Kanehsatake: 270 Years Of Resistance

National Film Board Of Canada

Als de situatie helemaal uit de hand is gelopen, zou je bijna vergeten waarmee het ooit begon: de bouw van luxe woningen en de uitbreiding van een golfbaan. Met het besluit om daarvoor toestemming te verlenen zetten de Canadese autoriteiten in 1990 de zogeheten Oka-crisis in gang. De plannen moeten namelijk gerealiseerd worden op het reservaat van de Mohawks, niet ver van Montreal. En hun heilige begraafplaatsen dienen ervoor te wijken.

Strijders van het inheemse volk, dat al eeuwen door de Canadese overheid wordt vergast op list en bedrog, barricaderen de snelweg bij hun nederzetting Kanehsatake en blokkeren een belangrijke verkeersader, de Mercier-brug. Tot grote woede van enkele gewone Canadese burgers, die vast komen te zitten in het verkeer. ‘Wilden!’ scanderen zij. Al snel wordt de hulp van de politie en het leger ingeroepen en escaleert het conflict verder. 

In de veelvuldig bekroonde documentaire Kanehsatake: 270 Years Of Resistance (120 min.) uit 1993 brengt Alanis Obomsawin deze ‘stare down’ tussen de autoriteiten en haar volk in beeld. De Mohawks erkennen de federale overheid niet als hun officiële gezag. Na een ‘lang spoor van gebroken beloften’, dat al eeuwen teruggaat, zetten de inheemse krijgers hun hakken in het zand en trotseren de Canadese soldaten, die geweld bepaald niet schuwen.

De blokkade zal uiteindelijk 78 dagen duren en vormt, niet in het minst door deze doorleefde weerslag ervan, een keerpunt in hoe Canada naar haar inheemse bevolking kijkt. Obomsawin belicht de verwikkelingen in Kanehsatake vanuit het perspectief van de Mohawks, plaatst de gebeurtenissen als verteller in hun historische en maatschappelijke kader en toont zo het onrecht dat de oorspronkelijke bewoners van het land stelselmatig is aangedaan.

‘Ze zouden jou op een reservaat moeten zetten’, bijt een inheemse vrouw enkele agenten toe. ‘En jullie land moeten afpakken.’ Die diepgevoelde verontwaardiging, over de beknotting van hun volk en de verwording van het bijbehorende land, zal in later jaren ook nog z’n weg vinden naar thematisch verwante documentaires zoals Yintah, Sugarcane en There’s Something In The Water. De camera helpt inheemse volken zo om hun recht te halen.

Oklahoma City Bombing: One Day In America

National Geographic

Terwijl Bill Clinton tijdens een persconferentie in het Witte Huis de gevaren van terrorisme bespreekt – ‘een autobom in het Midden-Oosten’, oppert hij, of de acties van een ‘religieuze fanatiekeling’ – krijgt de Amerikaanse president de mededeling dat er een aanval is gepleegd op zijn eigen land. Het is een onwerkelijk tafereel. ‘Ik wilde schreeuwen’, herinnert Clinton zich. Maar dat kon natuurlijk niet: presidenten schreeuwen niet, in elk geval niet in het openbaar.

Het iconische fragment van Clinton, de opening van de driedelige serie Oklahoma City Bombing: One Day In America (132 min.), doet sterk denken aan het moment waarop zijn opvolger George W. Bush op 11 september 2001, tijdens een voorleesuurtje op een basisschool in Sarasota, krijgt ingefluisterd dat een vliegtuig zich in één van de torens van de Twin Towers heeft geboord – al snel gevolgd door nóg een toestel in de andere toren van de imposante New Yorkse wolkenkrabber, die weer even later bezwijkt.

Tot ‘9/11’ geldt de bomaanslag op het Alfred P. Murrah Federal Building in Oklahoma City op woensdagochtend 19 april 1995, waarbij zeker een derde van het overheidsgebouw wordt weggeblazen en 168 gewone Amerikanen omkomen, als de dodelijkste terroristische aanval in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Dertig jaar later is de actie van de Goldoorlog-veteraan en anti-overheidsextremist Timothy McVeigh nog altijd de dodelijkste terreurdaad die ooit door een Amerikaan in eigen land is gepleegd.

De schok is enorm: dit gebeurt in Afrika, Noord-Ierland of – inderdaad – het Midden-Oosten. Maar niet in Amerika, het heartland nog wel. Met overlevenden, ooggetuigen, hulpverleners, (FBI-)agenten, bestuurders, journalisten en McVeighs advocaat kijkt Ceri Isfryn terug op de dag waarop hun wereld – en het geloof in de Amerikaanse onaantastbaarheid – op z’n grondvesten schudde. Methodisch zetten ze de gebeurtenissen van die dag en de nasleep daarvan, de jacht op de dader, op een rijtje.

