Finding Fela

Kino Lorber

Bij leven en welzijn had Fela Anikulapo Kuti (1938-1997) waarschijnlijk nooit kunnen vermoeden dat hij de hoofdpersoon zou worden van een Amerikaanse musical. Twaalf jaar na zijn dood brengt regisseur/choreograaf Bill T. Jones het levensverhaal van de Nigeriaanse Afrobeat-pionier niettemin naar Broadway. En de musical Fela! vormt meteen één van de belangrijkste bouwstenen voor dit postume portret van de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney.

Finding Fela (119 min.) bestaat dus voor een belangrijk deel uit musicalscènes, met de acteur Sahr Ngaujah in de rol van Fela Kuti, een revolutionair pur sang. In alle opzichten: geïnspireerd door James Brown speelt hij een sleutelrol in de ontwikkeling van een eigen muziekgenre. En net als z’n Jamaicaanse geestverwant Bob Marley krijgt Kuti’s werk gaandeweg een uitgesproken politiek karakter. Het Nigeriaanse regime beschouwt hem als een oproerkraaier. Elk nieuw album kan ‘m op gevangenisstraf komen te staan.

Ze maken me alleen maar sterker, houdt Fela Kuti vol tegenover een interviewer, nadat hij weer eens is opgepakt en afgeranseld. ‘Ooit word ik president van dit land!’ Zover zal ‘t nooit komen – ook doordat hij relatief jong het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. En dat heeft alles met z’n levensstijl te maken. De Afrikaanse ster trouwt bijvoorbeeld met 27 vrouwen (!) en laat desondanks geen andere aantrekkelijke dame ongemoeid. Via seks kan hij spirituele krachten krijgen, meent Fela zelf. In werkelijkheid krijgt hij AIDS.

Met behulp van opwindende concertopnamen, oude reportages en (archief)interviews met Fela Kuti en zijn dochter Yeni, zoons Seun en Femi, voormalige geliefde Sandra Izsadora, ex-vrouw Queen Kewe, drummer Tony Allen, manager Rikki Stein en de bekende fans Paul McCartney en Ahmir ‘Questlove’ Thompson (drummer van The Roots en maker van de muziekdocumentaires Summer Of Soul en Sly Lives!) krijgt Gibney in deze biografie uit 2014 vat op een groots, meeslepend en excessief leven. 

Fela Kuti opereert daarin als de onbetwiste heerser van zijn eigen rijk. Z’n band Africa ’70 en entourage bestaan bijvoorbeeld al uit 28 mensen. Maar als hij eind 1978 in Europa gaat optreden, sluiten er maar liefst 71 mensen aan bij de tournee. Niet te doen, vindt Fela’s meesterdrummer en bandleider Tony Allen. Niet te betalen ook. Er is permanent geldtekort. Na een, overigens klassiek geworden, optreden op het Berlin Jazz Festival besluit Allen zijn drumstokken in de lucht te gooien. Een ander mag ze opvangen.

Daarmee is de man die het ritme bepaalt voor Fela’s lang uitgesponnen grooves verdwenen. Kuti gaat echter onverdroten verder. Africa ‘70 neemt een nieuwe gedaante aan, Egypt ’80, en de leider ervan haakt aan bij een spiritueel adviseur, de schimmige Professor Hindu, die zowaar mensen uit het graf kan laten herrijzen. Alex Gibney tekent zulke smakelijke verhalen vaardig op en smeedt daarmee een ge(s)laagd portret van deze Afrikaanse rebel, polygamist en muzikale legende.

De Vijfde Bruid

de vijfde

 

In een ander leven had ze misschien barones in ‘Het Land Van Ooit’ kunnen worden. In dit leven werd Petra Timmermans vrouw nummer vijf van kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005). Ze oogt als een volledig losgeslagen freule, die niet had misstaan in het inmiddels opgedoekte attractiepark: overdadig aangebrachte make-up, ravissante kleding in de felste kleuren en een enorme hoeveelheid opzichtige sieraden.

Rogier Timmermans heeft zijn tante vijftien jaar niet gezien als hij haar in 2001 opzoekt. Ze woont in een huisje tegenover de woning waar kluizenaar Heyboer met zijn vier andere vrouwen leeft en houdt zich daar onledig met de verkoop van zijn kunst. Ze weet nog precies wanneer het begon, vertelt ze trots tegen haar neef: 3 juni 1982. De dag waarop Petra haar lotsbestemming vond: ene Anton Heyboer.

Die ontboezeming vormt het startpunt van De Vijfde Bruid (68 min.), een fascinerende film uit 2007 waarin Timmermans, aan de hand van het levensverhaal van z’n tante, de geschiedenis van zijn eigen getroebleerde familie ontrafelt. Zijn oma speelt daarin een sleutelrol. Haar dochter Petra blijkt uiteindelijk niet meer dan ‘een inruilwagen’ voor Heyboer, die haar leven op geheel eigen wijze structuur heeft gegeven. Zíjn structuur.

De almachtige man die met strakke hand de lijnen uitzet (en intussen alom wordt aanbeden door zijn eigen harem). Waar hebben we die vaker gezien? Binnen zijn eigen kleine context beschikt Anton Heyboer, die in deze slim opgebouwde documentaire soms overkomt als een raaskallende ouwe zonderling, blijkbaar over een enorme aantrekkingskracht. Hij maakt het leven, in elk geval dat van Petra, klein en overzichtelijk en geeft het tegelijkertijd op een tamelijk verwrongen manier ook weer zin.