Sidik En De Panter

IDFA

Als de Perzische panter terugkeert, meent de vastberaden Koerdische man Sidik Barzani, dan betekent dit dat ons geboorteland weer beschermd is. Dan kunnen de bergen van Noord-Irak tot nationaal park worden uitgeroepen – en zou niemand het nog in zijn hoofd halen om dit land opnieuw te bombarderen of in brand te steken.

Sidik onderneemt zijn zoektocht naar de panter dus puur uit lijfsbehoud. Gewapend met verrekijker, notitieblok en wandelstok trekt hij er nu al 25 jaar op uit, op zoek naar een mythisch dier dat al decennia niet meer is gespot in deze streek. Op zoek ook naar betere tijden voor zijn volk, dat veel te vaak in z’n voortbestaan is bedreigd.

Terwijl hij door het land trekt, landgenoten ontmoet en met hen in gesprek gaat over hun plannen voor de toekomst, herinnert de Koerd zich de ontberingen die hij, z’n familie en zijn volk hebben moeten doorstaan. De panter is voor hem een symbool geworden van hoop en wedergeboorte, van vrede en stabiliteit.

Regisseur Reber Dosky, zelf van Koerdische afkomst, legt ‘s mans weemoedige queeste in Sidik En De Panter (83 min.) sereen vast. Hij beziet het landschap van zijn jeugd bovendien uiterst liefdevol. Dosky verschijnt zelf ook nog in beeld als hij het graf bezoekt van zijn grootvader, die tijdens het bewind van de dictator Saddam Hoessein is vermoord.

Met deze ode aan zijn geboortegrond, op het IDFA gekozen tot beste vaderlandse documentaire, roept de vanuit Nederland opererende filmmaker een vergeten land op, dat desondanks nooit is of wordt vergeten. Een verstilde wereld ook, om even volledig in weg te zinken en tegelijk ongegeneerd naar te verlangen.

Goed Terecht Gekomen In De Schilderswijk

KRO-NCRV

Op woensdag wordt tenslotte Goed Terecht Gekomen In De Schilderswijk (43 min.) uitgezonden, een feel good-film van Reber Dosky waarin docent Eric van ’t Zelfde wil weten hoe het verder is gegaan met de HAVO-leerlingen, van veelal allochtone afkomst, die hij ruim twintig jaar geleden in de klas kreeg.

Waar sommige bevolkingsgroepen in de Schilderswijk tegenwoordig lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan, hunkeren de leraar en de dertigers die hij ooit begeleidde naar de verbondenheid die ze voelden in een tijd waarin niemand nog van Fortuyn of Wilders had gehoord.

‘Hoe zorgen we dat we elkaar weer in de ogen kijken?’, vraagt Van ’t Zelfde zich op een gegeven moment hardop af. De zelfverklaarde oude mopperaar, die ook twijfelt aan het nut van zijn eigen leraarschap, komt uiteindelijk tot een hoopvolle slotsom: zijn oud-leerlingen hebben zich ontwikkeld tot mensen aan wie hij de wereld graag doorgeeft.