Verweesd Eigendom

The Film Kitchen / Max / woensdag 6 mei, om 20.25 uur, op NPO2

Ruim tachtig jaar later zijn ruim drieduizend objecten, persoonlijke bezittingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden geroofd van Joodse families en kunsthandelaren, nog altijd verweesd.

Tegenwoordig zijn de schilderijen, kasten, tapijten en andere spullen in bewaring bij de Nederlandse staat. Een groot deel bevindt zich in het depot van het Collectiecentrum Nederland te Amersfoort. Researchers gaan vier jaar lang onderzoek doen om deze ‘verweesde objecten’ te koppelen aan nabestaanden van de oorspronkelijke eigenaren, die de Tweede Wereldoorlog doorgaans niet hebben overleefd.

In de geserreerde documentaire Verweesd Eigendom (50 min.) volgen Piet de Blaauw en Frénk van der Linden dit proces aan de hand van twee concrete voorbeelden. De casus Van Son bijvoorbeeld. Als de Joodse familie uit Hilversum in 1940 met de boot naar Engeland is vertrokken, trekt een NSB’er in hun huis. Na de oorlog blijkt het meubilair en de kunstverzameling te zijn verdwenen.

Het schilderij Lezende Vrouw van de kunstenaar Jan Sluijters uit 1911 is bijvoorbeeld weg. Enkele jaren later duikt het werk ineens op bij de Biënnale in Venetië, waarna het wordt aangekocht door Het Van Abbemuseum in Eindhoven. Namens de jongste zoon Mischa van Son, wiens gezondheid inmiddels erg broos is, probeert familievriend André Broers het schilderij nu terug te krijgen.

De zussen Renée en Denise Citroen krijgen intussen bericht dat er servies is getraceerd van hun grootouders, die zijn vermoord in het vernietigingskamp Auschwitz. Of ze een claim willen indienen? Dat idee haalt emotioneel heel wat overhoop. In de praktijk blijkt het echter bijzonder lastig om de borden van het echtpaar, dat in Amsterdam een juwelierszaak runde, daadwerkelijk te verkrijgen.

Want hoewel alle betrokken functionarissen en organisaties welwillend zijn om geroofde spullen terug te bezorgen, zit de bureaucratie hen danig in de weg. Tot grote frustratie van de nabestaanden, die het gevoel krijgen dat ze blij zijn gemaakt met een dode mus. Tegelijk wordt de ‘culturele shoah’, constateren de zussen Citroen verontwaardigd in deze ingetogen pijnlijke film, niet gecorrigeerd.

De Nederlandse autoriteiten hebben te veel een ambtenarenmentaliteit om zich emotioneel in te kunnen leven, stelt ook Andre Broers bozig. Het aanvragen van restitutie blijkt steeds weer een mijnenveld waarin het gemakkelijk verdwalen is – en gewond raken bijna onvermijdelijk lijkt. Met als gevolg dat sommige rechthebbenden niet eens meer aan de pijnlijke en dure procedure beginnen.

De Adviescommissie-Asscher adviseerde onlangs overigens aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: maak Joodse roofkunst uit depots zichtbaar.

O, Verzamelen Van Eieren In Weerwil Van De Tijd

Moondocs

Terwijl de Duitse ornitholoog Max Schönwetter (1874-1961) aan het begin van de twintigste eeuw bevangen raakt door de oölogie en het liefst elke seconde die hij heeft besteedt aan het verzamelen, bestuderen en beschrijven van allerlei soorten eieren, raakt de wereld waarvan hij deel uitmaakt langzaam maar zeker bevangen door duistere krachten. Die zullen uiteindelijk de alles verwoestende Tweede Wereldoorlog veroorzaken, waarbij ook de eikundige Schönwetter aanzienlijke verliezen moet incasseren.

In O: Verzamelen Van Eieren In Weerwil Van De Tijd (80 min.) brengt Pim Zwier ’s mans oneindige fascinatie in beeld via fraaie close-ups van zijn eieren en beelden van de voortbrengers daarvan. Hij maakt die verder inzichtelijk via Schönwetters uitgebreide correspondentie met allerlei mensen die hem kunnen helpen bij zijn verzameling. Die is ingesproken door (stem)acteurs, waarbij Pierre Bokma de hoofdpersoon voor zijn rekening neemt. ‘Hoe meer ik ze bestudeerde des te meer groeit de overtuiging dat uit de eierschaal nog vele raadselen zijn op te lossen indien men werkelijk beseft wat erin schuilgaat’, schrijft die bijvoorbeeld in 1935 aan zijn collega Leo von Boxberger. ‘Maar daarvoor moet men dieper graven, om daarmee inzichten te verschaffen. Daaraan wil ik graag mijn bijdrage leveren.’

