noten. Zijn moeder Francis is van mening dat dit beter voor hem is. Dat aten ze in de prehistorie immers ook.

‘Wat denk jij als je die stukken vlees in de koekenpan ziet liggen?’, vraagt ze in de keuken aan haar zoon terwijl haar eigen moeder ‘normaal’ staat te koken voor het kerstdiner. ‘Denk je: daar ligt eten? Of denk je: daar ligt een stuk dood beest?’ Haar zoon antwoordt nuchter: ‘Nee, dan denk ik: daar ligt vlees.’ Francis Kenter vraagt nog even door: ‘En als je dat bloed eruit ziet lopen, wat denk je dan?’

En met die vraag is moeder nog lang niet klaar. Het is één van de ongemakkelijkste scènes uit de spraakmakende jeugddocu van Anneloek Sollart, die het portret van Tom en de gedreven Francis garneert met beelden van allerlei lekkernijen: pizza’s, snoepgoed en snacks. De film veroorzaakte in 2008 heel wat deining. Zou deze freak, die zichzelf als een pionier beschouwt, niet uit de ouderlijke macht moeten worden gezet?

Die commotie vormde tevens de basis voor het schurende vervolg Rauwer (55 min.) uit 2012, waarin Toms moeder zich moet verweren tegen beschuldigingen van kindermishandeling omdat de lichaamsgroei van haar zoon achterblijft. In deze film is zij ook echt de hoofdpersoon. Voor een belangrijke zitting bij de rechtbank besluit ze zelfs om te gaan vasten. Ze maakt daarbij zelf de vergelijking met Jezus en Boeddha, die zich zo ook zouden hebben voorbereid op hun taak.

Tom is dan al gereduceerd tot een bijfiguur: zowel in Sollarts vertelling als in de strijd van zijn moeder, die hem ook nog eens van school wil halen. Wat op zich een valide kwestie is – wie bepaalt hoe een kind moet worden opgevoed en welke grenzen kunnen daaraan worden gesteld? – dreigt een prestigestrijd te worden, die eigenlijk alleen ten koste van de opgroeiende puber kan gaan.

Rauwer is hier te bekijken.

De Beveiligers

KRO-NCRV

Alert kijkt hij in het rond, voortdurend op zijn hoede. Om hem heen is het feestgedruis losgebarsten, maar voor Jory Brenders is het een gewone werkdag. Tot dusver is er nog nooit iets mis gegaan tijdens de Gay Pride in Amsterdam, maar de evenementen- en winkelbeveiliger houdt voortdurend rekening met een terroristische aanslag. ‘Ik heb zelf geen angst dat mij iets overkomt’, zegt hij. Brenders is volgens eigen zeggen alleen maar bezig met de veiligheid voor de bezoekers. ‘Om het zomaar eens te zeggen: je leven geven ervoor.’ Hij moet er zelf een beetje om lachen.

‘Je grootste wapen is je mond,’ stelt hij later. ‘En daar moeten we het mee doen.’ Toch treedt Brenders ook regelmatig handelend op, zoals is te zien bij de aanhouding van een winkeldief. ‘Ik hoop dat jij een kogel krijgt’, voegt die een opgetrommelde politieagent toe. ‘Een kogel in je kwibus.’ Ook de beveiliger zelf krijgt het soms zwaar te verduren, getuige bewakingscamerabeelden van een stevige worsteling met de klant van een supermarkt. De observerende documentaire De Beveiligers (67 min.) van Anneloek Sollart kijkt voortdurend stiekem mee op gewone werkdagen van veiligheidsmedewerkers.

Bij de Rotterdamse metro zijn ze bijvoorbeeld continu verdachte personen op het spoor. ‘Letten wij op mensen met baarden?’, vraagt een beveiliger demonstratief aan zijn collega. ‘Niet specifiek’, antwoordt deze. Dan kunnen ze ook wel op mensen met rood haar letten. Een terrorist kun je toch niet herkennen. Elke aanslag is anders. Zoals ook niet elke ‘spoorloper’ een doodloper wordt. Diezelfde filosofie wordt aangehangen door John de Nooijer, security manager van de kerncentrale Borssele. Hij verafschuwt de Amerikaanse aanpak, waarbij elke beveiliger is uitgerust met een wapen – dat hij/zij vroeger of later dan ook gaat gebruiken.

Persoonsbeveiliger Michael (achternaam onbekend) is echter wel degelijk bewapend. In opdracht van de Nederlandse overheid waakt hij over landgenoten, die wellicht doelwit zouden kunnen worden van een aanslag. Sollart volgt hem tijdens een publiek optreden van PVV-leider Geert Wilders. De scène heeft een hoog Frank Horrigan-gehalte. De lijfwacht uit de film In The Line Of Fire, vertolkt door Clint Eastwood, kon ooit ‘zijn’ president niet redden, een traumatische gebeurtenis die de lijfwacht nog dagelijks achtervolgt. Nederlandse persoonsbeveiligers hebben hun eigen trauma: de moord op Pim Fortuyn. Sindsdien ziet de wereld er totaal anders uit; een politicus taarten zou zomaar de eerste stap kunnen zijn naar een geslaagde liquidatie.

Zo neemt Sollart de kijker mee in de leef- en belevingswereld van Nederlandse beveiligers. Ze doet daarbij alom bekende plekken en activiteiten aan, die door de context waarbinnen ze worden getoond een totaal andere lading krijgen. Het volksfeest wordt een potentieel terroristisch doelwit, een willekeurige winkel de plek voor diefstal of een vechtpartij. Het zit allemaal in de blik waarmee je ernaar kijkt. Zo kan zelfs een licht uitdagende man met een joint, althans in de ogen van een beveiliger in opleiding, een mogelijke bedreiging vormen. De intrigerende film De Beveiligers, waarbij de camera vaak het perspectief van de hoofdpersonen kiest en de beelden extra kleur krijgen met een spannende mixture van geluid en muziek, maakt een essentieel beroep inzichtelijk, dat in een betere wereld overbodig zou zijn.