Ultras: Pasion Y Muerte

HBO Max

Op 13 januari 1991 bereikt de alsmaar verder ontsporende rivaliteit tussen Boixos Nois, de harde kern van FC Barcelona, en de beruchte Brigadas Blanquiazules van stadgenoot Espanyol een nieuw dieptepunt: de Espanyol-supporter Frederic Rouquier gaat de boeken in als het eerste dodelijke slachtoffer in de geschiedenis van georganiseerd supportersgeweld in Spanje. Het gaat vermoedelijk om een wraakactie: een maand eerder is Boixos Nois-lid Sergi Segarra ernstig gewond geraakt.

Rouquier heeft een karakteristiek profiel, met extreemrechtse antecedenten. Hij is afkomstig uit Frankrijk, heeft een verleden in het Front National en werkt sinds enige tijd in een Spaanse winkel waar skinheadkleding wordt verkocht. Daarmee past hij prima in een subcultuur, die in 1982 is ontstaan nadat Britse hooligans het WK in Spanje bezochten en die in Spanje regelmatig wordt gelinkt aan neonazi’s en fascisten. Rouquiers dood staat centraal in de eerste aflevering van de driedelige serie Ultras: Pasion Y Muerte (internationale titel: Ultras: Passion And Death, 133 min.).

Daarna zoomt regisseur Pedro García Campos in op een volgend ijkpunt binnen de Spaanse hooliganscene waarin relschoppende kaalkoppen in bomberjacks en legerkistjes de dienst uitmaken. Afwisselend steken zij hun middelvinger op, maken de Hitlergroet of gaan op de vuist (en erger). Bij een wedstrijd tussen Atletico Madrid en Real Sociedad wordt op 9 december 1998 Aitor Zabaleta, een 28-jarige fan uit San Sebastián, doodgestoken door een lid van Frente Atletico. De fatale steekpartij dreigt de spanningen tussen Baskenland en de rest van Spanje te verergeren.

In de laatste aflevering van deze grimmige, door geanonimiseerde ultra’s bevolkte en met reconstructies aangeklede miniserie belicht Campos een massale vechtpartij in 2014, tussen Frente Atletico en de radicale supportersgroep Riazor Blues van Deportivo La Coruna. Die kost de Galicische fan ‘Jimmy’ leven kost. Als hij aan de rand van een brug hangt, wordt ie met flessen op zijn hoofd geslagen. Jimmy valt bewusteloos in een rivier. En Jan en alleman kan via talloze filmpjes van het geweld meegenieten. Zijn dood geldt als de eerste Spaanse ‘voetbalmisdaad in het digitale tijdperk’.

Met zijn focus op het hooliganisme, waarbij oudgediende José Luis Ochaita van Real Madrids omstreden Ultra Sur nog de rol van spijtoptant op zich neemt, wordt Ultras: Pasion Y Muerte bijna het tegendeel van de documentaire Ultras (2026), waarin Ragnhild Ekner juist voorbij het geweld kijkt en de rol van supportersgroepen als sociaal netwerk benadrukt. Campos komt bovendien tot de conclusie dat het einde nog lang niet in zicht is. De ongeregeldheden verplaatsen zich naar kleinere clubs en naar buiten het stadion. Rivaliserende clans spreken nu ook rustig in de bossen af.

You Can’t Sleep Here

BNNVARA

Slapende mensen. Mannen. Op hun rug. Linkerzij. Of de rechter. Alleen. Samen. Hand in hand zelfs. Op karton. Onder een brug. In een wagen. Snurkend. Ontspannen. Hoestend. Bidden. Nog even bellen met thuis. Een hijs nemen.

De nacht doorkomen. Op plekken waar dat eigenlijk niet mag. You Can’t Sleep Here (20 min.), juist. Korte, sfeervolle film van Jelmer Wristers. Observerend. Wat zouden al die mannen denken? Zouden ze nog dromen?

‘En onze verbeelding wordt gevormd door onze ervaringen,’ zegt een robotachtige stem vanuit een andere wereld. Zij bivakkeren op de rand ervan. Uit pure noodzaak, waarschijnlijk. ‘Wat is er gebeurd?’ galmt een andere stem. ‘Wat is er misgegaan?’

Het antwoord zit ergens in hen verscholen. Ze geven het niet prijs. Het is opgekropt. Of gewoon opgeslagen. De ene dag verwerken. Klaar zijn voor de volgende. Jószef, Luciano, Mario, Alexander, Markus, Zoran, Istvan, Brian, Bratan, Francesco en Adam.

Mensen zoals wij. Totdat Wristers’ camera – intiem en delicaat – hen weer verlaat…

Great Escape

Vossenfilms

Elke maand springen er naar verluidt twee mensen van de Rio Grande Gorge Bridge in Taos, New Mexico. De 24-jarige Cooper Beacom was één van hen. Zijn moeder Margaret ‘Curly’ O’Connor zag het gebeuren op 29 april 2014. En Bowdy Lewis, de jeugdvriend die hij later nog eens tegenkwam in een ontwenningskliniek, stond erbij en kon het ook niet voorkomen.

‘Zijn leven was, denk ik, een stuk leuker dan mijn leven’,  constateert Robbie Forbes desondanks, enigszins ongemakkelijk grinnikend, in Great Escape (44 min.), een broeierige documentaire van Daan Bol. Net als veel andere plaatselijke jongeren heeft Robbie het gevoel dat hij eigenlijk geen kant op kan. Ze moeten er zelf maar iets van maken, van dat leven.

De Nederlandse documentairemaker laat het drietal vertellen over de jongen die hen is ontvallen – die er zelf voor heeft gekozen om te vallen. Naar de precieze reden is het nog altijd gissen. In de homevideo’s waarmee Bol zijn film doorsnijdt is op geen enkel ogenblik te zien dat Cooper levensmoe zou zijn. Integendeel, hij leek het bestaan vol aan te gaan.

Die jeugdbeelden tonen een lefgozertje, een lolbroek, een durfal ook. Beslist geen ‘quitter’. Een joch dat kon skateboarden als de beste, rustig met ontblote billen van de duikplank sprong en de grote verdwijntruc al eens ensceneerde voor een eigen video. Toen niemand nog kon vermoeden dat hij hem ooit in het echte leven zou gaan toepassen.

Waarom? Het antwoord op die vraag blijft de achterblijvers achtervolgen. Deze fraaie korte documentaire komt intussen heel dicht bij zijn subjecten – en via hen bij Cooper – waarbij het afwisselend majestueus grote en bijzonder intieme camerawerk van Wilko van Oosterhout en het bijzonder spannende sounddesign van Brandon Grötzinger in het oog springen.

Great Escape is een film over hoe het leven altijd zijn mysteries blijft houden. Als in: waar het naartoe gaat, of je dat nu wilt of niet. En: hoe ’t daar is gekomen, met, door of ondanks jou. Curly, Bowdy en Robbie hebben er maar mee te dealen. Net als Cooper. Totdat hij, bij die ontzagwekkende brug over een diepe vallei, zelf een definitieve vlucht naar voren nam.