Marlee Matlin: Not Alone Anymore

Kino Lorber

Toen ze haar Oscar ging ophalen, durfde Marlee Matlin eigenlijk niet blij te zijn, vertelt ze veertig jaar later. Ze kreeg de Academy Award overhandigd door acteur William Hurt, haar tegenspeler in de film Children Of A Lesser God (1986) en sinds enige tijd ook haar geliefde. Was hij werkelijk blij dat zij op 21-jarige leeftijd, als eerste dove actrice in de geschiedenis, met haar debuut de belangrijkste filmprijs won? Het destabiliseerde hun relatie, die we tegenwoordig ‘toxisch’ zouden noemen.

In haar autobiografie I’ll Scream Later (2010) zou Matlin nog indringend verhalen over haar ervaringen met seksueel geweld. Daarmee was ze haar tijd vooruit. #metoo liet toen nog zeven jaar op zich wachten. Ze zou haar hele leven voor de troepen uitlopen, getuige de documentaire Marlee Matlin: Not Alone Anyore (97 min.). Nadat zij als eerste dove acteur een Oscar won, stond ze 35 jaar later ook aan de basis van haar opvolger. Troy Kotsur kon alleen een Academy Award winnen voor zijn rol in CODA (2021) doordat Matlin, die een bijrol had als zijn eveneens dove vrouw, had gedreigd met opstappen als er een horende acteur zouden worden ingehuurd als haar echtgenoot.

Regisseur Shoshannah Stern, een eveneens dove filmmaakster, neemt voor deze docu tegenover haar hoofdpersoon plaats op een bank en bespreekt met haar in gebarentaal – niet vertolkt, wel ondertiteld – een roerig leven.  Die Oscar bracht Matlin, na toch weer enkele jaren sappelen, rollen in de befaamde televisieseries The West Wing, Seinfeld en The Larry Sanders Show, maar plaatste haar tevens in de voorhoede van de emancipatiestrijd van doven. Toen er een nieuwe voorzitter moest komen bij de dovenuniversiteit Gallaudet, leek er bijvoorbeeld wéér een horende kandidaat te worden gekozen (het thema van de docu Deaf President Now!) en moest Matlin bijspringen.

Marlee Matlins relatie met de dovengemeenschap blijft desondanks lastig, vertelt ze tegen Stern. Want ook zij kreeg gedurig kritiek, zoals toen ze sprekend de winnaar van een Oscar bekend maakte. Dat werd beschouwd als verraad aan haar eigen identiteit als dove vrouw. In dit delicate portret, waarin zowel horende en niet-horende familieleden, vrienden en collega’s hun licht over haar laten schijnen, kijkt Matlin intussen grondig naar wie ze was, wat ze is geworden en welke weg haar heeft gebracht van toen naar nu, waarin ze zowaar een geladen aflevering van de televisieserie Accused over een jonge dove vrouw regisseert, de aangrijpende apotheose van dit boeiende persoonlijke portret.

Flying Hands

Limonero Films

Een naam was eigenlijk overbodig. Veel Pakistanen spraken het kind wel aan op z’n beperking. Hee, dove! Dat wilde Aniqa Bano niet laten gebeuren. Toen haar dochtertje vijf maanden oud was, ontdekte de hoogopgeleide vrouw uit Skardu, een district in de afgelegen regio Baltistan, dat haar kind ernstige gehoorproblemen had. Aniqa wist één ding zeker. Dit kind zou wél bij haar naam genoemd worden: Narjis Khatoon. Inmiddels is dat kleine meisje uitgegroeid tot een zelfbewuste jonge vrouw, die gerust het dagboek mag inzien dat haar moeder in de tussenliggende jaren bijhield.

Samen praten ze ook over die tijd in de documentaire Flying Hands (78 min.). Over hoe een tante bijvoorbeeld tegen Aniqa zei: Allah heeft Narjis bewust doof gemaakt, zodat ze het huishouden kan doen terwijl jij aan het werk bent. Dat was tegen het zere been. Hoewel zij zich geen cochleair implantaat voor hun dochter konden veroorloven, zagen Aniqa en haar trouwe echtgenoot Afzal wel een andere uitweg: een dovenschool. Ze realiseerden zich al snel dat zij dan zelf ook gebarentaal moesten leren. Inmiddels runnen ze hun eigen opleiding: de, jawel, Narjis Khatoon Hearing Impairment School.

