The Salt Path Scandal

SkyShowtime

Een financieel geschil met een man die ze altijd als een vriend hebben beschouwd zorgt ervoor dat Raynor Winn en haar echtgenoot Moth hun huis in Wales kwijtraken. Tot overmaat van ramp blijkt Moth een terminale ziekte te hebben. Samen hervinden zij zich echter tijdens een wandeltocht van meer dan duizend kilometer langs de Britse zuidwestkust, die ook heilzaam blijkt voor zijn gezondheid. Dit hartverwarmende uitgangspunt vormt de basis voor Winns memoires, die in 2018 uitgroeien tot een internationale bestseller: Het Zoutpad. Als vanzelfsprekend volgt in 2024 ook een verfilming, met Gillian Anderson en Jason Isaacs als het onfortuinlijke echtpaar.

Het optimistische verhaal wordt aan de man gebracht als ‘onverbiddelijk eerlijk’. Non-fictie dus. Tijdens interviews draagt Raynor Winn die boodschap ook consequent uit. En dan wordt onderzoeksjournalist Chloe Hadjimatheou van de Britse krant The Observer begin 2025 benaderd door een anonieme bron: Winn heeft dat hele verhaal bij elkaar verzonnen. De zaak steekt totaal anders in elkaar. Raynor Winn heet, om te beginnen, in werkelijkheid Sally Walker en haar man gewoon Tim. Hadjimatheou heeft in eerste instantie eigenlijk weinig fiducie in het verhaal. Sterker: ze moet Het Zoutpad zelf nog gaan lezen. Al snel valt ze echter van de ene in de andere verbazing.

The Salt Path Scandal (74 min.) is geboren. Eerst via krantenartikelen, daarna als podcast en nu dus in een documentaire van Josie Besbrode, die aansluit bij Hadjimatheous onderzoek naar de achtergronden van dit ‘waargebeurde verhaal’. Een belangrijk deel van haar gesprekken met bronnen, die Winns waarheid op alle mogelijke manieren weerleggen, voelt wel enigszins gekunsteld. Alsof ze voor de camera nog eens zijn overgedaan. De docu behandelt ook slechts een selectie van Hadjimatheous bevindingen. Het feit dat de Walkers nog een (weliswaar vervallen) huis in Frankrijk hadden en tijdens hun wandeling dus niet dakloos waren ontbreekt bijvoorbeeld. 

In de slipstream van Chloe Hadjimatheou maakt Besbrode in haar vertelling, die is doorsneden met fragmenten uit het audioboek van The Salt Path en speelfilmscènes, desondanks zeer aannemelijk dat Raynor Winn een pijnlijk loopje met de waarheid heeft genomen. Menige lezer voelt zich ook bekocht. Niet omdat met een fictief verhaal geen aangrijpend relaas of een groter verhaal kan worden verteld, natuurlijk, maar omdat de schrijfster de authenticiteit van non-fictie misbruikt om een verzonnen verhaal te lanceren. En op het pad naar wereldwijd succes heeft ze talloze mensen, uit haar directe omgeving of onderweg ontmoet, ogenschijnlijk rücksichtslos voor de bus gegooid.

De commotie rond het boek heeft de verkoop van Het Zoutpad overigens helemaal geen kwaad gedaan. Want zoals doorgewinterde marketeers allang weten: er bestaat niet zoiets als slechte publiciteit.

Cyberbunker: The Criminal Underworld

Netflix

De setting spreekt natuurlijk tot de verbeelding: een voormalige NATO-bunker, op een heuvel nabij het Duitse plaatsje Traben-Trarbach. Daar heeft een stel vrijbuiters zich verschanst. Ze runnen een uitstekend afgeschermd datacentrum. Als de groep er in 2013 neerstrijkt, hoopt de plaatselijke gemeenschap nog dat ze een Europese variant op Silicon Valley zullen starten. In plaats daarvan beginnen ze echter hun eigen onafhankelijke staat: Cyberbunker: The Criminal Underworld (102 min.).

De Nederlandse darknet-goeroe Herman Xennt fungeert er als koning, zijn libertaire landgenoot Sven Olaf Kamphuis als prins. Hij zou betrokken zijn geweest bij enkele geruchtmakende cyberaanvallen en staat in woord en daad een volledig vrij web voor. Zonder enige vorm van beperking. ‘Er is niets wat ik niet zou hosten’, zegt hij in deze documentaire van Max Rainer en Kilian Lieb. Dat hun Cyberbunker de grens heeft gelegd bij kinderporno en alles wat met terrorisme heeft te maken is volgens Kamphuis alleen toe te schrijven aan Xennt. Die had er overigens dan weer geen problemen mee om in zee te gaan met de beruchte Ierse crimineel George Mitchell, alias The Penguin. En de Nederlander zou zich ook hebben ingelaten met drugshandel.

