Hard

Danielle van den Boogaard / PowNed

Over één ding zijn alle betrokkenen in Hard (151 min.) het wel eens: hardcore is eind jaren tachtig in Nederland ontstaan. Maar waar precies? In Amsterdam, op de illegale raves van Ray Oostendorp? Of toch in het Rotterdamse Parkzicht, met de feesten van DJ Rob? Deze rivaliteit werd destijds door de Euromasters van de Rotterdamse DJ Paul Estak al vervat in de single Amsterdam Waar Lech Dat Dan? (1992). Het was vooral een kwestie van ‘morphic resonance’, meent Dov Elkabas, alias DJ The Prophet. Er hangt iets in de lucht, dat er op verschillende plekken min of meer tegelijkertijd wordt uitgeplukt. Zonder dat ze het van elkaar weten.

Deze vierdelige serie van Arne van Terphoven en Duco Coops brengt met insiders de historie van Nederlandse hardcore en hardstyle in kaart en vormt daarmee een welkome aanvulling op de internationale productie Can You Feel It – How Dance Music Conquered The World en de Nederlandse serie 30 Jaar Dutch Dance. Na de baanbrekende avonden en illegale feesten van de formatieve jaren worden het genre en de bijbehorende scene via (outdoor)evenementen als Eurorave, Hellraiser en Thunderdome snel volwassen. Een derde van de Nederlandse jongeren identificeert zich halverwege de jaren negentig als gabber. Daarna gaat het echter snel bergafwaarts.

Er ontstaat een commerciële variant, happy hardcore, die bepaald niet door iedereen wordt gepruimd. Als de pionier Paul Elstak enkele hits scoort, beschouwen puristen dit als verraad. Hij moet zelfs beveiligd worden. Tegelijk wordt gabber alom gepersifleerd, een logisch gevolg van de vercommercialisering van de muziek en levensstijl die ooit underground waren. ‘Daar hebben wij ook aan meegewerkt’, erkennen Duncan Stutterheim en Irfan van Ewijk van ID&T, het bedrijf achter het Thunderdome-merk. Gabber is dood, schreeuwt de cover van het tijdschrift Update Magazine zelfs in die tijd. Tegelijk wordt zo ook de weg vrijgemaakt voor een nieuw subgenre, hardstyle.

In de tweede helft van deze straffe miniserie, waarin de randzaken die vaak met hardcore worden geassocieerd veelal links blijven liggen, tonen Van Terphoven en Coops hoe de Nederlandse bedrijvigheid intussen uitgroeit tot een internationale miljoenenbusiness, met eigen helden zoals Brennan Heart en Dr. Peacock. Dat is een aantrekkelijk verhaal, verlevendigd met smeuïge anekdotes en beelden van het betere hak- en zaagwerk op feesten en festivals. Het lijkt ook een mannenverhaal. Behoudens Lindsay van der Eng, ofwel DJ Korsakoff, komen er nauwelijks vrouwen aan bod in deze terugblik op de ontstaansgeschiedenis van een belangrijk Nederlands exportproduct.

Vluchten kan inmiddels écht niet meer, om de nederpopklassieker van Frans Halsema en Jenny Arean te parafraseren, de lekker ludieke start van Hards slotaflevering.

Memphis To The Mountain

Disney+

De disclaimer voor de eerste aflevering van Memphis To The Mountain (155 min.) is even tragisch als veelzeggend: ‘Een jaar nadat deze documentaire werd gefilmd is Jarmond Johnson, één van de mensen die je nu gaat ontmoeten, neergeschoten en gedood in South Memphis. Dit verhaal is opgedragen aan Jarmond.’

Je zou het een valse start kunnen noemen voor een inherent optimistische onderneming. In Soulsville, een achterbuurt van zuid-Memphis, hebben Chris Dean en Hollywood-regisseur Tom Shadyac een non-profit klimhal opgestart. Bij Memphis Rox kunnen sindsdien ook zwarte jongeren uit ‘the hood’ leren klimmen. En nu hebben ze zelfs het plan opgevat om met enkele jongeren Mount Kenya te gaan bedwingen.

