Cas (13) wordt nog wel eens vergeten in de klas. Hij is er soms wel, maar ook weer niet. Vanwege jeugdreuma kan de brugklasser uit Amstelhoek niet alle lessen bijwonen. Op zulke dagen laat hij zich vervangen door een robot. Alleen: ze vergeten best vaak om die aan te zetten. En dan zit Cas thuis maar te wachten.
Hallo, Ik Ben Hier (16 min.), denkt hij dan. Cas baalt er sowieso van dat hij regelmatig eerder naar huis moet en daardoor lessen mist, vertelt hij in deze jeugddocu van Tanja Warning. En zal hij dat bezoek aan Diergaarde Blijdorp maar aan zich voorbij laten gaan? Anders moet hij vast de hele week van het inspannende uitstapje bijkomen.
Thuisonderwijs heeft zo z’n beperkingen, laat Warning zien. Zeker als alle andere leerlingen wel ‘gewoon’ naar school komen. Het is voor Cas zo ook lastig om aansluiting te houden met zijn klasgenoten. Op zware dagen moet hij nu eenmaal die robot, zijn ogen en oren, naar de les sturen. Zodat hij straks toch naar het VWO kan.
Dit perspectief – en het feit dat Cas ook regelmatig wordt omringd door vrienden en dan leuke dingen met hen doet – zorgt ervoor dat Hallo, Ik Ben Hier Ik nooit topzwaar wordt. Zoals het een echte jeugdfilm betaamt wordt er weliswaar een maatschappelijk thema geagendeerd, maar gebeurt dit klein en met een optimistische ondertoon.
Zodat het te allen tijde fijn blijft om te kijken.
‘Geef mij maar tachtig honden, in plaats van één kind’, zegt oud-militair Claudia Boerma in Animorphia (56 min.). Nadat ze in 2006, als gevolg van traumatische ervaringen tijdens een uitzending, complexe PTSS had ontwikkeld, kwam hulphond Dingo in haar bestaan. Die heeft haar leven, dat zich inmiddels afspeelt in Hammarstrand te Zweden, weer draaglijk gemaakt.
Boerma is één van de vier hoofdpersonen van deze documentaire van Ruud Lenssen – ondertitel: the skin we keep – met een uitgesproken liefde voor dieren. En daaruit spreekt soms ook teleurstelling in de mens. Bij Jari Jansen bijvoorbeeld, een jonge man uit het Limburgse Beesel die een huis vol met reptielen en gifslangen heeft. Dieren liegen en bedriegen niet, stelt hij. ‘Dat is bij mensen vaak anders.’
Jansen prepareert ook dieren. Dat heeft hij gemeen met taxidermist Wesley Kevenaar uit Venlo. Die is druk doende met het opzetten van de Sumatraanse tijger Hermes, ooit één van de blikvangers in Diergaarde Blijdorp. Het geprepareerde roofdier komt op termijn in het Museon in Den Haag te staan, maar wordt eerst geshowd tijdens het Europees kampioenschap taxidermie in Salzburg te Oostenrijk.
Als leerling van de land- en tuinbouwschool kwam Kevenaar ooit in een slachthuis. Toen hij klaar was met school ging ie er ook werken. Als ik het doe, rechtvaardigde hij dit tegenover zichzelf, gebeurt ‘t tenminste goed. ‘Voordat ik dan schoot of voordat het lichtje uitging, zei ik altijd: sorry’, herinnert hij zich. ‘Dus dan keek ik ze altijd recht in de ogen aan en schoot ik.’ Jaren later kreeg de taxidermist er toch last van .
Ook Debby Smit uit Sint Willebrord heeft echt iets met dieren. Dat moet ze, als fervent jaagster, nogal eens benadrukken. En ze moet de online scheldpartijen en dreigementen erbij op de koop toe nemen. Smit ziet zichzelf als een serieuze jager, zeker niet als zo’n rotte appel, een ‘schieter’. De jacht is essentieel voor het beheer van dierenpopulaties, stelt ze. ‘En je hebt gewoon een lekker stukje vlees op je bord.’
Lenssen laat zijn hoofdpersonen intussen in hun waarde en knoopt hun verhalen tenslotte ook aan elkaar. Zo meldt Claudia Boerma, die er niet aan moet denken om zonder Dingo te leven, zich bijvoorbeeld bij Wesley Kevenaar. Als zij er zelf niet meer is, kan haar hond dan misschien mee de kist in? ‘Hij is er jaren voor mij geweest’, concludeert ze, volgens een geheel eigen logica. ‘En nou ben ik er voor hem.’
Stuk voor stuk hebben deze lekkere eigenheimers zo hun eigen manier om hun liefde voor dieren te betuigen. Van het opzetten van een gedood dier als ultiem teken van respect tot het beeld van een geprepareerd dier als een zelfgemaakt kunstwerk met alleen een huid erom. En van een soort surrogaatkind tot ‘een stukje natuur in huis’. En de kijker van Animorphia mag zich eraan vergapen. Aan hun dieren en aan henzelf.