Deze historische docuserie is gemaakt volgens hetzelfde procedé als de National Geographic-producties 9/11: One Day In America (2021) en JFK: One Day In America (2023): via de kleine en grote verhalen van direct betrokkenen – gematcht aan een schat aan archiefmateriaal, liefst ook van de hoofdpersonen zelf – wordt een scharnierpunt in de recente Amerikaanse historie gereconstrueerd, de verbinding tussen de belegering van de Branch Davidians in Waco en de bestorming van het Capitool.

Met die aanpak onderscheidt de serie zich ook van een andere recente docuserie over de bomaanslag, An American Bombing: The Road To April 19th (2024), die juist vertrekt vanuit een helikopterview en McVeighs gruwelijke aanslag veel nadrukkelijker plaatst binnen de recente geschiedenis van ‘homegrown terrorists’, anti-overheidsmilities en extreemrechts geweld in de Verenigde Staten. Isfryn zoomt in en volgt zo de gebeurtenissen: chronologisch, tot in detail en op het niveau van de individuele mens.

Het onbeschrijfelijke leed van Edye Raines bijvoorbeeld. Zij verloor haar zoontjes Chase en Colton, die ten tijde van de aanslag in het kinderdagverblijf van het Murrah Building verbleven. De peuters behoorden tot de in totaal negentien kinderen die door Tim McVeigh van het leven werden beroofd. Of het aangrijpende relaas van Bud Welch, de vader van de 23-jarige vertaalster Julie, die zich in lijn met de idealen van zijn dochter verzette tegen het opleggen van de doodstraf aan de man die haar heeft vermoord.

Zulke aangrijpende verhalen brengen een tragedie van kolossale proporties, die het hedendaagse Amerika mede heeft gevormd, terug tot de menselijke maat.

Netflix bracht overigens ongeveer tegelijkertijd een documentaire over hetzelfde onderwerp uit: Oklahoma City Bombing: American Terror.

Little Palestine: Diary Of A Siege

IDFA

‘Jullie kunnen ons niet verdrijven uit ons eigen kamp’, staat er op een muur gekalkt. In Kamp Yarmouk, in de Syrische hoofdstad Damascus, leven zo’n 100.000 Palestijnen. Sommigen wonen er al sinds 1948, het jaar dat de staat Israël werd gesticht en Palestijnen van hun land werden verdreven. Als in Syrië een heftige burgeroorlog uitbreekt, sluit president Assad het kamp volledig af. De belegering van Yarmouk zal van 2013 tot 2015 duren.

In Little Palestine: Diary Of A Siege (89 min.) legt Abdallah Al Khatib, zelf geboren in het vluchtelingenkamp, samen met enkele vrienden vast hoe het leven in Kamp Yermouk, dat eerder al het strijdtoneel vormde voor de documentaire Dance Or Die, gewoon doorgaat – moet! – als het halve kamp kapot wordt geschoten, een nijpend tekort aan voedsel en medicijnen ontstaat en de gemeente dodelijke slachtoffers krijgt te betreuren.

Terwijl sommige kampbewoners, zoals Abdallahs moeder Umm Mahmoud, zich blijven bekommeren om kwetsbare ouderen, laat de woede in het kamp zich nauwelijks meer beteugelen. Er ontstaan massale protesten over de deplorabele leefomstandigheden en het feit dat de wereld nauwelijks oog lijkt te hebben voor, in de woorden van secretaris-generaal Ban-Ki Moon van de Verenigde Naties, ‘de binnenste cirkel van de hel’.

‘Als je wordt belegerd, is individuele rouw een luxe en geheime rouw een onvergeeflijk verraad’, stelt Al Khatib in één van de filosofische voice-overs waarmee hij zijn schrijnende film aanstuurt. ‘Voor de belegerden is collectieve pijn een verworvenheid en onderdeel van het pad naar overleving. Als je wordt belegerd, verberg je je verdriet niet voor anderen als een held, maar voel je de pijn en huil je met elkaar zoveel je kan.’

Little Palestine wil echter méér zijn dan een oneindige treurzang van woede en verdriet. Te midden van de ravage is er ook ruimte voor hoop, medemenselijkheid en dromen over een betere toekomst. Zo kan er, in een prachtige scène, ineens een gedragen lied klinken als een groepje jongeren, begeleid op piano, gewoon op straat de ellende van zich afzingt. Op de achtergrond klinken schermutselingen, de soundtrack van het leven in het kamp.

En dan moeten Islamitische Staat en de Russen zich nog melden in Kamp Yarmouk…