American Dream / American Knightmare

‘Ik ben Scarface zonder de drugs’, zegt Marion ‘Suge’ Knight. ‘En zonder dat ik aan het eind kapotgeschoten word.’ In gesprek met regisseur Antoine Fuqua blijkt de beruchte baas van het vermaarde hiphoplabel Death Row Records opmerkelijk rolvast. Je wilde een gangster? Dan krijg je een gangster. Flirtend met de Cubaanse supercrimineel Tony Montana, op onvergetelijke wijze vereeuwigd door Al Pacino in de bij (wannabe) criminelen immens populaire speelfilm Scarface. En pochend over zijn verleden in de grimmige achterstandswijk Compton in Los Angeles, waar hij net als zijn ontdekkingen Dr. Dre en Snoop Dogg opgroeide.

American Dream / American Knightmare (85 min.) is een wat eendimensionaal portret van de man die een sleutelrol speelde in de ontwikkeling van gangsterrap, de commerciële exploitatie ervan én de vete tussen rappers van de Oostkust en de Westkust van Amerika, die tot de gewelddadige dood van sterren als Tupac Shakur en The Notorious B.I.G. leidde. Dit is Knights kant van het verhaal, opgetekend tijdens een serie tweegesprekken met Fuqua in 2011 en 2012. Erg veel weerwoord krijgt de ‘low-life thug’ niet. Hij kan zijn imago van hiphop-maffiabaas, compleet met zonnebril en sigaar, zonder al te veel moeite ophouden. Vrijwel elke zin die met veel bravoure uit zijn mond komt is gelardeerd met krachttermen als fuck, bitch of motherfucker.

Alleen de dood van Tupac, waarbij hijzelf gewond raakte, laat hem zo’n vijftien jaar na dato nog altijd niet koud. Zodra Fuqua daarop doorvraagt, moet Suge zijn auto aan de kant van de weg zetten. Het is één van de weinige keren dat hij even de regie kwijt lijkt te raken in deze semi-autobiografie, waarin ook zijn ouders en ooms aan het woord komen. Ook al probeert Fuqua hem soms iets kritischer te bevragen en plaatst hij met archiefbeelden, nieuwsberichten en fragmenten uit zijn strafblad zo nu en dan kanttekeningen bij Knights grootspraak en ontkenningen. American Dream / American Knightmare is echter geen film waarmee je aan Suge Knights binnenkant komt, om te zien waarvoor het hart van de man achter Death Row Records, die inmiddels voor 28 jaar achter de tralies is verdwenen, werkelijk klopt.

American Dharma

Enigszins oneerbiedig zou je American Dharma (98 min.) een Doomsday-variant op Zomergasten kunnen noemen. Steve Bannon is de gast en heeft de fragmenten uitgezocht. Interviewer Errol Morris probeert het achterliggende verhaal te vinden. En wij, de argeloze kijkers, vergapen ons aan het zinderende steekspel dat zich intussen ontvouwt tussen de mastodonten. Met die vergelijking wordt dit tweegesprek, dat op glorieuze wijze is aangekleed, echter schromelijk tekort gedaan.

Nadat hij eerder de architecten van de Vietnam-oorlog (Robert McNamara in The Fog Of War) en de Irak-oorlog (Donald Rumsfeld in The Unknown Known) portretteerde, neemt Morris nu de ontwerper van de oorlog om de ziel van het hedendaagse Amerika onder vuur. De man die als geen ander het Trumpisme en de (fatale) filosofieën daarachter kan verwoorden. Bannon put daarvoor ongegeneerd uit klassieke Amerikaanse heldenverhalen en plaatst zichzelf en passant ook in die traditie.

American Dharma is gelardeerd met fragmenten uit zijn favoriete speelfilms, zoals Twelve O’Clock High, The Searchers en Bridge On The River Kwai. Over rechtschapen mannen, die vanuit puur plichtsgevoel en zonder al te veel woorden recht proberen te doen. Dharma, volgens Bannon. De oud-hoofdredacteur van Breitbart, het Amerikaanse voorbeeld van GeenStijl, en voormalige topadviseur/ideoloog van Donald Trump spiegelt zich aan ‘all American heroes’ als John Wayne en Gregory Peck. Al lijkt zijn eigen ambitie, de totale destructie van het huidige maatschappijmodel, haaks te staan op de nobele doeleinden van deze iconen.

