A Modern Roma Fairytale

Witfilm

De tienjarige Nicoleta, de verteller van dit verhaal, mag nog nét kind zijn. Nicoleta’s moeder Anca, die veertien was toen ze haar kreeg, leeft voor haar man en kinderen. En Regina, Nicoleta’s jeugdige tante, wordt klaargestoomd voor het huwelijk en de bijbehorende kinderen. Zij is slechts enkele jaren ouder dan Nicoleta, maar al van school gehaald en verloofd met Cosmin.

Drie Roma-vrouwen, verbonden aan de zigeunerkoning van het Roemeense dorp Ciurea. Ze lijken daar het goede leven te leven. Binnen de eigen, naar binnen gerichte gemeenschap. In een kolossaal, smakeloos ingericht huis. Als vrouwen zitten ze er ook vast. Veroordeeld tot de kinderen en het huishouden. Voor Regina en Cosmin wordt inmiddels ook zo’n kast van een huis gebouwd. Zij krijgt een bruidsschat van enkele honderden jurken mee.

Via haar smartphone ziet de tiener hoe elders jongeren van haar leeftijd de wereld ontdekken. Intussen maakt zij zich in A Modern Roma Fairytale (82  min.) op voor de mooiste dag van haar leven – dat dan meteen wel over zijn hoogtepunt lijkt. Want daarna zit Regina vast aan die vent. Cosmin, nu nog een beminnelijke en tamelijke schuchtere jongen, wordt namelijk de baas des huizes. En daarover mag geen enkel misverstand be- of ontstaan.

Nicoleta’s vader Dragoş geeft hem in deze observerende film van Raluca Lupaşcu alvast het ‘goede’ voorbeeld. Voor zijn werk is hij soms maanden van huis. Het zou best kunnen dat hij Anca dan ook bedriegt. En als de twee ruzie hebben, laat hij zonder gêne zijn handen spreken. Zij is volgens hem alleen goed voor de keuken. ‘Als wij samen de stad ingaan, jij en ik’, zegt Dragoş dus tegen Cosmin, ‘dan blijven de vrouwen lekker thuis. Dat is hun taak.’

Van Dragoş hoeft Nicoleta eigenlijk ook niet meer naar school. Misschien kan ze nog wat Engels of Frans leren. ‘Voor als we op vakantie gaan.’ Zijn dochter wil alleen nog van alles leren – goed lezen, bijvoorbeeld, in het Roemeens – maar dat zit er vermoedelijk niet meer in. Ook zij is voorbestemd om echtgenote, moeder en huissloof te worden. Met haar poppen speelt het meisje alvast het huwelijkse leven van haar tante Regina en Cosmin uit.

Het is een triest tafereel: de vanzelfsprekendheid waarmee ook zij, als Roma-vrouw, zich straks zal moeten schikken naar de verwachtingen ligt erin opgesloten. Ook een krachtig beeld: hoe Nicoleta in een traditionele jurk naar zichzelf kijkt in de spiegel en daarna, met ook de haren netjes ingevlochten, rondjes om haar eigen as draait. Met zulke trefzekere scènes, aangekleed met weemoedige liederen, tekent Lupaşcu het lot van deze Roma-vrouwen op.

Hun leven is al volledig voor hen uitgetekend.

Nobody’s Business

Alan Berliner / IDFA

‘In ieder leven zit wel iets bijzonders’, houdt de Joods-Amerikaanse documentairemaker Alan Berliner z’n vader Oscar voor bij de start van zijn film over hem. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Jij probeert van niets iets te maken.’ Terwijl de titel van die film in beeld komt – Nobody’s Business (55 min.) – is nog net te horen hoe Alan reageert: ‘Maar Jij bent mijn vader!’

Hij begeleidt hun permanente gekibbel met zwartwit-beelden van een bokswedstrijd. De ene uppercut volgt op de andere maagstoot. Geen van beiden weigeren ze echter knock-out te gaan. Zoonlief wil terug naar het begin. De oorsprong van de Berliners. Die ligt in Rusland en Polen, maar waar precies? Alans neven en nichten weten het ook niet. Alsof hun geschiedenis pas in Amerika is begonnen. Uiteindelijk weet hij toch een precieze locatie vast te stellen: Rajgrod, een dorp dat afwisselend Pools en Russisch was. ‘Dit kan overal zijn’, reageert Oscar, geheel in stijl. ‘Big fucking deal!’

