Lourdes

Zeker drie miljoen mensen maken jaarlijks de pelgrimstocht naar het Franse bedevaartsoord Lourdes (90 min.), meldt de begintekst van deze documentaire. Sinds 1858 zou dit hebben geresulteerd in zo’n zevenduizend onverwachte genezingen. Zeventig ervan worden officieel als wonder erkend door het Vaticaan.

In de stoet gelovigen die dagelijks voorbijtrekt aan de grot van Massabielle, waar de Heilige Maagd Maria in de negentiende eeuw zou zijn verschenen aan de veertienjarige Bernadette Soubirous, bevinden zich mensen met allerlei aspiraties en verwachtingen. In de hoop dat zij als wonder 71 de geschiedenisboeken ingaan, of anders worden geboekstaafd als herstelgeval 7001. Hun bedevaart lijkt een uiting van oprechte (wan)hoop.

Daar – op de plek waar wonderen (moeten) gebeuren, verlichting van alle kwalen kan worden verkregen of op zijn minst vergeving voor ieders zonden wordt verleend – liggen de verhalen natuurlijk voor het oprapen. Op elke straathoek is iemand met een tot de verbeelding sprekend persoonlijk relaas te vinden. Zulke Lourdes-verhalen zijn al veel vaker verteld, maar niet vaak zo sfeervol, van dichtbij en met oog voor detail en drama als in deze film.

De documentairemakers Thierry Demaizière en Alban Teurlai introduceren bijvoorbeeld een gehandicapte man die als kind uit huis ontsnapte en vervolgens werd geschept door een voertuig. Het jongetje dat met zijn vader gaat bidden voor zijn doodzieke kleine broertje. Een man in een rolstoel met de progressieve spierziekte ALS die nog altijd op herstel hoopt. Een tienermeisje dat lijdt onder online pesterijen. En de oudere mannelijke prostituee uit Parijs, die altijd nog eens misdienaar had willen zijn.

Stuk voor stuk bidden ze tot de Heilige Maagd. Deze persoonlijke gebeden, waarvan het audio zéér intiem is vastgelegd, behoren tot de meest overtuigende elementen van een stemmige film, die de massale devotie in het Franse stadje van allerlei verschillende gezichten voorziet. Demaizière en Teurlai werken uiteindelijk toe naar een bijna sacrale slotscène, waarin hun hoofdpersonages mogen baden in ijskoud water uit de heilige grot.

En dan zit de bedevaart naar Lourdes er alweer op, zo op het eerste gezicht zonder wonderbaarlijke genezingen.

De Jongens Van De Broederweg

EO

Er wordt luidkeels gezongen. En gedronken natuurlijk. ‘t Is en blijft tenslotte een studentenvereniging. Gewoon nette jongens en meisjes die nog even de bloemetjes buiten zetten, zou je denken. Totdat de plicht roept en het volwassen bestaan een aanvang neemt. Als buitenstaander zie je er in elk geval niet aan af dat een belangrijk deel van de aanwezigen zich geroepen voelt tot God. Ze studeren theologie en zijn voorbestemd om predikant te worden.

In de verzorgde korte documentaire De Jongens Van De Broederweg (30 min.) worden drie jongens geportretteerd, die samen in een studentenhuis te Kampen wonen en zich voorbereiden op een leven als dominee. Natuurlijk kampen ze soms met twijfels over hun lotsbestemming. ‘Soms heb je wel zoiets van: ja, het had me ook wel leuk geleken om wat anders te doen’, zegt Ben van Steenis, die op een stoel naast een kratje Jupiler-bier zit. In de weekends thuis in Bleskensgraaf werkt hij gewoon bij een tanktransportbedrijf en hangt hij rond met zijn oude vrienden. Toch blijft het geloof roepen. ‘Gewoon voor God leven. En als ik daarmee bezig kan zijn, vind ik dat gewoon mooi.’

Via de drie dominees in spe brengt filmmaker Michiel van de Kamp de toekomst van gelovig Nederland in beeld. Tweedejaars student Simon Haverkamp loopt bijvoorbeeld stage en mag zijn eerste preek verzorgen in de voor hem onbekende gemeente Steenwijk. Onderweg naar dat grote moment raakt hij alleen verdwaald. ‘Ik heb ’t er wel voor over’, constateert hij over zijn roeping. ‘Maar ik weet niet of ik het aankan.’ Martin Kamp is intussen bijna afgestudeerd. Hij gaat een beetje gebukt onder de verwachtingen die het ambt oproept. Een predikant moet in zijn ogen zonder zonden zijn. ‘Ik voel me daar toch een beetje los van staan.’ Misschien is jeugdwerk toch meer iets voor hem?