In deze gestileerde film kijken Marta Gómez en Paula Iglesias mee bij de pogingen van het gedreven echtpaar om ook de andere ouders van de ongeveer vierhonderd dove kinderen in Baltistan te bewegen om hun kind naar school te sturen. Daarbij stuiten ze regelmatig op onbegrip en schaamte. ‘Ze kunnen niet horen, dus waarom zou ik ze een educatie geven?’ zegt de moeder van dove dochters van tien en zes, die het ouderlijk huis nauwelijks uitkomen, bijvoorbeeld tijdens een telefoongesprek. En wat kost dat dan? willen andere ouders bij een huisbezoek weten. Ze hebben geen cent te makken.

Tegelijk tonen Gómez en Iglesias de gang van zaken op die school, waar geïsoleerd opgegroeide kinderen via elkaar zichzelf leren kennen en waarderen. Ze vervatten dit in poëtische en theatrale beelden, die het bijzondere karakter benadrukken van wat er zich tussen die schoolmuren voltrekt. Met een gemanipuleerd geluidsdecor proberen ze er bovendien zo nu en dan echt een immersieve ervaring van te maken, zodat de kijker even kan ervaren hoe ’t is om niets te horen en buiten het reguliere leven te staan. In dat leven gelden in Pakistan voor meisjes overigens ook nog andere beperkingen.

En die melden zich in deze boeiende film als de leerlingen van de Narjis Khatoon Hearing Impairment School willen meedoen aan een sporttoernooi in de grote stad Lahore.

Name Me Lawand

BFI

In Koerdistan in Noord-Irak stellen zijn ouders jarenlang alles in het werk om hem te laten praten. Ze willen niet dat Lawand anders is dan andere kinderen. Bij zijn leeftijdgenoten vindt hij echter nooit aansluiting. Omdat hij niet kan horen, valt het jongetje er helemaal buiten. Lawand Hamad Amin wordt gepest. Tot verdriet van zijn vader en moeder leeft hij een geïsoleerd bestaan. Al te veel zelfvertrouwen heeft ie natuurlijk niet: Lawand denkt in die tijd zelf dat hij ‘Bad’ heet.

Als hij vijf is, besluiten zijn ouders om Irak te verlaten, op zoek naar een beter leven voor hun kind. Na een maandenlange reis, waarbij hun leven regelmatig aan een zijden draadje hangt, stuiten ze in een vluchtelingenkamp te Frankrijk op een dove vrijwilliger die het Koerdische jochie in contact brengt met gebarentaal. Hij effent ook het pad voor hem naar The Royal School for the Deaf Derby. In 2016 komt Lawand, met zijn ouders en oudere broer Rawa, terecht in Groot-Brittannië.

Daar hoort de Britse documentairemaker Edward Lovelace, die in 2014 met The Possibilities Are Endless al een immersieve film maakte over het herstelproces van zanger Edwyn Collins na een beroerte, over het Koerdische kind dat samen met zijn familie, met wie hij eigenlijk nauwelijks kan communiceren, naar Engeland is gekomen. Lovelace leert zelf gebarentaal, stelt een deels dove crew samen en begint de zevenjarige jongen en zijn familie te volgen en spreken.

Name Me Lawand (90 min.) is de zinnenprikkelende weerslag van een zeer delicaat proces: stukje bij beetje ontdekt Lawand dat er meer mensen zijn zoals hij en dat doofheid op zich niet iets is om je voor te schamen. Tegelijkertijd moet hij dealen met zijn verleden, vervat in plotseling vanuit zijn onderbewuste de kop opstekende flashbacks. ‘Ik dacht dat er in de hele wereld niemand was zoals ik’, vertelt de jongen daar later over. ‘Ik raakte eraan gewend dat ik alleen was.’

