Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes

VCA

De echte Dirk Diggler heette John Holmes. De befaamde Amerikaanse regisseur Paul Thomas Anderson (Magnolia, There Will Be Blood en One Battle After Another) baseerde een speelfilm op zijn tumultueuze leven: Boogie Nights (1997), met Mark Wahlberg in de rol van Diggler/Holmes, een opvallend groot geschapen jongen die in de jaren zeventig zijn weg zocht (en vond) in de Amerikaanse seksindustrie.

Liefhebbers leerden Holmes in een hele serie films kennen als de actieheld Johnny Wadd. ‘Als je de namen van hedendaagse pornosterren noemt, heeft de gemiddelde huisvrouw geen idee over wie je ‘t hebt’, stelt Anderson in Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes (105 min.), de documentaire van Cass Paley die een jaar later werd uitgebracht. ‘Maar als je John Holmes zegt, weet iedereen wie je bedoelt.’

Maar wie er werkelijk schuil ging achter dit icoon van de beginjaren van de Amerikaanse ‘adult entertainment industry’? Daarover deed Holmes bewust schimmig. Ja, dat hij met 14.000 vrouwen het bed had gedeeld, vertelde hij aan Jan en alleman – al was dit volgens zijn manager Bill Amerson klinkklare onzin. Zodra het persoonlijker werd, hield ie de boot echter af. Zo probeerde hij een pijnlijke jeugd af te schermen.

In de tijd dat ‘de Elvis Presley van de seksindustrie’ actief werd, waren bekende pornoproducenten zoals Larry FlyntAl Goldstein en Bill Margold verwikkeld in een epische strijd om de vrijheid van meningsuiting. Hoewel Holmes tot de grote sterren van de industrie werd gerekend, bleef hij daarbuiten. Hij was een ‘loner’. Zelfs regisseur Bob Vosse, die toch twintig jaar films met hem maakte, kreeg nooit z’n telefoonnummer.

Als dit postume portret z’n midpoint nadert, doen drugs hun intrede in Holmes’ leven. Tot dan toe had hij er naast z’n werk een min of meer normaal privéleven op na gehouden. Zijn eerste vrouw Sharon, die geanonimiseerd haar verhaal doet in deze film, was mordicus tegen zijn besluit om te gaan werken in de seksindustrie. Ze beweert zelfs dat ze nog nooit een pornofilm heeft gezien. Van drugs moest ze al helemaal niets hebben.

Toen haar echtgenoot verslingerd raakte aan cocaïne en al snel ook begon te freebasen, was niet alleen hun huwelijk reddeloos verloren. Intimi schetsen hoe Holmes vervolgens een toonbeeld werd van alle ellende die je met de seksindustrie associeert. Hij verdiende bij in de onderwereld, zette een minderjarige aan tot prostitutie, gedroeg zich onmogelijk op de filmset en ging ook gewoon door met werken toen hij besmet raakte met HIV.

En dan was er nog dat ene incident op 1 juli 1981, een kleine zeven jaar voordat Holmes op slechts 43-jarige leeftijd het loodje zou leggen. Dat bleek ook weer goed voor een Hollywood-film. Voor Wonderland (2003) kroop Val Kilmer in de huid van John Holmes, die verdacht werd van betrokkenheid bij een viervoudige moord. Het laatste restje beschaving was er toen wel vanaf bij de grootste Amerikaanse pornoster.

Al doet Cass Paley, een pseudoniem van Wesley Emerson, ruim tien jaar na zijn overlijden in Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes nog wel een dappere poging om sympathie voor hem op te wekken als het doek daadwerkelijk valt.

Thoughts & Prayers

HBO Max

Never waste a good crisis! Al die dodelijke schietpartijen op Amerikaanse scholen – waar in wezen natuurlijk helemaal niemand op zit te wachten – hebben inmiddels wel voor een bruisende nieuwe bedrijfstak gezorgd. In de ‘active shooter preparedness industry’ gaat tegenwoordig al gauw drie miljard dollar om.

Vol verve brengen typisch Amerikaanse mannen – doorgaans oud-politiemensen, veteranen en handige ondernemers – hun nieuwe technologie, trainingsprogramma’s en producten aan de onderwijzer, leerling en ouder. Een door de overheid aanbevolen active shooter-game bijvoorbeeld. Skateboards, klaptafels en rugzakken die kunnen worden ingezet als kogelwerende barrière. En een robot als een valse aanvalshond.

Er moet natuurlijk ook massaal worden getraind – en geschoten – in deze volvette film van Zackary Canepari en Jessica Dimmock, die dezelfde branche opzoekt als de documentaires Bulletproof en The Bad Guy. En daarvoor zijn dan weer plastic machinegeweren, zelfklevende nepwonden en andere hebbedingetjes nodig. Want er is blijkbaar behoefte aan. En wie zijn deze ondernemers dan om daar niet aan te voldoen?

