Brutalt Broderskab: Bandidos

HBO Max

Na het zoveelste gewelddadige incident in de dertig jaar dat de Bandidos actief zijn in Denemarken, besluit minister van Justitie Peter Hummelgaard in 2023 om in te grijpen. Hij probeert de zeer omstreden motorclub verboden te krijgen. Om de beeldvorming rond hun club te verbeteren, kiezen enkele Bandidos-kopstukken, onder aanvoering van hun Europese leider Michael ‘Kok’ Rosenvold, vervolgens de vlucht naar voren en doorbreken hun stilzwijgen.

In de zesdelige serie Brutalt Broderskab: Bandidos (internationale titel: Gang War: Bandidos, 253 min.) neemt Jon Adelsten met leden van de ‘1%MC’, alsmede journalisten, strafrechtdeskundigen en vertegenwoordigers van de Deense politie en justitie, eerst ‘De Scandinavische Motoroorlog’ door. Sinds begin jaren negentig worden Denemarken en de omringende landen opgeschrikt door een maalstroom van bloedige liquidaties, bom- en raketaanslagen en aanvallen op de gevangenis.

Wanneer na moeizame onderhandelingen eindelijk een staakt het vuren wordt bereikt met hun aartsrivalen van de Hell Angels, begint ’t aan het begin van de 21e eeuw binnen de Bandidos zelf te rommelen. Na interne conflicten moet het ene na het andere lid in ‘bad standing’ de club verlaten. Ook dan geldt het parool dat op Bandidos-insignes en -tattoos prijkt: ‘expect no mercy.’ Als de broederschap wegvalt, waarvoor ze zichzelf vaak op de borst kloppen, wordt er ook met bekende clubleden keihard afgerekend.

Elke dag laat je iets meer van je moraal los, vertelt Lars Toxværd, de voormalige president van de afdeling Holbæk en enige tijd lid van het landelijke Bandidos-bestuur. Na een aanvaring met andere bestuursleden wordt ie beschuldigd van verraad. Hij voelt zich ‘een levende dode’ binnen de club, die hem al snel buiten werkt. Hoewel dat niet zonder gevaar is, kijkt ie nu (zelf)kritisch terug op zijn jaren bij de Bandidos. Alle erecodes ten spijt had hij het gevoel ‘dat je nu juist niet kon vertrouwen op de mensen om je heen.’

Tegenover de klokkenluider Lars Toxværd staan gestaalde soldaten zoals de boomlange bodybuildbiker Claus Palermo. Hij was ooit een talentvolle volleyballer, maar werd betrapt op drugshandel. In de gevangenis leerde ie de Bandidos kennen, een organisatie waarbij hij zich direct thuis voelde en die hij nog altijd te vuur en te zwaard verdedigt. De motorclub is géén criminele organisatie, betoogt Palermo. En wat individuele leden in hun vrije tijd doen – de redenering klinkt zéér vertrouwd – is zijn zaak natuurlijk niet.

Adelsten brengt alle verwikkelingen in beeld met een combinatie van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden en gereconstrueerde scènes. Net als Kampen Om Pusher Street (2025), een verwante docuserie over hoe de hippievrijstaat Christiania in Kopenhagen al decennia strijd levert met drugshandel en misdaadbendes, begint Brutalt Broderskab: Bandidos na verloop van tijd wel te lijden onder een overdaad aan interne en externe conflicten, die nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden.

Daarbij wreekt zich ook dat de miniserie zelden voorbij de strijd en het geweld kijkt. Over waarom mannen zich aansluiten bij éénprocentclubs zoals de Bandidos, wat dit hen oplevert en waarom de onderlinge dynamiek altijd weer uitmondt in moord en doodslag. Het antwoord laat zich wellicht raden, maar komt alleen in de kantlijn ter sprake in deze reconstructie van een eindeloze bendeoorlog, die toewerkt naar het antwoord op een vraag die ook aan de Deense rechter wordt voorgelegd: Bandidos, verbieden of niet?

En daarvoor brengt de Deense officier van justitie een anonieme getuige, een voormalige prospect met de codenaam Guldfugl, in stelling…

Hoeksteen Van De Samenleving

BNNVARA / Frenkie Media / Tomtit Film

’Volgens de Emancipatiemonitor wil meer dan de helft van de heterostellen bij de komst van een kind zorg en werk gelijk verdelen’, stelt documentairemaker Juul Op den Kamp als verteller van haar documentaire Hoeksteen Van De Samenleving (61 min.). ‘Maar slechts negen procent slaagt daar daadwerkelijk in.’

