The Cycle Of Love

Bantam Film / vanaf donderdag 1 oktober in de bioscoop

Zijn kracht was z’n gebrek aan geografische kennis, stelt Pradyumna Kumar ‘PK’ Mahanandia een halve eeuw na dato met de nodige zelfspot. Hij had geen idee hoever Zweden was. Toen hij Lotta ontmoette in Delhi – op 17 december 1975, een dag om nooit te vergeten – wist de Indiase jongeling dat zij voorbestemd waren voor elkaar. Een astroloog had deze grote liefde al bij zijn ouders aangekondigd in een profetie. Hij, een dalit, een onaanraakbare, een kind van de allerlaagste kaste, zou gaan trouwen met een vrouw die Stier als sterrenbeeld had, enorm muzikaal was en een eigen jungle bezat.

Geld voor een vliegticket naar Zweden had PK niet. Hij kocht dus een tweedehands fiets. In The Cycle Of Love (98 min.) reconstrueert Orlando von Einsiedel zijn reis om de wereld, van Delhi naar Borås, een klein plaatsje aan de Zweedse westkust. Daar was Ann-Charlotte von Schedvin, alias Lotta, in 1955 geboren. Ze vond het er maar saai, herinnert zij zich. Op haar achttiende nam Lotta dus de boot naar Londen. Van daaruit reed ze in 1975 met vrienden in een busje ‘The Hippie Trail’ af naar India, de weg die haar Indiase aanbidder een klein jaar later vanaf Delhi terug zou nemen, op zoek naar haar.

Von Einsiedel plaatst de twee perspectieven, van de Indiase jongen die helemaal niets heeft te verliezen en het westerse meisje dat via hem een nieuwe wereld heeft leren kennen, tegenover elkaar in deze romantische hybride van docu en drama. Hij reconstrueert hun liefdesgeschiedenis en PK’s onmogelijke tocht richting Europa met de acteurs Chirag Benedict Lobo en Mina Dale. Een deel van de mensen die PK/Chirag onderweg ontmoet – en waarvan hij, om z’n eten en drinken bij elkaar te scharrelen, de portretten tekent – is overigens echt en deelt z’n eigen ervaringen met hem.

De Indiase luchtfietser zal bijna 10.000 kilometer moeten overbruggen. Via Pakistan, door Afghanistan, naar Iran, waar zijn reis in de ‘Grote Zoutwoestijn’ dreigt te stranden. De briefwisseling met Lotta houdt hem overeind. Op weg naar de ware liefde – of is het toch niet meer dan een vakantieliefde? – vindt hij in elk geval zelfrespect, het idee dat hij wél wat waard is – een idee waaraan hij zijn verdere leven zal wijden. Von Einsiedel omarmt die boodschap natuurlijk van harte in dit vaardig vertelde en nogal gepolijste liefdesverhaal, dat z’n eigen antwoord formuleert op de vraag of liefde alles overwint.

Zoals ‘t een echte romantische film betaamt, laat dit alleen ruim anderhalf uur op zich wachten – ook al ziet iedereen het al een hele tijd aankomen.

De Marathonloper

Witfilm / KRO-NCRV

Na nog geen zeven minuten klinkt het startschot in De Marathonloper (90 min.). De deelnemers aan de marathon van Amsterdam van 2024 gaan op pad om hun eigen grenzen te verleggen. ‘Today is your day’ vuurt de speaker hen enigszins overspannen aan. Nog eens aangezet met: ’You are a hero. You are making your own masterpiece. You are part of sporting history in Amsterdam!’

Vooralsnog lijken de lopers echter vooral bezig met het schrijven van hun persoonlijke stukje geschiedenis. Ze hebben allemaal hun eigen redenen om die ruim 42 kilometer te overwinnen. Rechter Rami Hirzalla is twintig jaar eerder bijvoorbeeld gediagnosticeerd met MS en realiseert zich dat hij met een tijdbom in zijn lijf rent. Schilder Joost van Gent is slechtziend en loopt de marathon voor het eerst, onder begeleiding van twee buddy’s van Running Blind. Als duolopers blijven ze tot aan de meet met een oranje band verbonden. En de Vlaming Jordy Costermans werd vroeger een ‘bolletje vet’ genoemd door zijn vader en heeft via het lopen van marathons zijn zelfrespect hervonden. ‘Ik heb niemand iets te bewijzen’, zegt hij, vast ook tegen zichzelf.

