Stel Dat Je Vliegt

Sounds Like Film

Via surfen, kitesurfen en skydiven is Jonneke van Dooren in steeds extremere sporten beland. Inmiddels maakt de jonge Nederlandse vrouw alweer enige tijd deel uit van de basejump-gemeenschap, een internationaal gezelschap van enkele duizenden springers dat z’n eigen grenzen blijft verkennen.

‘Die goeie angst’, legt ze uit in Stel Dat Je Vliegt (28 min.). ‘Dat is echt wel een fijn gevoel.’ En ‘the stoke’, de euforie erna, is zelfs onbetaalbaar en spat ook van het scherm in de talloze filmpjes die ze van hun sprongen maken en delen. Als alles goed is gegaan, tenminste. Janneke heeft al diverse vrienden verloren, vertelt ze aan haar goede vriendin Coco Belize Koldijk, de maker van deze straffe korte documentaire. Twee handen vol.

Getuige de halsbrekende toeren die ze uithalen, op beelden die zijn gemaakt vanaf een exitpunt of juist vanuit het oogpunt van de jumper, kan dit geen verrassing zijn. Ze zoeken het gevaar op, om oog in oog met de dood boven zichzelf uit te stijgen. Zoals Johno. Hij bracht Jonneke aan het wankelen. Met hem zag ze zowaar een toekomst ‘waarin we dezelfde hoeveelheid avontuur konden hebben, zonder dezelfde hoeveelheid risico.’

Dat zou anders lopen. Op een ochtend, nadat ze samen naar een trouwerij waren geweest, hadden Johno en Jonneke nog enkele uren om te doden en besloten ze om samen een duosprong te maken. Nu lijkt zij weer terug bij af, in deze geladen film die soepeltjes schakelt tussen opwinding en hartzeer. Klaar voor de volgende sprong in het diepe of onbekende. Alsof/omdat er geen weg terug is.

Wrong Time Wrong Place

Cobos Films

Het plan waarmee documentairemaker John Appel al een tijd rondloopt, krijgt op 22 juli 2011 ineens zijn ‘inciting incident’. Hij wil een film maken over hoe leven zonder risico feitelijk onmogelijk is. Ons bestaan wordt bepaald door toeval – ook al leven we daar helemaal niet naar. Geheel in stijl wacht Appel geduldig op een geschikte aanleiding om zijn plan ten uitvoer te brengen. Een flinke kettingbotsing misschien?

En dan pleegt de Noorse extremist Anders Breivik op die vrijdag in juli eerst een bomaanslag in Oslo en vertrekt hij vervolgens naar het eiland Utøya, waar de jeugdafdeling van de sociaaldemocratische Arbeiderspartij een zomerkamp organiseert. Als een moordmachine houdt Breivik daar huis. Hij maakt op deze ene fatale dag in totaal 77 dodelijke slachtoffers en werpt zich zo op als de meest verafschuwde terrorist van de westerse wereld.

John Appel – zoon van een onvervalste gokker, The Player – is echter niet op zoek naar het wezen van het monster Breivik, die in zijn film nooit bij naam wordt genoemd. Te midden van alle journalisten die zich direct naar het Noorse drama spoeden wil hij zijn oorspronkelijke idee over toeval gaan uitwerken. De Nederlandse filmmaker moet uiteindelijk praten als brugman om toegang te krijgen tot overlevenden en nabestaanden van de aanslag.

In Wrong Time Wrong Place (80 min.), de openingsfilm van het International Documentary Festival Amsterdam van 2012, spreekt hij bijvoorbeeld met de ouders van de jonge Georgische vrouw Tamta, die door haar vriendin Natia is overgehaald om mee naar het Noorse zomerkamp te gaan. Natia gaat de dag voor de aanslag zwemmen en kent daardoor een plek bij het water om zich te verbergen voor de schutter, die al talloze slachtoffers heeft gemaakt.

‘Als ze had kunnen zwemmen, had ze ‘t misschien overleefd’, constateert Tamta’s moeder triest. Want haar dochter heeft altijd geweigerd om zwemles te nemen en mijdt water. Zij wordt het laatste dodelijke slachtoffer op Utøya. Tamta’s moeder gelooft niet in toeval: het moest zo zijn. ‘Zonder dit ongeluk was Tamta ergens anders aan doodgegaan’, zegt ze. Haar echtgenoot reageert fel: ‘Zonder die moordenaar had niets anders mijn dochter kunnen doden.’

Verder spreekt Appel enkele jonge mensen die zich op Utøya in een WC-hokje verstoppen. ‘We dachten dat hij door de deur zou schieten en iedereen zou doden die binnen was’, herinnert de Noorse tiener Håkon zich. Het Koerdische meisje Hajin richt zich daar tot Allah. Ze kan het gebed moeiteloos terughalen. De Oegandese vluchtelinge Ritah vertelt hen dat ze twee maanden zwanger is en een miskraam vreest. Ze noemt het kind Michaël, hij wordt haar beschermengel.

Stuk voor stuk ervaren zij hoe ’t is om een speelbal van (ogenschijnlijk) toevallige gebeurtenissen te zijn. In het geval van Harald lijkt de bliksem zelfs tweemaal op dezelfde plek te zijn ingeslagen. Eerst verliest de Noorse ambtenaar zijn zoon Yngve bij een basejump-ongeluk. Daarna overleeft hij zelf ternauwernood Breiviks bomaanslag in Oslo, omdat hij toevallig even niet op zijn plek zit op kantoor. Harald raakt wel vrijwel zijn volledige gezichtsvermogen kwijt.

Het leven is, betoogt Appel via mensen zoals hij in deze indringende en bespiegelende film, een aaneenschakeling van toevalligheden. Elke dag kan een ‘point of no return’ worden, waarop het bestaan zomaar een andere wending neemt. En wij, eenvoudige stervelingen, zijn dan als plastic zakjes die worden meegenomen door de wind – op weg naar God weet waar. Naar een goede plaats, goede tijd, hopelijk.