De Glazen Kerk

EO

Coby Boot is in 1959 getrouwd in de kerk van het kleine Zeeuwse dorp Kortgene. En nog geen tien jaar geleden heeft de oma van filmmaker Matthijs Vuijk er haar overleden echtgenoot uitgeleide gedaan. Nu is diezelfde kerk, negenhonderd jaar oud inmiddels, failliet.

Ruben van Zwieten, predikant en ondernemer op de Amsterdamse Zuidas, heeft het kerkgebouw opgekocht. Hij wil er een ‘huis van ontmoeting en inspiratie’ van maken. Als het aan hem ligt, wordt de bediening straks gedaan door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. En in maanden dat het minder druk is met toeristen, kunnen er groepen uit de randstad op retraite komen. ‘Het beloofde land is niet ver weg vandaag’, houdt Van Zwieten zijn achterban enthousiast voor.

Aan sommige dorpsbewoners is De Glazen Kerk (55 min.) echter niet besteed. Dat huis is hun kerk niet meer. Wordt het werkelijk meer dan ‘een snel Zuidas-project, waar jongens inzitten met geld, die uiteindelijk rendement willen maken’? Ook Coby ervaart vooral verlies, een volgende stap in het afscheid nemen van het leven zoals ze dat kende. Op de verjaardagskalender heeft zij al heel wat kruisjes moeten zetten achter de namen van mensen met wie ze altijd heeft gekerkt. ‘Overleden.’

De kerk zelf denkt er ook het zijne van. ‘Ik dacht dat ik alles had gehoord, alles had gezien’, spreekt het gebouw via teksten in beeld, ondersteund door gerommel uit het binnenste ervan, terwijl een 3D-camera alle uithoeken van de kerk scant. ‘Vijf keer ben ik overstroomd, omhelsd door de zee. Maar nu hoor ik nieuwe geluiden. Ik voel dat er langzaam iets verandert.’ Zo werkt Vuijk toe naar de slotscène waarin hij zijn oma haar vertrouwde geestelijke thuis op een geheel nieuwe manier laat beleven.

Intussen krijgt Kortgene’s kerk, tot vreugde van de initiatiefnemer en verdriet van oudere kerkgangers zoals Coby Boot, z’n nieuwe bestemming. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Van Zwieten heeft voldoende ‘return on investment’ nodig. Om de tent draaiende te houden, moeten er ook inkomsten komen, houdt hij de bezoekers van een kerstdienst voor. Met behulp van Chat GPT heeft ie dit zelfs in een spreekwoord vervat: ‘Je kan niet én het uiterste onder de kan krijgen en de kan heel laten.’

Matthijs Vuijk zet de botsende werelden recht tegenover elkaar en maakt er ook geen geheim van waar zijn hart ligt. Bij de vrouw die ruim 65 jaar geleden in die failliete kerk, tegenwoordig ‘De Nieuwe Poort Zeeland’ genaamd en nog altijd ‘overgoten met een theologisch sausje’, in het huwelijk trad, natuurlijk.

Mama, Mag Ik Naar Huis Toe?

Filmmoment / Ethics Filmservice

‘Net of je dood gaat van binnen’, zegt Monique, als ze terugdenkt aan het moment waarop haar kind, nu alweer de nodige jaren geleden, naar een pleeggezin moest. Een ‘wiethok’ was voor hulpverleners destijds aanleiding om in te grijpen. Bij de vijf andere moeders die hun verhaal doen in de documentaire Mama, Mag Ik Naar Huis Toe? (70 min.) waren drugsgebruik, huiselijk geweld en/of geen dak boven het hoofd reden om de kinderen bij hun moeder weg te halen.

Dat betekende natuurlijk niet dat de vrouwen in kwestie – de bijbehorende papa’s ontbreken in deze film van Eline van der Kaa en Jesse van Venrooij – zich in die beslissing konden vinden en er direct mee akkoord gingen. Ze waren verbijsterd, diepbedroefd of woedend. Soms kwam ‘t op het moment zelf zelfs tot een handgemeen met de hulpverleners of de politie. En daarna kwam de realisatie: ik ben hem/haar/hen kwijt – misschien wel definitief.

De pleegouders konden ‘t intussen moeilijk goed doen. ‘Die mensen vond ik verschrikkelijk’, vertelt Coby. En dat sprak ze ook uit. Aleksandra’s dochter Romy kwam bij twee mannen terecht. Dat kon ze moeilijk accepteren. Het plaatje klopte gewoonweg niet. Noraly en Yvonne waren vooral boos op zichzelf. Het was hen niet gelukt om een tijd clean te blijven. Net als de andere moeders die hier hun ervaringsverhaal delen, kampten ze met schaamte en schuldgevoelens.