Zijn docente, ‘gespeeld’ overigens door de bekende dove actrice Sophie Stone, probeert hem uit zijn schulp te krijgen. Taal, weet zij als geen ander, betekent vrijheid. Zij groeide zelf op met een sprekende ouder en kent de eenzaamheid, het isolement. Terwijl Lawand stilaan zijn reserves laat varen, tot bloei komt op school én vriendjes krijgt, hangt er nog een zwaard van Damocles boven het hoofd van de Koerdische familie. Want het is bepaald niet zeker dat ze een verblijfsvergunning krijgen.

Edward Lovelace verwerkt de interactie van de dove jongen met zijn inspirerende docent, klasgenoten en directe verwanten in gestileerde beelden, waaronder veel fraaie droneshots, en besteedt vanzelfsprekend ook veel aandacht aan het geluid. Soms is het gewoon helemaal stil in de film, terwijl er, in British Sign Language (BSL), toch druk wordt gecommuniceerd. En de geluiden die hij wél laat horen klinken vaak gedempt. Zo geeft hij de kijker toegang tot het hoofd van Lawand.

Rawa en Lawands ouders voorzien de gebeurtenissen intussen, buiten beeld, van context. Communicatie tussen de dove jongen en de rest van het gezin blijft intussen lastig: de anderen zijn de taal waarin Lawand zichzelf heeft gevonden nog altijd niet machtig. Met gebarentaal wint hij een wereld, maar dreigt hij ook zijn familie achter zich te moeten laten.

Deaf President Now!

Tim, Bridgetta, Greg en Jerry (vlnr) / Apple TV+

Harvey Corson en I. King Jordan mogen de Gallaudet University in Washington D.C. niet gaan leiden. Het universiteitsbestuur geeft in de lente van 1988 de voorkeur aan een vrouw: Elisabeth Zinser. Niet veel later slaat de vlam in de pan. De studenten ervaren de keuze als een persoonlijke belediging en bezetten de campus. Niet omdat Zinser een vrouw is, maar omdat zij kan horen. De toonaangevende dovenuniversiteit moet nu eindelijk eens worden geleid door één van hen.

Deaf President Now! (100 min.) eisen zij. Volgens Jane Bassett Spilman, de voorzitter van Gallaudets Raad van Toezicht, is er echter geen enkele kans dat het besluit wordt teruggedraaid. Deze kruising van Nancy Reagan en Margaret Thatcher toont zich sowieso behoorlijk toondoof. Zij bestaat het bijvoorbeeld om te zeggen dat dove mensen er nog niet klaar voor zijn om te functioneren in een horende wereld. ‘Ach, dat mens!’ reageert Gerald ‘Jerry’ Lee Covell, die zich opwerpt als één van de leiders van de protestactie, bijna veertig jaar later nog altijd als door een adder gebeten. De IJzeren Heinige opstelling van Spilman heeft hun verzet alleen maar gesterkt.

Deze documentaire van Davis Guggenheim en Nyle DiMarco beslaat slechts één enkele week in de lente van 1988. Met de vier sleutelfiguren uit het studentenprotest blikken ze terug op de turbulente dagen, waarop zij de horende wereld tot de orde hebben geroepen. Voorbij is de tijd dat doven niet meetellen of worden gezien als mensen die moeten worden gerepareerd. Een nieuw zelfbewustzijn vat post in hen. Als het schoolbestuur bijvoorbeeld stelt dat het pas weer in gesprek wil als de studenten hun bezetting van de campus opgeven, reageert Jerry op een manier waarvoor geen kennis van gebarentaal nodig is: twee ferm opgestoken middelvingers.

De vier activisten communiceren ook in deze film louter in gebarentaal, elk op hun eigen manier. Ze hebben daarnaast ook ieder een stem gekregen. Covell, een ‘little demon from hell’ die zich beslist niet zo gedwee wilde opstellen als zijn eveneens dove vader, oogt en klinkt bijvoorbeeld als een punker, terwijl de gekozen studentenleider Greg Hlibok nog altijd overkomt als een klassieke diplomaat. De voormalige cheerleader Bridgetta Bourne-Firl, die letterlijk ritme in de gebarenprotesten bracht, communiceert met de vastberadenheid van een zelfbewuste en strijdbare vrouw. En ook de expressieve activist Tim Rarus maakt op z’n geheel eigen manier een zeer geestdriftige indruk.

