Terwijl ze zich opmaakt voor haar laatste jaar op de middelbare school en overweegt welke studie ze wil gaan doen, maakt Tasnim ook de overstap van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam naar de grote mensen-cardioloog in het Erasmus MC. Op haar zestiende heeft ze een donorhart gekregen. Dat gaat naar verwachting zo’n tien tot vijftien jaar mee. Met dit perspectief moet het Iraaks-Nederlandse meisje de toekomst in. ‘Voor m’n dertigste moet ik ’t gedaan hebben’, zegt ze, ogenschijnlijk nuchter.
Tasnim heeft een aangeboren hartafwijking. Net als haar jongere broer. Zij hebben al drie nichtjes in Irak verloren aan hartfalen. Die overleden allemaal in 2015. De oudste werd niet ouder dan dertien. Tasnim had ook nooit gedacht dat ze zelf de achttien zou halen, maar ze wil er nu alles uithalen wat erin zit. In de korte coming of age-docu Gebroken Hart (28 min.), waarin haar eigen vlogs een belangrijke rol claimen, volgt Cassandra Offenberg de tiener in haar dagelijks leven: tijdens een sportwedstrijd, naar de kermis en op een schoolreisje naar Praag.
Terwijl schoolvriendinnen onbekommerd op weg kunnen gaan naar het eindejaarsgala, de examens en hopelijk een HAVO-diploma. moet Tasnim dagelijks aanzienlijke hoeveelheden medicatie nemen en stelt ze zichzelf voortdurend vragen als: is dat wel verstandig? Kan dat wel? Mag dat wel? ‘Ze kunnen me niks verbieden’, zegt ze daarover. ‘Ik ben achttien.’ Hoewel ze weet dat haar lichaam haar (ooit) in de steek kan laten, volgt Tasnim in dit charmante portret, een film die het kwetsbare meisje achter de giechelende tiener vandaan haalt, tóch haar hart.
In de eerste vijftien jaar na de Tweede Wereldoorlog kregen Don en Mimi Galvin maar liefst tien zoons. Begin jaren zestig werd het Amerikaanse gezin op de valreep ook nog verrijkt met twee meisjes: Margaret en Mary. En die laatste, de jongste dus van in totaal twaalf kinderen, fungeert nu als verteller voor het tragische verhaal van haar familie. Mary Galvin wordt daarbij in de rug gesteund door enkele broers: nummer drie (John), zes (Richard) en acht (Mark). Samen verhalen ze over hun Six Schizophrenic Brothers (168 min.).
Deze vierdelige serie van Lee Phillips is gebaseerd op het indringende boek Hidden Valley Road: Inside The Mind Of An American Family (2020) van Robert Kolker. Over een gezin met een onmogelijk kruis om te dragen. Als na oudste zoon Donald ook nummer twee (Jim) en vier (Brian) als jongvolwassene ernstig gestoord gedrag beginnen te vertonen, wordt duidelijk dat er een genetische kwetsbaarheid zit in de familie Galvin. Uiteindelijk zullen zes zoons ten prooi vallen aan schizofrenie. Ze krijgen last van hallucinaties, horen stemmen en verliezen zich in onwerkelijke angsten.
In de jaren zeventig escaleert de situatie volledig bij het gezin dat z’n intrek heeft genomen in een huis aan Hidden Valley Road in Colorado Springs. De ene na de andere zoon ontspoort, soms onder invloed van het gebruik van softdrugs. Don, docent op de luchtmachtacademie, en zijn zorgzame vrouw Mimi kunnen hun zoons al snel niet meer de baas. Ze worden steeds gewelddadiger, een gevaar voor zichzelf en hun directe omgeving. Totdat het komt tot enkele huiveringwekkende incidenten, die een spoor van verwarring, pijn en verdriet door de Galvin-familie trekken.
Er valt best het nodige aan te merken op Six Schizophrenic Brothers. De miniserie wordt bijvoorbeeld enigszins ontsierd door opzichtige true crime-clichés (cliffhangers, duistere reconstructiebeelden en een onheilspellende soundtrack) en platte horror-esthetiek (gebroken spiegels en brandende foto’s bijvoorbeeld). Ook het idee om de zieke broers Don (één), Matthew (negen) en Peter (tien) te interviewen in een soort duistere parkeergarage, waarmee ze in wezen worden gelijkgeschakeld aan de eerste de beste creep uit een trashy crimedocu, getuigt bepaald niet van goede smaak.
Phillips kijkt in eerste instantie ook nauwelijks over de persoonlijke verhalen van de broers heen. Geen aandacht dus voor de mogelijke (erfelijke) oorzaak van de Galvin-problematiek. De filmmaker concentreert zich liever op de drama’s en excessen; van mishandeling en seksueel misbruik tot zelfdoding en moord. Methodisch werkt hij die individuele verhalen vervolgens uit tot een familieportret, dat zo schrijnend is dat het toch niemand koud zal laten. En uiteindelijk plaatst hij alle gebeurtenissen weer in hun context, waarbij tevens het grotere verhaal, schizofrenie, in beeld komt.
Hoe tragisch ook, de familie Galvin is een zeer geschikt onderzoeksobject om de wetenschappelijke kennis over deze verpletterende aandoening verder uit te diepen. En dat houdt natuurlijk ook niet op bij de kinderen die Don en Mimi tussen 1945 en 1965 op de wereld hebben gezet. Hoe vergaat ’t bijvoorbeeld hun nageslacht? Deze serie, die ondanks al z’n gebreken tóch een indringende kijkervaring wordt, eindigt dan ook bij Mary Galvins kinderen: wat betekent ‘t voor hen, en hun geestesgesteldheid, om Zes Schizofrene Ooms te hebben?
Mary Galvin was bij nader inzien, getuige dit interview, toch niet zo tevreden over de insteek, toon en de vormgeving van de serie.