Kandinsky, The Colours Of Sounds

Jaune Rouge Bleu, 1925 © Centre Pompidou, MNAM-CCI / AVROTROS

Een uitvoering van Wagners opera Lohengrin zet in 1896 alles op zijn kop. Wassily Kandinsky is voorbestemd om jurist te worden, maar besluit daarna om zijn vaderland Rusland te verlaten en zich aan kunst te gaan wijden. In de kunstenaarsstad München neemt Kandinsky, die als kind piano en cello leerde spelen, regelmatig tentoonstellingen bezocht en vaste gast was in het theater en bij de opera, vanaf 1900 les bij ‘de vorst van de schilderkunst’ Frans von Stuck.

‘Ik had het gevoel herboren te zijn, maar stuitte op de grenzen van m’n vrijheid’, schrijft Kandinsky destijds, een tekst die nu is ingelezen door Pierre-Henri Gibert, één van de makers van Kandinsky, The Colours Of Sounds (53 min.). ‘Gevangen in het werken naar een model.’ Hij besluit om zijn eigen weg te gaan. Zijn liefde voor muziek, de manier waarop die hem tot in elke vezel van zijn lichaam weet te raken, werkt daarbij inspirerend. Kandinsky ontdekt ‘een esthetiek van gekleurde vlekken’, aldus de verteller van dit kunstenaarsportret. In deze schilderijen zit muziek!

De ontwikkeling die de schilder in de navolgende jaren doormaakt wordt in deze documentaire door Gibert en zijn coregisseur Adrien Minard fraai inzichtelijk gemaakt met een stapsgewijze ontleding van zijn stijl, kleurgebruik en gebruik van symboliek en uitleg daarbij van kunsthistorici én muziekwetenschappers. Want de Russische kunstenaar laat zich voortdurend inspireren door zijn andere grote liefde, muziek. Als Kandinsky in 1911 samen met zijn vriendin Gabriele Münter naar een concert van Arnold Schönberg is geweest, valt voor hem ook als schilder het kwartje.

In deze ‘wereld zonder simpele herkenningstekens’ lijkt de tonaliteit volledig te zijn losgelaten. Schönbergs muziek krijgt direct zijn weerslag in Kandinsky’s eerste abstracte doek, Schilderij Met Cirkel. Hij schrijft tevens een bedankbrief aan de componist, die de start vormt van een samenwerking tussen de uitvinder van de atonaliteit en de vader van de abstracte kunst. Kandinsky probeert zijn idee van een totale kunst ook onder woorden te brengen, bijvoorbeeld in de alamanak Der Blaue Reiter. Voor hem overstijgt kunst, ongeacht de vorm ervan, alle talen, haat en grenzen.

Abstracte thematiek voor de gemiddelde 21e eeuwer, zou je zeggen, maar in deze ferme film helder uiteengezet en invoelbaar gemaakt. Langzaam maar zeker zal Kandinsky in zijn verdere leven, zo nu en dan gehinderd door de grillen van de liefde en de wereldgeschiedenis, zijn eigen stijl verder verfijnen. Na een woelige periode in z’n vaderland belandt hij aan het begin van de jaren twintig weer in Duitsland, waar hij floreert in de Bauhaus Schule. Totdat de nazi’s er de macht grijpen en zijn werk tot ‘ontaarde kunst’ verklaren…

The Beach Boys

Disney+

Terwijl de rest van The Beach Boys (113 min.) halverwege de jaren zestig de wereld rondreizen met hun zonnige popsongs, laat songschrijver, arrangeur en producer Brian Wilson, die ’t niet langer kan opbrengen om te toeren, de eenvoudige surfliedjes waarmee ze zijn doorgebroken definitief achter zich. Uitgedaagd door hun grote Britse rivaal The Beatles stijgt hij in de studio, in de rug gedekt door de gerenommeerde muzikanten van The Wrecking Crew, tot imposante hoogte. Met als resultaat het album Pet Sounds (1966) dat, hoewel niet direct een commercieel succes, inmiddels alom wordt beschouwd als een meesterwerk – en Wilson als een genie.

‘Het probleem was dat Brian werd onthaald als een genie, maar dat de rest van de band eigenlijk nauwelijks waardering kreeg’, stelt zanger Mike Love in deze gezaghebbende documentaire van Frank Marshall en Thom Zimny. ‘Dan was het misschien ook wat gemakkelijker geweest voor Brian om met dat predicaat om te gaan.’ Want het genie achter de schermen legt een enorme druk op zichzelf, worstelt met zijn dominante vader Murray en voelt dat hij niet altijd de onvoorwaardelijke steun heeft van zijn groepsgenoten. Gaandeweg raakt hij verstrikt in de kronkels van zijn eigen geest. Totdat het genie eigenlijk alleen nog maar in bed wil liggen.