Gezamenlijk hebben zij eind jaren tachtig de voorhoede gevormd van een emancipatiebeweging, die gaandeweg steeds meer aan kracht wint en daarmee een essentiële rol speelt in de (zelf)acceptatie van doven. De slogan ‘Deaf president now!’ staat daarbij voor de eis om nu eindelijk eens gehoord te worden. En daarmee lijkt deze aangrijpende documentaire zowat een zusterfilm van het gelauwerde Crip Camp: A Disability Revolution (2020), waarin een al even essentieel hoofdstuk van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging wordt belicht. Zij effenen voor dove Amerikanen het pad naar volwaardige deelname aan de samenleving.

Viktor

Cinephil

De Oekraïense jongeling Viktor (89 min.) wil het leger in. Zijn land verdedigen. En de onuitgesproken belofte aan zijn vader gestand doen. Die is in 2015 overleden en had toen vast niet kunnen vermoeden dat de Russen zeven jaar later aan de grens zouden staan, klaar om hun land binnen te vallen.

Aan de vooravond van die historische gebeurtenis start ook deze zwart-wit film van Olivier Sarbil. Viktor staat buitenspel bij die oorlog. Hij is sinds zijn vijfde doof – oorkanker – en mag daarom, tot zijn verdriet, niet in het leger. ‘Ik spreek tot jullie met een stem, die ik zelf niet kan horen’, zegt hij in de openingsscène, met de aardedonkere ‘inner voice’ waarmee hij/Sarbil de film aanstuurt. ‘De doven worden aan de kant geschoven en raken verloren. Ze verliezen het contact met de horende wereld. Ik wilde een krijger zijn, maar misschien heb ik mezelf voor de gek gehouden.’

Terwijl hij dit ‘zegt’ houdt Viktor een samoeraizwaard vast. Zijn andere houvast. Hij zweert bij Miyamoto Musashi’s boek De Strategie Van De Samoerai. Ondanks zijn imposante gestalde, een gepijnigde blik en donkere baard – die zijn moeder niet te kort mag knippen, anders verliest hij, gelijk Samson, wellicht zijn kracht – oogt hij op zulke momenten als een jongetje. Met een heel irreëel beeld van de oorlog. Sarbil, die zelf gehoorschade heeft opgelopen tijdens z’n werk, valt hem echter niet lastig met moeilijke vragen tijdens zijn pogingen om een plek in het Oekraïense leger te bemachtigen.

Intussen speelt de filmmaker met het geluid en die inwendige stem, die overigens heel anders klinkt dan Viktor zelf. Zodra die een machinegeweer krijgt omgehangen blijkt dat hij een talent heeft voor schieten. Instructeurs kunnen nauwelijks geloven dat Viktor dit nog nooit eerder heeft gedaan. Dat betekent alleen niet dat er ook plek is voor hem in één van de legereenheden. Daarvoor verloopt de communicatie met iemand die niet kan horen toch te stroef. Op momenten dat soldaten aan één woord genoeg moeten hebben, zou Viktor volstrekt aan de Goden zijn overgeleverd.

Deze documentaire is bedoeld als een immersieve ervaring, een poging om te benaderen hoe een jonge, vaderlandslievende en dove man de oorlog in zijn land ervaart. Dat voelt soms enigszins gekunsteld en staat zo nu en dan ook het ervaren van diezelfde oorlog in de weg. Alsof alles minder hard binnenkomt. Secundair. En misschien is dat precies hoe Viktor die oorlog ervaart en waarom hij er zo graag deel van wil uitmaken – al is het dan als fotograaf, de uitweg die hij uiteindelijk vindt om zijn diepgevoelde behoefte en de daaraan opgelegde beperkingen te omzeilen.

‘Stilte is geen leegte’, stelt die innerlijke stem intussen. ‘Er ontbreekt niets. Het is de aanwezigheid van het zelf en niets anders. En in deze stilte vind ik m’n vrede.’