Intussen toont Zwier een uil. Eerst, via grofkorrelige zwart-wit beelden, in zijn natuurlijke habitat, daarna in de vorm van een soort buste op Schönwetters bureau. ‘Tweehonderdduizend eieren moet men wel gezien hebben’, vervolgt de oöloog begeesterd. ‘En vijftigduizend daarvan moet men gewogen en met een loep bekeken hebben en vele steeds weer met elkaar vergeleken hebben. Zoals enkel iemand kan die al dertig jaar lang al z’n vrije tijd, alle vakanties en bijna zonder uitzondering iedere zondag wijdt aan zijn eigen stokpaardje, daarvoor veel geld voor zijn eigen verzameling, voor literatuur en reizen, geofferd heeft en deze zaken enkel en alleen voor zichzelf doet.’ De camera is intussen van het uilenbeeldje afgedaald naar een doosje met eieren. ‘Kerkuil (Jyto alba)’, staat er op het bijbehorende kaartje. ‘39,5 x 31,0 mm – 1,65 g.’

Pim Zwiers portrettering van zijn bevlogen hoofdpersoon is al even precies en rijk aan details als Max Schönwetters benadering van de eikunde, die uiteindelijk moet resulteren in een wetenschappelijk Handboek der Oölogie. Met in scène gezette beelden vanuit diens werkkamer tekent de filmmaker een man die zich in zijn kleine wereld heeft verschanst om ontwikkelingen in de buitenwereld, vervat in dramatische archiefbeelden, bij zich weg te kunnen houden. Uiteindelijk wordt echter ook Schönwetter ingehaald door de tijd, door een oorlog waarin gaandeweg alles wordt gebroken. De mens, net zo gemakkelijk als een (volstrekt niet) willekeurige eierschaal.

iHuman

Human

Zijn we op weg naar de hemel op aarde of toch naar een dystopie? Technologische ontwikkelingen worden doorgaans permanent begeleid door commentaar van visionairs en doemdenkers. Artificial Intelligence vormt daarop geen uitzondering. In de documentaire iHuman (99 min.) geeft regisseur Tonje Hessen Schei dus zowel spreektijd aan wetenschappers die de zegeningen van kunstmatige intelligentie tellen als aan denkers en activisten die de noodklok luiden over de gevaren ervan.

Kort door de bocht: gaat een soort superintelligentie straks problemen oplossen die de verstandelijke vermogens van de mens te boven gaan of zal diezelfde mens geknecht worden door leiders, organisaties of landen die deze technische mogelijkheden genadeloos naar hun hand zetten? Van een wereld waarin overal camera’s hangen die je gezicht herkennen en registreren waar je bent en wat je doet zal menigeen bijvoorbeeld gruwen, maar wat nu als diezelfde camera’s depressies zouden herkennen en zo in potentie mensenlevens kunnen redden?

‘Het gaat niet om wat computers kunnen doen’, stelt Microsoft-topman Brad Smith. ‘Het gaat erom wat computers zouden móeten doen.’ En daarbij komt – voorlopig althans – toch nog altijd de mens in beeld: wat wil en kan die? En waar liggen diens grenzen? Toch gaan de ontwikkelingen sneller dan soms goed lijkt voor de good old sterveling. In China is binnen afzienbare tijd bijvoorbeeld geen kaartje meer nodig in het Openbaar Vervoer. Je eigen gezicht volstaat. Intussen gebruikt de Chinese overheid ook op grote schaal data om de eigen bevolking in het gareel te krijgen of houden.

Zoals dat gaat in dit type sciencefiction-docu’s worden de optimistische/pessimistische bespiegelingen over de (nabije) toekomst vergezeld door klinische synthmuziek en futuristische beelden van een wereld waarbinnen de mens slechts een klein radertje is, de gelukkige recipiënt van allerlei toepassingen die zijn comfort of levensgeluk vergroten of een speelbal van grote spelers zoals Google en Facebook (terwijl robots dan weer blijken te kunnen zingen en dansen). Intussen werpt zo’n film elementaire vragen op over menszijn, privacy en democratie, waarop de kijker na afloop een tijdje kan kauwen.

Ook iHuman slaagt glansrijk in die opzet, zonder dat de film echt emotioneert, bijzonder hoopvol stemt of kwaad maakt.