Dapper doen ze desondanks hun verhaal, zittend in hun eigen omgeving. Diana probeert tegelijk ook de tuin op orde te brengen. Haar verhaal is extra schrijnend. Ze heeft drie meiden en drie jongens, uit drie verschillende relaties. Het merendeel is, soms erg bruusk, uit huis geplaatst. De elfjarige Renesmee woont nog wel bij haar moeder. De zorg voor het meisje begint echter zwaar te wegen voor Diana, die nu deeltijd pleegzorg overweegt voor haar kind.

Van der Kaa en Van Venrooij volgen de vrouw terwijl ze het contact met een pleegmoeder aftast. Daar kan Renesmee om de week een hele week terecht. Samen proberen de twee vrouwen het beste te maken van een ongemakkelijke situatie, waarmee Diana al veel te vaak heeft moeten dealen. Dat is duidelijk ook de boodschap die de andere moeders – en deze film als geheel – willen uitdragen: beweeg maar mee, dan doet ’t waarschijnlijk het minste pijn.

In de omgang met hulpverleners en pleegouders, vervat in enkele observerende scènes, proberen ze tegenwoordig dus gezamenlijk terrein te vinden. Bij een goede relatie tussen biologische ouders en pleegouders is uiteindelijk iedereen gebaat. Niet in het minst hun eigen kinderen, die in deze gedegen getuigenisdocu zoveel mogelijk buiten beeld worden gehouden. ‘Als je je kind wilt zien’, zegt Monique gelaten, ‘dan zul je toch mee moeten werken.’

De Laatste Dans

Marieke de Bra

‘Goed zo, stop maar’, zegt de voormalige dansleraar Han de Bra tegen het oudere echtpaar dat aan hem laat zien dat ze het dansen nog altijd niet is verleerd. ‘Wat kom je eigenlijk doen?’ grapt hij. ‘We hebben de schwung eigenlijk niet meer zo’, antwoordt Mies Maas opvallend serieus. ‘Het is een beetje stijvig.’

Nadat Mies als zestienjarig meisje op dansles was gekomen bij ‘meneer De Bra’, vroeg die aan haar of ze ook op woensdagmiddag wilde komen. Sommige jongens hadden namelijk nog geen danspartner. En daar ontmoette Mies, in 1959 alweer, haar echtgenoot Ben. Voor hem was het hartstikke mooi dat ie zo zomaar in aanraking kwam met ‘de andere kunne’. Sindsdien zijn de twee onafscheidelijk, ruim 56 jaar getrouwd inmiddels. ‘Mijn relatie met Ben?’ zegt Mies glunderend. ‘Vlinders in mijn buik. Ja. Dat gebeurt nog wel eens.’

In de fijne korte documentaire De Laatste Dans (15 min.) laat Marieke de Bra nog twee andere echtparen aan het woord, die elkaar hebben ontmoet in de dansschool van haar ouders in Roosendaal. Dansschool De Bra, gevestigd aan de Stationsstraat, sloot in 2019 na 83 jaar z’n deuren. In een replica van de school, nagebouwd in 2022, ontvangt Marieke nu koppels die daar, (mede) door het dansen, verliefd werden op elkaar. De aanrakingen, het samenwerken en de omgang bleken een voorportaal naar veel meer.

Ergens op die Roosendaalse dansvloer sloeg in 1969 bijvoorbeeld de vonk over tussen Andrien en Ria Schrijvenaars. Twee jaar later was het opnieuw raak bij Coby en Cees van Ginneken. Terwijl ze deze paren op die vloer nog eenmaal toevertrouwt aan de kennersblik van haar vader Han, vraagt Marieke, die eerder ook al allerlei danskoppels uit de school van De Bra fotografeerde, hen naar het geheim van een (gelukkige) relatie voor het leven. En hoe kijken ze eigenlijk aan tegen de laatste dans?

Het is een eenvoudig concept, dat echter prima werkt. Via de quickstep of cha-cha-cha tonen de stellen zichzelf en elkaar, hun verhalen doen vervolgens de rest. Samen leven is immers als een dans: elkaar goed vastpakken, hetzelfde ritme vinden, de ander een beetje ruimte geven en dan lekker op gevoel doorgaan tot de muziek stopt.