Geen wonder dat de Duitse politie zint op tegenmaatregelen. Enkele rechercheurs vertellen hoe ze de bunkerbewoners proberen af te luisteren en pogingen wagen om te infiltreren in de hermetisch afgesloten bunker. Het politieonderzoek, dat in deze interessante film met behulp van gereconstrueerde bewakingsopnames wordt ontleed, zal uiteindelijk vijf jaar in beslag nemen en in elk geval tot de arrestatie van de hoofdverdachte leiden. Aan het slot van de docu, verrijkt met de verplichte dystopische sciencefiction-beelden en elektronische muziek, laat Herman Xennt zich in de gevangenis van Trier ‘interviewen’.

Dan ligt er nog één vraag nadrukkelijk op tafel: hoe gaat het verder met zijn ‘dark prince’ Sven Olaf Kamphuis? De bunkerbewoner stelt uitdrukkelijk dat hij niet buiten, maar zelfs helemaal naast de Duitse wet staat. Hij is immers ingezetene, minister zelfs, van een buurstaatje. Afgaande op de reactie van de Duitse politiemannen kunnen zij die redenering toch niet helemaal volgen en moet Kamphuis vooral niet denken dat hij boven de, hún, wet staat. Dit verhaal krijgt dus ongetwijfeld nog een staartje. Binnen en buiten de bunker.

Penguin Town

Netflix

De parkeerplaatsbende houdt hen in de gaten.

Die weten dat papa is gaan vissen.

Ze kunnen zich nergens verstoppen.

Ze zijn omsingeld.

Het is een val.

Rennennnn!

Documentaires over dieren zeggen doorgaans vooral ook veel over de mens: ze hebben er namelijk een handje van om de lotgevallen van willekeurige zoogdieren, vogels of vissen te vertalen naar nét iets te gelikte verhalen met een kop en staart. Zodat wij, mensen, ons er toch vooral maar in kunnen verplaatsen. Voorbeelden te over. My Octopus Teacher bijvoorbeeld, de documentaire over de relatie tussen een duiker en een inktvis die onlangs met een Oscar werd beloond. Of het activistische The Walrus And The Whistle Blower. En, natuurlijk, de publieksfilms March Of The Penguins.

Pinguïns zijn sowieso perfect werkmateriaal voor natuurfilmers. Want die hebben zo’n lekker hoge aaibaarheidsfactor, een bijzonder prettige bijkomstigheid als kijkers zich met de protagonisten moeten kunnen identificeren. De achtdelige (!) serie Penguin Town (218 min.) gooit op dat gebied echt alle remmen los: de ‘hoofdpersonen’ krijgen alle mogelijke menselijke eigenschappen toegedicht, terwijl de mensen zelf niet meer dan gezichtsloze bijfiguren blijven, waarvan vooral voeten en benen zijn te zien. De pinguïns lijken bovendien doelbewust te zijn gecast en hebben op basis daarvan een heel duidelijke functie in de vertelling toebedeeld gekregen.

De Amerikaanse comedian Patton Oswalt speelt daarbij een sleutelrol. Hij fungeert als alwetende en alomtegenwoordige verteller, die er permanent bovenop zit. Van de gebeurtenissen in de Zuid-Afrikaanse kustplaats Simon’s Town, waar Afrikaanse pinguïns tijdens de zes maanden van het broedseizoen voor nageslacht proberen te zorgen, boetseert hij zo met veel schwung, humor en drama afgeronde Hollywood-verhaaltjes rond helden als het echtpaar Bougainvillea, buitenbeentje Junior en de pasgetrouwde Culverts. Pinguïns, welteverstaan.

Die worden geserveerd in de vorm van acht panklare, vermakelijke en prachtig verfilmde episodes, compleet met cliffhangers, gelikte muziekjes en onbetwiste slechteriken, zoals een hongerige kat of grijpgrage Kaapse pelsrob. Een knap staaltje storytelling, zonder meer. En: erg glad en voorspelbaar. Geen oprechte poging om het echte leven – ook al is het dat van een dier, dat nota bene met uitsterven wordt bedreigd – in al zijn grilligheid te pakken te krijgen, maar een docusoapvariant daarop die, met het oog op de bankhanger thuis die languit vermaakt wil worden, heel lekker wegkijkt.