‘Négen procent’, herhaalt schrijfster Anja Meulenbelt. ‘Na een halve eeuw feminisme!’ Alle reden om dat eens nader te onderzoeken. Daarvoor duikt Op den Kamp, aan de hand van fraai archiefmateriaal, eerst de geschiedenis in. Ze gaat terug naar de Industriële Revolutie, de tijd dat de splitsing tussen het privé- en het publieke domein ontstaat. Mannen gaan buitenshuis werken, vrouwen zorgen thuis voor het gezin. Dit wordt ook in de wet verankerd. De Wet handelingsonbekwaamheid zorgt er tot dik in de jaren vijftig voor dat vrouwen afhankelijk zijn van hun echtgenoot.

In de navolgende zeventig jaar is er weliswaar héél veel veranderd, maar binnen de zogeheten kerngezinnen ijlt het traditionele rollenpatroon van man en vrouw nog altijd flink na. Want Nederlandse vrouwen mogen dan hoger opgeleid zijn dan ooit, als het gaat om inkomen en macht hobbelen ze nog steeds achter het andere geslacht aan. Veertig procent van hen is financieel afhankelijk van hun partner, doceert Juul Op den Kamp in deze interessante interviewfilm. En bij vrouwen met een migratieachtergrond of in een lage sociale klasse ligt dat cijfer nog hoger.

In een ouderwetse keuken en traditionele huiskamer spreekt ze over de aanhoudende ongelijkheid in het Nederlandse gezin, waar de komst van kinderen nogal eens zorgt voor een stereotiepe rolverdeling, met vrouwen zoals oud-politicus Hedy d’Ancona, journalist Lynn Berger, historicus Lotte Houwink ten Cate, universitair docent dekoloniale studies Nawal Mustafa en econoom Sophie van Gool – en enkele mannen. Wat er binnen het gezin gebeurt, lijkt misschien een privéaangelegenheid, maar is in werkelijkheid een weerslag van maatschappelijke normen.

Achter de voordeur stoeien man en vooral vrouw, zeventig jaar na de afschaffing van de Wet handelingsonbekwaamheid, dus met ouderschapsverlof, babyboete, deeltijdklem, loonkloof en scheefgroei. Alsof de tijd, ondanks alle verworvenheden van het feminisme en de vrouwenemancipatie, toch een beetje stil heeft gestaan.

Trailer Hoeksteen Van de Samenleving

Big Vape: The Rise And Fall Of Juul

Netflix

‘Één trekje. En ik heb nooit meer een sigaret gerookt’, stelt talent recruiter Allen Gladstone. ‘Nooit meer.’ Dat is ook de belofte waarmee zijn werkgever de e-sigaret Juul de wereld instuurt. De elektronische sigaret is een tastbaar voorbeeld van hoe je met technologie de wereld kunt verbeteren. Althans, dat is de bedoeling – en om er een hele smak geld mee te verdienen, natuurlijk.

‘Sigarettenmakers wisten van hun probleem’, vertelt historicus Robert Proctor van Stanford University in Big Vape: The Rise And Fall Of Juul (190 min.) een sterke vierdelige documentaireserie van R.J. Cutler (A Perfect CandidateBelushi en Billie Eilish: The World’s A Little Blurry). ‘Ze waren nooit blij met het feit dat hun producten mensen doodden. Dus hoe konden ze een nieuwe sigaret maken die de verslaving in stand houdt, maar de kanker wegneemt? Dat wordt een soort verborgen doel van Big Tobacco in supergeheime projecten.’

Twee alumni van Stanford, Adam Bowen en James Monsees, menen dat ze de oplossing hebben gevonden. Met hun startup ontwikkelen ze de Juul, die vervolgens met de enorm gelikte Vaporized-campagne, waarbij allerlei influencers worden ingezet om de e-sigaret weg te zetten als een cool lifestyleproduct, ook nadrukkelijk wordt geïntroduceerd bij aspirant-rokers. En daar botsen de oorspronkelijke uitgangspunten al op elkaar: want hoe past het aanboren van een nieuwe markt eigenlijk bij het verbeteren van de volksgezondheid?

De Juul, opgeleverd met allerlei lekkere smaakjes, blijkt een, zoals Robert Proctor ’t noemt, ‘perfecte motor voor verslaving’. Zoals de pijnstiller OxyContin, ook al zo’n gezondheidsproduct waarmee grof geld kon worden verdiend, een zeer verslavend karakter bleek te hebben en het Big Pharma-bedrijf van de infame Sackler-familie vervolgens helemaal binnenliep. De gevolgen waren ook vergelijkbaar: junks die als kettingrokers begonnen te vapen, omdat ze anders direct ernstige ontwenningsverschijnselen kregen. Een nieuwe generatie rokers was geboren.

