Skip En De Rhythm Rangers

Witfilm

Skip danst. Dat is leuk. Erg leuk zelfs. Maar ook lastig. Want Skip is een jongen. En veertien. Hij wil stoer zijn. En toch dansen. Met zijn vrienden. De Rhythm Rangers. Geen mietjes hoor. Gewoon dansende jongens.

Nu moeten ze voguen. Vo-gu-en. Wie heeft dat nu weer bedacht? Ze zijn toch geen mietjes? Gewoon jongens hoor. Die toevallig willen dansen. En stoer zijn. En veertien. En Skip heten. Ja, rare naam, hè?

Gepest is-ie ermee. Skip. Wie verzint zoiets? Het maakt hem niks uit. Echt niet. Ze krijgen hem niet klein. Beslist niet. Voguen zal hij! Wat ze er ook van zeggen. Want dat zullen ze. Vast en zeker. Hij lijkt zo net een meisje.

In deze fijne jeugddocu. Van Olivier Garcia. Vlot en filmisch. En toch met inhoud. Veertien jaar in veertien minuten. Bijna vijftien. De belangrijke dingen. Over zelfvertrouwen. Pesten. En desondanks gewoon dansen. Stoer zijn. Een jongen. Skip.

Mother’s Balls

Mothers-Balls-01-e1509367497113-1024x440

 

Vergeef me, maar bij ‘ballroom’ had ik associaties met straf gecoiffeerde jongens en meiden met een tandpastaglimlach en elastieken benen, die uitbundig door een balzaal zwierden op Klaus Wunderlich-achtige muziek waarop je alleen je ergste vijand zou vergasten (en persoonlijker: met dansles, het geklungel van een onhandige puber met meisjes en pasjes).

Niets van dat al! De zogenaamde Balls van het eerste Nederlandse Ballroomhuis House Of Vineyard in Amsterdam bevinden zich aan het andere eind van het dansspectrum en zijn eerder kinky en underground dan belegen. Mother’s Balls (48 min) van Catherine van Campen brengt de ontluikende subcultuur van binnenuit in beeld. Ze focust zich op de van oorsprong Amerikaanse organisator, performer en ‘drag mother’ Ambiance Vineyard.

Zij verschaft deze joyeuze spuit in de geprononceerde bilpartij van het LGBT-gerelateerde fenomeen Ballroom – hap naar adem – tevens context en diepte. Over hoe de burleske scene ontstond in de zwarte en latino-gemeenschap van New York, die met homoseksuelen en transgenders zijn eigen outcasts had, en hoe die scene vervolgens werd gepopulariseerd door Madonna op haar album Vogue en de bijbehorende wereldtournee.

‘Het is een manier om aan de samenleving en de werkelijkheid te ontsnappen’, stelt Ambiance. ‘Je kunt jezelf omtoveren tot wat je maar wilt.’ Zij is zelf de verpersoonlijking van dat uitgangspunt; ooit was de femme fatale een wat dikkig Mexicaans meisje dat zich spiegelde aan de stripvamp Jessica Rabbit uit de filmklassieker Who Framed Roger Rabbit? en haar eigen positie zocht, ergens tussen vrouw zijn en man zijn. Als Van Campen doorvraagt, blijkt ze er nog steeds mee te worstelen.

Aan zulk ongemak ontleent de Ballroom-scene, en daarmee ook deze documentaire, zijn bestaansrecht. Tegelijkertijd offreert Mother’s Balls ook meer dan genoeg zwier en schwung om er een vitale en ravissante party van te maken, waarbij letterlijk iedereen welkom is.

Dance Or Die


‘Iedereen vecht zijn eigen oorlog’, zegt Ahmad Joudeh bij de start van Dance Or Die (54 min.), een indringende film van Roozbeh Kaboly, die al diverse reportages voor Nieuwsuur maakte over de ontheemde danser. ‘Toen ik besloot om danser te worden, begon mijn oorlog.’ Even later loopt hij door Yarmouk, het volledig kapot geschoten Palestijnse vluchtelingenkamp in de Syrische stad Damascus waar hij opgroeide. Dan weerklinkt geweervuur. ‘Ze schieten op ons’, reageert hij laconiek. ‘Maar ze kunnen me niet raken.’

Ze hebben hem ooit in zijn benen proberen te schieten, stelt Ahmad zonder omhaal van woorden. Omdat hij de plaatselijke kinderen wilde leren dansen. Als reactie heeft hij een levensmotto in zijn nek laten tatoeëren: ‘dans of sterf’. Waarna hij de daad bij het woord voegt en, te midden van de onvoorstelbare ravage die de Syrische burgeroorlog heeft aangericht, een stijlvolle kleine dansvoorstelling geeft. Pure schoonheid, te midden van totale vernietiging. Hij zal in deze film op nog meer opmerkelijke plekken dansen, zoals bijvoorbeeld in een verweesde parkeergarage.

Ahmad Joudeh woont inmiddels anderhalf jaar in Nederland, danst bij het Nationale Ballet en begint zo langzamerhand een graag geziene gast in voorstellingen en televisieprogramma’s over de hele wereld te worden. Het leven lacht hem ogenschijnlijk toe; binnen de balletwereld heeft hij zijn plek en geestverwanten gevonden. Intussen blijft hij natuurlijk gewoon ‘een danser’, zo’n beetje het ergste wat zijn traditionele vader kon bedenken. Een schande voor de familie. Homoseksueel waarschijnlijk. Het huwelijk van zijn ouders ging eraan kapot.