Zo zijn de twintigers, net als hun leeftijdsgenoten, op zoek naar hoe ze hun volwassen leven willen invullen. Welke rol zal God daarin spelen? En kunnen ze de eenzaamheid van het predikantschap wel aan? Van de Kamp maakt een sfeervolle momentopname, met drie jonge mensen die aan de vooravond staan van wat een betekenisvol leven moet worden. Hij gaat daarbij de plekken waar het schuurt, knarst of wringt niet uit de weg, maar zoekt die ook niet doelbewust op. Dat resulteert in een empathisch portret van een nieuwe kerkgeneratie.

God’s Address

KEG2010002G

(Geert van Kesteren)

 

God in Jeruzalem heeft het er maar druk mee. Via briefjes die zijn gemaild of verzonden naar de Westelijke Muur, volgens de overlevering het centrum van de wereld waar direct contact tussen mens en God mogelijk is, krijgt hij talloze brieven: ‘Heer, bescherm mij en mijn familie en het bedrijf.’ ‘Heer, help me om de vrouw te zijn die ik wil zijn.’ En natuurlijk: ‘Heer, ik heb gezondigd.’

Mensen van allerlei slag wenden zich tot het opperwezen van hun keuze in God’s Address (54 min.), een filmische ontdekkingsreis door gelovig Jeruzalem, de Israëlische stad waar het jodendom, de islam en het christendom samen (moeten) leven. Drie geloven op één kussen, daar slaapt zéker de Duivel tussen. Want natuurlijk beschouwt iedere stroming zijn eigen eigen God ook als De Enige Ware.

De onverzoenlijke houding van sommige stadsbewoners wordt in deze beklemmende film verpersoonlijkt door twee ijzeren Heinige vrouwen uit Oost-Jeruzalem, een joodse en islamitische fundamentalist. Van vreedzame coëxistentie lijken zij nog nooit te hebben gehoord. Aangevuurd door hun extremistische politieke leiders zoeken ze voortdurend de confrontatie.

De filmmakers Noa Ben-Shalom en Geert van Kesteren laten daarnaast met grootse, meeslepende beelden zien hoe intens en massaal religie wordt beleefd in de bakermat van het Jodendom en het christendom, die tegenwoordig door zowel Israël als de Palestijnen wordt opgeëist. Geloven lijkt behalve een persoonlijke aangelegenheid vooral ook een collectief gebeuren, waarbij de verschillende religies zichzelf in vervoering brengen en daarnaast met elkaar in botsing komen.

De joodse archeoloog en historicus Israel Finkelstein, christelijke filoloog en theoloog Thomas Römer en Palestijnse politicoloog Mohammed Dajani Daoudi voorzien de soms bijna middeleeuwse taferelen in deze documentaire van (hun eigen) context en plaatsen deze binnen de lange historie van de heilige stad Jeruzalem, die al van oudsher heeft te kampen met religieuze spanningen.

God heeft het er maar druk mee.

Jesus Camp


Het evangelie heeft in Jesus Camp (84 min.), te zien op Netflix, bepaald niet altijd een liefdevol gezicht. In de hoogtijdagen van de Republikeinse president George W. Bush, die mede door christelijk rechts in het zadel was geholpen, reisden de documentairemakers Rachel Grady en Heidi Ewing af naar een Amerikaans bijbelkamp.

Daar legden ze genadeloos vast hoe kleine kinderen de leer van Jezus kregen bijgebracht (of werden gehersenspoeld tot strijders voor een boze religie, zo je wilt). De liefde voor de heiland ging (en gaat) in deze contreien van het christendom in elk geval vaak gepaard met haat naar niet- of andersgelovigen.

Het resultaat is een beklemmende en bij vlagen huiveringwekkende film, die in 2006 niet voor niets werd genomineerd voor een Oscar. Enkele scènes etsen zich echt in je ziel. Het duurt bijvoorbeeld wel even voordat je weer neutraal naar babypoppen kunt kijken, nadat je hebt gezien hoe daarmee de gruwelen van abortus worden uitgelegd.