R.J. Cutler laat in deze krachtige miniserie, gebaseerd op het boek Big Vape van Jamie Ducharme, een brede waaier aan bronnen aan het woord: (geanonimiseerde) medewerkers van Juul, marketeers, Silicon Valley-insiders, vertegenwoordigers van de tabaksindustrie, deskundigen, gebruikers en hun directe familieleden. Vrijwel elke spreker heeft zelf gerookt of in z’n directe omgeving gezien wat roken kan aanrichten – en trapt toch doelbewust of juist zonder nadenken in de Juul-val. Totdat vapen onder met name jongeren als een ernstig maatschappelijk probleem wordt beschouwd.

Intussen gaan Bowen en Monsees tot ontsteltenis van zowel de buitenwereld als hun eigen medewerkers in zee met Altria, het bedrijf achter tabaksproducent Philip Morris. Hebben ze hun ziel verkocht aan Big Tobacco? Of gooit de tabaksindustrie zo in feite de handdoek in de ring? En is die vape-epidemie wel het hele verhaal of zit er ook nog een positieve kant aan de opmars van de Juul? Het krachtige Big Vape, waarin Cutler subtiel animaties heeft verwerkt, licht de kwestie genuanceerd door, met oog voor de verschillende standpunten en belangen.

What’s Left? – De Puinhopen Van Links

Frenkie Media/BNNVARA

‘In tien jaar tijd is het aantal daklozen verdubbeld. We leven in de grootste wooncrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. De GGZ, de jeugdzorg, de ouderenzorg zijn uitgekleed…’ En zo kan Johan Fretz nog wel even doorgaan. Dat doet hij trouwens ook aan het begin van dit bevlogen pleidooi voor een betere wereld – een linkse wereld dus. Want Half Nederland staat in brand. En dat is overigens óók de schuld van links.

Tenminste, die conclusie is onvermijdelijk voor de schrijver en columnist van het Parool. Of zoals sommige lezers van die krant hem volgens eigen zeggen noemen: ‘die linkse, woke deugfascist, excuusallochtoon, gutmensch, socialistische, communistische, racistische, antiracistische, vervelende rot-millennial in zijn grachtengordel-bubbel’. En dan woont hij ook nog eens ‘in een schitterend jaren dertig-koophuis’.

In het politieke pamflet What’s Left? – De Puinhopen Van Links (72 min.), gemaakt met coregisseur en sidekick Juul Op den Kamp, onderzoekt Fretz hoe en waar het mis is gegaan met de sociaaldemocratie en de voornaamste vertegenwoordiger daarvan, de Partij van de Arbeid, en hoe het neoliberalisme vervolgens de dominante ideologie heeft kunnen worden in ons land – en trouwens ook in de rest van de westerse wereld.

Over Fretz’s startpunt bij deze lekker up tempo-zoektocht kan geen misverstand ontstaan: hij komt uit een echt PvdA-nest en is nog altijd stijflinks. De idealen die boegbeeld en oud-premier Joop den Uyl namens die partij uitdroeg in de jaren zeventig en tachtig zijn volgens hem sindsdien grondig verkwanseld. En daardoor zijn de kansen die hij ooit zelf heeft gehad in het Nederland van nu allang niet meer vanzelfsprekend.

Scherp, speels en met de nodige (zelf)spot verweeft de geboren verteller zijn eigen levensloop met de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen die ons land in de afgelopen halve eeuw heeft doorgemaakt. Hij spreekt in dat kader ook met zijn eigen ouders, de ‘oude hippies’ Jan en Virginia, en legt drie voormalige PvdA-leiders/‘hoofdverdachten’ het vuur aan de schenen: Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samson.

In de ogen van Fretz zijn zij onderweg, terwijl ze druk bezig waren met ‘verantwoordelijkheid nemen’, de grondbeginselen van de sociaaldemocratie – de eerlijke verdeling van kennis, macht en inkomen – uit het oog verloren. En daarom leven we nu met zijn allen in een – diepe ademhaling – neoliberale hel. What’s Left wordt daarmee een demasqué van het hedendaagse Nederland, een land dat altijd nét iets te trots op zichzelf lijkt.

En dat is weer zo’n stellingname, lekker polemisch getoonzet ook, waarmee menigeen het natuurlijk grondig oneens kan zijn. Fretz’s schotschrift dwingt in elk geval tot zelfreflectie. Over wie we zijn (geworden), wie we (willen) worden en of er überhaupt wel zoiets als ‘wij’ bestaat (of moet bestaan). En welke rol links daar dan weer in moet spelen, natuurlijk.