Regisseur Paul Cohen volgt zulke lopers van de start tot aan de finish en laat hen in deze observerende film ook, volledig buiten beeld overigens, aan het woord. De door hem aangestuurde cameramensen, waaronder ook enkele fietsers, blijven te allen tijde gericht op het evenement zelf, in de hoop zo de collectieve ervaring te vatten. Want alle deelnemers die voor de camera zwoegen, excelleren of lijden hebben hun eigen verhaal. Net als de mensen die hen ondersteunen of vanaf de kant aanmoedigen. Al die flarden van levens vormen samen het wezen van de marathon en resulteren bovendien in aangrijpende scènes. Van een hoogbejaarde Indiase loper op z’n laatste benen. Of de vrouw met een ‘ren tegen kanker’-T-shirt, die geëmotioneerd moet uitstappen.

Waar lopen ze vanaf? vraagt een buitenstaander zich onwillekeurig af. En waar willen ze, behalve naar de eindstreep waar die enthousiaste speaker alweer wacht, eigenlijk naartoe? De tocht die ze, voor deze race en in deze boeiende kijkfilm, zijn aangegaan leidt hoe dan ook naar binnen. Naar wie ze zijn of willen zijn. ‘If you are a finisher here today, you are a hero’, galmt de spreekstalmeester hen toe. ‘And you did it. You made your masterpiece!’

Tehachapi

IDFA

Rechtvaardigt de magie van JR’s kunst nóg een documentaire? Ná de weldadige roadmovie Visages Villages (2017), waarin de fotograaf met nouvelle vague-pionier Agnès Varda door het Franse platteland reisde, gewone mensen tot iconische proporties opblies en vervolgens in en aan hun directe omgeving liet zien. En ná het joyeuze portret Paper & Glue (2022) waarin de opkomst van die biculturele jongen uit een Parijse achterstandswijk als alom gevierd straatkunstenaar werd gedocumenteerd en enkele signatuurprojecten, bijvoorbeeld in een Braziliaanse favela en op de Amerikaans-Mexicaanse grens, nog eens goed werden uitgelicht.

In die film was ook al te zien hoe JR met veertig langgestraften van de Californische gevangenis Tehachapi  (93 min.) in de weer ging om de binnenplaats te bedekken met een enorm groepsportret. Deze vervolgfilm concentreert zich volledig op dit hartveroverende project, dat natuurlijk nog verder wordt uitgebouwd en uitgediept. JR zoomt tevens in op enkele gedetineerden – bendeleden, ‘white supremacists’ en huurmoordenaars – die hun persoonlijke relaas delen en de beschadigde relatie met hun achterban proberen te herstellen. Zijn initiatief doet hen allen duidelijk goed.

En daar zit hem ook meteen de kneep bij deze film, die wel heel nadrukkelijk de zegeningen van JR’s (inderdaad onweerstaanbare) kunst telt. Tehachapi dreigt in de tweede helft soms nét iets te vaak een ongebreidelde goed nieuwsshow of verlengstuk van JR’s promocampagne te worden, die alleen nog even flink dwars wordt gezeten door het Coronavirus. Iets meer duiding, distantie en wellicht ook gewoon tijd – om te zien hoe ‘t zijn protagonisten op de wat langere termijn vergaat – hadden deze derde JR-docu beslist goed gedaan.

Dit laat onverlet dat ook Tehachapi weer ‘gewoon’ een onweerstaanbaar pleidooi voor (mede)menselijkheid is geworden, waar droefsnoeten, zwartkijkers en treurwilgen even moed uit kunnen putten. Zo bezien: graag elk jaar een nieuw JR-project met film – al mag ie die dan ook door een ander laten regisseren.