Unveiled: Surviving La Luz Del Mundo

HBO

Het verhaal van een sekte lijkt doorgaans niet meer dan een invuloefening: … (1) werpt zich op als de onbetwiste leider van de … (2). Hij laat zich … (3) noemen, blijkt niemand minder dan de afgezant van … (4), eist absolute gehoorzaamheid en … (5), omringt zich met pure luxe (zoals bijvoorbeeld … (6), … (7) en – niet te vergeten – … (8)), straft ongenadig met de … (9) en claimt uit de groep opperdienaren met de naam … (10) natuurlijk alle aantrekkelijke jonge maagden voor zijn eigen gerief.

Het is in wezen dus onvermijdelijk dat de driedelige serie Unveiled: Surviving La Luz Del Mundo (190 min.) eveneens het vaste sjabloon van documentaires over sektes volgt. En zoals eerder pak ‘m beet Jim Jones, Bhagwan Sri Rajneesh, David Miscavige, Keith Raniere en Warren Jeffs van hun voetstuk werden gestoten – als ze daar niet allang aflagen – geldt dat nu voor Naasón Joaquin Garcia, de almachtige leider van La Luz Del Mundo. Ofwel: Het Licht van de Wereld.

Ook deze productie van Jennifer Tiexiera bestaat dus voor een belangrijk deel uit getuigenissen van enkele afvallige en inmiddels geëxcommuniceerde LLDM-leden, die de klok luiden over misstanden binnen de gemeenschap, zoals seksueel misbruik, pedofilie en mensenhandel. Behalve slachtoffer werden zijzelf vaak ook een soort dader, als onderdeel van een systeem dat jonge mensen opleidde om de Apostel Naasón in alles ter wille te zijn, óók als concubine.

De slotaflevering is opgebouwd rond de rechtszaak tegen de opperman van La Luz Del Mundo, waarbij vijf Jane Doe’s, uit veiligheidsoverwegingen geanonimiseerde vrouwen, een emotionele verklaring afleggen die zelfs de dienstdoende rechter niet onberoerd laat. Daarmee is echter niet gezegd dat ook zijn kerkgenootschap afstand neemt van Naasón Joaquin Garcia. Echte gelovigen zien soms nu eenmaal alleen datgene wat in hun geloof te pas komt. Ook dat is – in zekere zin – een invuloefening.

(1) Eusebio Joaquin (1926-1964), zijn zoon Samuel Joaquin Flores (1964-2014) of kleinzoon Naasón Joaquin Garcia (2014-)

(2) deze inmiddels vijf miljoen leden in meer dan vijftig landen tellende afsplitsing van de christelijke kerk

(3) de Apostel 

(4) God

(5) al je tijd, energie en geld

(6) een luxueus jacht

(7) een eigen stad

(8) een protserige tempel in Guadalajara, die wel wat weg heeft van een enorme bruiloftstaart 

(9) zweep, mes of de blote vuist

(10) The Unconditionals

In september 2023 is er overigens nóg een documentaire over La Luz Del Mundo uitgebracht: La Oscuridad De La Luz Del Mundo.

Narco Cultura

WNYC Studios

De statistieken zijn dodelijk:

2007: 320

2008: 1623

2009: 2754

2010: 3622

In de Mexicaanse grensgemeente Ciudad Juárez vloeit door de escalerende drugsoorlog steeds vaker bloed. Tegelijkertijd blijft de teller in El Paso, aan de andere kant van de Mexicaans-Amerikaanse grens, steken op vijf moorden per jaar. Daar lijkt die oorlog soms bijna een bron van vermaak. ‘Met een AK-47 maar zonder kogelvrij vest reed ik rond in mijn witte truck’, zingt Edgar Quintero, frontman van BuKnas de Culiacan, bijvoorbeeld geveinsd stoer. ‘Ik schoot er één neer. Mijn geweer schiet altijd raak. Met een goed oog en een goede hartslag vecht mijn school terug.’

Edgar schrijft op bestelling ‘narcocorrido’s’, typische Mexicaanse songs waarin de ‘helden’ van de karteloorlog worden bewierookt. Tijdens een optreden met zijn groep in El Paso laat hij doodleuk een bazooka zien. Waar doet die jullie aan denken? vraagt hij aan het verzamelde publiek, dat vervolgens hartstochtelijk meezingt: ‘Met een AK-47 en een bazooka op mijn schouder. Kruis mijn pad en ik hak je kop eraf. Wij zijn bloeddorstig, gek en moordlustig.’ Het is weer eens wat anders dan André Hazes – of La Bamba van Ritchie Valens. Een latino-variant op gangsterrap, zo je wilt.

Terwijl Edgar, als onderdeel van de zogenaamde Movimiento Alterado, vanaf de goede kant van de grens onbekommerd het kartelleven verheerlijkt, leeft forensisch onderzoeker Richi Soto daadwerkelijk te midden van die Narco Cultura (99 min.). Hij rijdt in deze grimmige film van Shaul Schwartz uit 2013 regelmatig met gillende sirene naar een plaats delict, waar achteloos een slachtoffer van de drugsoorlog is gedumpt. Als medewerker van de Mexicaanse justitie loopt Richi ook zelf gevaar – of zijn familieleden, want de drugskartels deinzen werkelijk nergens voor terug.