De negentienjarige Mike Lee bijvoorbeeld. Hij slaapt sinds enige tijd in z’n auto op de Rox-parkeerplaats en mag al snel in een tentje kamperen in de gemeenschappelijke tuin. Hij begint direct fanatiek te trainen op de klimmuur. En, natuurlijk, Jarmond Johnson, een goedlachse kerel die na een tijd in de gevangenis een thuis vindt bij het klimcentrum en zich daar ontfermt over ‘Wheezy’, een joch met ademhalingsproblemen.

In de eerste twee afleveringen van deze driedelige serie van Zachary Barr begeven de Rox- jongeren zich naar respectievelijk de zwarte outdoor-instructeur Phil Henderson in Colorado en Free Solo-klimmer Alex Honnold in de bergen van Nevada voor een stoomcursus buitenklimmen Als het team afdoende lijkt te zijn geprepareerd om zichzelf te gaan overwinnen in Afrika, blijken er alleen toch nog wat hobbels te zijn.

In een indrukwekkend decor worden de klimmers vervolgens tot het uiterste getest in de slotaflevering. Individueel en als groep krijgen ze te maken met angst, hoogteziekte, kou en uitputting. Ze komen zichzelf meermaals keihard tegen. En Barr heeft daarvan een meeslepend verslag gemaakt, dat de climax vormt van een (groeps)proces dat weliswaar tamelijk voorgekookt oogt, maar desondanks boeit en raakt.

Eenmaal terug uit Kenia en weer op vertrouwde grond in Memphis kunnen de deelnemers deze louterende ervaring in de bergen gebruiken voor hun verdere levens. Alleen het leven van Jarmond Johnson, die in Afrika de bijnaam ‘Bazu’ (grote broer) heeft gekregen, wordt kort na terugkeer dus rigoureus afgebroken. Hij wordt niet ouder dan 25 en leeft nu een héél klein beetje voort via deze aardige serie.

Wild Life

Disney+

Hoe kan ze hun gezamenlijke leven het beste eren? Door te blijven rouwen om haar plotseling overleden echtgenoot Doug? Of door hun gezamenlijke levenswerk voort te zetten? Uiteindelijk is het geen keuze voor Kris Tompkins: de Amerikaanse klimaatactiviste blijft zich inzetten voor het behoud van het natuurgebied in Patagonië, dat ze sinds begin jaren negentig in bezit hebben. Als eerbetoon aan haar overleden echtgenoot, ooit een fervente bergbeklimmer, wil Kris bovendien ’hun’ bergtop beklimmen in dit gebied, dat zich uitstrekt over de landen Chili en Argentinië.

En daarbij krijgt ze hulp van Jimmy Chin, die samen met Elizabeth Chai Vasarhelyi bekende klimfilms als Meru en Free Solo heeft gemaakt. Tussendoor vertellen ze in Wild Life (92 min.) het verhaal van Kristine’s leven met Douglas Tompkins (1943-2015). Als ze elkaar ontmoeten, hebben de twee al een heel leven, dat hen in andere relaties en bij de kledingmerken Patagonia en Esprit heeft gebracht, achter de rug. De lokale autoriteiten kunnen intussen maar niet geloven dat die ‘lelijke’ Amerikanen werkelijk land opkopen voor een nationaal park. Er moet wel een addertje onder het gras zitten.

Chin en Chai Vasarhelyi tonen hoe Kris en Doug hun gezamenlijke droom, een beschermd natuurgebied met een hernieuwde biodiversiteit, desondanks blijven najagen. Óók als het noodlot toeslaat en hij bij een tragisch ongeluk om het leven komt. Het is een optimistische vertelling. Over hoe ieder mens, met een lumineus idee en een goedgevulde portemonnee, een positieve bijdrage kan leveren aan de wereld. Dat resulteert alleen niet per definitie ook in een héél spannende film – al maken het verdriet en de wanhoop van Kris na het overlijden van haar zielsverwant beslist indruk.

Net als de vastberadenheid waarmee ze zich daarna toch weer aan hun gedeelde ideaal wijdt in deze degelijke documentaire, die de uitbundige flora en fauna van Patagonië in de etalage zet – en zo meteen de noodzaak van het behoud daarvan nog eens onderstreept.