FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton / woensdag 9 september, om 21.25 uur, op Canvas

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

Take A Chance

Prime Video

‘Waarom heb je het uitgemaakt met mij?’ schrijft Gert van der Graaf in een nooit te verzenden brief aan zijn grote liefde. ‘Het ligt heel gevoelig, want het is nog niet over. Voor mij niet, tenminste.’ Ruim twintig jaar geleden is de vorkheftruckchauffeur uit Coevorden veroordeeld vanwege deze ‘liefde’, die door de rest van de wereld als ‘stalking’ wordt beschouwd. Dat is voor hem echter geen reden geweest om te stoppen met dat – voor buitenstaanders volledig verknipte – ‘houden van’, vertelt Van der Graaf aan psychiater Michiel Hengeveld bij wie hij in therapie is.

Gert van der Graaf spreekt vloeiend Zweeds. Anders had hij natuurlijk ook nooit kunnen communiceren met de vrouw die hij op zijn achtste voor het eerst zag tijdens het Eurovisie Songfestival van 1974. Hij kan een glimlach nog altijd nauwelijks onderdrukken als hij de beelden van Waterloo, voor de honderdduizendste keer, terugkijkt. ‘Na die avond was ik helemaal gek van ABBA.’ Toen het Zweedse kwartet in 1982 besloot om te stoppen, nadat eerder al de twee stelletjes binnen de groep uit elkaar waren gegaan, zag de Nederlandse fan zijn kans schoon: Agnetha Fältskog, de blonde van de twee zangeressen, zou de zijne worden.

‘Soms denk ik: als ik dit aan mensen vertel, denken ze waarschijnlijk dat ik lieg’, zegt hij in Take A Chance (86 min.). ‘Wij hielden van elkaar.’ In deze unheimische documentaire reconstrueert Maria Thulin met Gert van der Graaf zelf, oud-klasgenoten en zijn chef, alsmede een select gezelschap (pop)journalisten, gedragsdeskundigen en ABBA-kenners, waaronder de Nederlandse zangeres Tessa de Jong en ABBA-impersonator Geert Dekkers, vakkundig de ongelófelijke liefde tussen Agnetha en haar superfan. Die, als zij duidelijk aangeeft dat ze geen contact (meer) wil met hem, een hel wordt. Want geen liefde kan een verliefde man zoals hij nu eenmaal nooit accepteren.

Dat gevoel van een aanbeden beroemdheid als opgejaagd wild – of je nu Jodie FosterTiffany of Harry Sacksioni heet – is treffend vervat in deze film, die verder wél beelden maar helemaal géén muziek van ABBA bevat. Het roofdier in kwestie heeft ogenschijnlijk niet eens kwaad in de zin, maar leidt waarschijnlijk aan erotomanie, ofwel het Syndroom van Clérambault. De drie fasen die deze vermaarde Franse psychiater ooit beschreef zijn in elk geval duidelijk herkenbaar bij Van der Graaf: hoop, teleurstelling en rancune. Zolang hij zijn contactverbod niet schendt of anderszins de wet overtreedt, is daar alleen verdacht weinig tegen te doen.

Zodat fan zijn – en, zeker, fans hebben – een absolute bezoeking wordt.