Vanuit Amsterdam probeert Joudeh de relatie met zijn moeder thuis te onderhouden. En dan blijkt plotseling ook zijn vader in Europa te zijn aanbeland, waar hij zijn zoon, een internationale ster inmiddels, maar al te graag wil ontmoeten. Slaagt vader erin om zich te verzoenen met zijn zoon? Dat kleine verhaal, van een kind dat geaccepteerd wil worden door zijn ouder, vormt het hart van deze fraaie film, die een grote en schokkende wereldgebeurtenis en het leven daarna terugbrengt naar de menselijke maat.

The Man Who Would Be Polka King

Netflix

Netflix geeft je op dit moment de keuze: verkies je de werkelijkheid of de Hollywood-versie daarvan? Concreet: de gloednieuwe speelfilm The Polka King, met de comedian Jack Black in de hoofdrol, óf de documentaire waarop die is gebaseerd, The Man Who Would Be Polka King (67 min.) uit 2009. Het mogelijk duidelijk zijn voor welke film ik heb gekozen.

Beide films vertellen het wonderlijke verhaal van Jan Lewan(dowski), een Poolse zanger die begin jaren zeventig naar de Verenigde Staten vlucht om er de American Dream te gaan leven. Daar, ver van huis, herontdekt hij de muziek van thuis, de polka. Niet veel later heeft hij een heus polka-imperium opgebouwd, inclusief een bedrijf dat Poolse snuisterijen verkoopt en reisjes regelt waarbij gefortuneerde landgenoten op de foto mogen met prominente Polen als Lech Walesa en Paus Johannes Paulus II.

Intussen troggelt hij iedereen in zijn directe omgeving geld af, in een soort polka-variant op het pyramidespel waarmee Bernie Madoff enkele jaren later de Amerikaanse financiële sector zou ontwrichten. Lewan kon een iglo aan een eskimo verkopen, zegt een van de gedupeerden in deze smakelijke documentaire van John Mikulak en Johua Brown, die nog diverse andere larger than life-personages presenteert, zoals Lewans echtgenote Rhonda, een (krokodillen)tranen plengende voormalige Mrs. Pennsylvania, én de morsige verteller van deze film, de kroegtijger Stan Tadrowski.

Op basis van alleen de trailer van de speelfilm, waarin Jack Black een koddige versie van de geboren charlatan neerzet, durf ik gerust te beweren dat ook in dit geval ‘truth’ echt weer ‘stranger than fiction’ is. Alhoewel waarheid? Ook het kostelijke The Man Who Would Be Polka King bevat een vleugje Hollywood en helpt de werkelijkheid soms een handje: tijdens de aftiteling blijkt dat de schmutzige verteller Stan Tadrowski een typetje is van de acteur Greg Korin. Een inhoudelijke keuze die, achter bezien, prima aansluit bij het ‘too good to be true’-karakter van dit verhaal.

La Chana

IDFA

‘Als ik danste, was ik gelukkig’, zegt Antonia Santiago Amador met gebroken stem. ‘Want ik ben geboren om te dansen.’ Die constatering spat werkelijk vanaf de allereerste seconde van La Chana (83 min.). Als de muziek weerklinkt, haar handen en voeten dat duizelingwekkende ritme vinden en ze haar kin weer fier omhoog steekt, wordt Antonia wie ze in wezen altijd is gebleven: de grootste flamencoster van haar tijd.

In deze intense documentaire, de publieksfavoriet van het IDFA in 2016, is ook een andere Amador te zien, die in weinig doet denken aan de gewezen flamencodanseres La Chana: een bejaarde zigeunervrouw die lam is geslagen door het leven, nadat ze dertig jaar geleden van het ene op het andere moment de schijnwerpers moest verlaten die haar zo gesierd hadden.

In het uiterst sfeervolle La Chana van regisseur Lucija Stojevic neemt de Spaanse danseres nog eenmaal de handschoen op. Hoewel ze tegenwoordig breekbaar oogt en bovendien minder goed ter been is, besluit Amador uit haar eigen schaduw te stappen en opnieuw de bühne, die haar ooit zo vertrouwd was, op te stappen en de confrontatie aan te gaan met haar publiek.

Dancer


Als de openingsscène van een film over een balletdanser wordt begeleid door een klassieker van de metalband Black Sabbath, dan weet je dat het niet om zomaar een danser gaat. Dat klopt. Hij heet Sergei Polunin en lijkt daadwerkelijk de Iron Man van het internationale ballet.

De meeslepende documentaire Dancer (77 min.), die donderdag wordt uitgezonden door Het Uur Van De Wolf, wrikt de deur open bij de Oekraïense ‘bad boy of ballet’ en komt zo voorbij het dwarse gedrag, de opzichtige tatoeages en nonchalant geëtaleerd drugsgebruik.

Filmmaker Steven Cantor gaat op zoek naar de twintiger die zijn jeugd heeft geofferd voor zijn gave. Terwijl hij als jongetje naar een exclusieve balletschool in Kiev werd gestuurd, vertrokken zijn vader en oma naar respectievelijk Portugal en Griekenland om te werken, zodat die opleiding ook kon worden betaald. Niet veel later lag het hele gezin Polunin aan diggelen.

In Dancer stelt Sergei zich de vraag of ’t het allemaal waard was en wat dansen eigenlijk nog betekent in zijn leven. Leeft hij zijn eigen droom of die van een ander?