In zijn voorouders is vader Berliner al even weinig geïnteresseerd. Ich bin ein Berliner, so what? Zijn zoon vraagt zich intussen af hoe zijn vader is gevormd door zijn eigen vader Benjamin, naar verluidt een harde en koude man. Samen met zijn echtgenote, volgens de overlevering wél een warme vrouw, zette hij elf kinderen op de wereld, waarvan Oscar de laatste is. Een knappe en charmante man, zo wil het verhaal. Een geboren verkoper ook. Hij weet zichzelf aan een veel jongere vrouw te verkopen, Alans moeder Regina Cassuto, en graaft daarmee, figuurlijk gezien, zijn eigen graf.

Het huwelijk, dat de jeugd van Alan en zijn zus Lynn heeft getekend, mondt uit in een echtscheiding. Het is de grootste teleurstelling in Oscars leven – en de meest traumatische ervaring in het leven van zijn zoon. Alan wil daarover in gesprek, maar treft ook dan een onwillige participant in zijn vader. Ondanks alle tegenwerking weet de filmmaker hem toch het een en ander te ontfutselen. En voor de rest gaat hij te rade bij andere familieleden. Over waarom Oscar altijd alleen is gebleven en ook weinig vriendschappen heeft opgebouwd – en hoe het kan dat de tijd blijkbaar niet alle wonden heelt.

Oscar wil zelf ook nog wel het één en ander kwijt. ‘Je had accountant, jurist of ingenieur kunnen zijn’, zegt hij, nét iets te scherp, tegen z’n zoon, die in zijn ogen maar een armzalige filmmaker is geworden. Ondanks zulke stekeligheden laten Oscar en Elkaar elkaar niet los. Ze kunnen samen wel wat hebben en beschikken allebei over meer dan genoeg zelfspot. Nobody’s Business (1996) ontwikkelt zich intussen tot een prikkelende exploratie van familiebanden, ingenieus aangekleed met messcherpe beeldsequenties en typografie, aan de hand van de vraag of je jezelf beter leert kennen als je weet waar je vandaan komt.

Phat Tuesdays: The Era Of Hip Hop Comedy

Prime Video

In de nasleep van de Rodney King-rellen in Los Angeles startte Guy Torry begin jaren negentig een speciale avond met louter zwarte comedians in The Comedy Story. Dat podium zou een springplank worden voor een nieuwe generatie Afro Amerikaanse stemmen, zoals Martin Lawrence, Chris Tucker en Kevin Hart.

In de driedelige serie Phat Tuesdays: The Era Of Hip Hop Comedy (158 min.) kijkt Reginald Hudlin met de fine fleur van de Amerikaanse stand-upcomedy terug op die glorieperiode. ‘Guy stuurde een groep jonge, zwarte professionals aan’, vertelt comedian Dave Chappelle bijvoorbeeld. ‘Er zaten wat gangsterrappers bij, maar het was een eclectisch gezelschap. Zoals het leven van zwarte Amerikanen ook divers is. Het was geen eenheidsworst. De één was naar Harvard geweest, een ander naar de gevangenis.’

Phat Tuesday was voor hen een vuurdoop, vertellen entertainers als Steve Harvey, Tiffany Haddish, Cedric The Entertainer, Snoop Dogg en Regina King. Want Will Smith, Magic Johnson of Prince konden zomaar in de zaal zitten. En een zwart publiek is sowieso geen gedwee publiek. Een beleefd applaus hoef je als halfbakken grappenmaker niet te verwachten. Als het hen niet bevalt, laten ze dit op niet mis te verstane wijze merken. Ze beginnen misprijzend te kijken, draaien zich demonstratief van je af of roepen iets in de trant van: ‘Heb je ook nog wat leuks, gast?’

In de kantlijn worden er af en toe ook min of meer serieuze thema’s behandeld – seksisme, transcomedians en ‘bomben’, de plank helemaal misslaan, bijvoorbeeld – maar deze miniserie is eerst en vooral een ongegeneerde viering van de zwarte humor. Met veel sterke verhalen, popi jopi-gedrag en snelle grappen.