Gedurende de gehele documentaire alterneert Schwartz tussen de bittere realiteit van het desolate leven in de Mexicaanse grensstreek en de ‘cultuur’ – een parodie bijna, als het niet zo onsmakelijk was – die daarvan wordt gemaakt in de Verenigde Staten. ‘Het is goeie muziek, al ben ik tegen geweld’, zegt een jonge Amerikaanse vrouw in een sexy jurkje bijvoorbeeld, bij een optreden van de befaamde corrido-zanger Alfredo ‘El Komander’ Rios. Intussen houdt ze ferm een mitrailleur vast en benadrukt nog maar eens: ‘Het is heel erg wat er in Mexico gebeurt. Dus: stop het geweld.’

Truth is, tegelijkertijd, scarier than fiction: diezelfde karikaturale corrido’s, waardoor schoolmeisjes zomaar zeggen dat ze best een narco als vriendje willen hebben, gelden aan de andere kant van de grens, op het slagveld van de permanente drugsoorlog, inmiddels als een aankondiging of melding van alwéér een moord. Het normale leven raakt er volledig door ontspoord. Terwijl Richi Soto overweegt of hij toch maar naar de VS moet verkassen, maakt zijn tegenpool Edgar Quintero juist plannen om eens inspiratie op te gaan doen in de wereld waar al z’n songs zijn gesitueerd.

Het is de Narco Cultura in een notendop. Waar de drugsoorlog het leven van gewone rechtschapen Mexicanen ondraaglijk maakt, is die over de grens een bron van vermaak of inkomsten – of simpelweg een bijproduct van de niet te bevredigen behoefte aan narcotica.

Paper & Glue

MSNBC

Mensen willen gezien worden. Dat begrijpt fotograaf JR als geen ander. Ooit wilde hij, jongen met buitenlandse wortels uit een Parijse achterstandswijk, zichzelf ook laten zien. Hij sprayde zijn initialen op de meest onmogelijke plekken en begon dat proces vervolgens vast te leggen. En die foto’s, begeleid door graffiti, ging hij weer exposeren, gewoon op willekeurige muren in de stad.

Niet veel later volgde de behoefte om ook anderen, vaak lot- en leeftijdsgenoten, een gezicht te geven. Liefst levensgroot. Jongeren uit de banlieues bijvoorbeeld, die toentertijd letterlijk in brand stonden. Hij maakte ze los van alle stereotypen en liet ze zien zoals ze zichzelf zagen. Intussen vond hij ook zichzelf als straatkunstenaar: met Paper & Glue (94 min.) ging JR gigantische portretten maken voor in de openbare ruimte. Hij plakte ze op de muren en liet zijn helden floreren. Waarna wind en regen alle ruimte kregen en zij weer tot menselijke proporties werden teruggebracht.

Die modus operandi vormde al het uitgangspunt voor de heerlijke roadmovie Visages Villages (2017), waarin hij met de gevierde filmmaakster Agnès Varda door het Franse platteland reisde en gewone mensen tot iconische grootte opblies. Deze film gaat in wezen uit van hetzelfde principe en moet het bovendien zonder de chemie tussen de twee kunstenaars doen, maar is net zo onweerstaanbaar. ‘Iemand heeft ons gezien’, constateert Rosiete, een oudere vrouw uit de Braziliaanse favela Morro da Providencia, bijvoorbeeld geëmotioneerd als ze zichzelf op een muur terugziet.

En het is precies zo’n gevoel van (weer) mens zijn dat JR losmaakt in de gemeenschappen die hij bezoekt. Of het nu gedetineerden zijn van de Tehachapi-gevangenis in Californië, met wie hij een groepsportret voor op de binnenplaats maakt en die hij naar zichzelf laat kijken totdat ze weer een mens zien (verder uitgewerkt in de documentaire Tehachapi). Of de bewoners van de Mexicaans-Amerikaanse grensstreek, die hij confronteert met een enorm portret van het jongetje Kikito en daarna, aan beide zijden van het hek dat hen scheidt, trakteert op een picknick. Waarbij ze in een ontspannen atmosfeer weer even één kunnen zijn.

Zo onderscheidt JR zich bijvoorbeeld van zijn al even mediagenieke geestverwant Banksy, die net als hij is geworteld in graffitikunst en eveneens zijn eigen identiteit probeert te verhullen. JRs werk wordt nooit ironisch of cynisch, maar blijft altijd optimistisch. Dat zou je ook tegen kunnen hebben op deze door hemzelf geregisseerde positivoofilm, die is te beschouwen als één grote lofzang op de kunstenaar en zijn maatschappelijk betrokken werk. Maar een kniesoor, met wel erg weinig oog voor het goede in de mensch, die daarop let bij deze joyeuze, humane documentaire.