Morris geeft Bannon de ruimte om zijn ideeën uit de doeken doen – een platform, volgens critici – en zet hem slechts een enkele keer de duimschroeven aan. Als de filmmaker bekent dat hijzelf op Hillary Clinton heeft gestemd bijvoorbeeld, om te voorkomen dat gekken zoals Bannon aan de macht komen. Of als hij Trump provocerend de ‘fuck you’-president noemt. In de trant van: jij wilde gezondheidszorg? Fuck you. Je wilde schoon drinkwater? Fuck you. Bannon lacht de beschuldigingen minzaam weg – en lijkt ook daarmee weg te komen. Je zou bijna gaan denken dat er inderdaad, zoals Morris stelt in de film, een ‘good Bannon’ achter de inmiddels welbekende ‘bad Bannon’ zit.

Zoals inmiddels gebruikelijk heeft Errol Morris het gesprek lekker tegendraads gekadreerd en gemonteerd, waardoor het nooit voelt als een normaal huis-, tuin- en keukeninterview. Ook de dramatische setting ervan, een duistere vliegtuigloods die rechtstreeks uit Bannons favoriete oorlogsfilm Twelve O’Clock High afkomstig lijkt te zijn, en de lekker bombastische muziek dragen bij aan de unheimische sfeer van deze urgente film. Die culmineert uiteindelijk in een apocalyptische eindscène, waarmee de politiek van de verschroeide aarde die Bannon propageert overweldigend wordt verbeeld.

In de observerende documentaire The Brink volgt Alison Klayman Steve Bannon naar achterafkamertjes in de Verenigde Staten, waar de populistische revolte (verder) gestalte moet krijgen. Ze reist ook mee naar Europa, waar Bannon vergaande samenwerking tussen nationalistische partijen uit verschillende landen hoopt te bewerkstelligen.

American Jail


‘Hier noemde iemand me voor het eerst nikker’, herinnert Roger Ross Williams zich als hij zijn geboortestad Easton in Pennsylvania binnenrijdt. ‘Zijn moeder zei nog: “doe dat niet, anders branden die mensen ons huis plat”.’

Williams, die onlangs voor een Oscar werd genomineerd met het prachtige Life, Animated, onderzoekt in zijn nieuwe film American Jail (95 min.) het Amerikaanse justitiesysteem. Hij start daarvoor in zijn eigen jeugd. Terwijl hij zelf journalistiek ging studeren en zich ontwikkelde tot een gelauwerde documentairemaker, werden enkele van zijn jeugdvrienden vaste klant van de Amerikaanse gevangenisindustrie.

Hij reconstrueert bijvoorbeeld het verhaal van Tommy. Een goeie gast, aldus Williams. Na een onschuldig vergrijp belandde hij echter achter slot en grendel. De ene straf leidde vervolgens tot de andere. Al snel ging Tommy zich ook gedragen als een bajesklant. Door het systeem gereduceerd tot een soort ‘dead man walking’: een zwarte draaideurcrimineel die zijn eigen ondergang tegemoet gaat. Een verpletterde familie achterlatend.

American Jail is niet minder dan een pamflet. Tegen een inhumaan gevangenissysteem, volgens Williams gewoon een moderne variant op slavernij, dat zwarten ontmenselijkt en goedkope arbeidskrachten, slaven dus, van hen maakt. Onderdeel van een industrie, die zich inmiddels binnen en buiten de gevangenismuren heeft vertakt en overal tot wantoestanden leidt. Neem de man die vanwege een elektronische enkelband niet in aanmerking komt voor een baan, maar pas van die enkelband af mag als hij een baan heeft. Je zou van minder hoorndol worden – of gewoon in de cel belanden.

Het systeem moet rehabiliteren in plaats van criminaliseren. Zoals ze dat zo geweldig doen in Nederland, constateert Williams wat ongemakkelijk tijdens een bezoek aan ons land – zeker als je bedenkt dat deze, met fraaie animaties geïllustreerde film deels met een Nederlands team is gemaakt. Dat uitstapje naar ons land voelt een beetje als een fremdkörper in dit verder glasheldere betoog voor een humaner en kleurenblind Amerika.

Over de Amerikaanse war on drugs, gevangenis en opsluiting van een groot deel van de zwarte bevolking maakte Eugene Jarecki in 2012 al de indrukwekkende documentaire The House I Live In, die in zijn geheel op YouTube is te bekijken. Michelle Alexander schreef over dezelfde thema’s het indrukwekkende boek The New Jim Crow: Mass Incarceration In The Age Of Colorblindness.