A Few Mornings, An Evening

Cinedogs

De openingsscène spreekt boekdelen. Een hond staat op van zijn vaste plekje naast de tafel, is dan even weg en gaat er vervolgens weer naast liggen. Verder gebeurt er niets. Dan rent het dier ineens blaffend de camera uit. Die verroert zich niet. Het shot duurt bijna drie minuten. Nog 68 te gaan in A Few Mornings, An Evening (71 min.).

Het is duidelijk: de Nederlandse beeldend kunstenaar en filmmaakster Astrid van Nimwegen neemt het tempo aan van de plattelandswereld die ze portretteert. Weer enkele minuten kippen en een haan later doet de eerste mens zijn intrede. Beter: de schoenen van een mens en een hand die walnoten verzamelt in een witte emmer of kapotslaat op een steen. De dieren smullen ervan. Het duurt tot minuut negen voordat dit menselijk wezen volledig in beeld komt: de Tsjechische boerin Jana Benešová. Zij lijkt volledig vergroeid met deze wereld en de bijbehorende dieren.

Enkele minuten later volgt de introductie van een tweede persoon – en zelfs ook van een derde. Tijdens het werken heffen ze gezamenlijk een lied aan. Ze hebben duidelijk arbeidsvreugd. En dan verdwijnen de anderen weer van het toneel en blijft Jana achter. Gesproken wordt er niet. Of ‘t moet het geblaat van een schaap zijn of de kakelende kippen. En Jana praat zo nu en dan liefdevol tegen hen in deze observerende film over de interactie tussen de mens en dier. Die verloopt heel vanzelfsprekend en heeft nauwelijks woorden nodig.

Op minuut achttien ligt die hond weer op z’n plek en begint het hele ritueel zich te herhalen. Elke ochtend, zo lijkt de boodschap. Nét even anders. Totdat Jana dit evenwicht wel moet verstoren en het leven op de boerderij zich opnieuw moet zetten. De orde wordt snel hersteld. Deze weerslag daarvan vraagt intussen rust en aandacht en betaalt zich dan uit in fraaie scènes waarin zowel mens als dier z’n karakter prijsgeeft: een geit knabbelt aan Jana’s haren, het paringsritueel van een ouwe bok en twee al dan niet gewillige vrouwtjes en ’s mans machtsstrijd met zijn bazin.

In de aftiteling krijgen ze allemaal, eerst de dieren dan de mensen, hun eigen plekje. Alsof dat de natuurlijke orde der dingen is, die in deze verstilde film treffend is vereeuwigd.

Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan

Het goede nieuws: Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan (124 min.) is geen routineuze popdocu, waarin de held chronologisch zijn eigen carrière doorloopt, alle tijd wordt ingeruimd voor zijn beste songs en vakbroeders intussen ongegeneerd de loftrompet over hem en zijn oeuvre laten schallen.

Het slechte nieuws: Crock Of Gold – A Few Rounds With Shane MacGowan (124 min.) is geen routineuze popdocu, waarin de held chronologisch zijn eigen carrière doorloopt, alle tijd wordt ingeruimd voor zijn beste songs en vakbroeders intussen ongegeneerd de loftrompet over hem en zijn oeuvre laten schallen.

Ambivalente gevoelens dus. Over een film die méér wil zijn en daardoor soms te veel wordt. En te weinig, dat eveneens. En toch ook wel weer intrigeert. Zoiets. Terzake:

Regisseur Julien Temple (die met muziekfilms als The Filth And The Fury, Joe Strummer: The Future Is Unwritten en Oil City Confidential al een belangrijk deel van de Britse punkhistorie documenteerde) verbindt MacGowans levensverhaal nadrukkelijk met de getroebleerde relatie tussen Ierland – het land waar hij zijn wortels heeft – en Engeland – het land waar hij opgroeide en een iconisch gezicht van de eerste punkgolf werd. Zo bezien was het onvermijdelijk dat juist MacGowan, de buitenstaander, in de jaren tachtig de traditionele Ierse folk een punky zwieper gaf en zo de stem van een nieuwe generatie Ieren werd.

Die grootse benadering heeft alleen ook zijn keerzijde: Temple strooit bijvoorbeeld wel heel nadrukkelijk met clichématige beelden van de oude idylle Ierland. Met name het eerste deel van de film, als MacGowans band The Pogues nog toekomstmuziek is, heeft daaronder te lijden. Daarbij speelt ook het verteltempo Crock Of Gold parten; enerzijds neemt de documentairemaker wel erg ruim de tijd om met name MacGowans jeugd en achtergrond goed in de verf te zetten, anderzijds propt de filmer zoveel informatie in de docu dat die constant gejaagd voelt.

Een karrenvracht archiefmateriaal van MacGowan en zijn bands, uitbundige animaties en alles wat de tijdgeest maar kan weerspiegelen worden uitgestort over de kijker, die nauwelijks de tijd krijgt om in te laten dalen wat er allemaal voorbij komt. Zeker op het moment dat MacGowan als songschrijver goed op stoom komt, wordt dat echt een serieus minpunt: nooit neemt Temple eens rustig de tijd om die prachtige liedjes hun werk te laten doen. Het is altijd weer door: op naar het volgende punt dat blijkbaar gemaakt moet worden. En dat, om het helemaal verwarrend te maken, verveelt dan weer geen seconde.

Gedwongen door de omstandigheden – MacGowan is, zacht uitgedrukt, geen uitbundige gesprekspartner (meer) die duchtig met anekdotes strooit – kiest hij ook voor een opmerkelijke interviewvorm: de protagonist laat zich bevragen door acteur/vriend Johnny Depp, Primal Scream-voorman Bobby Gillespie, Sinn Fein/IRA-icoon Gerry Adams, biograaf Ann Scanlon en zijn eigen vrouw Victoria Clarke. Via deze terloopse gesprekjes en gedegen interviews met vader Maurice en vooral zus Siobhan wordt zo zijn opmerkelijke levenswandel en –wijze ingekleurd, compleet met debiliserende hoeveelheden drank en drugs.

Ergens in ’s mans pafferige kop, met ogen die wezenloos voor zich uit lijken te staren, zit nog altijd de enige echte Shane MacGowan verscholen: scherp als een mes, altijd in voor (zelf)spot en gezegend met een gggg-giechel die een ferme punt zet achter elke vorm van gepsychologiseer. Een man die zijn talent heeft verkwanseld of het beste heeft gehaald uit zijn gouden jaren, tis maar hoe je het bekijkt. Een fenomeen ook dat ruim dertig jaar later nog altijd tot de verbeelding spreekt.

Na The Great Hunger: The Life & Songs Of Shane MacGowan (1997) en If I Fall From Grace – The Shane MacGowan Story (2001) is Crock Of Gold, ondanks alle bedenkingen die je bij de film kunt hebben, de definitieve documentaire over één van de beste songschrijvers van zijn generatie. Dat die film er überhaupt is gekomen – want dat zal door MacGowans nurkse gedrag lang niet gemakkelijk zijn geweest – lijkt me uiteindelijk pure winst.