Wilsons persoonlijke tocht over hoge toppen en door diepe dalen is onlangs al, met zijn eigen medewerking, gedocumenteerd in Brian Wilson: Long Promised Road (2021). Deze nieuwe film concentreert zich meer op de hoogtijdagen van zijn groep, met hem en de nog levende andere leden Mike Love, Al Jardine, David Marks en Bruce Johnston. Brians overleden broers Wilson, Dennis (1944-1983) en Carl (1946-1988), zijn aanwezig via archiefinterviews. Hun verhalen worden aangevuld door Brian Wilsons eerste vrouw Marilyn, producer Don Was en collega’s/fans zoals Janelle Monáe, Lindsey Buckingham (Fleetwood Mac) en Ryan Tedder (OneRepublic).

Dit levert geen nieuwe inzichten op over de tot Beach Boys gedoopte muzieknerds, die bij de eerste de beste golf al van hun surfboard donderden. Deze documentaire schetst echter wel een compleet en afgewogen beeld van hun gloriejaren en is natuurlijk volgestort met prachtig beeld- en geluidsmateriaal. De harmonieën van de drie Wilsons, hun neef Mike en de vrienden Al, David en Bruce zijn bijvoorbeeld nog altijd onovertroffen en een zegen en inspiratiebron voor iedereen met een pophart – of het verlangen om ook stiekem een ‘surf dude’ te zijn.

Brian Wilson: Long Promised Road

Dogwoof

Hij was de ultieme Beach Boy, maar te verlegen om een meisje aan te spreken. Hij schreef allerlei wereldhits over surfen, maar stond zelf nooit op een plank. En hij werd door de hele wereld, zeker na de elpee Pet Sounds (1966), binnengehaald als een muzikaal genie, maar liep ondertussen helemaal vast in zichzelf.

De verhalen over Brian Wilson, de nucleus van The Beach Boys, zijn dan misschien overbekend, ze spreken nog altijd tot de verbeelding. Zeker als de man zelf, in gesprek met muziekjournalist/vriend Jason Fine, echt een kijkje in zijn binnenste geeft. Interviews geven vindt de getroebleerde muzikant, gediagnosticeerd met een schizoaffectieve stoornis, nog steeds spannend. Daarom gaat hij in Brian Wilson: Long Promised Road (93 min.), een titel die zowaar is ontleend aan een liedje dat werd geschreven door zijn broer Carl, regelmatig gewoon een stukje rijden met Fine.

Samen doen de twee de plekken van zijn verleden aan, luisteren naar muziek en eten een broodje. Tussendoor kletsen ze over zijn grillige carrière, de tijdloze muziek die hij heeft gemaakt en zijn persoonlijk leven, waarin hij door diepe, diepe dalen moest. Wilson vertelt bijvoorbeeld over zijn persoonlijke behandelaar Eugene Landy, die hem eerst tegelijkertijd liet afkicken van sigaretten, drank en cocaïne en vervolgens negen jaar in een therapeutische wurggreep hield. Op een gegeven moment moest Wilson volgens eigen zeggen zelfs van de vloer eten. Geen idee waarom.

De ontspannen setting met Fine als bestuurder/gespreksleider en Wilson als zijn passagier geeft deze film een intiem karakter. Documentairemaker Brent Wilson laat daarnaast Elton John, Bruce Springsteen en andere collega’s de gebruikelijke superlatieven over de begenadigde songschrijver en arrangeur verzorgen. Sterproducer Don Was (Bob Dylan, The Rolling Stones en John Mayer) kan zijn oren bijvoorbeeld nog altijd niet geloven als hij de verschillende geluidssporen van de klassieke song God Only Knows krijgt te horen. ‘Ik maak al veertig jaar platen’, zegt hij bewonderend. ‘En ik heb geen idee hoe je dit zou moeten doen.’

Zet Wilson achter zijn piano of in een studio en er hangt nog altijd magie in de lucht. Zeker als hij heel precies aangeeft bij zijn bandleden hoe hij een bepaald instrument wil horen. Het is alsof dan even zichtbaar wordt wat er in zijn hoofd omgaat. Alsof hij, waar wij in eerste instantie alleen het geheel horen, direct alle afzonderlijke elementen kan waarnemen. En als hij, als bijrijder van Fine, muziek luistert of praat over mensen die hem dierbaar zijn, zijn overleden broers Dennis en Carl bijvoorbeeld, is het alsof hij, via die trekkende mond en sprekende ogen, even recht in zijn ziel laat kijken.

En daar zit echt niet alleen een geniale gek, een droogsurfer of een would-be strandwacht. Als deze fijne film één element toevoegt aan de canon over Brian Wilson, dan is het ‘s mans overduidelijke affectie voor zijn naasten. In dat opzicht is ook de titel van de documentaire, Long Promised Road, een logische keuze. Die krijgt bovendien extra cachet met een fraaie slotscène, waarin Brian zijn broer Carl eer betoont.