De boodschap is duidelijk en wordt er met behulp van gestileerde beelden, erg bombastische muziek en veelvuldig gebruik van slow motion vol verve ingeramd. Tussendoor vertellen Amerikaanse kinderen en tieners hoe zij kijken naar de industrie waarvoor zij een belangrijk, ja, doelwit zijn – en de huiveringwekkende wereld, van zeer reëel gevaar en een al even echte angstcultuur, die daarachter schuilgaat.

Soms lijken zij precies te verwoorden wat de filmmakers met deze docu willen zeggen. Als de voormalige groene baret Thrasher bijvoorbeeld heeft verteld dat al die ‘school shootings’ helemaal niets te maken hebben met het bezit van (automatische) wapens in de Verenigde Staten en alles met de mentaliteit van de mensen, faden Canepari en Dimmock hem weg en geven het woord aan een bedachtzaam tienermeisje.

Veel mensen vinden hun eigen recht om een wapen te bezitten het allerbelangrijkst, stelt zij verontwaardigd. ‘Dus mij een zorg als jij in je klas wordt neergeschoten.’ Haar klasgenoot, die naast haar in het lokaal heeft plaatsgenomen, benadrukt vervolgens nog maar eens hoe zijn land daarmee afwijkt van de rest van de wereld: ‘Het is de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen in dit land. Dat is toch absurd.’

En die absurditeit is precies wat deze documentaire nog eens vol in de schijnwerper wil zetten. Ten overvloede, zou je kunnen zeggen. Alleen de politici, die categorisch weigeren om iets te doen aan ‘school shootings’ en die elke nieuwe wapenwet torpederen, schitteren ditmaal door afwezigheid. Terwijl dat er nog maar aan ontbrak: hun obligate, schijnheilige en volstrekt gratuite Thoughts & Prayers (84 min.).

Made In Ethiopia

Dogwoof

Ethiopië moet volgens zowel Chinese ondernemers als de Ethiopische overheid het nieuwe China worden. En dus exporteert het Aziatische land zijn gigantische ‘sweatshops’ naar de Hoorn van Afrika. Om aan de lopende band spijkerbroeken en schoenen te produceren – en een einde te maken aan Ethiopië’s imago van armoede en conflict. Terwijl hoofdstad Addis Abbeba zich begint te spiegelen aan Beijing, wordt in de Ethiopische stad Dukem een enorm bedrijventerrein aangelegd.

Eastern Industry Park (EIP) huisvest in 2019 meer dan honderd fabrieken, waar behalve lokale mensen ook talloze Chinezen werkzaam zijn. En als het aan de ambitieuze Chinese adjunct-directeur Motto ligt – en als ze voldoende buitenlandse investeerders weet te strikken – volgt in fase twee van EIP’s ontwikkeling nog een flinke uitbreiding. Zodat straks, net als eerder ‘Made in China’, ook Made In Ethiopia (93 min.) een wereldwijd bekend begrip wordt.

Het industrieterrein zorgt voor werkgelegenheid en economische voorspoed, maar bedreigt ook de positie van lokale boeren, die met lede ogen aanzien dat hun land, inkomsten en toekomstperspectief in het gedrang komen. Zij willen daarvoor met grond en geld gecompenseerd worden, maar dreigen letterlijk de sluitpost te worden op de begroting van het stadsbestuur, dat wel erg grootse plannen heeft en in Dukem een nieuw Singapore of Dubai wil laten verrijzen.

Intussen brengen al die Chinezen ook hun eigen gebruiken, rituelen én gemis mee naar Ethiopië en worden de lokale medewerkers van al die nieuwe bedrijvigheid met de Chinese manier van werken geconfronteerd. Het leidt onvermijdelijk tot zowel botsingen als ontmoetingen tussen de twee totaal verschillende culturen in deze gedegen film van Xinyan Yu en Max Duncan, die de toenemende invloed van China op het wereldtoneel van een treffend voorbeeld voorziet.

En dan, als de Ethiopische economie lekker op stoom lijkt te komen, bereikt de Coronacrisis ook de Hoorn van Afrika. Niet veel later breken er in het noorden van Ethiopië bovendien onlusten uit. Een burgeroorlog zou alle geboekte vooruitgang weer de nek om kunnen draaien en het Afrikaanse land terug kunnen brengen bij de duivelse twee-eenheid van armoede en conflict. Wat hebben al die grote plannen dan opgeleverd? Wie is er werkelijk beter van geworden?

De situatie zorgt er automatisch ook voor dat Motto, die inmiddels volledig vergroeid is geraakt met het Afrikaanse land en bovendien persoonlijke offers heeft gebracht om er te kunnen verblijven, zich moet beraden op haar positie. Ligt haar toekomst in Ethiopië of toch weer in China?